‘Kontakthof’ mit Teenagern ab ‘14′ © Laszlo Szito

Leestijd 23 — 26 minuten

Van Wuppertal naar Leverkusen

Pina Bausch herneemt Kontakthof met een cast van teenagers

In 1978 maakte Pina Bausch Kontakthof. Het stuk is als een revue, met mannen en vrouwen die bewegen en dansen op muziek uit de jaren dertig. Bausch hernam het stuk onlangs voor een cast bestaande uit jongeren vanaf veertien jaar. Eric de Kuyper ging in Leverkusen kijken. ‘Een twintigtal adolescente jongens wordt geconfronteerd met evenveel adolescente meisjes. Meer is er niet.’

Toegegeven: ik heb iets van een ‘Lokalpatriot’. Zoals ik tevoren erg trots was in Nijmegen te wonen, zo was ik een achttal jaar geleden bijzonder trots op enkele kilometers van de Nederlandse grens in Nordrhein-Westfalen te gaan wonen. Wellicht heeft het te maken met mijn ‘nomadendom’: ik ben eigenlijk altijd blij ‘ergens’ te mogen wonen, een vaste plek te hebben. NRW leek mij bijzonder omdat het de streek is waar er per vierkante kilometer de meeste schouwburgen, opera’s en musea te vinden zijn. Ik verheugde mij dus bijzonder… Maar aan Nederlandse en Belgische (en zelfs Franse) ‘maten en eenheden’ gewend, was het nog niet tot mij doorgedrongen dat Duitsland… een erg groot land is. En dat we in een uithoek van NRW wonen. Het culturele leven begint pas op zo’n honderd kilometer van ons gehucht vandaan te bloeien. Die honderd kilometer naar Düsseldorf of Duisburg – de dichtstbij gelegen steden – dienen met het openbaar vervoer te worden afgelegd, want met de auto zit je zo in de verkeer- en filejungle van het Ruhrgebied en die ga ik liever uit de weg. Dus toch maar met de trein.

Gaat dans niet in eerste instantie en uiteindelijk altijd over het lichaam en het lichamelijke? En is al het overige niet enkel versiering, aanleiding, omkadering, middel tot…?

Kleve heeft slechts één perron, maar een treinverbinding met Düsseldorf is er wel, zij het van de zeer trage lokale soort. Anderhalf uur doet de Nieler-Express (!) erover om Düsseldorf te bereiken. Dat betekent ook dat ik er voor de terugreis altijd op moet letten de laatste trein te halen. In veel gevallen moet ik na een opvoering ter plekke blijven logeren. Zo is aan mijn abonnementsvoorstellingen in Düsseldorf en Duisburg een ingewikkelde vervoer- en logeerprocedure gekoppeld.

Onlangs was ik in Wuppertal – de stad van waaruit Pina Bausch nog steeds opereert – en in Leverkusen – de stad waar Bayer bedrijvig is. Maar ik zag een opvoering van Bausch in Leverkusen, en in Wuppertal gingen we naar Max Raabe und sein Palast Orchester.

***

Wuppertal bestaat eigenlijk niet, of pas sedert 1930. Deze ‘stad’ met 360 000 inwoners is een samenvoegsel van Ebersfeld en Halberstadt. Beide stadsdelen zijn verbonden door de Wupper en zijn fantastische Schwebebahn. Ik was er vroeger al een paar keer. Uiteraard om iets
van la Bausch te zien. Sedertdien werd die Schwebebahn gemoderniseerd: twee typische stationhaltes werden keurig en glimmend gerestaureerd, maar alle andere werden afgebroken en vervangen door ‘iets’ moderns. Vreemd hoe een stad maar niet doorheeft wat haar charmes zijn… Neen, men is trots op zijn City Center – een shoppinggedoe dat, als je vanuit het station komt, uitdeint en zichzelf uitspuwt in een… voetgangerszone, die dan Stadtzentrum heet. In Leverkusen is het nog erger. Het piepkleine stationnetje – een halte op de S-Bahn, de lokale metrolijn – geeft toegang tot een wirwar van shoppinggalerijen, die dan ook uitmonden in een shopping-stadscentrum. Maar eerst moet je door een soort voetgangerstunnel, onder een immens stadhuis door dat in aanbouw is. Waarom zo groot? Omdat er niet minder dan honderd nieuwe shops in voorzien worden. (Het Rathaus is dus maar een voorwendsel!)

Ach, en dan wordt er over hedendaagse stedenbouwkunde gesproken… bestaat die? Stedenbouwonkunde, ja!

