Godo © Matthias Baus

Leestijd 9 — 12 minuten

I Grotteschi – de Munt/Rafael R. Villalobos & Cappella Mediterranea o.l.v. Leonardo García-Alarcón

Monteverdi in de mix

Hoe kan opera de sprong maken naar een volwaardig postdramatisch genre? Met I Grotteschi zet het Brusselse operahuis de Munt belangrijke stappen, maar er is meer mogelijk. Lena Meyskens ging twee avonden kijken en deelt haar bevindingen.

I Grotteschi bestaat uit twee opeenvolgende avondvullende voorstellingen: Miro en Godo. De opvoeringen zijn een collage opgebouwd uit Monteverdi’s enige drie overgeleverde opera’s: L’Orfeo (1607), Il ritorno d’Ulisse in patria (1640) en L’incoronazione di Poppea (1642). De aandachtige luisteraar zal ook enkele madrigalen van zijn hand herkennen. In totaal tellen deze werken meer dan vijftig personages, een aantal dat voor dit tweeluik werd teruggeschroefd naar twaalf personages, telkens vernoemd naar een karaktereigenschap. De twaalf echoën niet enkel de originele personages, maar ook hun verhaallijnen, aria’s en duetten. Zo is Melancolia (Orfeo), het hoofd van de familie en een dementerende weduwnaar die steeds weer op zoek gaat naar zijn overleden geliefde, het meest letterlijk overgenomen. Esperienza, het hoofd van de bedienden en moeder van de zussen Fortuna en Impazienza zingt onder andere passages van de nimf uit L’Orfeo. Fortuna (Poppea) is de dienstmeid die koste wat het kost hogerop wil raken en een affaire begint met de verwende Privilegio (Nero), wiens vrouw Virtù (Penelope) zwanger is en ondanks de aanmoedigingen van anderen om vreemd te gaan, trouw blijft aan haar man. Dat deze voorstellingen een dramaturgisch en musicologisch hoogstandje zijn, staat als een paal boven water. Voor de kenners is het uitdagend puzzelwerk om te herkennen welk element van waar komt, voor de volgende generatie operagangers vormt deze opera een complexe soap. Regisseur Rafael R. Villalobos noemt het in een interview een family thriller en hoopt dat het wegkijkt als een Netflix-serie. De vraag blijft of deze aanpak voldoende is om opera nieuw leven in te blazen en uit haar strak korset te bevrijden.

Grotesk?

Het is niet de eerste keer dat de Munt een nieuwe opera samenstelt uit bestaande werken van een enkele componist. Vorig jaar nog presenteerde het huis een ander tweeluik: Rivoluzione e Nostalgia, bestaande uit de hoogtepunten van Giuseppe Verdi’s eerste zestien opera’s. De Munt vond deze manier van werken niet uit. Dit gebruik heet pasticcio en dateert uit de barokperiode, waarbij nieuwe opera’s werden samengesteld uit verschillende werken, soms zelfs van verschillende componisten. Alleen is deze toepassing door de jaren heen veel minder gangbaar geworden en halverwege de twintigste eeuw deed Regieoper zijn intrede in de Europese operahuizen. Hierbij krijgen opera’s een nieuwe mise-en-scène, zonder dat er iets aan de tekst of muziek wordt veranderd.

 

Door (opnieuw) te durven knippen en plakken in de operapartituur zet de Munt de eerste stappen in een postdramatische ontwikkeling van het genre – een ontwikkeling waar het teksttheater al lange tijd geleden doorheen ging. De titel I Grotteschi vat vorm en inhoud mooi samen en verwijst naar de muurschilderingen met hybride figuren – dieren en mensen – aanwezig in het decor; de doorsnede van een villa waarbinnen verschillende Italiaanse stijlen samenkomen. De personages worden eveneens gevormd door een mengelmoes van karakters uit de originele opera’s. Daarnaast klinkt ook de hedendaagse betekenis van het woord ‘grotesk’ mee, die zowel door de kitscherige kunst in de villa als door het moreel betwistbare gedrag van de personages wordt gereflecteerd. De ene helft van de personages behoort tot een rijke familie; de andere helft bestaat uit het personeel dat bij de familie inwoont. Degenen onderaan de sociale ladder willen tegen elke prijs hogerop raken en degenen die boven zijn lijken bezeten door het verlangen om alles kapot te maken. Toch is het vaak opvallend druk in de vertrekken van het personeel. De rijke familieleden zoeken regelmatig vertroosting bij degenen die maar al te graag in hun schoenen zouden willen staan. De titels van deze twee delen verwijzen dan ook naar het wereldberoemde duet ‘Pur ti miro, pur ti godo’, wat zoveel betekent als ‘ik bewonder je, ik verlang naar je’. 

