© Orpheas Emirzas

Leestijd 6 — 9 minuten

Verlangen naar ruimtes voor gedeelde ervaring

Kan Trajal Harrell binnen het Holland Festival een publieke ruimte creëren?

Eerder deze maand kondigde het Holland Festival zijn programma aan waarmee het volgens jaarlijkse gewoonte in juni in Amsterdam zal terugkeren. Dit jaar ondergaat het festival echter een verandering die het onderscheidt van eerdere edities, grotendeels dankzij de associate artist Trajal Harrell die voor een andere publieksbeleving van het festival koos. Harrell creëert als het ware een heropvoering van een historische ruimte die belangrijk was voor de oorsprong van butoh in Tokio in de jaren 1960. Kan een dergelijke belofte waargemaakt worden binnen de vaste kaders van het festival? 

In Likeminds, een voormalige loods aan het IJ in Amsterdam-Noord, verrijst een hybride ruimte: een podiumzaal met een publiekstribune in open verbinding met een ontmoetingshal. Deze tot studio getransformeerde ruimte zal niet enkel optreden als theater, maar ook als salon waar dansers en publiek elkaar kunnen treffen. Zo kiest Harrell voor intensivering van de artistieke dialoog op één plek, in plaats van een diffuus programma verspreid over verschillende locaties in de stad. Deze enclave belooft het kloppende hart van het festival te worden, een broedplaats waar ook Harrells eigen werk ter plekke in wisselwerking treedt met andere dansers en makers. Hiermee verruilt Harrell de vastomlijnde thematische clustering voor een nadruk op het proces en de dynamiek van het maken zelf. De performances zijn dan ook merendeels improvisatiewerken, of worden ten tijde van het festival geproduceerd. Naast voorstellingen zal het festival hier ook ruimte bieden aan lezingen, nagesprekken, dansworkshops en feesten. 

De naam van deze ruimte, Welcome to Asbestos Hall, is te danken aan Harrells meer dan een decennia durend onderzoek naar ankoku Butō-ha, kortweg butoh, de Japanse dans van de duisternis. Tatsumi Hijikata, die samen met Kazuo Ohno beschouwd wordt als de grondlegger van butoh, kreeg een ruimte van zijn schoonvader in de jaren 1950 die hij ombouwde tot dansstudio en doopte tot ‘asbestos hall’. Het is hier dat butoh gestalte kreeg. Hijikata werkte nauw samen met Ohno om het groteske, de dood, verval en taboe te ondervinden door middel van dans. In lijn met Hijikata’s beschouwing dat dans inherent radicale ideeën kan dragen, werd butoh een vorm van expressie die rigiditeit en vastigheid afzweert. Een lichamelijke subversie van het gevestigde.

Hijikata’s hechte banden met kunstenaars en schrijvers, onder wie de omstreden schrijver Yukio Mishima, vormden een voedingsbodem voor butoh. Deze dans ontsprong niet in isolement, maar in een voortdurende dialoog met literatuur en beeldende kunst. Wat wordt beschouwd als de eerste butoh-voorstelling noemde Hijikata Kinjiki (1959), een directe verwijzing naar Forbidden Colors (1951), de Engelse titel van een roman van Mishima. De asbestos hall werd een repetitietheater, salon en bar voor iedereen die deel uitmaakte van Hijikata’s kringen. Naar verluidt werd er evenveel gerepeteerd en over kunst gepraat, als dat er werd gefeest en gedronken. Deze ‘dirty avant-garde’ tastte op de naoorlogse ruïnes naar een nieuwe beeldtaal die aansloot op de veranderde wereld waarin zij zich bevonden. Butoh was naoorlogs en tegendraads, en het wordt vaak omschreven als antiwesters. Het was echter meer dan alleen een reactie op de inmenging van westers populair toneel in de Japanse theaterwereld. Het was een algehele verzetting tegen dans als spektakel, tegen dans als gig voor commerciële doelen. 

In de vooraankondigingen van Harrells Welcome to Asbestos Hall komt butoh veel ter sprake bij het Holland Festival. Daarom wordt een randprogramma opgezet waar Harrells referentiekader via bewegend beeld wordt belicht – een visuele verdieping van Hijikata’s asbestos hall. In samenwerking met het Eye Filmmuseum zullen er bij de opening en de afsluiting van het festival filmavonden over butoh georganiseerd worden. Het zijn niet vaak vertoonde korte films en andere archiefbeelden die de beginjaren van Hijikata’s voorstellingen vastleggen, en daarmee ook een glimp geven van de avant-gardisten die deel uitmaakten van Hijikata’s kring en de prille jaren van butoh. 