Maar Wuppertal dus, en de Wupper… Ik herinner me een mooie opvoering van Die Wupper van Else Lasker-Schüler in een regie van de toen nog jonge Luc Bondy in de oude Berlijnse Schaubühne. Ik kon dus aan M., die me vergezelde, vertellen dat dit riviertje tijdens de industriële revolutie als chemisch wasbekken dienst deed; de verfresten van de florerende textielindustrie konden gemakkelijk wegspoelen naar de omgeving. De arbeiders werden uitgebuit, de werkgevers werden rijk. Sporen van dat laatste gegeven zouden we die avond tot onze grote verrassing zelf ontdekken…

We hadden tijd voor de voorstelling begon; het weer was mild en ik wilde graag eens langs de Wupper wandelen, van het ene stadsdeel naar het andere. Wat dacht je? Telkens opnieuw moest je, nadat je een paar honderd meter langs de Wupper had geflaneerd, via een huizenblok – nu eens een muziekacademie, dan weer een mooie oude werkplaats, dan weer Jugendstilachtige grote burgerlijke woningen – ‘het land in’, om dan, rechtsomkeert makend, een paar honderd meter verder terug een stukje langs de Wupper te kunnen lopen. Aan de andere oever van het riviertje (een stroom kan je het niet noemen) leek het niet veel beter; dus een reden om over te steken was er niet.

***

Een paar jaar eerder had ik Max Raabe met zijn revue in de opera van Keulen gezien. Deze zanger is bij ons zo goed als onbekend en dat is uitermate jammer. Hij zingt voornamelijk Duitse schlagers uit de jaren twintig en dertig, met een stem en een voordracht die totaal anachronistisch zijn. Hij wordt begeleid door het Palast Orchester, dat eveneens die verloren ‘sound’ heeft weten terug te vinden. Indrukwekkend. Hij is ook een fantastische vertolker van de poëzie van Brecht, en zijn Mackie Messer is overigens ook bijzonder. Maar in zijn show gaat het uiteraard om puur entertainment. Raabe was nu op tournee doorheen heel Duitsland en Zwitserland. Ik probeerde meteen (in mei) te reserveren. Het maakte mij eigenlijk niet veel uit in welke stad ik de show zou zien – het werd toch reizen –, wel het type zaal leek me van belang. Kongreshallen vielen dus af… Maar of het nu om echte theaterzalen of om Kongreshallen ging in Düsseldorf, Essen, Keulen, Krefeld… alles was reeds – maanden op voorhand – uitverkocht. Daarbij waren het allemaal ook nog eens immense zalen! Ik zei het: de man is erg populair. Enkel Wuppertal was nog mogelijk. Qua bereikbaarheid was dit geen probleem; helaas trad hij er op in de Stadthalle! Ik ken dat soort zalen: betonnen congres- en cultuurbunkers, van het type waarvan ik er een paar maanden later ook één in Leverkusen zou mogen bezoeken voor mijn Pina Bausch-avond. Echt niet geschikt voor het type show dat Raabe brengt. Maar goed, veel keuze was er niet…

In de nabijheid van ons hotelletje (stadscentrum) maar aan de andere kant van de Wupper bevond zich de Alte Stadthalle. Op loopafstand, zo leek het op het stadsplan. En dat was het ook. Via een steile helling, in wat voor een stadspark moest doorgaan (het was avond en de belichting was nogal schraal), beklommen we een heuvelrug (-ruggetje), de Johannisberg geheten. Eenmaal boven gekomen, bevonden we ons plots in een buurt – of eerder op een plein – met nieuwbouw en een groot Accor-hotel. In het midden van het plein stond – in volle glorie en met feestelijke belichting – een bouwwerk waarvan ik dacht dat je het alleen in steden als Wenen aantrof. Een belle-époquetaart in de stijl van de Italiaanse neorenaissance, met veel krulletjes en tierlantijntjes, en met binnenin immense foyers met spiegels, bladgoud, zuilen, trappen en nog eens trappen. (Zo ongeveer stel ik mij het oude casino van Oostende voor.) Ik was zo gebiologeerd geweest door de naam ‘Stadthalle’ dat ik niet opgemerkt had dat het door ‘Alte’ werd gespecificeerd. Wat een feest!

De show vond in de grote concertzaal plaats – niet ideaal voor dit type spektakel maar met haar tweeduizend plaatsen wel groot genoeg voor het talrijke publiek. Tijdens de pauze wilde ik nog even de Offenbach-zaal binnenglippen. Daar werd die avond een tandartsenfeest (?) georganiseerd. Of ik tandarts was, werd mij gevraagd. ‘Neen, maar ik heb toch wel veel met hen te maken…’ Vriendelijk werd mij gezegd dat dit een gesloten bijeenkomst was.

