Ankers, bomen en gelouterde liefde
Reflecties over vaderschap na Fatherload, Zo gaat het verder en Ik ben een boom
Pieter Martens
© Dim Balsem
Eerst was er het boek van Michael Cunningham, toen volgde de filmbewerking door Stephen Daldry. Twintig jaar later adapteert Eline Arbo Cunninghams The Hours voor het theater. Cunningham liet zich inspireren door Virginia Woolfs Mrs. Dalloway, die we een dag lang volgen tijdens haar voorbereidingen op een feest. In zijn hommage aan Woolfs roman zet hij drie vrouwen centraal. Arbo plaatst hen in een alledaags, maar spectaculair decor.
‘Een dag in het leven van een vrouw’, zegt een man (Steven Van Watermeulen). Hij staat in het midden van een indrukwekkend, ronddraaiend podium. Rondom hem cirkelen een sofa, een bed, een keukentoog, een badkuip en toilet, een bureau, een eettafel, een kast. Dit zijn monochroom zonnig gele, anachronistische, huiselijke ruimtes waarin drie vrouwen leven.
Net als in Woolfs roman volgt Cunningham zijn personages een dag lang: Woolf zelf (afwisselend dromerig en manisch neergezet door Chris Nietvelt), die het plot van Mrs. Dalloway voor zich begint te zien, probeert te ontsnappen aan de saaie voorstad waar ze tegen haar zin woont, de timide huisvrouw Laura Brown (Ilke Paddenburg) die in Het Los Angeles van 1949 worstelt met haar rol als huismoeder en liever verdwijnt in haar lectuur (ze leest Mrs. Dalloway), en de hysterisch-energieke Clarissa Vaughan (Marieke Heebink) die eind twintigste eeuw in New York een feest organiseert ter ere van haar schrijversvriend Richard.
De filmbewerking van Daldry (met Meryl Streep als Clarissa Vaughan, Julianne Moore als Laura Brown en Nicole Kidman als Virginia Woolf) blijft behoorlijk trouw aan het boek waarin de drie vrouwenlevens elkaar spiegelen, maar Arbo voegt in haar theatervoorstelling uitdrukkelijk een extra thematische laag toe aan de roman: de mannelijke blik. Van Watermeulen verbeeldt de schrijver Cunningham en speelt daarnaast een aantal van de mannelijke personages: schrijver Richard en Laura’s zoontje Ritchie. Hij staat tegelijkertijd in en buiten het leven van de vrouwen.
“De filmbewerking van Daldry blijft behoorlijk trouw aan het boek waarin de drie vrouwenlevens elkaar spiegelen, maar Arbo voegt in haar theatervoorstelling uitdrukkelijk een extra thematische laag toe aan de roman: de mannelijke blik.”
Arbo lijkt daarmee de blik van Cunningham te problematiseren. Net als diens personage Richard schrijft hij over vrouwenlevens. Richard heeft namelijk een vuistdikke roman geschreven die voornamelijk over een nauwelijks gefictionaliseerde versie van Clarissa Vaughan gaat. Zij is zijn boezemvriendin, verzorger (hij heeft een vergevorderd stadium van aids) en was ooit, heel even, zijn zomerliefde. In die roman wordt het leven van Clarissa minutieus beschreven. Eigent Richard zich de levens van zijn vrienden en familie toe? ‘Die vrouw in het boek ben ik niet’, zegt Clarissa.
Door een mannelijke verteller centraal op het ronddraaiende podium te zetten, lijkt Arbo te willen tonen hoe dwingend de blik van de mannelijke schrijver is. Van Watermeulen belichaamt een man die méér doet dan enkel kijken: als observator en commentator schrijft en herschrijft hij het verhaal van vrouwen. Deze verteller verbeeldt de kritisch-feministische grondtoon van Arbo: is The Hours wel degelijk een hommage aan Woolfs roman?