Volgens Holland Festival is het doel van Welcome to Asbestos Hall niet om een eindresultaat na een lang maaktraject voor te stellen, maar om een tintelende, dynamische ruimte te delen met makers, dansers en bezoekers, waar af en toe momenten van presentatie zullen zijn. Op deze manier wil het festival dit jaar het experiment als grondhouding omarmen. Tijdens de zogenoemde visits nodigt Harrell choreografen en performers uit om hun werk te delen midden in het proces van maken. Er zijn vijf visits, voor nu alleen nog te onderscheiden door hun nummering. Waar je precies als bezoeker een kaartje voor koopt, weten de dansers zelf ook nog niet. Zo probeert Harrell het lineaire maakproces in Welcome to Asbestos Hall te ontwrichten. 

Naast de dansers van zijn onlangs opgezette dansgezelschap Zürich Dance Ensemble heeft Harrell verschillende choreografen, dansers en muzikanten uitgenodigd: onder anderen Craig Taborn, Takao Kawaguchi, Marc Vanrunxt, Vitor Hamamoto en DD Dorvilier. Kostuumontwerper Stephen Galloway komt naar het festival voor een panelgesprek en zal wellicht ook op andere manieren betrokken zijn bij de visits. Het is ongetwijfeld een samenkomst van makers om naar uit te kijken. 

“Hoe creëer je een ruimte die radicaal open en experimenteel is binnen een vooraf gestructureerd evenement? Laat zich daar überhaupt ter plekke een dynamiek ontvouwen?”

In het aankondigingsfilmpje verklaart Harrell dat de spirit van Hijikata’s asbestos hall zal worden nagemaakt tijdens het festival. Maar kan zoiets ontstaan binnen de contouren van een instituut? Hoe creëer je een ruimte die radicaal open en experimenteel is binnen een vooraf gestructureerd evenement? Laat zich daar überhaupt ter plekke een dynamiek ontvouwen? Het reconstrueren van een studioruimte van zestig jaar geleden binnen de gedefinieerde kaders van een theaterfestival brengt evidente moeilijkheden met zich mee. Zo een energie laat zich niet zomaar herhalen en vertalen. Een ticket van vijftien euro voor een bezoek van gemiddeld dertig minuten lijkt haaks te staan op het soort bruisende, ongedwongen samenkomst dat asbestos hall ooit was.

De heropvoering van asbestos hall is een mooie onderneming – mits de verwachtingen niet te hooggespannen zijn. Het is uiteraard geen reconstructie van het origineel en moet niet als zodanig worden begrepen, ook al zijn naam en functie letterlijk overgenomen. Daarnaast zal het festival enigszins trouw moeten blijven aan de principes waarop Hijikata’s ruimte was gestoeld. ‘Fast and dirty’, zoals Harrell het in het aankondigingsfilmpje omschreef, zal het vermoedelijk niet zijn. Maar het openbreken van een theater- en dansfestival van het formaat van het Holland Festival is desalniettemin een betekenisvolle stap. Misschien brengt een ruimte als deze de danswereld dichter bij waar ze zo naar snakt: een gedeelde ervaring, een samenzijn, een fysieke aanwezigheid waarin lichamen niet alleen worden bekeken, maar elkaar ontmoeten. Een publieke ruimte die spontaan is en openstaat voor duurzame maakprocessen. 

Er schuilt een impliciete belofte in zo’n studio-constructie: geen gepolijst spektakel, afstemming van tijdstippen en locaties die feilloos corresponderen met de programmeringsflyer. Geen performance die iedere dag weer in dezelfde mal wordt gegoten, ook geen vooraf afgesproken rol van wie de toeschouwer is en wat de danser doet. Zo een belofte legt een pijnpunt bloot: een tekortkoming in de bredere kunstscène in Nederland en elders in Europa. Blijkbaar hongeren we naar een veelzijdige ruimte met rauwheid, spontaniteit, openheid. Publieke ruimtes zijn steeds vaker functioneel ingeperkt voor een vastgelegde manier van handelen. Wat ontbreekt, is een ruimte die werkelijk publiek is — die openstaat voor leven in de breedste zin van het woord. Een plek waar we niet alleen kijken en applaudisseren, maar waar we zelf ook dansen en samen zijn onder hetzelfde dak. Laten we hoopvol Harrells asbestos hall verwelkomen, zelfs al blijft het bij een ideaal. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 6 — 9 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Mirna Vrdoljak

Mirna Vrdoljak studeerde kunst en filosofie in Amsterdam, en specialiseerde zich in haar onderzoek vooral op dans. Ze schrijft regelmatig voor kunsttijdschriften en werkt als redacteur.

essay

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!