OPUS – Opera Ballet Vlaanderen
Precisie als affect
Rudi Laermans
© Karolina Maruszak
Onder de belofte een portret van haar ‘Arme tante Danni’ neer te zetten, doet Janne Desmet haar eigen levenslange strijd met skamte uit de doeken. In geuren, kleuren en smakelijk West-Vlaams voert Desmets monoloog – geschreven met Johan Petit – ons van een fuif in het diepe zuiden van West-Vlaanderen tot een vierkantshoeve in Vught. Deze aaneenschakeling van aanstekelijke anekdotes is een krachttoer in authenticiteit, maar met niet veel meer dan dat om het lijf.
Janne Desmet verwelkomt ons met de charme van een verheugde gastvrouw. Haar aanwezigheid doet denken aan die van een getrainde stand-upper. Ze vraagt of iedereen gemakkelijk zit. Er zijn saaiere zaterdagavondactiviteiten dan aan Desmets lippen te hangen. Ze vertelt zo vlot en meeslepend dat ik me in vertrouwen genomen voel als een vriendin aan de keukentafel. In comfortabel West-Vlaams neemt ze geen blad voor de mond. Haar vertelling is expliciet en intiem. Janne Desmet is het hoofdpersonage en haar ouders zijn de twee belangrijkste antagonisten. Desmet vertelt hoe ze deze twee als een engel en een duivel op haar schouders meedraagt. De hele voorstelling lang krijgen we ook over hun perspectief op, en rol in de situaties uit Desmets leven te horen. Deze voorstelling gaat over schaamte: ‘een hardnekkige schimmel’ waar Desmet maar niet vanaf geraakt en die ze, nu ze de veertig voorbij is, van zich af wil schudden. Haar vertelling over deze persoonlijke zoektocht begint bij de arme tante Danni uit de titel. De door haar familie aangeprate angst om zoals haar te worden, wordt een constante kapstok voor Desmet om haar eigen levensverhaal aan op te hangen. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, is haar tante niet de spilfiguur van deze voorstelling.
De weinige visuele elementen die haar vertelling ondersteunen maken dat aandachtig luisteren cruciaal is. De scène, ingekleed met hier en daar een constructie uit OSB-plaat op wieltjes, gaat schuil achter twee witte werfdoeken die een gesloten maar uitnodigende poort vormen. Ervan achter priemen de metalen palen van een bouwstelling uit. Het roze gloeiende licht is het eerste teken van het onvergetelijke feest dat Desmet later zal herbeleven. Wanneer de werfdoeken vallen en onder de stelling worden gemoffeld, worden we meegenomen naar Desmets tienerjaren. Deze voorstelling lijkt een – late – coming of age te worden. Ze vertelt met de overtuiging van iemand die weet dat ze een goed verhaal aan het vertellen is. Een eerste hilarische herinnering speelt zich af op een KSA fuif in het diepe zuiden van West-Vlaanderen, in een partytent aan het einde van de jaren 90. De fysieke reenactment waarmee ze haar woorden kracht bijzet, laat weinig aan de verbeelding over. Een eerste keer muilen, eerste keer dronken, ouders die van niks weten en zwarte gaten; het hartelijke gegier in de zaal doet vermoeden dat deze anekdote uit ieders leven gegrepen zou kunnen zijn. Haar demonstratie van dronken denken-dat-je-sexy -bent-dansmoves geeft ons het gevoel bij haar in de partytent te staan. Ze wordt ondersteund door een soundscape die geïnspireerd lijkt op die heerlijk foute nineties beats, live gebracht door Linde Carrijn en Ephraïm Cielen. Vanop hun stelling zien we hen met aanmoedigende blikken Desmets relaas volgen.
“Desmet is zowel in de bouw als op het podium een doe-het-zelver: ze bouwt op haar eigen verteltalent.”
Het volgende humoristische hoogtepunt is een wax-avontuur dat Desmet in één van haar eerste jaren in Antwerpen beleefde. De absurde details kunnen rekenen op gulzig gelach van het publiek. Het is fantastisch om haar te zien herbeleven hoe ze met een sketchy mannetje discussieerde over de grootte van haar driehoek schaamhaar. Maar ik begin me stilaan af te vragen waar dit verhaal naartoe gaat. Ik ben van een generatie die zich minder schaamt om haar. Toch doet het me goed de man van middelbare leeftijd naast mij lichtelijk ongemakkelijk maar geamuseerd te horen grinniken. Desmet vertelt met handen en voeten en laat geen ongemakkelijke pose aan de verbeelding over.
