Ankers, bomen en gelouterde liefde
Reflecties over vaderschap na Fatherload, Zo gaat het verder en Ik ben een boom
Pieter Martens
© Wannes Cré
Een stamppot is een gerecht met aardappel en groenten. Het is ook de naam van de kersverse sociaal-artistieke werking van Mechels Kunstencentrum nona. Dus move over, patattenpuree, want vanaf nu verwijst Stamppot in de eerste plaats naar een enthousiast collectief, op poten gezet door Maja Westerveld en bestaande uit een groep spelers met en zonder kwetsbare achtergrond. Hun eerste voorstelling heet Prova Nostra (Italiaans voor ‘onze repetitie’) en gaat zeer toepasselijk over een groep spelers die een voorstelling maakt.
Het is een mooi gekozen titel, Prova Nostra, zeker als je weet wat er voor Stamppot allemaal onder de noemer repetitie valt. Samen eten, samen verjaardagen vieren, samen naar voorstellingen gaan kijken en daar inspiratie uit putten, samen plezier en verdriet delen, ontdekken wie op welke manier kan stralen op een podium en nog meer eten, zo valt te lezen in De Stamppotter, de halfjaarlijkse krant waarin het collectief laat zien wat er in de theaterkeuken gebeurt. In die theaterkeuken staan, naast Westerveld en haar spelers, ook twee zorgcoördinatoren die erop toezien dat niemand aan het lot wordt overgelaten, zowel tijdens de repetities als tijdens de voorstelling.
Na al dat samen zijn, moet het schrijven van het stuk zelfs nog beginnen, een taak die Westerveld als ervaren theatermaker en huisartiest van nona op zich neemt. Westerveld heeft ervaring met en een grote passie voor sociaal-artistiek theater. Het mag dan ook niet verbazen dat ze dit project zo grondig aanpakt: met een eigen krant, een zeer betrokken omgang met haar spelers en zelfs een kleine expo die in nona loopt. Voor Nostra Mostra, onze expo, vroeg ze kunstenaars van Kunstencentrum De Loods in Duffel, een plek die inzet op de relatie tussen kunst en psychiatrie, om zich voor hun beeldend werk te laten inspireren door de repetities van Stamppot. Door zoveel netwerken en werelden samen te wortelen in nona geeft Westerveld een prachtig voorbeeld van hoe gemeenschapsvorming in het theater ook buiten de muren kan doorwerken.
“Door netwerken en werelden samen te wortelen in nona geeft Westerveld een prachtig voorbeeld van hoe gemeenschapsvorming in het theater ook buiten de muren kan doorwerken.”
‘Scene one. Take ten’, wordt omgeroepen. Het schemert op het podium, het licht flakkert af en toe op, er hangt die mist die alleen afkomstig kan zijn van de broeierige sfeer op een filmset. ‘Action.’ Een man snijdt een kartonnen doos open en haalt daar achtereenvolgens een gereedschapskist, een heleboel houten attributen en een rood gordijntje uit. Terwijl vanuit het geroezemoes langzaam zijn medespelers tot leven komen, timmert de man op zijn dooie gemak een miniatuurtheater in elkaar.
In groeiende bedrijvigheid wordt een plek gebouwd. Het ontstaan en transformeren van die plek zal gedurende een groot deel van de voorstelling een belangrijk element van de actie blijven. Zoals wanneer een vrouw op een yogamat zich plots bedenkt dat ze haar sporttas nodig heeft en dwars door rijen keurig opgestelde stoeltjes banjert. De stoeltjes worden meteen weer rechtgezet door een van de andere spelers. Om nadien weer door elkaar gegooid te worden, ditmaal door een burgemeester die een telefoon moet opnemen.
Steeds maar proberen die stoelen in nette rijen te krijgen: het is een perfecte metafoor voor het leven. Net wanneer je denkt dat je eindelijk alles op orde hebt, komt de orkaan Shit Happens eraan, die de orde door elkaar waait, en dan kan je weer opnieuw beginnen. Het doet denken aan een citaat van de zeventienjarige Roos in de Stamppotkrant. ‘Ik had altijd een levensplan. Vanaf mijn zesde wist ik exact wat ik ging doen in mijn leven. En dan is dat helemaal verwaterd na de eerste keer blijven zitten, dus heb ik een nieuw levensplan gemaakt en dat is ook helemaal verwaterd. En dan heb ik weer een nieuw levensplan gemaakt en dat gaat nog komen, denk ik.’ Ik zou het, vijftien jaar nadat ik zelf voor de eerste keer bleef zitten, niet beter kunnen verwoorden.
Er wordt druk gewerkt tijdens de repetitie en weinig gesproken: stapels papieren vliegen door de lucht, het geluid van tikmachines vult de ruimte. Wanneer de fanfare opwandelt en nog snel een lintje wordt gespannen voor het miniatuurtheater, komt de burgemeester aangelopen om het nieuwe gebouw in te huldigen. De rode loper is te kort, dus die moet voortdurend verlegd worden om de burgemeester bij te houden. Het leidt tot hilariteit. Net zoals de handdruk van de burgemeester – inclusief fotoglimlach – die maar niet ophoudt. Zeker twee minuten blijft hij de hand van de architect schudden.
Wanneer een oudere man uiteindelijk het woord neemt om de feestelijke opening te vieren is dat meteen met het grote gebaar, met een megafoon én een micro. Hij haalt een verfrommeld briefje uit zijn schoen. ‘Goeienavond’, begint hij. ‘Blij u te zien bij deze voorstelling.’ Zijn welkomstwoordje is echter van korte duur. ‘Ja, sorry, ik kan het niet lezen’, en het papiertje verdwijnt weer in de schoen. Met veel gepiep en gekraak worden achteraan het podium dan maar de woorden ‘Prova Nstra’ opgetakeld. Zoals het hoort in Westervelds universum is niets hélemaal perfect. De tweede ‘o’ wordt vervangen door een enorm grote ronde lamp.