Overigens, het tweede deel van de show ging zo beginnen…

***

Kortom, dit alles om te zeggen dat ik, naast Wuppertal, ook in Leverkusen was en daar dus Kontakthof van Pina Bausch zag. In het zogenaamde ‘Forum’ – daar is jammer genoeg niet een ‘Altes Forum’. Wel is het een betonnen onding dat even voorbij een stadssnelweg ligt, maar vlakbij de reeds vermelde shopping-voetganger-tunnel-zones. Het is uiteraard een Bayer-product, zoals alles in deze stad.

Ergens in de buurt bevindt zich wat je het moederhuis zou kunnen noemen, het zogenaamde Kulturhaus, en dat viert dit jaar zijn honderdste verjaardag… Het cultuurlandschap van het Ruhrgebied is al even ingewikkeld als het gebied zelf.

Want, goede vraag, waar ligt Leverkusen? Om er met het openbaar vervoer te geraken, moest ik dat wel weten. En ik verwar het dikwijls met Krefeld (vanwege de k’s?) en ook met Mülheim (vanwege de u?); allebei steden waar ik ooit wel eens iets mee te maken heb gehad. Met Leverkusen dus niet, zo bleek. De Bayer-stad met haar 160 000 inwoners ligt als het ware aan de overkant van Keulen, op nauwelijks een tiental kilometer afstand, is ook een samensmelting van een aantal dorpen en is ook pas in 1930 gesticht.

***

Hoe verschillend zijn al die meisjes toch van elkaar, en ook al die jongens. De ene is groot, de andere klein, de ene mollig, de andere spichtig… De kleding van de meisjes onderstreept dit natuurlijk het meest. Gehuld in hun pastelkleurige satijnen enge jurkjes, valt telkens opnieuw op dat bijvoorbeeld geen enkele kont op een andere lijkt. Een kont is (g)een kont is (g)een kont…

Het Forumgebouw is ontworpen volgens het principe: als er maar geen hoek recht is, zijn we modern (en hebben we afstand gedaan van ons Bauhausverleden). Scheefgetrokken driehoeken, tot parallellepipedums geduwde rechthoeken, platgedrukte vierkanten… En ruimte, veel ruimte… Hallen. En beton. Dat is nog van voor de tijd van Gehry en zijn vriendin in vormensculptuur Zaha Hadid. Maar de behoefte om vorm te geven door te vervormen, is hier al duidelijk zichtbaar.

Het uitermate ongezellige restaurant (beton, ‘speelse’ hoekige volumes) heeft om het wat op te vrolijken één verjaardagsguirlande, die men daar ooit eens heeft opgehangen en nadien vergeten is. Maar het is eten is behoorlijk en de service prettig, zoals bijna overal in deze omgeving.

De foyers en hallen geven, vreemd genoeg, uit op een dienst voor werklozen – Service Center geheten – die hier ook is ondergebracht. De Bayer-familie, zoals ook de Krupps in Essen, bouwde voor haar arbeiders modelkolonies. (De nog steeds bestaande Margarethenhöhe in Essen is trouwens een prachtige Gartenstadt, in een weelderige omgeving.) Het Service Center kondigt overigens zijn informatie over openingstijden in vijf talen aan: Duits, Frans, Engels, Turks en Russisch! Tegenover het Center bevindt zich een kunstbioscoop: een fraai zaaltje met 150 plaatsen en een niet onaardig programma zoals ik kan merken.

Van de ene betonnen ruimte loop je in een tweede, nog grotere – die blijkbaar ook dienst kan doen voor evenementen – en daarnaast is er dan de zaal: grijs beton, witte stoeltjes en vast lichtbeige tapijt. De deuren zijn paars! Wat, zo merkte ik die avond op, voor verschillende bezoeksters een gelegenheid was om hun kleding eraan aan te passen. De ene een blouse, de andere een sjaal in dezelfde tint… Bayer, bekend om zijn aspirines, is uiteraard ook van oudsher een kleurenchemiebedrijf. Het toeval wil echter dat het niet de familie Bayer is die haar naam aan de stad heeft gegeven, maar de concurrent: de familie Leverkusen!

