Democratisch fascisme
Redactioneel Etcetera 183
Floris Baeke
Please don’t laugh © Mirjam Devriendt
Please Don’t Laugh van het Brusselse gezelschap Tristero gaat over de existentiële crisis van drie clowns en probeert daarrond een scherp maatschappijkritisch discours te verbeelden. Helaas raakt de voorstelling niet verder dan een oppervlakkige parodie, zag Klaas Tindemans.
Het begint mooi. Een kraakwitte wand, een even vlekkeloze vloer, en alles subtiel uitgelicht. Een man in werkkledij komt op, bekijkt de ruimte en brengt vervolgens een kist binnen. Hij opent vakkundig de kist en vouwt een driepikkel uit. Een andere man verschijnt, identiek gekleed, hij heeft een banaan bij. Hij installeert een bouwlaser op de driepikkel, om heel precies afstanden te meten. In de kist zitten witte handschoenen en grijze gaffa-tape. Samen snijden ze een stuk tape af, om daarna met de bouwlaser het exacte middelpunt van de achterwand te bepalen. Daar plakken ze zorgvuldig de banaan op, met de tape: een reproductie van het beruchte kunstwerk Comedian van Maurizio Cattelan. Tot dan toe is dit een intrigerende performance, een haast rituele omgang met een controversieel kunstwerk, alsof het een reliek van het Heilig Bloed is, terwijl het tegelijk een demonstratie is van zorgvuldige professionaliteit. Boventitels, mooi vormgegeven, vertellen allerlei weetjes over bananen, en over Cattelans kunstwerk: dat gaat zo de hele voorstelling door.
Maar na de installatie van Comedian verschijnen de levende bananen. Drie mannen (Youri Dirkx, Peter Vandenbempt en Egon Schoelynck) doen een dansje in prachtige bananenpakken. Niet het type dat, meestal met merknaam, te zien is in pretparken en op themafeestjes, maar uitvergrote vruchten in zachtgeel, met bruine vlekken en strepen, met een realistische steel. Er is een gat uitgespaard voor hun hoofd en ze bewegen in witte kousen en op witte sneakers. Ze parafraseren een ballet van de Mexicaanse componist Carlos Chávez, Horsepower. Het werd in 1932 één keer opgevoerd in Philadelphia, voor een publiek van notabelen en ambassadeurs, en kreeg vernietigende kritieken. De Mexicaanse kunstenaar Diego Rivera, wereldberoemd om zijn anti-imperialistische wandschilderingen (en als echtgenoot van Frida Kahlo) ontwierp decor en kostuums. Rivera maakte kostuums van figuren die half-machine en half-mens waren – een reflectie over industriële wildgroei in de geest van Charlie Chaplins Modern Times en Fritz Langs Metropolis – maar ook reusachtige stukken fruit, waaronder bananen. Dansers verbeeldden daarmee de (op zijn zachtst uitgedrukt) onevenwichtige economische verhoudingen tussen de Verenigde Staten en Latijns-Amerika.
Ik denk niet dat de drie mannen-bananen in Tristero’s voorstelling de originele choreografie van Catherine Littlefield reconstrueren, daarvoor ogen de dansfrases iets te veel als synchroonzwemmen op het droge: voorzichtig bewegend, perfect getimed. Dat ziet er een eerste keer charmant uit, het ontlokt een glimlach, maar na een paar herhalingen probeer je naar iets anders te kijken, bijvoorbeeld de LED-verlichting aan het plafond. Of wacht je op iets onverwachts: een banaan die flauwvalt, een banaan die de banaan van Cattelan opeet, met schil en al, een toevallige misstap desnoods. Op een schoolfeest hoort dat erbij, hier zorgt het enkel voor exponentiële onnozelheid.
“Tristero zegt dat Please Don’t Laugh gaat over drie comedians met een existentiële crisis en dat de dissectie van humor niet grappig kan zijn, maar daarmee dekt het zich vooral in.”
Ondertussen blijven er teksten verschijnen op de achterwand: over de voedingswaarde van de banaan, over de botanische classificatie, over de monocultuur van één bananenvariëteit die we overal ter wereld eten, over de geopolitieke lobby van de grote fruitbedrijven, Chiquita op kop. Allemaal fijne weetjes, die je ook op Wikipedia vindt (met alle respect trouwens, Wikipedia is onbetaalbaar), aangevuld met trivia rond Cattelan. Donald Trump wilde in 2017 een Van Gogh ontlenen bij het Guggenheim en die in het Witte Huis hangen, maar het museum weigerde en bood hem een Cattelan aan: een massief gouden wc-pot, getiteld America. Perfect passend bij het Trump-universum. Bijkomend gratis weetje: America werd gestolen in Engeland, uit wat ooit het toilet van de jonge Winston Churchill was. We krijgen ook nog een opname te zien van de veiling bij Sotheby’s, waar een Chinese crypto-miljardair 5,2 miljoen dollar veil heeft voor een van de drie multiples van Comedian, om een tijdje later zelf de banaan op te eten. Het lijkt wel een les wereldoriëntatie, opgeleukt door een stel duur verklede clowns die hun hoogtepunt achter zich hebben.
