© Flor Huybens

Leestijd 6 — 9 minuten

Average Happiness – Dinsdag.org / Bas Vanderschoot

G = (GM – OGM)/t

63 weken lang trackte Bas Vanderschoot parameters van zijn leven, van slaapscores en gluteninname tot de kleur van zijn kleren. Maar is statistiek wel een onderdeel van de geluksformule? Helpt coherentie zoeken in de chaos ons gelukkiger te leven? De solo Average Happiness lijkt het zelf niet goed te weten.

Eén, Bas komt op. Twee, lijstje. Drie, pen. Vier, rolkruk. Zeven, publiek: Vanderschoot, gewoon ‘Bas’ voor ons, zwaait met een gespeelde zenuwachtigheid onze richting uit. Hij ijsbeert langs een grote witte tafel waarop een beeldscherm staat met een headset over gedrapeerd. Ergens achter hem, aan een wit doek, hangt een koningsblauw blokje. Dat blijkt later Bas als Excel-cel te zijn, cel B1. Bas draagt een T-shirt in hetzelfde blauw, net als de wieltjes onder de tafel. Neurotisch overloopt hij zijn lijstje, tot punt 23.3 en verder. De toon is gezet: ludiek, luchtig en een beetje knullig.

Wanneer hij het lijstje ordent tot een heuse spreadsheet volgt een kortsluiting. Die zien we op het beeldscherm, maar vooral in Vanderschoots lichaam zelf. Een opvouwbare trendlijn springt abrupt vanonder zijn T-shirt, terwijl hij kermend over de tafel rolt. Even later verklaart hij zijn fysieke filter verstopt, steekt angstig een uitvergrote lever op, en werpt deze vervolgens weer snel van zich af. De zaal lacht met me mee, terecht, want in dit slapstickregister lijkt Vanderschoot thuis te komen.

Als een enthousiaste professor statistiek onthult Bas steeds meer parameters die hij bijhield in zijn zoektocht naar geluk. Hij loodst ons soepel door zijn bevindingen en presenteert trots de formule die hij ontwikkelde om subjectief geluk objectief te meten: G = (GM – OGM)/t. Zo komt hij tot allerlei correlaties: Minder alcohol drinken levert hem een hogere readiness-score op terwijl ook stoppen met gluten eten en met roken zijn scores doen verbeteren. Verder is hij significant gelukkiger op dagen dat hij blauw draagt, net als op oneven data en wanneer hij de bus neemt aan halte Simonis. Ook zijn vrienden worden doorgelicht. Op twee gekruiste assen zet hij zijn vriendschappen uit, om de wederkerigheid ervan na te gaan. Links onderaan de grafiek zien we Felix staan, geen investering en geen rendement. Rationeel als hij is, rest Bas niets anders dan Felix als vriend te ontslaan.

“Als een enthousiaste professor statistiek onthult Bas steeds meer parameters die hij bijhield in zijn zoektocht naar geluk. Hij loodst ons soepel door zijn bevindingen en presenteert trots de formule die hij ontwikkelde om subjectief geluk objectief te meten: G = (GM – OGM)/t.”

Computo ergo sum

Ik moet toegeven dat ik Bas’ obsessie met data snap, zijn verlangen zelf tot een statistiek te verworden. Het klinkt verleidelijk: een computer die ons kan vertellen wat te eten, hoe lang we moeten slapen, wie onze beste vrienden zijn, van wie we moeten houden en of we echt gelukkig zijn of niet. De antwoorden op die vragen zou ik ook graag kennen. Kan geluk een formule zijn? Verschillende bedrijven beloven ons alvast een beter leven, zolang we ons maar aan de voorgeschreven grammen proteïne, aantal stappen en uren slaap houden. In 2010 al beschreef Gary Wolf in The New York Times hoe data en becijfering de laatste schuilplaatsen van het persoonlijke binnendrongen: slaap, voeding, onze gemoedstoestand, zelfs seks.  “Meten gaat niet over wie je bent, maar over wie je kunt worden”, zegt Vanderschoot in een heerlijk vettig Texaans accent. In een schemerlicht houdt hij een reusachtige smartwatch vol lichtjes op en verkoopt Bas de belofte van geluk, “for only 99,99!”. Bas voelt zich eigenlijk niet beter sinds hij geen gluten meer eet, maar volgens de cijfers is hij wel gelukkiger. De lijn gaat omhoog, dus doet hij verder. “Computo ergo sum”, klinkt het bij de Microsoft Support-medewerker, die Vanderschoot zelf speelt.

“Ik moet toegeven dat ik Bas’ obsessie met data snap, zijn verlangen zelf tot een statistiek te verworden. Het klinkt verleidelijk: een computer die ons kan vertellen wat te eten, hoe lang we moeten slapen, wie onze beste vrienden zijn, van wie we moeten houden en of we echt gelukkig zijn of niet.”

