Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Eugenia Kais
Lola Arias is een bekroonde, Argentijnse schrijver en theatermaker die met haar voorstellingen wereldwijd op tournee gaat. In 2024 won ze de prestigieuze International Ibsen award. Haar werk is multidisciplinair en literair getint. Afgelopen weekend stond ze met haar laatste creatie LOS DÌAS AFUERA in DE SINGEL. Kort omschreven kan je deze voorstelling een musical met ex-gedetineerden noemen. Gelukkig is het eigenzinniger en weerbarstiger dan dat. LOS DÌAS AFUERA houdt een gebalanceerd midden tussen documentaire-theater, musical, rock-optreden, performance, ballroom en autofictie literatuur. Arias slaagt erin om hier een interessante, prikkelende mix van te maken die bijzonder eigentijds en fris aanvoelt. De voorstelling is een politieke aanklacht tegen de overbevolking van de Argentijnse gevangenissen, maar ook een filosofisch verzet tegen het grotere juridisch systeem dat het steeds weer op dezelfde bevolkingssoort (in het bijzonder queer en trans mensen) gemunt lijkt te hebben.
Een rijtje mensen loopt parmantig met een sluwe grijns in lange, zwarte gewaden met pronte borst vooruit door de publieksruimte richting podium. Eerst ontstaat er kort verwarring bij de toeschouwers, maar dit is natuurlijk het begin van de voorstelling. Het is een vette knipoog. Het gaat hier namelijk om een bende Argentijnse queers met getatoeëerde huid die zich verkleden als orkestmuzikanten in DE SINGEL van Antwerpen, een instituut waar zoveel klassieke muzikanten zowel serieus als sacraal het podium bestijgen. Alleen zal die laatste groep zich niet snel onder het plebs wagen, zij nemen wel de weg naar de scène die speciaal voor hen, les artistes, bestemd is, netjes afgescheiden van de toeschouwers.
De lange, zwarte jurken worden op scène al snel uitgetrokken en ingewisseld voor kortgewiekte jeans shortjes. Op het podium barst het van levensvreugde. In de verschillende scènes kijken de ex-gedetineerden met een sociologische, zacht kritische lens naar hun eigen verleden. Ze tellen de dagen dat ze vrij zijn, doen er alles aan om niet terug in de gevangenis te belanden. Dit is de paradox: het is hun gevangenisverleden dat hun heerlijke, onbeteugelde heden als acteurs van een internationaal theatergezelschap mogelijk maakt. Natuurlijk, denk ik, is een job in het theater een mogelijke uitweg voor ex-gedetineerden. Een meer burgerlijke job vraagt namelijk een blanco strafblad. Dit klopt als voorstelling, denk ik, niet alleen omdat Arias de groep niet in een stigmatiserende regie plaatst, maar ook omdat ze als theatermaker zo eveneens het nut van de professionalisering van kunst bewijst. Nog niet alle (correct) betaalde jobs van de wereld zijn opgeslokt door de drang naar burgerlijkheid.
“Dit is theater dat niet zomaar de wrede wereld representeert, maar utopisch uitreikt naar andere, mogelijke, toekomstige werelden waarin samenleven niet zo’n conflictueus mijnenveld is.”
Het spelplezier en de trots van de performers spat er af, wat enorm aanstekelijk werkt. Heerlijk is het om in deze turbulente wereld mensen op een grote scène te zien staan die weliswaar een uitdagend dagelijks leven moeten kennen, maar geen greintje cynisme of verslagenheid tentoonspreiden. Er is niemand van de groep die een ander overstemt. Zo heerst er een rimpelloze, horizontale en utopische dynamiek. Het is een groepsdynamiek die elders in de “echte” wereld vrijwel niet bestaat. Dit is theater dat niet zomaar de wrede wereld representeert, maar utopisch uitreikt naar andere, mogelijke, toekomstige werelden waarin samenleven niet zo’n conflictueus mijnenveld is.
