Kuzikiliza, Skinfama, KVS & ARSENAAL/LAZARUS © Stef Depover

Abbie Boutkabout

Leestijd 6 — 9 minuten

Theater in Antwerpen: afstand van macht is de opdracht

In het Antwerpse podiumveld doet zich een momentum voor: meerdere huizen wisselen van directie. Daarom vroegen Etcetera en rekto:verso vijf uiteenlopende stemmen naar wat zij het Antwerpen van morgen wensen. Abbie Boutkabout dringt aan op een totaal ander machtsevenwicht tussen de vaste poortwachters in de instellingen en de vele machteloze groepen die daarbuiten op de deur van de kunsten kloppen.

De laatste tijd treedt er een diepe vermoeidheid op telkens ik aan de podiumkunsten denk. Een lethargie neemt mijn lichaam en brein over, en ik moet hard mijn best doen om daaraan te ontsnappen. De reden is simpel: praten over dekolonisering in de kunsten is vermoeiend, omdat degenen die de macht hebben om deze dekolonisering werkelijk uit te voeren, toch dezelfde platgetreden paden blijven bewandelen.

Ligt het aan een gebrek aan kennis, gebrek aan middelen of een gebrek aan interesse? Dat hangt af van het huis. Er worden hier en daar (belangrijke) stappen gezet, maar het blijkt vaak veel moeilijker om deze dekolonisering te laten doorwerken in alle lagen van het huis.

“De situatie dwingt me telkens opnieuw om het te herhalen: de podiumkunsten zijn te wit.”

Begrijpelijk ook: het status quo is nu eenmaal gemakkelijker te onderhouden, en komt deze machthebbers goed uit. Het is ook precies dat status quo dat deze gatekeepers aan hun positie heeft geholpen. Terwijl hun ‘diversiteitswerkers’ met de koppen op een muur van onwil beuken – want hun job is de prangende boodschap blijven herhalen dat de theaterhuizen hun werk anders moeten doen – blijven zij beslissen wat goede kunst is.

U las net mijn gedachten op mijn slechtste dagen. Maar laat mij trachten een positieve en constructieve bijdrage te leveren: welke nieuwe mogelijkheden dienen zich aan, nu verschillende Antwerpse theaterhuizen hebben aangekondigd dat er wissels in de directie op komst zijn?

Er is al veel inkt gevloeid aan teksten die uitleggen hoe de kunstensector zich beter zou moeten of kunnen aanpassen aan de nieuwstedelijke realiteit. In plaats van steeds weer hetzelfde riedeltje af te spelen, zou ook ik wat graag een andere invalshoek kunnen kiezen voor deze tekst. Ik heb ook andere interesses, ik kan en wil over andere onderwerpen schrijven.

‘Reverse Colonialism’, Ahilan Ratnamohan & Star Boy Collective

Maar de situatie dwingt me telkens opnieuw om het te herhalen: de podiumkunsten zijn te wit. En voor u zich daarmee persoonlijk aangevallen voelt: hold you horses, met ‘wit’ doel ik op een politiek-maatschappelijk systeem, de wereldorde waartoe deze helft van de hemisfeer behoort.

Wil is alles

We weten waarom we dit systeem moeten veranderen: terwijl grote steden in ijltempo evolueren naar majority-minority cities, houdt het een machtsonevenwicht in stand. We weten ook hoe we dit schadelijk systeem moeten corrigeren: we moeten de macht herverdelen onder álle minorities.

Vergeef me het ongeduld dat tussen deze lijnen waart, maar ik voel al zeker vijftien jaar een schrijnende urgentie. Het is ondertussen wel tijd voor actie. Ongeacht wie er in welk huis aan het hoofd staat of komt, de kansen om te zorgen voor gelijkheid in de kunstensector bestaan al zolang de minderheidsgroepen er zijn. Nu de wil nog. Daar, op die spijker moet ik blijven hameren, op die muur blijf ik bonken: alles begint bij de wil om het systeem te veranderen. Dat is de ultieme macht die in de handen ligt van de gatekeepers.

