Traum – Roeshoofd
Het zwijgen lijkt doorbroken, maar toch niet helemaal
Klaas Tindemans
‘Three Times Left is Right’, Studio Julian Hetzel © Nurith Wagner-Strauss
Leven we in fascistische tijden? Op de Vlaamse bühne krioelt het alvast van de ‘fascisten’. In drie concentrische cirkels, van de podiumkunsten via cultuurbeleid tot de bredere geopolitiek, vlecht Etcetera #183 zoveel mogelijk nieuwe draden tussen het fascisme en de kunsten.
Slowaaks theaterdirecteur Matej Drlička, die we in dit nummer interviewen, zal de ochtend van 6 augustus 2024 niet snel vergeten. Hij stond nog in zijn badjas toen hij de deur opende voor een ambtenaar die hem zijn ontslagbrief kwam brengen nadat hij zich, klaarblijkelijk, te kritisch had uitgelaten over de anti-lgbtiqia+-koers van de regering-Fico. Is dit hoe de fascistische wending van Europa eruitziet, anno 2026? Geen opgezweepte massa’s die met glimmende laarzen synchroon over de straatstenen schrijden, maar het afgezaagde geluid van een deurbel en een (misschien wel hoffelijke) postbode die je met papierwerk uit je bed komt lichten?
Het heeft natuurlijk iets potsierlijks om te beweren dat wij onder een fascistisch regime leven; in zekere zin is de titel van dit nummer een provocatie. Dit tijdschrift ligt gewoon in de rekken, er marcheren geen knokploegen door de straten, zo goed en zo kwaad als het gaat zijn er op dit continent verkiezingen en spreken rechters recht. In Europa leven we in vrijheid en veiligheid.
Of toch de meesten onder ons. Want wie hierheen wil migreren of hier zonder papieren leeft, weet wel beter. Wie een lichaam heeft dat als onproductief wordt geklasseerd ook—denk aan besparingen in de Belgische zorg en de sociale zekerheid. Of wat als je, in pakweg Polen, queer bent of een abortus nodig hebt? Vrij van repressie en brutaal geweld is ons politiek bestel allerminst. Het deed sociologen Carolin Amlinger en Oliver Nachtwey onlangs in het tijdschrift Jacobin spreken van “democratisch fascisme”.1
Dit nummer bestaat uit drie uitdijende, concentrische cirkels. De eerste draait rond de podiumkunsten zelf, rond fascisme als artistiek materiaal. Het krioelt op de Vlaamse bühne namelijk van de ‘fascisten’, van FC Bergman tot Het nieuwstedelijk en van Julian Hetzel tot Olympique Dramatique. Waarom brachten al die Blut und Boden-voorstellingen criticus Jens Dewulf zo zelden aan het wankelen? Zijn vermoeden: de historische fascist is een al te comfortabel spookbeeld geworden, veilig ver weg in de tijd.
Wat als we het eens omdraaien, als we niet het historische fascisme op het theater analyseren, maar het fascisme als theater? Criticus en dramaturg Klaas Tindemans richt zijn geoefende theaterogen op het fascisme van Hitler en Mussolini. Hoe zouden we hun speelstijl als Führer en Duce, hun smetteloze kostuums of hun massatoespraken theatraal analyseren? Alle politiek is theater, maar het fascisme, stelt Tindemans, is een spektakel waarin politiek volledig opgaat in esthetiek, met de totale oorlog als enige mogelijke climax.
“Vrij van repressie en brutaal geweld is ons politiek bestel allerminst.”
Theaterhistoricus Karel Vanhaesebrouck keert terug naar de bron van het antifascistische theater; naar Piscator en Brecht, maar vooral naar de vergeten Marieluise Fleisser, die al in 1924 haarscherp blootlegde hoe de conformistische kleinburger het nazisme mee mogelijk maakte. Dramaturg Bojana Cvejić duikt op haar beurt in de antifascistische erfenis van de dans [EN origineel]. Ze ziet de geweldloze, ‘non-fascistische’ traditie van Steve Paxtons contact-improvisatie herleven in Brusselse projecten als La Candidate Sans-Papiers.
Binnen de sector wordt er graag over gezwegen, maar daarbuiten leeft luidruchtig het idee dat het gesubsidieerde theater ‘links’ is. Is dat zo? Is theater iets voor en door progressieve mensen? We vroegen aan Evelyne Coussens of ze ooit al een ‘rechtse’ voorstelling zag. Misschien, concludeert ze in haar essay, preken we wel links, maar in de neoliberale en hiërarchische manier waarop het veld zichzelf organiseert, is al ons theater rechts.