Uiteraard is die vraag relevant, maar toch voelt Arbo’s ingreep geforceerd kritisch. Wat me namelijk altijd frappeerde aan de roman van Cunningham was de nederige, nauwgezette studie die hij maakte van Woolfs leven en stijl. Ik las The Hours als een integer, hedendaags eerbetoon aan de leef- en verbeeldingswereld van Woolf. De verbeelding en problematisering van Cunninghams male gaze die Arbo centraal zet, voelen onjuist en gezocht.
“Ik las The Hours als een integer, hedendaags eerbetoon aan de leef- en verbeeldingswereld van Woolf. De verbeelding en problematisering van Cunninghams male gaze die Arbo centraal zet, voelen onjuist en gezocht.”
Stilistisch adapteert Cunningham de subtiele perspectiefwissels die zo kenmerkend zijn voor Woolf. De innerlijke monologen van Clarissa Dalloway worden bijvoorbeeld doorspekt met een observatie van een voorbijganger. De parallellen tussen de personages in Mrs. Dalloway (waarin de dichter Septimus een getroebleerde schaduw vormt van Clarissa Dalloway) worden doorgetrokken in de keuze voor drie vrouwenlevens die elkaar (vooraf)spiegelen. Voor Arbo vormen die stilistische elementen een speeltuin. De perspectiefwissels en de parallellen tussen personages worden uiteraard gevisualiseerd door het steeds doordraaiende decor. Er zijn echter ook minder subtiele ingrepen, zoals een foto van Virginia Woolf op de cover van Laura’s boek. Prachtig is het, in zijn ondubbelzinnige eenvoud, wanneer Woolf luidop passages uit Mrs. Dalloway verzint, die door Laura worden voorgelezen terwijl ze in bed leest, of wanneer beide personages naast elkaar in de sofa hun kapsel proberen fatsoeneren.
Daarnaast kleden de acteurs zich regelmatig opzichtig om door kostuums – letterlijk – uit de kast op het podium te halen om duidelijk te maken dat ze van rol wisselen. Hanna van Vliet en Jesse Mensah nemen de bijrollen (familie, partners, vrienden) op zich. Het is sterk hoe Van Watermeulen switcht tussen zijn beschouwende rol en Laura’s zoontje Ritchie dat waarschijnlijk meer begrijpt van zijn moeders wanhoop dan ze denkt. Zijn perspectief als verteller-schrijver zorgt voor scherpte en humor. Via simpele uitingen zoals ‘ze liegt’ of ‘zegt ze’, toont hij de interne monologen en de vertelstem die in de filmbewerking verloren gaan.
De binnenwerelden van de personages worden, net zoals in de film, geïntensiveerd door muziek. Kenmerkend voor Arbo zijn de speelse, muzikale elementen die ze in het ITA-universum binnenbrengt, en dat is in De uren niet anders. Terwijl de dagelijkse bezigheden van de personages in de film sterk worden aangezet door de lyrische soundtrack van Philip Glass, worden ze op de bühne begeleid door live zang en keyboards. Mensah en van Vliet zingen live, als een soort commentaarstem. Arbo trekt daarbij een heel ander register dan in de verfilming. Ze lijkt zich te hebben afgevraagd welke soundtrack onze dagdagelijkse levens begeleidt. Het antwoord: (synth)popnummers – soms dromerig, dan weer upbeat – met Engelstalige songteksten. Ik herken ‘She’s the one’ van Caribou, en herhaaldelijk horen we het refrein van de indiesong ‘I See Darkness in You’. Die nummers lijken echter verdwaald in de voorstelling. Het werkt beter wanneer niet alleen Mensah en Van Vliet, maar ook de drie vrouwelijke hoofdpersonages meezingen – letterlijk samen hun stem laten horen. Toch blijft de keuze voor popmuziek wringen. De haast naïeve, basic uitvoering van de nummers klinkt vreemd frivool en banaal in contrast met het indrukwekkende decor. Het leven is natuurlijk ook banaal en zowel Cunninghams roman als Arbo’s theaterbewerking thematiseren net de waarde van ogenschijnlijk banale momenten. De muziek slaagt er echter niet in om de grootsheid van het kleine weer te geven en klinkt losgezongen van de complexe binnenwereld van de personages.