***

Waarom de opvoering van Kontakthof hier plaatsvindt en niet in Wuppertal – hoewel daar een (hernieuwde) operazaal is – besef ik pas tijdens de voorstelling. Het is een nieuwe versie van een dertig jaar oud dansstuk van Pina Bausch. In 2000 had ze het al bewerkt voor senioren. Nu heeft ze het een tweede maal bewerkt, voor teenagers van veertien jaar en meer. Deze versie ging vorige herfst in première, tijdens Pina’s Fest, een evenement dat voor de tweede maal plaatsvindt in verschillende steden (Düsseldorf, Essen, en uiteraard Wuppertal). Wellicht omdat la Bausch zo vaak in het buitenland op tournee is en ze zelden met haar groep in Wuppertal optreedt – en het daar dus altijd uitverkocht is – staat het nu nog eens in Leverkusen. Ik neem aan dat alle familieleden en schoolvriendjes de opvoering wilden bijwonen en dat daar tijdens het festival geen gelegenheid toe was. En men dus deze extra opvoering heeft ingelast. Gezien de bezetting – allemaal schoolgaande jeugd afkomstig van een Wuppertalse school! – zal het vermoedelijk zelden te zien zijn… Jammer, want het is een fantastisch dansstuk geworden.

***

Kontakthof verloopt als een revue. Niet alleen omdat de songs uit de jaren dertig daaraan herinneren, vooral ook vanwege de ononderbroken vlotheid van het ritme, afwisselend langere en kortere stukjes die meesterlijk tot een geheel worden vervlochten. Op bijna onmerkbare wijze wisselen de meisjes af en toe van kleding. Doorgaans zijn ze in verschillende satijnen enge cocktailjurken gehuld, dan even in een zwart jurkje of glinsterend zalmkleurig lingerieachtig gewaad. De jongens blijven de hele avond door hun grijs-zwarte pakken dragen, met wit hemd en stropdas.

Meesterlijk – het is de eerste keer dat het me zo sterk opvalt bij haar – hoe Bausch met ruimteverdeling en -indeling speelt. Systematisch wordt de opstelling – frontaal of lateraal, van zittende meisjes en jongens aan de wand – herhaald. Maar tussendoor zijn er wonderlijke ruimtelijke ordeningen: diagonalen, cirkels, plotse leegtes, dan weer versnipperde paren over de gehele vloer. Een fantastisch gevarieerd gebruik van wat feitelijk een soort gesloten danszaal is (een decor van de in 1980 overleden compagnon van Pina Bausch, Rolf Borzik).

Bausch heeft altijd graag gewerkt met bestaande, doorgaans oude opnamen van muziek van zeer diverse herkomst. Hier is het een collage van verschillende muziekstukken, voornamelijk uit het Duitse schlagerrepertoire, in oude opnamen, of tussendoor een oude krakkemikkige opname van Sibelius’ Valse Triste. Bausch is wat dat betreft een kind van de jaren zestig. In de muziekzaken in Londen en New York kon je toen in de afdeling ‘Nostalgia’ oude opnamen vinden van 78-toerenplaten, die in die tijd opnieuw op lp werden uitgebracht. De oude 78-toeren platen met hun vergeten vertolkers en vertolkingen, die in de privéverzamelingen stilaan waren stukgedraaid of letterlijk stuk waren (platen waren toen nog breekbaar), werden op die manier herontdekt. Geen wonder dat verschillende kunstenaars deze verloren klankwereld wilden gebruiken in hun hedendaags werk. De toen jonge filmmaker Werner Schroeter hoorde daarbij. Ook Pasolini was een liefhebber van het hergebruiken van bestaande muziek (zijn Mattheus-film leek op een echte jukebox uit het klassieke repertoire). En, op een totaal ander vlak, Pina Bausch in haar danstheater.

***

Vrijblijvend is deze Kontakthof niet. Integendeel. Al bij het eerste beeld – een meisje loopt van achter naar voren op de bühne, maakt dan rechtsomkeer en loopt traag terug, meer niet – rollen tranen over mijn wangen. Wat hebben we nu? En telkens opnieuw, de hele avond door, krijg ik een krop in de keel. Geregeld ook schiet ik in een lach… of zit ik te grinniken. Ja, het is een grappige, lichtvoetige en tevens hartverscheurende avond, die – inclusief pauze – meer dan drie uur duurt. En wat er te zien is, is eigenlijk heel minimaal, eenvoudig en behoorlijk vol – gewilde – herhalingen. Een twintigtal adolescente jongens wordt geconfronteerd met evenveel adolescente meisjes. Meer is er niet.

