#183
08.09.2026
—
14.01.2027
download pdf
Er was het voornemen om het R-woord in dit redactioneel niet te laten vallen. De discussie van de afgelopen maanden rond repertoire was soms zinnig, soms onzinnig. Er werden heel veel zaken op een hoopje en door elkaar gegooid. Soms uit onnadenkendheid – daar kun je nog begrip voor opbrengen. Maar soms gebeurde dat ook bewust, en dat is minder fraai. Het is nu vooral afwachten welke conclusies de Vlaamse Regering bij de toekenning van de subsidies voor 2010-2012 uit dit alles zal menen te moeten trekken.
Johan Reyniers
In het vorige nummer van dit blad pleitte Stefan Hertmans voor de oprichting van een volwaardig fonds voor de uitgave van Nederlandstalige toneelteksten. Het staat buiten kijf dat de theatertekst in de afgelopen decennia in onze contreien een hele weg heeft afgelegd. Erwin Jans brengt die weg in kaart in een reeks artikelen voor Etcetera. In functie daarvan herleest hij in een eerste aflevering twee belangrijke theatertheoretische teksten: de Theorie des modernen Dramas van Peter Szondi, en Postdramatisches Theater van Hans-Thies Lehmann.
Erwin Jans
STUKKEN, een productie van tg STAN met teksten van Saskia de Coster, Patricia De Martelaere, Tom Lanoye, Bart Moeyaert, Yves Petry en Annelies Verbeke, is in Vlaanderen en Nederland nog op tournee tot 16 mei. Info: www.stan.be.
Annelies Verbeke
Twintig jaar na zijn dood laten uitgevers het werk van Thomas Bernhard opnieuw van de persen rollen. Geert Sels dook in de theaterstukken en de romans, en nam de eerste pluk van de nieuwe oogst door. Maar was het nu een komedie of een tragedie? Achterflapschrijvers van uitgeverijen hebben dat wel eens opgelost, schrijft Sels, door te zeggen dat Bernhards schrijfsels, de romans zowel als de theaterstukken, tragikomedies zijn. Daar zijn een aantal bezwaren tegen in te brengen. Komedie en tragedie staan niet los van elkaar. Ze liggen evenmin in elkaars verlengde. Bij Bernhard vallen komedie en tragedie met elkaar samen.
Geert Sels
In een garagebox in de Jan Van Rijswijcklaan in Antwerpen werden eind maart ongeveer 8000 valse Jan Fabre-producten aangetroffen. De ontdekking gebeurde toevallig, bij een routinecontrole door het Federaal Voedselagentschap. De inspecteurs wisten bij hun actie beslag te leggen op plastieken wolkenmeter-figuurtjes, trendy asbakken en koffietassen en, opvallend, een reeks prikklokken. Volgens het parket ging het over namaakartikelen van Chinese makelij en waren de spullen bedoeld voor de Europese markt. Alles werd machinaal vernietigd en de opbrengst hiervan ging, op uitdrukkelijke vraag van de kunstenaar, naar een tamelijk goed doel.
John Zwaenepoel
Eind januari vond in het Kaaitheater het festival Burning Ice plaats. Biologen, filosofen, sociologen, politici,… en kunstenaars formuleerden er een kleine week lang uitdagingen voor de kunst wanneer het over de verandering van het klimaat gaat. Aan de hand van vijf sleuteltermen blikt Lars Kwakkenbos terug op wat hij hoorde en zag.
Lars Kwakkenbos
Na Sleeping Beauty nam balletmonument Marcia Haydée Het Zwanenmeer onder handen voor het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Haar enscenering wasemde weelde en nostalgie uit. Haar choreografie droeg haar patina met trots. Behoudens een paar narratieve verdraaiingen, volgde Haydées versie keurig het geschiedenisboekje. Maar over welk boekje hebben we het dan precies?
