#179
01.03 — 14.09.2025

download pdf

print

Belichaamd Erfgoed

Redactioneel Etcetera 179

De hoofdredactie, Delphine Hesters

MULTILINGUAL

recensies

Alles gaat kapot – Abattoir Fermé

Testament van een scheve architect

Het parcours van Stef Lernous en Abattoir Fermé blijft grillig. Het afgelopen jaar maakte hij met Genesis een opgepompte, over the top versie van Alfred Jarry’s Ubu Roi, veel te megalomaan, veel te dystopisch, veel te luid, maar ook claustrofobisch kamertoneel – het publiek zit ook zélf in de kamer – over de (on)veiligheid van kunst en leven (Mij die ge graag in het donker ziet). Plus een soort docufictie over de ontsporingen van de rock-‘n-roll in het New Yorkse Chelsea Hotel (Hotel Chelsea). Variaties op de hel waar we allemaal op een gegeven moment mee in aanraking komen of, in het ergste geval, zelf in terecht komen. De hel, dat is een plek van verval, waar de bouwsels voor je ogen tot ruïnes degraderen, dat is een plek van vraatzucht en indigestie, een plek ook van machtsmisbruik en geweld dat zo gratuit is dat het wel laconiek lijkt en alleszins amoreel is. Abattoir Fermé schrijft zich in in de traditie van het grand guignol, toneelhorror als entertainment, licht, spannend en ontspannend, misschien te vergelijken met de escape rooms van vandaag. De titel van de nieuwste voorstelling, Alles gaat kapot, vat in zekere zin de carrière van dit ensemble samen, want elke samenleving-in-de-verbeelding die Lernous en zijn trouwe kompanen maken, eindigt in vernieling: van de ruimte, van de personages, van het verhaal, van de lieve vrede – als die er ooit al zou geheerst hebben. Toch is Alles gaat kapot geen résumé van de artistieke geestesgesteldheid van Abattoir Fermé: men neemt subtiel, maar wel zichtbaar afstand van het nihilisme dat – minstens aan de oppervlakte – zo kenmerkend leek. Abattoir Fermé met een boodschap? Ja en nee.

Klaas Tindemans