***

Geen enkele beweging, geen enkel moment is overbodig. Alles werkt vanzelfsprekend – nooit gezocht of gewild. (Behalve een enkele scène waar ik het nog over heb.) Choreografie is hier gewoon: dans.

Maar wat is dans eigenlijk? Waar gaat dans over?

***

Mijn jonge vriend Staf vertelde me onlangs dat hij iemand probeerde uit te leggen waarom in het klassieke ballet op spitsen wordt gedanst. Omdat het conventie is? Ja, maar er is natuurlijk meer aan de hand. Op spitsen wordt om één enkele reden gedanst: omdat… vrouwen benen hebben, en danseressen uitzonderlijk mooie benen. En omdat dit in de negentiende eeuw op een ‘ontdekking’ leek. Door de spits wordt de lijn, de beweging, de wentelbaarheid van het been geaccentueerd. Het wordt op een – uiteraard kunstmatige – manier ‘uitgerekt’ tot een soort ideaal been.

Er wordt verteld dat de grote choreograaf George Balanchine – toen hij in de jaren dertig voor een Broadwayshow werkte – gevraagd werd om samen met de producer van de show de auditie van de danseressen bij te wonen en hun talent en uiterlijk te beoordelen. Bij zo’n auditie hoort uiteraard ook het waarderen van de benen. ‘Och, ze hebben allemaal even mooie benen’, verzuchtte de producer. ‘Wacht even,’ zei Balanchine, ‘laten we ze eens vragen hun hoge hakken uit te trekken…’ En inderdaad, blootsvoets werden de verschillen meteen zichtbaar.

Gaat dans niet in eerste instantie en uiteindelijk altijd over het lichaam en het lichamelijke? En is al het overige niet enkel versiering, aanleiding, omkadering, middel tot…?

***

Ik ben een grote bewonderaar van Pina Bausch’ werk – ik ken wel voornamelijk werk uit haar beginjaren –, maar ik moet toegeven dat ik mij dikwijls aan bepaalde dingen heb geërgerd. Grof gezegd: het puberachtige kwam niet altijd even fris, ongedwongen, spontaan over, vond ik. Soms werd het een systeem.

In deze Kontakthof nu wordt er niet door volwassen, professionele dansers en danseressen gedanst, maar door echte pubers! Neem bijvoorbeeld het eindtafereel, dat volledig gebouwd is rond een herhaling van verschillende tics die de jongens en meisjes al lopend herhalen, in een perpetuum mobile, als een soort ritueel zonder einde. ‘Blonde Kläre, schenk mir doch die Ehre, denn dass ware ja so schön….’ In de oorspronkelijke versie1 zijn het de uitstekende dansers van Bausch die deze tics uitvoeren. Maar voor adolescenten zijn tics tics nerveux – de onhandigheid om in bepaalde situaties een houding te vinden, het ongemakkelijke van het lichaam, de gêne, de schuchterheid, de vraag hoe emoties te verbergen of om te zetten in lichaamstaal en houding. Dit alles is de adolescent eigen. En de jonge vertolkers hebben dus niet de minste moeite om het niet uit te drukken (zoals de dansers doen), maar bijna mechanisch uit te voeren. Ik kreeg de indruk dat het eigenlijk dat is wat Bausch altijd gezocht heeft, en nu pas – bijna per toeval, althans per definitie als een eenmalige gebeurtenis – gevonden. Op grandioze en bewonderenswaardige wijze heeft ze al het overige – overtollige? – weggelaten. Ook veel van datgene waar ze om beroemd is en wat tot haar eigen ‘theater’ behoort, lijkt mij. Ze concentreert zich uitsluitend op de lichamelijkheid van die jongens en meisjes. Die doen wat Pina van hen vraagt. En ze doen dat zeer goed, dat wil zeggen: relaxed. Er wordt niets aan toegevoegd. Zo zijn de meerdere gesproken delen die in het oorspronkelijke werkstuk nog aanwezig waren, hier zo goed als helemaal afwezig. Deze Kontakthof lijkt wel een ‘Pina Bausch puur’!

Een enkel moment laat zien waar het de verkeerde kant had kunnen opgaan. Het is de (beroemde) scène waarin een meisje eerst door een jongen wordt gestreeld en geliefkoosd, dan door meerdere jongens. Tot die liefkozingen, onmerkbaar bijna, overgaan in het tegendeel, in een vorm van agressiviteit. Het is heel zinnig en erg mooi, en het komt op de een of andere manier geregeld terug in andere werken van Bausch. Maar hier is het net iets te veel. Te dramatisch zou je bijna zeggen. Er wordt iets verteld – ‘hoe een streling kan overgaan in haar tegendeel’ – dat enigszins geacteerd dient te worden, in het begeleidende scala van gevoelens. De bewegingen – de gestes – krijgen een lading. In contrast met al het overige komt dit over als overdone… In de normale gestiek, die in het stuk overweegt, zit al voldoende gêne, een ongewisheid over
het lichamelijk behagen en onbehagen, en de grenzen daartussen.