Bas’ blind vertrouwen in de statistiek blijft echter niet renderen. Hij begint het moeilijk te krijgen om te huilen, zelfs wanneer hem dat rationeel wel gepast lijkt. Noteren verkoelt zijn emoties. Anekdotisch, alsof het niet meer is dan een puntje op een lijstje, vermeldt hij kort de dood van zijn vader. Hij moet huilen om een verloren sleutelbos of wanneer hij ajuinen snijdt, maar de dood van zijn vader brengt geen tranen teweeg. Even lijkt de voorstelling een kentering in te zetten, maar Vanderschoot haast zich naar de volgende scène. Op het nippertje wordt de verdieping, waar Bas ook zelf naar op zoek lijkt te zijn, in de kiem gesmoord. Statistiek doodt de emotie, misschien gaan de makers een dergelijke emotionele kentering uit de weg om net dat punt te maken. Maar door verdriet en grappen op dezelfde hoogte te plaatsen en zo de verdieping niet toe te laten, trekt de voorstelling zich aan mij voorbij als een vlakke trendlijn.

Asymptotische Achtbaan

Ook de relatie van Bas loopt stuk op zijn hyper-rationaliteit. Zijn vriendin wil niet met hem samenwonen. Geen kosten-batenanalyses en statistische projecties kunnen hem nog redden: uiteindelijk wijst ze hem helemaal af. Bas glijdt af in een gespeelde crisis, hij herinnert zich niets meer van de data die hij de avond voordien in een dronken roes invoerde. Terwijl hij hulpeloos met zijn armen zwaaiend zijn decor aan diggelen duwt ratelt hij een moeilijke tekst af, vol afkortingen en statistisch taalgebruik. De werkelijke emotie gaat wat verloren in de stugge tekst en Vanderschoots neiging erbovenop te spelen. 

“Statistiek doodt de emotie, misschien gaan de makers een dergelijke emotionele kentering uit de weg om net dat punt te maken. Maar door verdriet en grappen op dezelfde hoogte te plaatsen en zo de verdieping niet toe te laten, trekt de voorstelling zich aan mij voorbij als een vlakke trendlijn.”

Na de crisis belandt het hoofdpersonage Bas in Chandigarh, de stad die Le Corbusier in de jaren 1950 ontwierp nog voor ze bestond. Ze dient hier als metafoor voor wat kan misgaan wanneer we menselijke ervaringen gaan berekenen. Het is stil en kil in Chandigarh, een onbehaaglijk gevoel bekruipt Bas. Op een badkamervloer van een hotelkamer heeft hij een soort interne dialoog over de zin en onzin van statistiek. Via de metafoor van de stad en de dialoog landt de voorstelling waar we bij aanvang al waren: statistiek verkoelt emotie, doodt gevoel. 

Het eindbeeld voert de quantified self nog eens op in het klein. Bas haalt een mini versie van zichzelf uit de koningsblauwe Excel-cel B1, een nieuwe Bas geboren uit de statistiek. Hetzelfde lijstje van in het begin wordt opgezegd, de kleine Bas wordt op een kleine rolkruk aan het beeldscherm gezet. “Toon Bas de Excel”, beveelt Bas, terwijl hij vanop een afstandje toekijkt. Een gele gloed komt op en zwelt aan terwijl de spreadsheet steeds sneller voor de ogen van het popje beweegt. Bas grijpt niet in, hij wordt zelf een toeschouwer van zijn eigen leven. De spreadsheet lijkt te blijven groeien, sneller en sneller razen we door de data op het scherm. Bas wordt zo een passieve toeschouwer van zijn eigen leven, de statistiek leeft en hij volgt. 

De sferische muziek zwelt aan en vergaat uiteindelijk in gepiep, het soort gepiep van een hartmonitor bij een hart dat niet meer klopt. Vanderschoot zelf is ondertussen sereen achter het doek verdwenen, terwijl het popje zich volledig aan de statistieken overlevert. Neemt Bas zelf zo voorgoed afscheid van de data of is dit net een overgave eraan? Statistiek consumeert en vlakt af, maar dat wisten we voor de 63 weken dataverzameling eigenlijk ook al. Average Happiness is een asymptotische achtbaan: we worden traag omhoog gehesen richting een buikkriebelende duik de diepte in, maar eindigen uiteindelijk waar we startten. 


De speeldata voor deze voorstelling kan je hier vinden.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#183

08.09.2026

—

14.01.2027

Pepijn Loobuyck

Pepijn Loobuyck (hij/hem) is afgestudeerd in de master EU-Studies en al lang geboeid door podiumkunsten. Volgend jaar start hij aan de opleiding drama op het KASK & Conservatorium in Gent. Naast podiumkunsten is hij geïnteresseerd in internationale politiek, dekolonisatie, ecologie, film en literatuur.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!