Nu de naam van de voorstelling daar hangt te blinken, moet er iets beginnen. Het begint zo: een man staat op het podium in een nette broek. Een vrouw passeert hem met een plantenspuit. Een man staat op het podium in een natte, nette broek. De broek wordt afgestroopt en de man in bad gestopt. In een referentie aan een waanzinnig vieze scène uit Harmony Korine’s film Gummo (1997), eet de man spaghetti bolognese in zijn grauw uitziende bad. Ergens tikt een klok een heel klein beetje uit het ritme. Het geluid is bevreemdend, verstorend zelfs. Westerveld blinkt uit in het oproepen van werelden via kleine ingrepen met beweging, licht en geluid. Zo slaagt ze er bijvoorbeeld ook in om een kleine groep van tien mensen te laten transformeren tot een hongerige meute, een grommende, blaffende massa die aanvalt op een blauwe taart.
“De performers lipsyncen de tekst die bij hun personage hoort, wat alles een licht bevreemdend karakter geeft. Het is de humor en fantasie waar Westerveld een patent op heeft.”
Dat grommende geluid brengen de spelers overigens niet zelf voort. Bijna alle geluiden en de weinige tekst worden via voice-over gebracht. De performers zelf lipsyncen de tekst die bij hun personage hoort, wat alles een licht bevreemdend karakter geeft. Het is de humor en fantasie waar Westerveld een patent op heeft. Het beste voorbeeld daarvan is een prachtige, gevleugelde godin in een gouden pak die opera playbackt terwijl naast haar een muzikant op een kartonnen afbeelding van een harp tokkelt. Dat haar mond geheel niet beweegt volgens de regels van het lied, maakt weinig uit, want ze straalt en in dit universum waarin niemands stem echt aan een lichaam verbonden lijkt, klopt het.
Waar die man met die spaghetti intussen is? Nog steeds in bad. Met het vlekkerige servet over zijn hoofd gedrapeerd. Hij staat pas op als alle anderen van de scène verdwenen zijn en de telefoon weer rinkelt. Wat hem verteld wordt is niet duidelijk, maar dat het dringend is wel. Het zet een volgende scène in gang, en een volgende, en een volgende.
“Een duidelijkere inhoudelijke lijn had Prova Nostra vermoedelijk naar een hoger plan getild.”
Wanneer ook nog drie gezapige Oude Grieken het podium betreden, met een baard die ze moeten optillen om hun wijn te kunnen drinken en met krekelgetsjilp om de leegte van hun gedachten te verklanken, rijst de vraag wat de precieze samenhang is tussen alle verschillende scènes die Westerveld toont. Misschien is er niet meer samenhang nodig dan de grote goesting van het repeteren, maar wanneer ook de drive daarvan wegvalt – de muziek wordt wel erg rustig, de actie wordt tot een steeds kleiner minimum beperkt – verslapt de spanningsboog van de voorstelling en schiet er te weinig over om de toeschouwer geboeid te houden.
Een duidelijkere inhoudelijke lijn had Prova Nostra vermoedelijk naar een hoger plan getild. Als de acteurs bijvoorbeeld voor één specifiek stuk zouden repeteren, zou dat nog steeds alle chaos en schoonheid toelaten die nu in de voorstelling zitten, maar zou het geheel meer focus hebben. Het is daarnaast niet duidelijk waarom Westerveld geen ander narratief dan het loutere repeteren van opeenvolgende scènes in het scenario schreef, want zelfs een repetitie is vermoedelijk toch meer dan alleen een opeenvolging van beelden en gebeurtenissen. Het is een snelkookpan voor emoties, oud zeer en gespannen relaties, maar ook voor herontdekkingen van de ander en jezelf. Dat weet Westerveld als uit-de-grond-Stamppotter waarschijnlijk als de beste.
‘Action’, wordt er nog één keer geroepen. En actie krijgen we. In sneltempo razen de spelers van ‘To be or not to be’ langs ‘Romeo oh Romeo’ naar – het woord is gevallen – ‘Macbeth’. We zijn in The Globe, onmiskenbaar. Een greep uit de meest theatrale Engelse koningen galoppeert langs op een stokpaard. Het licht werpt een roze gloed over de scène. Twee acteurs in toga rollen vechtend over de vloer en intussen rijgt een rustige voice-over citaten uit Shakespearestukken aan elkaar. De decorstukken en kostuums vliegen door de lucht. Op de tonen van There’s no business like showbusiness paradeert Hamlet voorbij, babbelend met een schedel. In een prachtige heropleving van het stuk gaan alle koningen met elkaar op de vuist. Het roze scènelicht weerkaatst in de blinkende ogen van de spelers.
Het zal vast zo zijn zijn, dat er no business like showbusiness is, maar Prova Nostra is zoveel meer dan alleen show. Het is een show die dankzij Westervelds empathische en integere aanpak voort zal duren lang tot na de laatste voorstelling. Wanneer de spelers hun applaus in ontvangst nemen, hebben ze zichzelf letterlijk vast gebeiteld op het podium: door al wat ze opgebouwd hebben kunnen ze bijna niet meer terug de coulissen in. Het geeft niet, ze verspreiden zich in groepjes van twee of drie achteraan het podium, ze praten na, lijken hun publiek al bijna vergeten. Zij moeten de coulissen niet meer in, nooit meer.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.