Van eenzelfde aard, in deze context even ‘net ernaast’ of ‘te veel’, is het meisje dat tot in den treure en op alle mogelijke toonaarden ‘Liebling’ zegt, schreeuwt, fluistert… Ook hier worden middelen ingezet die sterk contrasteren met de vanzelfsprekende directheid van al het overige. Twee uitschieters die op zich geen smet werpen op het geheel. Ik haal ze enkel aan omdat ze duidelijker maken waar Bausch wél grandioos in slaagt.

***

Toen ik las dat Bausch haar Kontakthof had bewerkt voor een groep scholieren, vreesde ik eerlijk gezegd het ergste. Dat er – ongewild of gewild, maar onvermijdelijk – een lolita-effect zou ontstaan en een equivalent ervan (hoe heet dat?) voor wat de jongens betreft. Kortom, ik vreesde dat het aan de ietwat perverse kant zou worden, en dat is een heel moeilijk te bespelen register. Bij Bausch – die in haar werken graag met het perverse koketteert – krijgt dat dan vaak ook nog iets cynisch en boosaardigs.

Niets van dat hier. Wat ze met die jonge mensen doet, wat ze die jonge mensen laat doen, getuigt van een enorme generositeit, ja misschien zelfs van vertedering. Hoewel, natuurlijk bitter hard. Je bent niet la Bausch voor niets!

Over zinnelijkheid of sensualiteit, over erotiek spreken is hier naast de kwestie. Wat het dan wel is? Want het gaat voornamelijk om het lichaam. Obsceniteit? ‘Iets wat opzettelijk de zedigheid overschrijdt door beelden van seksuele aard op te roepen’, zo omschrijft het woordenboek het ongeveer. Maar ook dat klopt niet met dat wat ik ervaar.

Wat de choreografe hier met lijven doet, daar hebben we geen woord voor, geloof ik. Aan de hand van een beeld kan het misschien worden gesuggereerd. Stel je een groep naakte mensen, mannen en vrouwen door elkaar, van verschillende leeftijden voor. Niet in een naturistenoord, want daar krijgt het door de context weer te veel beladenheid. Neen, ergens toevallig… Het kan niet anders dan dat daarbij de dwingende gedachte opkomt: hoe verschillend van elkaar zijn al die lichamen toch. En dit zijn dus allemaal vrouwen; en dit allemaal mannen…

En toch is elk lichaam uniek. Zo tastbaar uniek dat het vragen oproept die niet beantwoord kunnen worden… Het is een gemeenplaats, maar van het soort dat aan het wezenlijke van het mens-zijn – en het lichaam zijn – refereert. De Duitse antropoloog Helmuth Plessner2 heeft daar een even mooie als bevreemdende omschrijving voor. Het gaat om de spanning tussen ‘een lichaam zijn’ en ‘een lichaam hebben’. Het gaat om een dubbele verhouding met het eigen lichaam. Deze theorie van Plessner is allesbehalve eenvoudig te bevatten. Doch in Kontakthof Mit Teenagern ab ‘14’ wordt het plotseling heel bevattelijk… Hoewel even moeilijk uit te leggen!

Hoe verschillend zijn al die meisjes toch van elkaar, en ook al die jongens. De ene is groot, de andere klein, de ene mollig, de andere spichtig… De kleding van de meisjes onderstreept dit natuurlijk het meest. Gehuld in hun pastelkleurige satijnen enge jurkjes, valt telkens opnieuw op dat bijvoorbeeld geen enkele kont op een andere lijkt. Een kont is (g)een kont is (g)een kont… Daarbij wordt niet gespeeld: noch met aantrekkelijkheid, noch met verleidelijkheid. Die achterwerken hebben niets verleidelijks, of zinnelijks. Ze zijn letterlijk, concreet lichaamsdeel – waar dan ieder individu apart mee moet zien te leren leven! Een lichaam hebben en een lichaam zijn. Dat is voor een adolescent een bijzonder grote en moeilijke opgave. Sommigen gaan er aan ten onder en overleven deze tweespalt niet. Of worden waanzinnig en gaan de lichamen van hun medemensen te lijf… Ze schieten er op los.

