© Sammi Landweer

Borda – Lia Rodrigues

Wolken lezen

Op de bijzonder geslaagde editie van Kunstenfestivaldesarts kon je dit jaar heel wat nieuwe namen leren kennen. In het slotweekend stonden een paar KFDA-getrouwen centraal, zoals de Zuid-Afrikaanse totaalkunstenaar William Kentridge (die voor de zesde keer langskwam) en de Braziliaanse choreograaf Lia Rodrigues. Met het oogverblindend mooie Borda, Rodrigues’ jongste voorstelling die tijdens het festival in wereldpremière ging, staat haar teller intussen op zeven.   

Over Fúria (2019) zijn sommige toeschouwers nog steeds niet uitgepraat. Drie jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met haar overrompelende werk via Encantado (2022). Daarin bedekte ze het podium met een patchworklandschap van bont gekleurde doeken, waar een tiental dansers letterlijk en figuurlijk in opgingen. Borda, het sluitstuk van de trilogie, bevat heel wat elementen die al in dat tweede deel aanwezig waren. Zou er een ‘systeem-Rodrigues’ bestaan, een formule? Of is zoiets te arrogant verondersteld bij een kunstenares wier praktijk al vier decennia teruggaat en vast heel verschillende esthetische fases kende? Ik doe toch een poging, vanuit een beperkte kijkervaring.

Worlding

Eerst en vooral onderscheidt een Rodrigues-voorstelling zich door de nauwe verstrengeling van een aantal componenten van het multimediale podiumapparaat: kostumering is scenografie is choreografie is theater. Borda begint heel traag en muisstil, als een oefening in wolken lezen. In het pikdonker zie je eerst een veeg grijs; je vermoedt een zweem toneelrook. Naarmate de sterkte van de belichting percentje na percentje toeneemt, straalt het roerloze toneelbeeld nieuwe informatie uit. Diagonaal over de scène ligt een berg dunne, witte, transparante plastic. Neen, niet alleen plastic. Ook andere materialen: nylon, katoen en nog een paar stoffen in tinten grijs en beige naast het overheersende wit. En een pruik met lang, platinablond haar. 

“Pas wanneer de gezichten van de dansers verschijnen, op onverwachte plekken, weten we zeker dat we niet naar een soort scenografische automaat kijken.”

De hele vormeloze massa komt na een tijdje in beweging. Steeds leesbaarder tekenen zich figuren af in de wolken. Pas wanneer de gezichten van de dansers verschijnen, op onverwachte plekken, weten we zeker dat we niet naar een soort scenografische automaat kijken. De doeken die samen een landschap-in-beweging vormen, transformeren nu ook tot kostuums, die van de performers personages maken. Het onvertaalbare Engelse neologisme ‘worlding’ is een rake omschrijving van wat Rodrigues’ multimediale mengelmoes telkens opnieuw voor je ogen doet ontstaan: geen scène, geen situatie, geen sequens of een frase, maar een wereld. 

Het is fascinerend om te gissen hoe alles wat je ziet theatertechnisch in zijn werk gaat, zeker als je terugdenkt aan de technische euvels in Miet Warlops KFDA-productie INHALE DELIRIUM EXHALE, ook een grootschalige ‘textielvoorstelling’. Op welke manier hebben de dansers, blind als mollen bedolven onder de massa, enig benul van timing? Er is aanvankelijk immers geen muziek die houvast zou kunnen bieden. En hoe verschijnen en verdwijnen materialen in de loop van de opvoering, zonder dat de performers kunnen uitwijken naar de coulissen? Tussen de lagen stof moeten toegeknoopte pakketjes verborgen zitten, met daarin bijvoorbeeld de veelkleurige kostuums die ergens halverwege Borda miraculeus uit de wit-grijze wereld worden getoverd. Iets gelijkaardig gebeurde in Encantado. 

Morphing

In de twee voorstellingen keren een aantal compositie-principes terug. Morphing is er daar een van. In Rodrigues’ werelden klinken Ovidius’ Metamorfosen continu door. Borda’s aanvankelijke vormeloosheid verglijdt naar een leesbare vormentaal; het diagonale toneelbeeld transformeert langzaam tot een halve cirkel; na het wit-grijs komt kleur; in de stilte van de eerste twintig à dertig minuten ontstaat een zacht tromgeroffel dat niet veel later uitmondt in opzwepende samba; de personages veranderen steeds opnieuw in andere personages. Uit al dat voortdurende shapeshifting spreekt een wereldbeeld, misschien wel een moraal: dat alles veelvormig is, eindeloos divers en veranderlijk, onvoorspelbaar en fragiel. In plaats van je vast te rijden in behoudsgezindheid, zuiverheidsfixatie of controledwang, kan je beter toegeven aan die heterogene stroom, openstaan voor wat zich aandient, roeien met de riemen die je hebt. 

“Wanneer de samba doorbreekt, ontbolsteren de verstilde poses en gestiek tot morsige, wilde danspartijen.”

Zowel in Encantado als in Borda neigt de dramaturgische curve naar het einde toe naar een climax. De extreem trage gebaren stollen in het begin regelmatig in stilstaande taferelen (die qua compositie sterk aan de historieschilderkunst doen denken van pakweg Eugène Delacroix, met geëmotioneerde kijkrichtingen, uitgestrekte armen en torso’s die zich op diagonale assen over het ‘doek’ uitstrekken). Daarna neemt de algemene beweeglijkheid van de dansers toe: plots springt iemand recht, draaien twee figuren als een derwisj in het rond, en zeker wanneer de samba doorbreekt, ontbolsteren de verstilde poses en gestiek tot morsige, wilde danspartijen.