Daniëlle de Regt
In 1991 verbaasde ze de internationale danswereld op het festival Klapstuk 91 met haar eerste avondvullende productie Disfigure Study. Alain Platel zei daarover eens: wat Café Müller van Pina Bausch was voor de jaren zeventig, en wat Ottone, Ottone van Anne Teresa De Keersmaeker was voor de jaren tachtig, dat is Disfigure Study voor de jaren negentig. Rond Meg Stuart is het sindsdien nooit meer stil geworden. In februari dit jaar werd haar de Cultuurprijs voor Podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap toegekend. Rudi Laermans sprak met haar.
Rudi Laermans
Pjeroo Roobjee hield een toespraak op de tiende Literaire Vertaaldagen in Utrecht in december 2008. Daarin blijkt hij terug op de vertalingen die hij maakte voor o.a. de Blauwe Maandag Compagnie, en hij geeft tips voor wie er nog aan moet beginnen.
Pjeroo Roobjee
Paul Demets
Moet er nog repertoire zijn? Gerardjan Rijnders ensceneerde eerder dit seizoen bij het RO Theater het onvoltooide Woyzeck van Georg Büchner (1813-1837). Voor Leporello ging Koen De Sutter aan de slag met een heel ander stuk van de jonggestorven Duitse auteur: Leonce en Lena. Een blijspel of een politieke satire? Bart Philipsen schetst de context en ging kijken.
Bart Philipsen
Zo’n veertig jaar geleden richtte Harald Szeemann het Agentschap voor intellectuele gastarbeid op, als alternatief voor en antwoord op de praktijk van de curator als hoeder van het culturele erfgoed in instellingen. Daarmee introduceerde hij, naar eigen zeggen, in de beeldende kunst een praktijk die in het theater al lang gangbaar was: intendanten nodigden gastregisseurs uit en gingen op toernee met eigen producties. Daardoor was het instituut theater beweeglijker dan het museum. Kunstenaars stelden de kunst in vraag, museumlui de musea, theatermakers het theater. De relaties moesten beweeglijker worden en de tentoonstellingen meer volgens thema samengesteld. In de beeldende kunst oefent de curator sedertdien in thematische tentoonstellingen een soort iconoclastische functie uit, want hij brengt een verhaal en laat de beelden niet voor zich spreken. De volgorde die de curator voor de tentoonstellingsbezoeker opstelt, vertelt een verhaal dat het afzonderlijke beeld of werk overtreft. Daarmee hebben curatoren zoiets als een kunstenaarsstatus verworven.
Stefanie Wenner
In februari was in de Beursschouwburg (Brussel) en in Buda (Kortrijk) Thriller… te zien, een beeldende voorstelling van performer en regisseur Diederik Peeters. Een bijzondere rol is daarin weggelegd voor het decor: drie mobiele, realistisch ogende wanden van een appartementskamer. De set werd ontworpen door het beeldend kunstenaarsduo Sarah & Charles. In een gesprek met Jeroen Versteele leggen zij uit hoe dit eerste theaterproject past in hun traject van installaties – een reeks kamers die deel uitmaken van een overkoepelend verhaal over verlatenheid.
Jeroen Versteele
Naar aanleiding van de voorbije editie van Theater Aan Zee (Oostende) publiceerden twee recensenten, Wouter Hillaert en Liv Laveyne, in De Morgen (11 augustus 2008) een opiniestuk met als titel: ‘Beste jonge theatermakers, jullie werk is maar weinig veelbelovend’. Daarop kwamen heel wat reacties, onder meer van Peter Anthonissen, dramaturg en juryvoorzitter van TAZ, en Steven Heene, programmeur Jong Theater van TAZ. Aansluitend bij deze polemiek werd Heene gevraagd om op 8 december 2008 een gastcollege te geven aan de Theaterschool in Amsterdam. Onderwerp: hoe kan een jonge theatermaker zich verhouden tot de werkelijkheid, inclusief de hoge eisen en verwachtingen van een bloeiende praktijk? Voor Etcetera maakte hij een ingekorte en aangepaste versie.
