Eric De Kuyper

Leestijd 2 — 5 minuten

Eric De Kuyper

Misschien wordt deze bijdrage aan Etcetera ook wel mijn laatste. Tot mijn eigen verbazing constateer ik dat het precies een jaar geleden is dat ik naar een toneelvoorstelling ben geweest. Ik word me daarvan bewust enkel omdat men mij gevraagd heeft iets over theater te schrijven: wie weet wanneer ik me er anders bewust van geworden zou zijn?

Vorig jaar had ik nochtans veel goede voornemens: ik had de stukken aangestipt die ik de komende maanden zou gaan zien. Ik startte met goede moed bij de Don Carlos van Karst Woudstra bij Globe, die door de pers uitgeroepen werd als zijnde misschien wel de produktie van het jaar. Het was zo’n zielige avond, vol verveling, ergernis en walg over wat ik daar te zien en te horen kreeg dat ik dacht: als dit de produktie van het jaar is, laat ik dat dan maar à la lettre nemen. Dan heb ik het seizoen 81-82 ook gezien. Het viel me niet moeilijk me aan deze belofte te houden. Ik ben ook niet eens zeker of ik dit seizoen wel iets zal gaan bekijken: niet eens dé produktie van het seizoen weet me te verleiden. Ze doen maar, en liefst zonder mij…

Ik heb aan een paar vrienden gevraagd die – om professionele redenen – het theaterleven volgen, om mij op de hoogte te houden en mij een seintje te geven als er iets is wat ik moet zien. (Ik vergat nog een special event in Mickery, waarbij de fine fleur van het Nederlandse toneel tijdens een marathondag telkens een ‘eigen’ (?) versie bracht van de laatste scène uit Virginia Woolf. Zo veel ontalent samen heb ik al lang niet meer gezien. Maar alle aanwezige recensenten en theaterspecialisten vonden het een uitzonderlijk en boeiend experiment.)

Zo’n kater heb ik al eens eerder meegemaakt, dus maak ik er mij niet al te druk over. Het is zoiets als een voorbijgaande theaterimpotentie. Toevallig lees ik een artikel in The Village Voice van Gordon Ratoff getiteld: ‘On not attending Theater’. Ik citeer deze regels: ‘Staving away, I remember the best work of the past, retrieving it from the muddie into which it falls when too many bad plays and productions insist on defining the art itself. Staving away reminds me to look more carefully the next time I go.’ Ook wat het buitenland te bieden heeft, trekt me maar matig aan. Ik zal me wel vergissen (hoop ik), maar ik heb het gevoelen het allemaal al eens eerder te hebben gezien. Op zich zou daar niets op tegen zijn. Eén van de grote aantrekkingskrachten die oude Hollywoodfilms op mij uitoefenen is juist dat ik ze ‘hoe dan ook, allemaal al eens eerder heb gezien’. Het soort theater dat momenteel geboden wordt is echter niet afgestemd op het herhaaldelijk bekijken, het herhaaldelijk ontdekken, het herontdekken. Een déjà-vu impressie vernietigt dan ook radicaal dat soort theater, de zin ervan.

Het is alsof ik nu wil vergeten, om zoveel mogelijk, straks misschien, opnieuw te kunnen ontdekken. Ik zit in mijn Trauerarbeit-fase. En op zo’n moment kunnen we elkaar beter mijden, het theater en ik.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

column
Leestijd 2 — 5 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Eric De Kuyper

Eric de Kuyper (1942) is de auteur van talloze artikelen over dans, opera en film, en van een reeks autobiografische boeken, waaronder Bruxelles, here I come (1993). In 2007 verscheen Het teruggevonden kind.