Feestjes op scène

In beide voorstellingen is carnaval een expliciete referentie. De performers beelden een parade uit door recht naar het publiek toe te wandelen terwijl ze als groep een pas op de plaats maken. Het lijkt wel alsof ze zich op een loopband bevinden waarbij de wandelaars vooraan stelselmatig baan ruimen voor een nieuwe rij en vervolgens terug naar achteren schuiven. Uit het zicht van het publiek bereiden ze zich daar voor op een nieuw paradebeeld, met nieuwe kostuums, nieuwe bewegingen, nieuwe personages. Rodrigues brengt met carnaval een specifiek soort feest binnen in de theatrale ficties van Encantado en Borda: niet als een afstandelijke, performatieve readymade zoals in Mette Ingvartsens Delirious Night maar als een vonk die daadwerkelijk overslaat op de publiekstribunes. 

Naast de aanstekelijke muziek zitten daar ook de humor, groteske theatraliteit en originaliteit van de verkleedpartijen voor iets tussen. Er trekt een bont en bijwijlen weinig samenpassend allegaartje van kleuren en kledingstijlen voorbij – in het programmaboekje vertelt Rodrigues hoe het gezelschap aan het begin van het creatieproces voor Borda in het kostuumarchief van de laatste vijfendertig jaar (!) dook. Het door en door collectieve karakter van de feestjes in Encantado en Borda, vol goedlachse interacties en aanrakingen van lichamen-in-gemeenschap, contrasteert bovendien sterk met de deprimerende optelsom van individuele ravers die onze theaterpodia de laatste jaren bevolken, in voorstellingen die vaagweg moeten doorgaan voor antikapitalistische gestes. 

Borda vs. Encantado

Zag ik dan, met een onderbreking van drie jaar, twee keer dezelfde voorstelling? Ja en nee. Ik kan niet ontkennen dat Borda, hoe oogverblindend mooi ook, minder verraste. Terwijl niemand valt over het feit dat de Italiaanse kunstenaar Giorgio Morandi een leven lang steeds maar identieke vaasjes penseelde, lijkt in het theater het hergebruik van dezelfde herkenbare elementen net iets minder evident. Toch vallen de werelden die Borda oproept niet helemaal samen met die van Encantado. Ze zijn een stuk grauwer en troostelozer. Dat komt door het beperkte kleurenpalet aan het begin van de voorstelling en de prominente aanwezigheid van het grote, melkwitte, plastic zeil, naast een stapel fletse, aftandse doeken. Die liggen niet mooi naast elkaar plat op de grond zoals in Encantado, maar warrig in elkaar gedraaid, waardoor ze het beeld van een afvalberg oproepen, of een hoop oude kleren waarin straatarme voddenrapers rommelen, op zoek naar iets bruikbaars. 

Na de verschijning van de gezichten van de performers – gezichten als maskers omwille van hun groteske gelaatsuitdrukkingen – betreden we al snel een specifiek narratief universum. Door de zakken die ze met zich meesleuren, het ‘dier’ dat iemand op de schouders draagt, de tent waaronder ze op een bepaald moment schuilen, ziet de groep eruit als een nomadisch volk, waarvan de levenscondities bijzonder hard lijken. Dat is tenminste wat ik afleid uit de verwrongen mimiek en gestiek van de figuren, met wijd opengesperde ogen, geluidloos schreeuwende monden en afwerende handen. De talloze lagen kledij en opgeknoopte hoofddeksels suggereren een onbarmhartig klimaat en milieu. Misschien trekt dit volk wel door een bijbelse, verzengende woestijn? Dikwijls kijken de personages omhoog, reikhalzend en bevreesd, als naar een of andere transcendente godheid die hen gidst, beschermt en ontzag inboezemt. 

Dat Rodrigues in het slotdeel van haar trilogie inzoomt op een van de meest controversiële onderwerpen van onze tijd, migratie, spreekt ook uit de titel Borda, wat Portugees is voor ‘grens’, ‘rand’ of ‘oever’, naast ‘droom’ en ‘fantasie’. Die thematische focus doet je wel afvragen wat je dit keer aan moet met de carnavaleske climax. Encantado betekent ‘betovering’, ‘verwondering’. Het woord verwijst naar een magisch, animistisch wereldbeeld, waarin dode en levende elementen, menselijk of niet, stuk voor stuk ‘heilig’ zijn, op een immanente, eerder dan transcendente manier. In die betekeniscontext kon je het baldadige einde van Encantado lezen als een soort animistische modus: die van de kruisbestuiving, de bloei, het exces, van seks en andere vormen van verhevigd leven. Maar wat zou het carnaval in Borda kunnen betekenen? Een onwaarschijnlijk happy end na een tocht vol ontbering? Of een utopie, wat ongeloofwaardig glorend aan de horizon van een sombere, dystopische wereld?

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#179

01.03.2025

—

14.09.2025

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx was van 2014 tot 2022 kernlid van de redactie van Etcetera. Hij schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Kunstenfestivaldesarts 2025

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!