Daarmee is de oversteek gemaakt naar de tweede koepel: het cultuurbeleid. Floris Baeke debatteerde op de Wiener Festwochen met intendant Milo Rau, de Braziliaanse regisseur Christiane Jatahy en de ontslagen theaterdirecteur Matej Drlička over het oprukkende autoritarisme in Europa, en hoe de kunsten daarop kunnen reageren [EN versie]. Rau en Drlička lobbyen voor een Europese wet op de artistieke vrijheid. Het zegt veel over onze tijd dat de kunst langs die economisch-juridische weg moet worden verdedigd. Maar de inzet, zo betogen de drie, is te groot om kieskeurig te zijn over de wapens.
“Binnen de sector wordt er graag over gezwegen, maar daarbuiten leeft luidruchtig het idee dat het gesubsidieerde theater ‘links’ is. Is dat zo?”
Misschien heeft het trio wel te veel vertrouwen in instituten. Want wat Dalia Maini, hoofdredacteur van straatkrant Arts of the Working Class, vanuit Berlijn beschrijft, doet ernstig betwijfelen of de bescherming van artistieke vrijheid wel van bovenaf zal komen. Maini legt uit hoe in Duitsland een cultureel mccarthyisme woedt dat kritische kunstenaars genadeloos de mond snoert [EN origineel]. Solidariteit met het Palestijnse volk, dat door het regime-Netanyahu nog steeds brutaal wordt uitgemoord, wordt bij onze oosterburen via subsidievoorwaarden, visumdossiers en allerlei bureaucratische handigheidjes administratief onmogelijk gemaakt.
Gaan we in Vlaanderen straks dezelfde toer op? Cultuurjournalist Wouter Hillaert vergelijkt het cultuurbeleid van Ninove en Mortsel, sinds oktober 2024 respectievelijk onze meest rechtse en meest linkse gemeente. Achter veel bruine en groene symboolpolitiek stelde hij vooral eenzelfde grijze zakelijkheid vast, want aan de begrotingstabellen van de cultuuruitgaven veranderde er weinig.
Of hebben we niet eens politici nodig om gecensureerd te worden? Braziliaans theatermaker Rodrigo Batista ziet de zelfcensuur en uniformisering al opduiken in onze eigen werkprocessen en subsidiedossiers [EN origineel]. In het spoor van Pier Paolo Pasolini heeft hij het over homologatie: we spreken over kunst in termen van ‘feedback’, ‘output’, ‘ondernemerschap’ en ‘innovatie’—Silicon Valley-speak die het theater van binnenuit uitholt.
“Solidariteit met het Palestijnse volk, dat door het regime-Netanyahu nog steeds brutaal wordt uitgemoord, wordt bij onze oosterburen administratief onmogelijk gemaakt.”
De derde, grootste dramaturgische cirkel van het nummer omvat onze bredere cultuur en publieke sfeer. We kiezen bewust voor een internationaal en geopolitiek perspectief, dat in (het denken over) de (podium)kunsten weleens ontbreekt.2
Ten eerste brengt curator Cosmin Costinaș met ‘Mondiale fascismes’—een erudiete en, u weze gewaarschuwd, omvangrijke tekst—een indrukwekkende genealogie van het fascisme, die online te lezen is. Het essay brengt de vele mondiale gedaanten van fascisme in kaart, van het ons vertrouwde Europa en de VS tot gevallen in China, India en Latijns-Amerika. Daarnaast ontleedt hij fascistische esthetiek en verlangens binnen onze eigen cultuur—van AI, ADHD-medicatie en yoga-retraites tot de manosfeer of Koreaanse skincare.
Eveneens online vindt u een vertaling van het eerste hoofdstuk van het spraakmakende The New Fascist Body. Historica Dagmar Herzog observeert daarin hoe uiterst rechts geobsedeerd is door een welbepaald lichaamsbeeld. Het succes van de AfD en van Trump teert volgens haar op een verlangen dat ze “sexy racisme” noemt.
De fascistische machine heeft ook de humor gekaapt. Want hoe maak je de fascisten van vandaag belachelijk als ze hun eigen absurditeit dagelijks zélf ensceneren? Georg Döcker noemt de show van het trumpisme een “farcical fascism” [EN origineel], een “kluchtig fascisme”, dat immuun lijkt voor schaamte en dat de strategieën van satire heeft gekaapt. Hoeveel ruimte blijft er dan nog over voor kritische performance en comedy? Hoe persifleer je een parodie?