Steven Heene
Mijmerend. Kan je op een andere manier naar Achiel De Baere van Erik De Volder kijken, twintig jaar later? Want een recensie schrijven is niet echt relevant, zoals je ook een roman van Hugo Claus die je na zoveel jaar herleest niet meer ‘recenseert’. Je kan er hoogstens niet over schrijven, als het echt gênant zou geworden zijn. Maar gênant is het niet, dus zoek je naar een andere vorm, een andere beschouwing. Mijmeringen dus, pogingen om niet helemaal sentimenteel te worden. Want deze ‘Achiel De Baere’ – de banale duivenmelker – roept weinig meer op dan sentiment. Hoewel.
Klaas Tindemans
Onder de noemer ‘mightysociety’ bundelt de Nederlandse theatermaker Eric de Vroedt tien voorstellingen omtrent ‘brandend actuele kwesties’. Voor de zesde in de reeks landen we in Afghanistan anno 2009. De aanstichters van de War on Terror zijn intussen roemloos van het politieke toneel verdwenen, maar ter plekke woedt de strijd nog in alle hevigheid.
Sébastien Hendrickx
De spelers van SKaGeN hebben de lachers op hun hand. In IO slagen ze daarin door in snel opeenvolgende scènes op hilarische wijze gestalte te geven aan een bende neurotische artsen en verpleegkundigen in een hectisch ziekenhuis. Overspannen mimiek, een dynamiek die af en toe letterlijk vonken oplevert, absurde flarden tekst.
Katrien van Langenhove
‘Kan je ervoor kiezen een andere taal te spreken dan je eigen taal?’ De openingszin van De duivel beduveld vangt meteen het alfa en omega van dit bijzondere theaterproject van beeldend kunstenaar Patrick Corillon. Hij creëerde in zijn Franse moedertaal een poppenkastvertelling en maakte nu op vraag van LOD een Nederlandstalige remake. De voorstelling gaat over een poppenspeler die het met de duivel op een akkoordje gooit om de juiste woorden te vinden. Maar bovenal zijn de andere talen waarvan sprake de gesproken en de geschreven taal. Ingenieus weet Corillon ze op scène terug met elkaar te verzoenen.
Wouter Hillaert
Een paar jaar geleden leek het jeugdtheater te lijden aan wat ik toen het ‘troetelbeersyndroom’ noemde: de tendens om ondanks het tackelen van ‘volwassen’ thema’s – weeskinderen, scheidingen, kanker – vervelend vaak te eindigen met een knipogende alles-kwam-toch-nog-goed-moraal, jongensachtige victorie of – in het geval van het terminale kankerpatiëntje – blijgemutste tenhemelopneming. Tegenwoordig waait er een killere wind door troetelbeerland. Het eindeloos droevige Alias de Wanprater (bronks) en het introvert-bevreemdende In de meidoorn (nogmaals bronks) gaven de aanzet, voorstellingen als Nimmermeer, Cement en Naar Medeia – door makers uit het jeugd- én volwassenencircuit – verdreven de beren definitief van hun regenboog. Ook van twee, een productie van De Werf (Brugge) door de jonge makers Eva Binon en Simon d’Huyvetter (Conservatorium Gent), gecoacht door Mieja Hollevoet, werden we niet vrolijk. De vraag is waarom. Waarom ik de voorstelling maar niet uit mijn systeem krijg.
Evelyne Coussens
Wim Helsen is overal. Op het witte doek is hij te bewonderen in de hoofdrol van Dirty Mind, de nieuwe film van regisseur Pieter Van Hees. En met zijn eigen voorstelling Het uur van de prutser trekt hij sinds januari langs de Nederlandse en Vlaamse theaterzalen. Wim Helsen is overal. Maar wie is Wim Helsen?
Lieselot Mariën
Quasi uniek feit in de Vlaamse filmgeschiedenis: cineast Pieter Van Hees heeft – zij het na een stilte van acht jaar sinds zijn laatste kortfilm – twee langspeelfilms tegelijk gemaakt, die met een paar maanden verschil na elkaar in de zalen komen: het fel gesmaakte Linkeroever, een liefdesgeschiedenis met horroreinde, en Dirty Mind, een Wim Helsen-vehikel met – eveneens – een horrorkantje. En ook die film wordt, niet in de laatste plaats door de fans van Helsen, goed ontvangen.