Het blijft bij Bausch concreet en direct. Ook heel dikwijls grappig: zo doet een meisje een jongen voor ‘hoe je je kont moet draaien’. Tevergeefs , de jongen brengt er niets van terecht. Met om de billen een kitscherige satijnen jurk zou hij het al veel beter doen!

Hoezeer de danspatronen ook afgestemd zijn op gelijkheid, elk individu – hoe gedrild de groep ook is – voert de bewegingen totaal anders uit. Vanuit een totaal andere innerlijkheid ook… Want dat is natuurlijk het mooiste: het gaat niet om poppen, maar om mensen van vlees en bloed.

Het is zoals met groepsfoto’s van scholieren… Na de vraag ‘wie is wie (weer)?’ dringt zich de vraag op: ‘en daarna?’ Hoe zijn deze jongens en/of meisjes opgegroeid? Ze zijn allen zo verschillend.

Bij de jongens is die individualiteit niet minder sterk aanwezig dan bij de meisjes – ook al zijn ze in een uniform pak gehuld. Je hebt de verleider, die onzeker is over zijn verleidingsgave; daarnaast de mooie jongen, die er nu al uitziet alsof hij dertig is, maar die als dertiger ook nog steeds voor mooie jongen zal doorgaan; de bescheiden knul; daarnaast het quasi onzichtbare type; en ook nog de serieuze, plompe toekomstige notaris met brilletje… maar met paardenstaart! Hij kan niet veel meer dan met overtuiging en ernst de bewegingen suggereren en meedoen. Hij heeft een te groot lomp lijf, en te korte armpjes… Maar een paardenstaart! Van vlasblond haar nog wel!

En toch vormen al deze individuen een groep eensgezinden: daar zorgen de prachtige ensembles voor. Onder meer de gesuggereerd wilde boogiewoogie. Met minimale middelen bereikt Pina Bausch hier ontzettend veel, en raakt ze aan het wezenlijke.

Behalve op de twee momenten die ik al aanhaalde, heeft ze geen behoefte aan dramatische duiding. Zo bijvoorbeeld wanneer op een soort fanfaremuziek de ene danser/scholier na de andere heel snel, frontaal naar het publiek toe iets op het gezicht aanduidt (de neus, de lippen, het voorhoofd…). Het is een gezichtstrek waar dat individu blijkbaar een probleempje mee heeft: te lang, te kort, te dit, te dat… Doch het wordt niet geacteerd; enkel gestueel aangeduid. Met doorgaans een glimlach, of een smoelentrekkertje, of nog iets anders wat de persoon in kwestie kenmerkt.

Ook de running gag van de jongen die een meisje aan het schrikken brengt met een dode muis is niet meer dan een overgang, een accent. Wat een meesterlijke beheersing van alle middelen.

De zelfparodie ontbreekt niet. Onverstoorbaar loopt de groep diagonaal over de bühne en voert daarbij de opgelegde beweginkjes uit, terwijl één meisje – in zwart jurkje – hevig krijst (‘buik inhouden’, ‘benen strekken’,’ niet zo zwaaien met de armen’…) en minutenlang hysterisch scheldt op de groep, die onverstoorbaar doorgaat zonder de minste aandacht aan haar te besteden3. De dansmeesteres geconfronteerd met de lichaamsmachine? De hysterie van de lichamelijke training? De obsessie van het willen leren terwijl er al niets meer te leren valt? De onverschilligheid van de leerlingen, die hun eigen gang gaan?

***

Ik schreef in het begin dat het op een revue leek, op entertainment. Daarvoor echter is Kontakthof te lang – maar net lang genoeg om wat misschien snel al te glad zou kunnen worden (hoewel!) eventjes een draai te geven, zodat het toch nog gaat wringen. Het is wel grappig, ontroerend, pakkend, enzovoort, maar ook: hopeloos! Zo’n lichtvoetige hopeloosheid tref je zelden.

***

Op de overvolle S-Bahn die mij van Düsseldorf naar Leverkusen bracht, had ik er al iets van opgevangen: het afschuwelijke voorval van de Amoklaufer die een zestiental medescholieren en leerkrachten had omgebracht.