Tristero zegt dat Please Don’t Laugh gaat over drie comedians met een existentiële crisis en dat de dissectie van humor niet grappig kan zijn, maar daarmee dekt het zich vooral in. De geprojecteerde tekst benadrukt nog eens dat memes functioneren als een matige grap die keer op keer wordt herhaald, telkens in een andere context die zo de grap wél doet werken. Een simpel dansje drie of vier keer overdoen, met een lichte nuance, onder een ander lichtje, en je krijgt camp. Hetzelfde mechanisme dat ook speelt bij Cattelans Comedian-banaan (of het America-toilet): iets banaals wordt verheven tot kunst. Dat wist Marcel Duchamp al, toen hij de Fountain van Elsa von Freytag-Loringhoven naar een museum stuurde. Maar hier werkt het niet, omdat er een meta-theatrale mist wordt verspreid die maakt dat elke poging tot pretentieloze humor er al vingerdik op ligt. Alsof iemand voortdurend zegt: ‘Dit is grappig, maar doe alsof het niet grappig is.’ De titel, Please Don’t Laugh, wordt zo een uit de hand lopende content warning. Het hoogtepunt van dit failliet is de tirade van bananenmoppen die Youri Dirkx op ons afvuurt, de een nog meliger (pun not intended) dan de andere. De mop over de banaan, de walnoot en de dadel, Dirkx’ favoriet, is wél grappig, maar verdrinkt tussen de onzin.
Waarom maakt een intelligente groep spelers zo’n voorstelling? Ik kan het gezelschap nog enigszins volgen in diens liefde voor well made plays, hoewel een trendy komedie als Circle Mirror Transformation ook al veel energie verspilde aan een metafoor (toen een workshop annex zelfhulpgroep met speltherapie) die slechts op anekdotische wijze de ziekte(s) van onze tijd probeerde te vatten of duiden. Hun scepsis tegenover harde of halfzachte humor kan ik volgen – het moeten niet altijd Xander De Rycke of Kommil Foo zijn – maar de conceptuele leegte van Please Don’t Laugh zet daar niets tegenover. Na een tijdje ga je je enkel nog ergeren aan de belerende commentaren op de achterwand, aan een te lange PowerPoint, aan het gehuppel op sneakers of de uitgestreken smoelen van de bananenmannen. Niet meer leuk…
“Tristero’s scepsis tegenover harde of halfzachte humor kan ik volgen – het moeten niet altijd Xander De Rycke of Kommil Foo zijn – maar de conceptuele leegte van Please Don’t Laugh zet daar niets tegenover.”
Het werk van Cattelan zelf, inclusief Comedian, is veel relevanter, ook al is het maar een knipoog naar de perfide aspecten van kunstmarkten en musea. De ironie van Tristero, zeker als men aankondigt dat die gerelativeerd moet worden, is voorspelbaar, in concept en in uitvoering. Uitgestreken smoelen als handelsmerk, zo merkte collega Wouter Hillaert op, plus acteren dat geen acteren wil of kan zijn, plus voorzichtige maatschappijkritiek, in dit geval Noord-Zuid-verhoudingen: we kennen het. Diezelfde intentie en diezelfde logica in vorm (misschien iets monumentaler) liep bij Horsepower van Chávez en Rivera in 1932 al uit op een teleurstelling. Charlie Chaplin was destijds in staat om onnozelheid en kritische scherpte samen te brengen, maar zelfs op die geniale humor is wat stof komen te liggen, naar mijn smaak. Misschien was iemand als Frank Zappa de laatste om deze geest van dada te belichamen – met absurditeit de wereld veranderen, tegen beter weten in – en ook dat is alweer een tijdje geleden. Vakbondsbetogingen grossieren evengoed in gênante verkleedpartijen – een klok op vijf voor twaalf, een wandelende doodskist en andere poesjenellen – en dat helpt hun geloofwaardigheid niet bepaald vooruit.
De ironie van de conceptuele kunst (van Duchamp tot Cattelan) op een dergelijke manier voorzien van een bijsluiter, is vandaag in alle opzichten irrelevant. Ik maak een uitzondering voor het lichtontwerp van Margareta W. Andersen: op het einde kleurt alles, haast ongemerkt, lichtgeel. Ik permitteer mij, bij wijze van afsluiting, nog een flauwe grap: flauwe moppen over fruit (of over wat dan ook) horen thuis in de legendarische scheurkalender De Druivelaar en niet in De Kriekelaar. Tristero heeft zich van fruitboom vergist.
Nog te zien op 9 februari 2026 in Theater 1150 (Sint-Pieters-Woluwe).
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.