Een theaterhuis dat zich in een nieuwstedelijke context bevindt, zoekt logischerwijs best connectie met de verschillende bevolkingsgroepen die in deze steden leven: jongeren, mensen met een migratieachtergrond, mensen uit de LGBTQIA-gemeenschappen, personen met een beperking, nieuwkomers, ouderen, mensen in armoede…

“Een welkomstmatje betekent niets als de deur zelf gesloten blijft.”

Vergeef mij de ietwat simplistische bewoording, maar ik noem deze groepen de ‘machtelozen’. Zij hebben evengoed recht op een kunsthuis waar ze zich thuis voelen, waar zij misschien wel zélf kunst willen maken. Een theaterhuis moet natuurlijk geen liefdadigheidsinstelling zijn, maar wel een open huis. Een welkomstmatje betekent niets als de deur zelf gesloten blijft.

De machtelozen verschillen van de ‘dominante groep’ of de ‘gatekeepers’, ook simpelweg te herleiden tot wit, cisgender, middenklasse, zonder beperking… U begrijpt het wel. Deze dominante groep heeft de macht om het status quo te doorbreken, terwijl de machtelozen niet over die macht beschikken. Simpelweg omdat we ze nauwelijks terugvinden in de beslissende functies binnen deze organisaties. Sleutelfiguren zijn haast altijd mannelijk en wit, en opereren vrijwel zonder uitzondering vanuit een eurocentrische visie op de kunsten en de wereld.

Dekoloniseer de dekolonisering

Hoe zijn we tot het status quo gekomen? Door cultuur, ideologie, marketing, discours. Door de herhaalde boodschap dat de dominante groep het recht heeft om te domineren. Door het reproduceren van structureel racisme en seksime en andere uitsluitingsmechanismen. Door het weggommen van de machtelozen uit de geschiedenis, uit de instituten, door hen te weren uit de structuren waar beslissingen worden genomen: uit de raden van bestuur, uit de artistieke leiding, de directie, programmatie, commissies, jury’s…

Laten we ook ophouden met ‘dekolonisering’ te gebruiken als een hip label. Het woord ‘dekolonisering’ werd niet uitgevonden door de dominante groep, maar door minderheidsgroepen zelf, met als doel om het westerse superioriteitsdenken ongedaan te maken. Dekoloniseren is het onevenwicht, onstaan uit dat superioriteitsdenken, te herstellen, zodat iedereen daarvan bevrijd wordt.

Maar al snel werd dit woord door de dominante groep gecommodificeerd en is het verworden tot een label dat nu gewoon op evenementen geplakt wordt die we vroeger wegstopten onder de noemers ‘diversiteit’ of ‘interculturaliteit’. Op die evenementen wordt steeds opnieuw hetzelfde gesprek gevoerd, enkel de woordenschat wordt aangepast: Hoe kunnen we de ‘Ander’ bereiken? Waarom komt de ‘Ander’ niet naar onze evenementen? Hoe doen we dat nu écht, dekoloniseren?

Deze eenzijdige conversatie, deze catch-22 houdt echter het status quo in stand, want de gatekeepers bepalen op welke manier dit ‘gesprek’ wordt gevoerd. Zij beslissen hoe nieuwe concepten, door de ‘Ander’ geïntroduceerd, verwrongen worden tot ze binnen de mal passen die zij voor ogen hebben. De dominante groep zuigt deze woorden leeg, ontdoet ze van hun betekenis en probeert ze op die manier onschadelijk te maken. Als er dus iets gedekoloniseerd moet worden, dan wel het woord ‘dekolonisering’ zelf.

Stop met ‘urban’

Anders dreigt een hele generatie aan talent en kennis verloren te gaan, omdat de reguliere kunsthuizen daar niets aan wilden doen. Deze generatie (nu eind dertigers en begin veertigers) heeft zichzelf eerst de ‘regels’ van de kunsten aangeleerd: de ‘regels’ bepaald door de gatekeepers. Vervolgens heeft ze zich een weg proberen te banen naar de theaterhuizen, maar geraakte ze enkel binnen via de achterdeur.