Bij de anekdote over de verbouwingen van haar huis, wordt ook de scenografie verklaard. Ze schetst haar leven als een mislukte verbouwing, duikelt uit puinzakken zowel paperassen als schriften vol herinneringen op. Desmet is zowel in de bouw als op het podium een doe-het-zelver: ze bouwt op haar eigen verteltalent. De muzikanten, prominent op een verhoog in het midden van de scène, staan meer te wachten dan werkelijk muziek te maken. Al lijkt ze allesbehalve alleen op de scène te staan. Desmet gaat geen accent of tongval uit de weg om de kleurrijke types te imiteren die haar pad kruisen.
Desmet lijkt een onuitputtelijke bron van entertainende verhalen. Het stopt niet bij het moment waarop ze een partner moet uitzoeken voor een energetische voetvasthouding in een vierkantshoeve in Vught. We horen over de schimmel onder de badkamertegels, haar lief die paddenstoelen plukt in de Pyreneeën en het moment waarop ze met haar beide ouders stond te huilen in de gang van hun huis over het al dan niet plaatsen van een railing rondom een dakterras. Desmet weet niet van ophouden. Dit is zowel vermoeiend als indrukwekkend. Ik zou me vereerd willen voelen, maar ik weet niet zo goed wat ik met al deze persoonlijke informatie ben.
De sappige anekdotes worden sporadisch afgewisseld door een tragische noot. Desmets imitaties van West-Vlaamse familieleden zorgen voor zo veel hilariteit, dat de existentiële angst waar haar vertelling uit voortkomt naar de achtergrond verdwijnt. Dit is een verhaal over intergenerationeel trauma; schaamte als familiale erfenis, met wortels in West-Vlaamse grond.
In het laatste half uur van de voorstelling, refereert Desmet naar eerder vertelde anekdotes. Ze lijkt een ernstige kern te willen uitlichten, maar dit weegt niet op tegen de hilariteit en de omvang van de oorspronkelijke anekdotes. Na heel Vlaanderen te hebben doorkruist eindigen we weer in een tent in West-Vlaanderen. Desmet vertelt ons over een succesvolle ayahuasca trip, waar ze onder invloed van het psychedelische drankje de schaamte als haar uit het putje van een bad uit haar eigen oor getrokken kreeg. Na twee uur en half aan het woord te zijn eindigt ze schijnbaar vredig, in lotushouding, te midden van puinzakken en paperassen, op een houten element op wieltjes. Na verteld te hebben dat zelfs haar moeder had gezegd dat schrappen in die mooie maar lange tekst voor haar toneel geen slecht idee zou zijn, is Desmets verhaal verteld.
Deze monoloog gaat over vrouw, (West) Vlaming en net voorbij de veertig zijn. Over bemoeizuchtige maar bezorgde ouders. Over heel hard je best doen en er toch niet in slagen je leven op orde te hebben. Oh ja, en over ADHD ging het ook nog. Desmets vertelling is krachtig en hartverwarmend authentiek. Aan entertainment geen gebrek. Maar deze aaneenschakeling van anekdotes vertelt niet veel meer dan heel veel over Janne Desmet. Ze neemt geen standpunt in over grotere thema’s die weldegelijk in haar persoonlijke ontboezemingen te herkennen zijn. Het had over moederschap op latere leeftijd kunnen gaan, over de erfenis van grensoverschrijdend gedrag, over de eenzaamheid van dit alles. Veilig in de humoristische anekdotiek blijven deze paden onbewandeld. Ik onthoud dat het verstandig is om jaarlijks de silicone rondom de badrand te vervangen. En al zal ik Desmet dankbaar zijn de dag dat deze tip van pas komt, na twee uur en half theater was ik toch graag met net iets meer gedenkwaardigheden naar huis gegaan.
De speellijst van Arme Tante Danni vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.