Vanwege de twaalf personages met hun gecompliceerde verhaallijnen én de taalbarrière moet je als toeschouwer verdomd goed zijn ingelezen om te kunnen begrijpen wat er gebeurt op de bühne. Je kan een stamboom, beschrijving van de personages en de synopsis bekijken in het programmaboekje. Tegelijkertijd zorgt dit ervoor dat je niet alleen weet wat er gebeurt, maar ook wat er daarna komt. En dat staat juist die bingewatch-ervaring in de weg.

Ik bewonder

Het doek gaat op en we kijken uit op een eclectische villa waar heden en verleden in de aankleding door elkaar lopen. We maken kennis met Sapienza (Jérôme Varnier) die boven in de bibliotheek aan het lezen is. Hij draagt het uniform van de typische intellectueel: een bril, een zwarte coltrui en loafers. Wat later komt zijn efebe (halfvolwassen jonge man in het oude Athene, red.) Capriccio (Federico Fiorio) in een leren korte broek speels binnengehuppeld. De sopranist (mannelijke sopraan, red.) blaast ons onmiddellijk van onze sokken. Het lijkt alsof hij de muziek ademt. Onderaan in het huis doen Virtù (Rafaella Lupinacci) en Fortuna (Giulia Semenzato) hun beklag. 

“Als kijker voel je je al snel voyeur. De uitgekiende belichting maakt van elke scène ook echt een beeld.”

De intriges ontvouwen zich in een huis dat wel een deel lijkt van een Rubik’s Cube. De twee verdiepingen kunnen elk apart in beide richtingen draaien en vormen telkens weer andere constellaties. Omdat het decor consequent draait bij elke scèneovergang ben je er helaas als toeschouwer ook snel op uitgekeken. Wat niet verveelt is de muziek. Het orkest – uitzonderlijk niet dat van de Munt zelf – Cappella Mediterranea verdient meer dan een eervolle vermelding, want het houdt de zaken de volle zes uur ontzettend levendig. De klanken die uit de orkestbak opstijgen blijven dynamisch en fris ondanks de historische bezetting: er wordt op de oorspronkelijke instrumenten gespeeld.

Terwijl Melancolia (Mark Milhofer) ijlend rondloopt in de tuin, probeert Esperienza (Xavier Sabata) de gemoederen te bedaren, terwijl de kern van het drama zich afspeelt rond Sapienza en Privilegio (Matthew Newlin). Sommige scènes worden lang uitgesmeerd in verhouding tot andere, maar dit soort momenten worden elegant gecounterd doordat zich in een andere kamer ook iets afspeelt. Als kijker voel je je al snel voyeur. De uitgekiende belichting maakt van elke scène ook echt een beeld. 

De eerste avond eindigt met een sterk tableau vivant, verspreid over de verschillende kamers, waarbij de doorsnede van het huis een omlijsting lijkt. Muzikaal gaat het op de première op dat moment wel even mis. Het tableau slaat visueel aan, maar de zangers staan erg ver van elkaar en van het orkest. Dit maakt het intoneren zeer moeilijk tijdens het zingen van een madrigaal. Vermoedelijk een risico dat de regisseur durfde te nemen, ten koste van de muzikale kwaliteit.

Ik verlang

Episode twee begint letterlijk en figuurlijk in mineur. Het orkest zet zachtjes in en de kijker treft de zangers wederom in een tableau vivant. In dit deel staan de twee verdiepingen haaks op elkaar in plaats van netjes boven elkaar, wat mee het verval van de familieleden kadert. Fortuna en Privilegio leveren het nodige duw- en trekwerk om toch aan het hoofd van de familie te komen te staan en te regeren over dit ellendige huishouden. 

I Grotteschi pakt uit met een sterrencast die niet alleen vocaal sterk in de schoenen staat maar ook uitblinkt in ‘zangspel’ – iets wat niet altijd evident is in opera. Esperienza is, ondanks haar zwarte kleed en grijze haren, het meest kleurrijke personage en dit laat de countertenor duidelijk horen. Enerzijds is er aan virtuositeit geen gebrek en brengt hij een warme countertenorklank voort, anderzijds durft hij ook lelijk te zingen wanneer de emoties het toelaten of bij wijze van komische pointe. Tegelijkertijd roert deze zanger de gemoederen wanneer hij een slaapliedje zingt voor zijn theaterdochter.

“De mannelijke personages zijn mooi uitgewerkt terwijl de vrouwelijke personages vooral tegen elkaar worden uitgespeeld en jammeren over hun noodlot.”

Ook het fysieke spel van Melancolia gaat niet onopgemerkt voorbij. Vanaf de eerste tot de laatste scène toont deze zanger zich een kwetsbare oude man die je het liefst zou behoeden voor zijn ongeluk. Wanneer na lang wachten eindelijk het ‘Pur ti miro’-duet wordt gezongen, gebeurt dat niet door de personages van wie je het zou verwachten; Fortuna en Privilegio, maar wel door Fortuna en Virtù. Ze zijn niet enkel tot Privilegio veroordeeld, maar ook tot elkaar omdat ze zich maar niet van zijn juk kunnen ontdoen – l’enfer c’est les autres. Dit laatste gaat de gevoelige kijker niet in zijn koude kleren zitten. 