Marc Holthof
‘We zijn hier niet om ons te amuseren, maar waarvoor dan wel?’ of ‘Is het produceren van afval niet het beste bewijs van ons bestaan?’ Het zijn slechts twee van de vele prangende kwesties die Franciska Lambrechts opwerpt in haar recente audiovisuele essay ideaaahhl. Een belangrijke noot: het werk kwam tot stand in opdracht van de kunstcel van ‘Vlaams Bouwmeester’. Lambrechts werd eind 2006 uitgenodigd door Piet Coessens, de toenmalige artistiek directeur van de divisie, om binnen het lopende programma rond de inhaalbeweging op het gebied van scholenbouw een nieuw werk te realiseren.
Ive Stevenheydens
‘Antonin Artaud heb ik slecht gekend. Ik heb hem nauwelijks twee of drie keer ontmoet. Ik zag hem met name op 6 februari 1934, in de metro. Hij stond in de rij om een kaartje te kopen en ik bevond me juist achter hem. Hij stond in zichzelf te praten, met grote handgebaren. Ik heb hem niet willen storen.’ – Luis Buñuel, Mijn laatste snik. Discrete herinneringen (1983)
Geert Opsomer
Op 23 januari even na 10 uur stapt de twintigjarige Kim De Gelder de kindercrèche Fabeltjesland in Sint-Gillis bij Dendermonde binnen. Met messteken brengt hij een kinderverzorgster en twee baby’s om het leven, en verwondt hij nog twaalf andere kinderen, onder wie tien baby’s. Hij wordt even later door de politie ingerekend. • Door een defect aan het systeem dat de luchtvochtigheid regelt, geraken zo’n 150 werken van het Museum voor Oude Kunst in Brussel beschadigd.
(redactie Etcetera)
Twee momenten kaderen het onlangs gepubliceerde doctoraat over Meg Stuart van de Zwitserse kunsthistorica Annamira Jochim. In november 1997 waren Christine De Smedt, David Hernandez en Meg Stuart met een bonte groep kunstenaars in Théâtre de la Ville te gast met Crash Landing: onstuimige improvisaties waarin media, thema’s en interventies naast en door elkaar liepen, haast als een zootje ongeregeld op een gigantische scène. Het werd de eerste ontmoeting van Jochim met het werk van Meg Stuart en Damaged Goods, dat haar niet meer losliet. In het voorjaar van 2003 volgde Jochim als stagiaire het gehele werkproces van Meg Stuarts Visitors Only in de studio in Schiffbau (Zurich). Ze hielp er bij de videodocumentatie van de repetities en voerde gesprekken met de choreografe en alle dansers.
Jeroen Peeters
All Together Now is een songtitel uit The Yellow Submarine, de psychedelische animatiefilm rond de figuren van The Beatles uit de late jaren 1960. Het is ook de titel van een werk dat Meg Stuart met Damaged Goods creëerde voor het festival Steirischer Herbst in het Oostenrijkse Graz. De titel is wat ironisch. Al gaat het ook hier om het gevoel van samenhorigheid dat The Beatles met zoveel gloed aanprezen, Stuart wekt dat gevoel op een koele, studieuze manier op, niet om ons te vervullen van vreugde maar om alle tegenstrijdige strevingen in dat verlangen zichtbaar te maken. De tekst bij de voorstelling zegt het in zoveel woorden: ‘In All Together Now is een groepje mensen op zoek naar samenhorigheid in oude en nieuwe rituelen. Ze gaan door diepe crisissen, maar vieren ook feest.’ Niemand vertelt daar echter bij dat niet enkel de performers bij deze zoektocht betrokken zijn, maar evengoed of zelfs vooral het publiek.
Pieter T’Jonck