De grote aluminium stelling die op scène staat mag, ondanks de vreugde, telkens weer een bittere herinnering zijn aan de koude aanwezigheid van tralies. Doorheen de voorstelling zijn er namelijk verschillende projectiebeelden van gezichten, wolken, vuur, … die achter de tralies van het stellingenwerk getoond worden. Toch zullen er steeds weer gordijnen worden opengeschoven en dichtgedaan, als naschokken van gebeurtenissen die even kunnen oplaaien om daarna weer te verdwijnen. Rechts naast de stelling staat een halve auto op scène. Het is een letterlijk, nostalgisch symbool dat vrijheid en autonomie moet voorstellen. Het is vooral Ignacio Rodrigues, een transman, die zijn handen aan het wiel zet, zo de koers van de voorstelling bepaalt en voor vaart zorgt.
De manier van vertellen in de tekst is gestroomlijnd. Dit duidt erop dat het niet de spelers zelf zijn die ongebreideld vertellen, maar er is een auteur aan het werk geweest die een uniform geheel heeft gemaakt van deze verschillende, complexe levens. Een vraag die je je hierbij kan stellen is in welke mate de mensen dan zelf echt aan het woord komen? Moet dat dan überhaupt? Of is er toch iets dat wringt met het strakke kader van de identiteitspolitiek dat ons wordt voorgehouden? Wat is de zin van met “echte” ex-gedetineerden te werken als je hun taal vervormt, gekunsteld en fictief maakt? Waarom zoek je als maker in de lichamen naar het echte, maar mag de taal verbeeldingsgericht zijn? Dit zorgt voor een frictie in Lola Arias’ poëtica die, volgens mij, nooit volledig opgelost wordt. Driekwart doorheen de voorstelling — nadat ik al meer dan een uur uitbundig had kunnen grijnzen en genieten van de levensvreugde van deze mensen — begon er namelijk een verlangen in me op te rijzen om iets van hen te zien of te horen dat brutaal uit de noemer van hun bepalende identiteitsmarkeringen zou breken. Dit kan echter ook een goed verlangen zijn om te voelen als toeschouwer: hoe je zodanig meevoelt met de spelers dat je er hartstochtelijk, net zoals hen, op begint te hopen dat ze voor de maatschappij ook iets meer kunnen zijn dan zomaar ex-gedetineerden. De gekunsteldheid van de taal staat zo symbool voor het rigide juk dat de maatschappij aan hun lichamen oplegt.
Naarmate de voorstelling vorderde, werd ik tevens ongeduldig door de letterlijkheid van de enscenering. Een letterlijkheid die ik in het begin nochtans bijzonder aanstekelijk had gevonden. Zoals bij de scène hoog in de geprojecteerde wolken met de onnozele reiskoffertjes, dromen waar ze op de maat van een popliedje licht doorheen walsten. Maar na verloop van tijd vroeg ik me wel af of deze levensvormen, net zoals iedereen trouwens, ook eens recht kunnen hebben op wat abstractie? Daarmee doel ik bij de performer op een onbestemde ruimte die zich ophoudt tussen aan- en afwezigheid, waar je jezelf kan heruitvinden, zonder dat je je voortdurend als iets vasts en bepaalds moet presenteren aan een publiek.
Dit gezegd zijnde, gebeurt het niet zo vaak dat een dramaturg tijdens een voorstelling haar kritische en naar motieven zoekende blik uitgeschakeld kan houden. Ik kon LOS DÌAS AFUERA grotendeels gewoon op me laten af komen. Dat is omdat Lola Arias bewust, intelligent en (zelf-)kritisch creëert waardoor ze niet in valkuilen trapt zoals stigmatisering of haar personages in een eenduidige slachtofferrol duwen. Ze hanteert een vanzelfsprekende politieke correctheid zonder dat ze er vervelend mee hoeft te pronken. Dit zorgt niet alleen voor een fluïde vertelling, maar ook voor een diverse representatie van een groep mensen die focust op vreugde, verbondenheid en het najagen van geluk, in plaats van op mislukking, trauma en depressie.
Na de voorstelling dronk ik nog even met mijn gezelschap iets op het terras van de artiestenfoyer. Uitgelaten stormden de performers naar buiten. Hier was het bewijs dat de vreugde op scène oprecht – hoe kon het ook anders? – was geweest. Ignacio, een van de performers, wierp één blik op ons en kwam ons beiden een zoen op de wang geven om ons te bedanken dat we waren komen kijken. Wat een teder en belangwekkend gebaar van hem, zeker nu de internationale politiek alsmaar meer onze verdwijning predikt.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.