Misschien heb ik er onbewust aan zitten denken die avond, tijdens het zien van Kontakthof, en misschien was het dat onbewuste beeld dat mijn tranen deed opwellen toen het doek opging voor het eerste tableau. Een beeld vol onschuld, kwetsbaarheid en goodwill…

’s Anderendaags bij het ontbijt zie ik op het nieuwsjournaal de eerste reacties en commentaren. Rechtstreeks wordt naar een klas in Berlijn overgeschakeld: alle scholen wijden vandaag het eerste uur aan een gespreksronde en discussie rond het thema dat de adolescenten vanzelfsprekend erg heeft geschokt. Ook de teenagers die in Kontakthof gisteravond nog zo uitbundig zichzelf speelden, en daarmee een enorme bijval ontvingen, zitten nu in hun gymnasium in Wuppertal… en beseffen wat er gisteren, ergens in een ander gymnasium, aan de hand was. Van de roes van hun bühnesucces vallen ze onvoorbereid in de kilte van de werkelijkheid.

En toch vormen al deze individuen een groep eensgezinden: daar zorgen de prachtige ensembles voor. Onder meer de gesuggereerd wilde boogiewoogie. Met minimale middelen bereikt Pina Bausch hier ontzettend veel, en raakt ze aan het wezenlijke.

Een eerste les die geleerd dient te worden, zegt (onder anderen) de lerares uit Berlijn, is dat we moeten proberen dit soort mensen eerder te ‘ontmaskeren’ – ergens wordt er ook gewag gemaakt van Dr. Jekyll and Mr. Hyde. Mensen leiden soms een dubbelleven. Inderdaad, de Amoklaufer was een onopvallende en stille jongen. ‘Elke medescholier kan dus een potentiële moordenaar zijn?’ zie je de scholieren denken.

De journalist vraagt naar een reactie aan een welbespraakte jongen, bebrild en schuchter. De meisjes die op de banken voor hem zitten, bekijken hem niet en doen alsof ze met iets anders bezig zijn. Eén enkel meisje draait zich om en kijkt hem priemend aan.

Naast de welbespraakte bebrilde zit een soort jonge Marlon Brando. Een mysterieuze, erg aantrekkelijke sensuele jongen. Zeer op zijn ongemak. Heeft hij iets te verbergen? Wie heeft als adolescent niets te verbergen? Je hebt meer te verbergen dan je mag of kunt of wilt veruiterlijken! Is hij een toekomstige crimineel of een slachtoffer? Aan het einde van het gesprek met zijn buurman, lijkt het alsof hij weent… Dwaze journalist en ongevoelige cameraman… Ze misten opnieuw eens (en niet toevallig want dit is televisie!) het belangrijkste…

***

De jaarlijkse schoolopvoeringen in de Duitse gymnasia putten uit musicals als Mamma Mia en We Will Rock You… Zou het niet zinniger zijn met deze gymnasiasten Pina’s Kontakthof op te voeren?

***

Vanuit mijn hotelvenster zie ik een parking, een stukje van de autosnelweg met een Imbiss waar enkele arbeiders iets schijnen te nuttigen, en vlak daarachter een fabriekshal van Bayer… gesticht in 1850. Als ik over een paar jaar hier toevallig terugkom, zullen alle shopping centers dan niet half leeg staan? Zal het betonnen Forum, door Bayer mild gesteund, nog overeind staan? Het gaat ook niet goed in de chemiebranche… En Pina Bausch? En het Wuppertaler Tanztheater? Nu ja, veel aanleiding om naar Leverkusen te reizen zal er uiteraard niet meer zijn.

Aspirientjes zullen algauw geen soelaas meer bieden!

1Ik vergelijk met de scène zoals die te zien is in de documentaire van Chantal Akerman, Un Jour Pina a demandé, uit 1983.2Hellmuth Plessner, ‘Das Verhältnis des Menschen zu seinem Körper’ in: Gesammelte Schriften VII, Suhrkamp, Frankfurt a.M., 1982.3Een vergelijking met de ‘equivalente’ scène uit de oorspronkelijke opvoering is veelzeggend: ‘cheek back, stomach, knee, shoulder, hand, feet’, schreeuwt de danslerares. Bij elk commando ‘zuckt die Gruppe zusammen und weicht einen Schritt zurück’ (Norbert Servos, Pina Bausch Tanztheater, Kieser, München, 2008). Hier gaat de groep onverstoord verder en trekt zich absoluut niets aan van het geroep en getier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 23 — 26 minuten

#117

01.06.2009

—

31.08.2009

Eric De Kuyper

Eric de Kuyper (1942) is de auteur van talloze artikelen over dans, opera en film, en van een reeks autobiografische boeken, waaronder Bruxelles, here I come (1993). In 2007 verscheen Het teruggevonden kind.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!