‘Multitud’, Tamara Cubas, Zomer van Antwerpen (2016) © ABC

Barbara Van Lindt

Leestijd 7 — 10 minuten

Theater in Antwerpen: meer durven delen

In het Antwerpse podiumveld doet zich een momentum voor: meerdere huizen wisselen van directie. Daarom vroegen Etcetera en rekto:verso vijf uiteenlopende stemmen naar wat zij het Antwerpen van morgen wensen. Barbara Van Lindt trapt deze reeks af met een pleidooi voor meer onderlinge dynamiek door meer uitdagende samenwerkingen. Voor stad en veld. Voorbij elk z’n eigen profilering.

Antwerpen. Ik vertrok er in 2006 en ben er afgelopen zomer weer komen wonen. Om te constateren dat vrijwel alle directeurs nog op dezelfde stoel zitten. Maar wat zégt dat? Het zou flauw en bovendien onterecht zijn om daar in één beweging kwalitatieve conclusies aan te koppelen.

Nee, al deze directeurs en hun teams (van Toneelhuis, deSingel, Monty, De Studio, wpZimmer, Zomer van Antwerpen, Zuidpool, etc…) hebben hun best gedaan om met de tijd mee te bewegen, hebben formats uitgevonden, introduceerden nieuwe makers, verbouwden hun infrastructuur of hun website.

Er zijn in die ecologie van het Antwerps landschap, het web van grote en kleine huizen en organisaties die er bepalend zijn, best wel dingen veranderd. Zuiderpershuis moest haar artistieke werking stopzetten, detheatermaker werd opgericht. Het Bos is de stad in getrokken met haar multidisciplinaire werking en ook Extra City profileert zich als plek voor performance en discours.

“Minder kennis van zaken, dus meer politieke speelruimte: check.”

De Matterhorn werd ingehuldigd, Mestizo Arts Platform werd een vaste waarde. In het gefuseerde Opera Ballet Vlaanderen is Jan Vandenhouwe net als artistiek directeur aangetreden, bij hetpaleis staat sinds een paar jaar Els De Bodt aan het roer. En ook in de Roma en Rataplan zijn er nieuwe artistiek leiders.

Maar ook de stad is veranderd. N-VA levert de burgemeester en nu ook de schepen voor cultuur. Het recente bestuursakkoord was nog maar net rond of de cultuurbeleidscoördinator werd na tien jaar, onaangekondigd, op straat gezet, omdat zijn functie was komen te vervallen in het nieuwe organigram. Afslanken van het ambtenarenapparaat: check. Minder kennis van zaken, dus meer politieke speelruimte: check. Daar lijkt het op.

Rond die tijd, eind december 2018, verscheen er ook een merkwaardig bericht over de Zomer van Antwerpen in De Standaard, waarin werd verkondigd dat het brede zomerfestival de laatste jaren vervreemd was van de doorsnee Antwerpenaar. Huh? Wie zegt dat? Op welke gronden?

Blijkt dat het stadsfestival zelfs onderdeel was van het bestuursakkoord. De woordvoerder van de burgemeester is tegenwoordig ook de verantwoordelijke voor evenementen, en lichtte toe dat de Zomer – op de leest van de Gentse Feesten – uitgebreid wordt met publiekstrekkers, muziek en een nieuw bezoek van de Reuzen van Royal de Luxe. Ten koste van wat?

Oma Reus op het Theaterplein, 2015 © Thalmaray.co

Artistiek directeur Patrick De Groote van de Zomer houdt het hoofd koel, en gaat het gesprek aan. Wordt hij voldoende gesteund door collega’s in de stad? Nu blijkt dat er op het Schoon Verdiep plannen gesmeed worden die best wel eens ingrijpend zouden kunnen zijn, dringt de vraag: welke dynamiek beoog je als podiumkunstenveld met elkaar en met de stad rondom?

Gestolde verhoudingen

Veel langzittende directeurs in één stad, dat heeft een effect op hoe er kan worden (samen)gewerkt. Zo stel ik me voor dat in Antwerpen, door de jaren heen, na enkele krachtmetingen en samenwerkingen, ondanks mogelijke gevallen van incompatibilité de charactère en dankzij affiniteiten en sympathieën, een stabiel krachtenveld ontstaan is. Iedereen weet ondertussen wat die aan de ander heeft, en de gedeelde belangen zijn in kaart gebracht.

Wat doet dat met een veld? Men daagt elkaar minder uit, misschien. De verhoudingen gestold in een werkbare modus vivendi.

Het festival Love at First Sight, dat jong werk presenteert, samengesteld door verschillende partners in Antwerpen, is een goed voorbeeld. Principieel mag elke partner zelf kiezen wie geselecteerd wordt. Het programma is een optelsom van ieders artistieke ‘crush’, dus hoeft er nauwelijks gediscussieerd te worden.

“Ik wens Antwerpen de nieuwe chemie van Gent toe, sinds de komst van Milo Rau.”