De vrouwen kopen bloemen. Ze bakken taart. Ze bereiden krab. Ze doen dat voor ‘hun’ mannen: voor Richard, voor Laura’s jarige man. Woolf schrijft. Zij wordt bediend door haar personeel, betutteld door haar bezorgde man en door doktersadviezen. De vrouwen hebben een partner. Woolf is getrouwd met Leonard. Laura is getrouwd met Ben en zwanger van een tweede kind. Ze droomt van een leven tussen de boeken, weg van het monotone huiselijke bestaan. Eind twintigste eeuw kan New Yorker Clarissa een openlijk queer bestaan leiden, samenlevend met haar partner Sally. Ze heeft op haar eentje een dochter gekregen.
De vrouwen schikken bloemen in vazen. Ze krijgen onverwacht bezoek. Ze geven een kus op de mond (in een opwelling aan de buurvrouw, aan een partner, een zus, een doodzieke vriend). Die parallellen lopen als een rode draad doorheen de vrouwenlevens op de bühne, terwijl het decor van hun leven rond- en ronddraait. De uren glijden voorbij, soms haast onmerkbaar bewegend, soms razendsnel: eettafel, bureau, keuken, kast, badkamer, sofa. De metafoor van het ronddraaiende podium is weinig subtiel, maar het is een visueel sterke en inhoudelijk treffende vondst. Ondertussen versterkt het fantastische lichtontwerp de sensatie van verglijdende tijd: het serene, zachte ochtendlicht, de felle stralen en langer wordende schaduwen van een haast manische namiddag en een enkele lamp die een avond doet oplichten na een bewogen dag.
‘Er moet iemand dood’, prevelt Woolf. Een van de personages moet sterven, zodat de anderen het leven kunnen omhelzen. In die zin is De uren een pleidooi voor het leven, ook al is de dood constant aanwezig. Opvallende vanitassymbolen benadrukken de vergankelijkheid van het leven. De bloemen, waarmee zowel de roman van Woolf als Cunningham beginnen, springen natuurlijk in het oog. Overal op de bühne duiken kleurrijke snijbloemen op, die tijdens een prachtige, met kitsch flirtende scène rechtopstaand op het bed worden geschikt: in het midden prijkt Woolf als de stervende lijster waarvoor de kinderen van haar zus een doodsbedje opmaakten in de tuin. We krijgen ze haast door de strot geduwd, maar de vanitassymboliek werkt. Arbo’s symbolisch geladen beeldtaal is expliciet, groots, gestileerd en meeslepend.
“De uren bezingt de schoonheid van queer vrouwenlevens doorheen de tijd, ondanks wanhoop, verval en dood. De voorstelling is een eerbetoon aan het alledaagse geluk, dat we pas achteraf als dusdanig herkennen.”
Toch is het gek dat ik zowel bij de roman als bij de filmwerking geraakt werd door wat (subtieler) werd getoond of aangeraakt: de wanhoop en de hoop van drie vrouwen doorheen de tijd. Misschien ligt het aan de vaak schrille speelstijl van de acteurs en de wat manische invulling van de personages, misschien ligt het aan het spectaculaire decor, maar de grootse theatralisering van Arbo overschaduwt al te zeer het kleine, kwetsbare en geschakeerde in The Hours.
De uren bezingt de schoonheid van queer vrouwenlevens doorheen de tijd, ondanks wanhoop, verval en dood. De voorstelling is een eerbetoon aan het alledaagse geluk, dat we pas achteraf als dusdanig herkennen. ‘Een uur hier of daar waarin ons leven, tegen alle waarschijnlijkheid en verwachting in, lijkt open te barsten en ons alles geeft wat we ooit hebben gewild’, mijmert Woolf voor ze van het podium verdwijnt. Een prachtig einde, een citaat als een toost op het leven. Jammer dat Arbo ook dat letterlijk neemt, en de acteurs tot slot laat proosten op de tonen van een laatste, flets popnummer.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.