Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
‘IO’ © Willy Wtterwulghe
De spelers van SKaGeN hebben de lachers op hun hand. In IO slagen ze daarin door in snel opeenvolgende scènes op hilarische wijze gestalte te geven aan een bende neurotische artsen en verpleegkundigen in een hectisch ziekenhuis. Overspannen mimiek, een dynamiek die af en toe letterlijk vonken oplevert, absurde flarden tekst.
Geen ruimte voor ernst en nuchterheid, de chaos is alomtegenwoordig: een smal en smoezelig speelvlak, een vuil zeil erachter, een monitor naast de krappe vergaderhoek. Een ziekenhuis als een broeierige biotoop voor stresskwalen en bizarre gedragingen. Het spel werkt aanstekelijk, de acteurs besmetten elkaar voortdurend en geven zich over aan hun komisch talent. Dat de kolder ook prikt, heeft vooral met de beschreven situatie te maken: de patiënten zijn overgeleverd aan de grillen van het geneeskundig personeel, er zijn verbouwingen en herstructureringen op til, en er zou een doorlichting komen. Of die is er al geweest. Er wordt voortdurend doorverwezen want niemand weet precies hoe het zit. Iemand zou gebeld hebben in verband met een verslag van de commissie. Of ook niet. En wie zwaait hier eigenlijk de scepter? Bevindt de Hoge Raad zich op de zevende verdieping, of op de hoogste, in de linker- of rechtervleugel? Het beleid is ronduit kafkaiaans en de zorgsector loopt mank. Van herstructureringen word je in geen geval beter: je krijgt het er van aan je hart of wordt er paranoïde van. Efficiënt is de herstructurering van de koffievoorraad allerminst: het nieuwe betalings- en ordeningssysteem zorgt er binnen de kortste keren voor dat er eenvoudigweg geen koffie meer is. De lach is een doeltreffend antigif dat werkt omdat de geschetste bureaucratische toestanden zo herkenbaar zijn. De satire als een paardenmiddel.
Na een tijdje lijkt het effect echter uitgewerkt, ook al blijft het bijzonder kluchtig (aan het gebulder in de zaal af te leiden) en af en toe een tikkeltje wrang (vooral de grimassen en groeven in de gezichten van de acteurs zijn daarvan stille getuigen). In elke dosering schuilt een gevaar, en tegelijk een geheim: hier gaat het om een teveel. Het spel met intensiteiten zorgt voor bijzonder veel plezier en het is dan ook jammer dat er geleidelijk aan toch gewenning optreedt en te veel van hetzelfde (springerige) ervoor zorgt dat de energie van de acteurs geen winst meer oplevert. Dat we wat immuun lijken te worden, komt ook doordat in deze herneming van een succesvol debuut het uit eerdere voorstellingen gekende effect dat van het spel uitgaat, wordt herhaald. Natuurlijk zijn excessieve gebaren en ongecontroleerde bewegingen op hun plaats, het gaat immers om neurotische personages bij wie de maat in hun gedrag afwezig is. Wanneer een norm greep verliest, breekt vrijheid los en dat leidt onvermijdelijk tot energetische explosies, hier nogal letterlijk gevisualiseerd door de ontploffing van een koffiepad. Die pads worden trouwens verslonden, het teveel aan cafeïne zorgt voor humor die door het lint gaat. Maar bij de opgefokte koffiepauzes, een van de elementen waarmee men in dit stuk bewust naar het klassieke recept van de herhaling grijpt, verslapt de aandacht ook. De koffie lijkt na een tijd niet bitter genoeg meer. Of ontbreekt het echt straffe spul?
In The Kingdom van Lars von Trier, de tv-serie die als inspiratiebron voor deze voorstelling diende, zorgen duistere ingrediënten voor een straffe mix: fun, chills and thrills. Hoewel neurochirurg en afdelingshoofd Helmer uit de serie duidelijk model staat voor de rol van Bruno Van den Broecke en er af en toe in de dialogen een aantal letterlijke verwijzingen naar The Kingdom opduiken, is de omgang met dat basismateriaal erg los. Zowel horror als komedie kennen een drang naar extremen, maar IO koos voor de laatste optie; unheimlich wordt het nooit. In het Deense Rigshospital uit The Kingdom, dat op een kerkhof is gebouwd, komt het occulte naar boven, in het ziekenhuis van IO zijn er geen barsten in de fundering. Men ondergraaft de rationaliteit weinig en neemt zelden tijd voor sfeer. Wanneer men dat wel doet, levert dat meteen de beste scènes op. Een eerste voorbeeld is het moment waarop samen een nota wordt gelezen. De nota in verband met de reorganisatie van het ziekenhuis bespreekt een cumulatief ruimteprobleem, dat aangepakt dient te worden door middel van een mutatie van de architectuur. Vloeren, wanden en plafonds worden inwisselbaar. Hier spreekt de tekst tot de verbeelding en werkt hij desoriënterend. De spielerei met taal is prikkelend. Het lied dat de nachtelijke gemoedstoestand in en rond het ziekenhuis beschrijft, en dat Korneel Hamers uit volle borst keelt, levert een tweede moment op dat verstilt en nazindert. Verder zorgt de indrukwekkende geluidsband voor extra sfeer. Lawaai van machines, boren of slijpschijven dat niet meteen te plaatsen is. Gehijg, en in de verte het Deense gebrabbel van de twee mongolen die in The Kingdom het Griekse koor uitmaken. Het snijdende geluid zorgt weliswaar voor ruis, maar de lokroep van verre en vreemde werelden klinkt toch niet luid genoeg: hij maakt niet echt benieuwd naar wat zich achter het metershoge zeil allemaal afspeelt.
Dat het ruimteprobleem stress met zich meebrengt, wordt treffend verbeeld. Op het te kleine speelvlak buitelen in een drukte van jewelste grappen over elkaar heen en lopen de personages voortdurend tegen elkaar aan. Maar tot echte botsingen komt het niet, net zoals de ordescheppende krachten – de binaire getallen uit de titel – ook nooit moeten opboksen tegen irrationele krachten. Anders dan in voorbeeld The Kingdom heeft het oncontroleerbare hier alleen een veilige lach als doelwit. En gescoord wordt er. Toch mocht ook de mentale ruimte geherstructureerd worden. Bij de kijker komt de grond onder de voeten meestal niet tot beweging, zoals in de psychedelische nota over het nieuwe ruimtelijke beleid die je verbeelding wel op hol doet slaan. Zoals de scène met de nota bewijst, is humor op zijn best als hij – hier letterlijk – desoriënterend werkt. Hier wordt niet enkel een lach opgewekt die een afstand schept tot het discours over architectuur, er wordt bovendien ook uitgenodigd om zich mee te laten glijden langs verwarrende beelden. De naam SKaGeN staat naar eigen zeggen voor dynamiek en energie, maar ook voor tegenstroming en wrijving, in deze voorstelling te vaak missing ingredients. Dit collectief heeft echter alles in huis om zelfs voor veel meer dan wat barstjes in de grondvesten te zorgen. Een combinatie van lichamelijke energie en geestelijke overdrive, spelplezier, snelheid en waanzinnige hersenspinsels zou dynamiet kunnen opleveren. We opteren liever niet voor een placebo-effect, maar veeleer voor een stevige injectie die onverwachte reacties kan opleveren. De artsen uit deze voorstelling beschikken over de knowhow om zo’n injectie toe te dienen, dus waar wachten ze nog op?
Katrien Van Langenhove
www.skagen.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.