Curatorisch is die keuze misschien wel ‘radicaal transparant’, en zeker breed gedragen, maar je kan het ook zien als een aanpak die juist meer uitgesproken ambities in de weg zit. Het lage risico op conflict gaat gepaard met een kleine kans op inhoudelijke urgenties als basis voor het programma. Misschien zit er niet meer in en is dit al een enorme verwezenlijking?

Er bestaat een Antwerps Kunsten Overleg (AKO) dat – naar ik van sommigen hoor – weinig potten zou breken. Anderen beweren dat het juist de nieuwe aanwas van mensen van kleinere structuren was die er een actiever overlegplatform van hebben weten te maken. Maar om te kunnen evolueren naar een inclusief, visionair, belangenoverstijgend verbond, moeten ook de grote spelers en de oudgedienden solidair zijn. Nieuwe mensen op die plekken kunnen de bestaande dynamiek versterken en het overleg vleugels geven.

Kijken we naar de onlangs aangestelde nieuwe directies bij deSingel en Arenberg, dan zien we dat ze min of meer uit de eigen gelederen komen. Milan Rutten werkte al voor de Stad als communicatieman met bijzondere aandacht voor diversiteit, Hendrik Storme was met B`Rock Orchestra ‘associated artist’ bij deSingel en kwam er met Klarafestival al over de vloer. De beste garantie om op de ingeslagen paden te blijven?

Arenbergschouwburg © Arenberg

Laat ons hopen dat ze met hun eigen agenda juist nieuwe gesprekken aangaan, openingen creëren voor onverwachte allianties. In Gent zie je hoe de nieuwe chemie na de komst van Milo Rau tot een explosie van gezamenlijk gedragen projecten en festivals heeft geleid. Zoiets wens ik ook Antwerpen toe.

Beter in Brussel?

Er is minstens één Antwerpse speler die opvalt als verbindende kracht tussen artiesten en huizen – en daardoor ook tussen huizen onderling: detheatermaker, onlangs terecht gelauwerd met een Ultima, gedreven door Elsemieke Scholte. Een nomadische, kleine organisatie, dat helpt. Ze functioneert als de ontwerper, het cement en de conciërge van talloze samenwerkingsverbanden die het hele veld doorkruisen, en draagt bij aan de indruk dat er in Antwerpen veel mogelijk is. Die mentaliteit zou het hele veld sterker kunnen cultiveren en uitdragen. Er staat namelijk nog iets anders op het spel…

Het lijkt alsof Antwerpen voor jonge makers geen echt aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft. Hoe vaak hoor ik dat mensen naar Brussel willen? Hoeveel mensen nemen de trein om hier in Antwerpen te komen werken? Ik hoor vaak ‘dat er elders meer spannende, interessante dingen gebeuren’, waardoor ze ginder willen zijn. En misschien ook vooral dáár iets te zoeken en iets te zeggen hebben – meer dan in Antwerpen. Dat is jammer, vind ik.

Maakt het uit, zou je denken, laat Antwerpen toch die haven zijn waar artiesten tijdelijk aanmeren. En laat het werk van podiumkunstenaars vooral uitstijgen boven louter lokale resonantie. Natuurlijk, sowieso.

Maar buiten een stevige theatergemeenschap, waaronder vele alumni van de destijds twee toonaangevende opleidingen die deze stad rijk was, wens ik meer jonge podiumkunstenaars die zichtbaar zijn als kunstenaar, burger, inwoner van deze stad. Die de ontwikkeling in de stad volgen, en eraan willen bijdragen op hun manier. Wat houdt ze tegen? Het is voer voor sociologisch onderzoek. Ik kan enkel speculeren – en neem mijn eigen behoeftes als leidraad.

“Het Antwerpse podiumkunstenveld heeft behoefte aan meer publieke reflectie en discours, met meer maatschappelijke en artistieke urgentie.”

Het Antwerpse podiumkunstenveld heeft behoefte aan meer publieke reflectie en discours, met meer maatschappelijke en artistieke urgentie. The Big Conversation – een publiek gespreksformat van de Beursschouwburg, uitgenodigd binnen het festival Momentum in deSingel – werd in oktober uitgesteld naar 20 maart wegens gebrek aan interesse.

De conclusie is wat mij betreft dat er nog méér en andere inspanningen geleverd moeten worden om het publieke debat een vanzelfsprekende plek te geven binnen de theatercontext. Geef er ruimte aan, zoek de expertise buitenshuis, werk samen met andere partners en maak er middelen voor vrij. Daar is The Big Conversation trouwens een goed voorbeeld van.

Meer dan internationaal

Meer nog, beste Antwerpse podiumkunstenveld: laat de vragen van deze tijd ook resoneren in eigen huis. Durf te delen op welke manier je zelf, als organisatie, dealt met maatschappelijke opdrachten en vraagstukken. Zet je als instituut niet buiten de discussie en daarmee buiten het politieke. Maak er deel van uit en zoek naar manieren om daar transparant over te zijn. Het levert een ander engagement met je publiek op, ook als je je dilemma’s en gevechten openlijk deelt.