“Wat kunnen wij leren van deze kunstenaars en kunstvormen? Hoeveel ruimte en geld kunnen we daaraan besteden?”

Dat was een moeizaam en traag proces, en vele huizen labelen deze kunstenaars nog steeds met etiketten als ‘sociaal-artistiek’ of ‘amateur’. Zijzelf hebben dan maar nieuwe (hobbelige) paden aangelegd, en onderweg andere kunstvormen blootgelegd. Zo ontstonden er nieuwe artistieke expressies.

Artistiek directeurs springen daar beter niet al te licht mee om. Want anders blijven deze kunstenaars noodgedwongen opereren vanuit de marge, waar zij een nieuwe generatie jong talent ontvangen, opvangen en opleiden. Het status quo werkt deze segregatie in de hand.

Laat iedereen ook ophouden de kunst van deze makers ‘urban’ te noemen. Probeer deze andere en nieuwe kunstvormen echter ook niet te assimileren, maar vraag jullie eerder af: hoe kunnen wij onze macht aanwenden om deze kunstenaars en deze kunstvormen te versterken? Wat kunnen wij leren van deze kunstenaars en kunstvormen? Hoeveel ruimte en geld kunnen we daaraan besteden? En doe dat dan ook.

De Montignards © Monty Kultuurfaktorij

Neem Toneelhuis en Monty. Beide huizen hebben al eens kunstenaars geprogrammeerd of gecoproduceerd die je als ‘divers’ zou kunnen omschrijven: Mokhallad Rasem, SINCOLLECTIEF, Star Boy Collective… Maar als je kijkt naar hun structurele ondersteuning van jonge makers die bij hen een langdurig traject kunnen volgen om zich klaar te stomen voor de grote podia (P.U.L.S. bij Toneelhuis en Montignards bij Monty), is er van diversiteit nog nauwelijks sprake.

Bel ons, betaal ons

Toneelhuis en deSingel hebben in dat opzicht ook positieve stappen gezet: ze richtten mee een vooropleiding theater op voor jongeren uit de (groot)stedelijke context, die ondergetekende mee heeft uitgewerkt. De vooropleiding de nieuwe spelers heeft een belangrijk doel: meer jongeren uit de (groot)stedelijke context, die botsen op sociale, culturele of financiële drempels, laten doorstromen naar de theateropleidingen.

Dit is een fragiele, maar noodzakelijke functie: de verankering van deze vooropleiding in zowel de theaterhuizen als de theateropleidingen verhoogt aanzienlijk de kans op slagen.

Met andere woorden: enkel met duurzame dekoloniseringstrajecten die de eigen werking onder de loep nemen, in plaats van avonden om het te hebben óver dekolonisering, zullen we ooit ergens geraken.

“Beste nieuwe en oude theaterdirecteurs, ik wens u oprecht veel wil en integriteit.”

Binnen zulke dynamieken ontstaat ook een opening voor ons, de autodidacte kunstwerkers, de experten: wij hebben door scha en schande geleerd wat werkt en wat niet. Wij zijn op zoek gegaan naar teksten en methodieken van de generaties die ons voor zijn geweest en bouwen daarop verder.

Wij kunnen de theaterhuizen in Antwerpen en daarbuiten dus wat leren, en dat weten ze. Ze doen niets liever dan mensen zoals ons opbellen en zeggen dat wij ze moeten helpen. Maar ze vergeten dan vaak te vermelden hoeveel budget ze daarvoor uitgetrokken hebben. Of om het met de woorden van Kelis te zeggen: I can teach you, but I’d have to charge.

Beste nieuwe en oude theaterdirecteurs, ik wens u oprecht veel succes bij uw (nieuwe) opdracht. Maar bovenal wens ik u veel wil en integriteit.

 

Deze vijfdelige reeks is een samenwerking met rekto:verso.

Lees ook de bijdragen van Barbara Van Lindt, Louis janssensMichiel Vandevelde en Sébastien Hendrickx.

 

opinie
Leestijd 6 — 9 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Abbie Boutkabout

Abbie Boutkabout is redactiecoördinator bij Kif Kif, freelancer in de kunstensector en heeft een podcast over boeken.

opinie