En dan zijn er nog de notities van theatermaker Sanja Mitrović [EN origineel], die vanuit Brussel de Servische studentenprotesten volgt. In haar dagboeken zoekt ze naar de sporen die politieke systemen in haar eigen lichaam achterlieten, van de brieven van haar dienstplichtige vader tot de rilling die een marcherende colonne haar nog altijd bezorgt. “Fascisme begint niet per se met haat”, schrijft ze ergens. “Soms begint het als ongeduld met complexiteit, als het dwingende verlangen om de wereld overzichtelijker te maken dan ze is.”
Met dit dikke nummer proberen we niet aan dat ongeduld toe te geven, maar de situatie juist te compliceren, in de etymologische zin van het woord: het ‘samenvlechten’ van zoveel mogelijk nieuwe draden tussen het fascisme en de podiumkunsten.
Aan u nu,
Charlotte, Floris, Saskia, Natalie
BOEKEN
Norman Ajari, Technofascisme: le nouveau rêve de la suprématie blanche (2026).
Gil Durán, The Nerd Reich: Silicon Valley Fascism and the War on Democracy (2026).
Hal Foster, What Comes After Farce?: Art and Criticism at a Time of Debacle (2020).
Dagmar Herzog, The New Fascist Body (2025).
Stewart Home, Fascist Yoga: Grifters, Occultists, White Supremacists, and the New Order in Wellness (2025).
Naomi Klein, Döppelganger (2023), vooral dan hoofdstuk 9, “Conspirituality”.
Anton Jäger, Hyperpolitiek (2023).
Pankaj Mishra, The World After Gaza (2025)
Robert Paxton, The Anatomy of Fascism (2004)
Arundhati Roy, Azadi: Freedom. Fascism. Fiction. (2020)
Susan Sontag, Under the Sign of Saturn (1980), met daarin “Fascinating Fascism”.
Alberto Toscano, Late Fascism: Race, Capitalism and the Politics of Crisis (2023).
Enzo Traverso, Les Nouveaux visages du fascisme (2017).
Slavoj Žižek, Liberal Fascisms (2026).
ESSAYS
Carolin Amlinger en Oliver Nachtwey, “We Are Watching the Rise of Democratic Fascism”, Jacobin, 3 mei 2026.
Eric Blanc, “The Left Needs to Have More Fun”, Jacobin, 29 mei 2026.
Christopher R. Browning, “A New Kind of Fascism”, The Atlantic, 25 juli 2023.
Georg Döcker, “Anal Play”, blogpost, 7 juli 2025.
Marian Donner, “Bloedrode verf”, De Groene Amsterdammer, 13 mei 2026.
Masha Gessen, “In the Shadow of the Holocaust”, The New Yorker, 9 december 2023.
Félix Guattari, “Tout le monde veut être fasciste” / “Everybody Wants to Be a Fascist” (1973).
Stuart Hall, “The Great Moving Right Show” (1979).
Naomi Klein en Astra Taylor, “The rise of end times fascism”, The Guardian, 13 april 2025 / in het Nederlands “Eindtijdfascisme”, De Groene Amsterdammer.
Hannah Leffingwell, “What Can We Do With the Right’s Delight in Pain?”, Jacobin.
Thijs Lijster, “Hedofascisme: Ideologie van het ongebreidelde verlangen”, De Groene Amsterdammer, 21 mei 2025.
Stefanie Prezioso, “The Trouble With Fascism Analogies”, Jacobin, november 2025.
Jason Read, “Everybody Gets to Be a Fascist, or, What Taylor Swift Taught Me About Fascism”, e-flux Notes, 16 februari 2024.
Theaterkrant, interview met de Poolse maker Rogulski, “Het enige antwoord op een rechtspopulistisch regime is protest, protest, protest”.
VIDEO’S
Catherine Liu, “How Liberals Monetized Trauma” (Institute of Art and Ideas).
Vijay Prashad, “Is the fascism of the past the same as fascism now?”, lezing.
Timothy Snyder, “Zijn de ultrarijken de nieuwe fascisten?”, VPRO Tegenlicht, 16 februari 2025.
Naomi Klein & Astra Taylor, “End Times Fascism”, Democracy Now.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.