Ik denk aan die paar jonge mensen uit de lokale performance- en dansscène die zich recent verenigd hebben in een leesgroep, Murmur, om maandelijks teksten te bespreken rond thema’s als grensoverschrijdend gedrag, fair practice, etc. Ze krijgen alvast onderdak bij verschillende huizen, maar dit bottom-up initiatief kan ook actiever opgepikt worden, door het gesprek aan te gaan, te onderzoeken of ze zich publiek willen profileren, te polsen naar wensen en ideeën waar je als huis aan kan bijdragen.

deSingel © deSingel

Een ander aandachtspunt is het denken over, het samenstellen van en het communiceren over internationaal aanbod, inclusief dans en performance. Dat is in Antwerpen geconcentreerd aanwezig op slechts één plek, deSingel. Daarnaast toont Monty – als enige plek in Vlaanderen – veel voorstellingen uit Nederland en wijst het Toneelhuis-programma op een innige band met ITA uit Amsterdam en Théâtre National uit – jawel – Franstalig Brussel.

En nee, ik pleit niet zomaar voor meer ‘internationaal’ aanbod, op meerdere plekken. Ik pleit voor een aanbod, overal, dat méér is dan ‘internationaal’, dat voorbij gaat aan de quasi neutrale geografische aard van dat label. Theater uit Frankrijk, ook al is het ‘de room van de room’, wat is daar de wervende relevantie van, en voor wie?

Ik verlang naar een programmering die transparanter is over de keuzes die eronder liggen. Een aanbod dat zich meer uiteenzet met de spanning die op globalisering zit, de nood aan diversiteit in alle geledingen van de (culturele) wereld, het worstelen met een dominant witte blik op onze podia, … Een palet dat explicieter de link zoekt met specifieke realiteiten, poëtica’s en geschiedenissen.

Op de dramaopleiding van het Conservatorium wordt het vak theatergeschiedenis tegenwoordig verbreed met niet-westerse, niet traditionele perspectieven. Daarom wordt het vak opgedeeld in modules, waarbij voor elke module een expert wordt ingehuurd.

“Het uitbesteden van bepaalde onderdelen van de programmering: dat vind ik een bemoedigende tendens.”

Hetzelfde zie je bij deSingel en – zij het schoorvoetend – bij Toneelhuis en Monty: het uitbesteden van bepaalde onderdelen van de programmering aan curatoren die meer vertrouwd zijn met bepaalde gebieden en vormen. Dat vind ik een bemoedigende tendens: het gaat niet enkel om hoe je communiceert over je programma, ook over hoe het tot stand komt.

Nieuwe rond, nieuwe kansen

Niet enkel in Antwerpen, ook elders bougeert er veel. Talloze directieposten worden voor het eerst (!) opengesteld via een vacature: niet lang geleden de KVS, Kunstenfestivaldesarts, deSingel, Toneelhuis, NTGent en Vooruit. En in de komende tijd wellicht ook Kaaitheater en Monty. De Open Call op zich lijkt dan al snel het toppunt van good governance, al gaat het maar om een beginnetje. Al te vaak blijven bestuurders te lang zitten, trekken ze procedures naar zich toe of bemoeien afscheidnemende directeurs zich te veel met de opvolging.

Wie stelt het profiel op? Wordt er afgetoetst met het veld en andere stakeholders? Hoe transparant is de procedure? Bij Guy Cassiers’ aankondiging van zijn vertrek blikte de voorzitter van Toneelhuis in De Standaard vooruit en stelde hij dat de opvolger ‘een topper’ moest zijn. Volgens welke criteria? En wie stelt die criteria op? Ook bestuurders zijn het aan zichzelf verplicht om daarover aan zelfbevraging te doen.

Toneelhuis © Tripadvisor

De voorzitter van Toneelhuis zei ook nog dat geslacht, leeftijd of achtergrond geen rol zouden spelen. Zucht, ik wil juist horen dat het bestuur zich durft voor te nemen op zoek te gaan naar vrouwelijke toppers, naar topmensen van kleur.

En Monty? Oprichter Denis van Laeken heeft het pand zo goed als met eigen handen verbouwd. Samen met zakelijk partner en vormgeefster Ann Schoeters is hij er bovendien eigenaar van. Hij is vergroeid met het huis, waar – van bij het prille begin – de artiesten konden aanschuiven aan de gastentafel. Bekend als eigenzinnig, durf ik te wedden dat hij huivert bij het horen van de term ‘good governance’. Hoeft niet. Het kan ook betekenen dat je goed omringd bent in een fase waarin tegelijk loslaten en vooruitkijken moeilijk is.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen voor enkele plekken in Antwerpen. Laat het een aanleiding zijn om voor mensen te kiezen voor wie de impact op de ecologie en de stad even belangrijk is als het profileren van hun huis.

 

Deze vijfdelige reeks is een samenwerking met rekto:verso.

Lees ook de bijdragen van Louis janssens, Abbie BoutkaboutMichiel Vandevelde en Sébastien Hendrickx.

opinie
Leestijd 7 — 10 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Barbara Van Lindt

Barbara Van Lindt was jarenlang directeur van DAS Theatre in Amsterdam en werkt nu freelance als dramaturg, adviseur en mentor op het snijvlak tussen kunst en educatie.

opinie