What’s next?

Toch zijn er ook een aantal gemiste kansen. Het is jammer dat het eerste deel niet met een cliffhanger eindigt en het volgende deel niet start met een recap. Gezien dit werk als een ‘serie’ wordt gepromoot, zouden er nog veel meer soap opera-mechanismen kunnen worden ingebouwd om zo tot een daadwerkelijk groteske operacollage te komen. Dat de archaïsche poëzie van de geselecteerde libretto’s niet altijd strookt met wat er op het podium gebeurt, is ontzettend verwarrend. Het gaat hier niet om messcherpe dialogen, zoals in een serie. Wanneer Esperienza plotseling bekent dat ze – spoiler alert – Coraggio’s moeder is, wordt er amper op gereageerd. De bestaande teksten lenen zich daar niet toe, hoewel dit een enorme plottwist is. Bepaalde scènes lijken artificieel gecopy-pasted terwijl andere scènes door de gracieuze regie speciaal voor dit familiedrama lijken geschreven. Sommige plotontwikkelingen kan je lezen in de synopsis, maar moeilijk terugvinden in de gezongen teksten of de enscenering. Ook het gegeven dat de familie in een lockdown zit, valt enkel uit het programmaboekje af te leiden. Nochtans een originele vondst, gezien de historische context van de pest die tussen Monteverdi’s eerste en laatste opera’s Italië lange tijd lam legde. 

“Een volgende stap in de broodnodige ontwikkeling van opera zou de durf kunnen zijn om de libretto’s daadwerkelijk te herschrijven in plaats van ze enkel opnieuw samen te stellen.”

Daarnaast kan je je als kijker niet ontdoen van het gevoel ontdoen dat de regie getekend is door een gay male gaze. De jonge en gespierde blote basten van Capriccio en Privilegio krijgen ontzettend veel screentime. Verder zijn de mannelijke personages mooi uitgewerkt terwijl de vrouwelijke personages vooral tegen elkaar worden uitgespeeld en jammeren over hun noodlot. Ze hebben verrassend weinig agency en blijven aan de oppervlakte. Tot slot zijn de oude namen niet overal veranderd. Soms worden de nieuwe namen gezongen, soms niet. Vermoedelijk omwille van de prosodie, maar ook dit legt de zwaktes van de collage bloot. Een volgende stap in die broodnodige ontwikkeling van opera zou de durf kunnen zijn om de libretto’s daadwerkelijk te herschrijven in plaats van ze enkel opnieuw samen te stellen. Op die manier kunnen zowel tekst, muziek als mise-en-scène hetzelfde concept uitdragen en kan de kijker zonder al te veel studeren meevolgen. Op het puntje van zijn stoel tijdens de voorstelling; waiting for what’s next.

Is het de moeite om terug te komen en tweemaal een drietal uren in het rode pluche te zitten? Opera’s hebben altijd zo lang geduurd en een serie bingewatchen neemt minstens evenveel tijd in beslag. Natuurlijk zat het publiek vroeger niet de volle drie uur stil. Het liep binnen en buiten, rijken deden zaken in de box die ze het hele jaar door huurden en spookten andere zaken uit. Misschien zijn het niet enkel de libretto’s die kunnen herschreven worden, maar ook de sociale etiquette die in het theater huist?

Nog tot 3 mei te zien in de Munt. Klik hier voor de speellijst.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#179

01.03.2025

—

14.09.2025

Lena Meyskens

Lena Meyskens studeerde klassieke zang bij Axel Everaert aan het Conservatorium van Maastricht. In deze periode was ze lid van Karmijnrood Podiumkunst onder leiding van Joost Horward en Peter Stam, zong ze talloze chansonconcerten, begeleid door Bart Rademaekers, en nam ze deel aan masterclasses met Gemma Visser, Ludger Engels en Jan van Opstal in de Jekerstudio. Ze sloot deze periode af met verschillende uitvoeringen van Poulenc’s La Voix Humaine. Vervolgens studeerde ze Franse en Engelse literatuur en theater aan de Vrije Universiteit Brussel. Na verschillende stages als dramaturg bij onder andere OperaBallet Vlaanderen en Toneelgroep Maastricht behaalde ze haar masterdiploma met de hoogste onderscheiding. Sinds een aantal jaren werkt ze als dramaturg voor Liesa van der Aa, Timo Tembuyser en Aïda Gabriëls. Ook geeft ze gastcolleges en workshops over drag en opera. Momenteel geeft ze operageschiedenis en muziekdramaturgie aan de Toneelschool van Maastricht.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!