#182
15.04.2026
—
14.09.2026
‘Is niet elk verhaal te herleiden tot dat van Oidipous?’, vroeg Roland Barthes zich af na het bekijken van City Girl van F.W. Murnau. ‘Ja’, zo kan je alleen maar antwoorden na het zien van De Behandeling van Hans Herbots, een succesvolle bewerking van de thriller The Treatment van de Britse schrijfster Mo Hayder.
De titel is een mondvol: In and Out of Brussels – Figuring Postcolonial Africa and Europe in the Films of Herman Asselberghs, Sven Augustijnen, Renzo Martens, and Els Opsomer. Het mooi uitgegeven boekje gaat vergezeld van een dvd en daar draait dit project eigenlijk om. De dvd bevat representatieve fragmenten van vier films van hoger genoemde cineasten (en de complete film van Herman Asselberghs). In die vier films proberen de vier Brusselse cineasten beelden van of omtrent Afrika te draaien en/of erover te reflecteren. Het boekje zelf bestaat uit een inleiding en het verslag van vier discussies over de betrokken films.
Marc Holthof zag dit voorjaar twee verschillende komieken (Wouter Deprez en Wim Helsen) in twee zeer verschillende voorstellingen (Hier is wat ik denk en Spijtig spijtig spijtig), op twee diverse plekken (Brugge en Merksem). En twee keer de vraag: waar gaat het hier eigenlijk over? Over meer dan u denkt, wanneer u breed lachend de zaal verlaat.
Enkele sleutelfilms uit de Vlaamse filmgeschiedenis hebben een jeugdige bengel als hoofdfiguur. De Witte ( 1934) van Jan Vanderheyden, natuurlijk – de eerste Vlaamse speelfilm die naam waardig. Of De Witte van Sichem (1980) van Robbe De Hert, het begin van de nieuwe Vlaamse cinema. Misschien moeten wij Kid (2012) van Fien Troch bij dat selecte lijstje voegen. Want in Kid klinkt eindelijk op een overtuigende manier een andere stem dan die van de al te conventionele, al te brave Vlaamse cinema van vandaag.
Groenten uit Balen, het theaterstuk van Walter van den Broeck, werd op 8 januari 1972, veertig jaar geleden, gecreëerd door het Brussels Kamertoneel in een regie van Johan Van der Bracht en Wim Meeuwissen. Scenarist Guido Van Meir en regisseur Van Mechelen hebben het toneelstuk – dat zich enkel in de huiskamer van de familie Debruycker afspeelt – op overtuigende manier ‘opengewerkt’ voor de film.
The Broken Circle Breakdown is de vierde langspeelfilm van Felix van Groeningen – na Steve+Sky (2004), Dagen zonder lief (2007) en De helaasheid der dingen (2009). De nieuwe film is gebaseerd op het (bijna) gelijknamige theaterstuk (*) van Johan Heldenbergh en Mieke Dobbels. Van Groeningen zag het stuk, was tot tranen toe geraakt en besloot het te verfilmen.
Václav Havel was toneelschrijver, dissident – vijfjaar van zijn leven bracht hij in de gevangenis door – en politicus. Hij was de laatste president van Tsjecho-Slovakije en de eerste van Tsjechië. Hoe zal hij herinnerd worden? Zelfheeft Havel zich ooit grappend laten ontvallen: ‘Vroeg of laat word ik natuurlijk vergeten. Maar gelukkig is er nog altijd die foto waarop ik met Arnold Schwarzenegger sta.’ Marc Holthof blikt terug op leven en werk van een icoon uit de tijd van het gedeelde Europa.
Er waren eens, midden de jaren zeventig van vorige eeuw, een aantal jonge Belgische kunstenaars die goed op de hoogte waren van wat er in het buitenland gebeurde op het vlak van avant-garde. Ze lieten zich inspireren door kunstenaars als Yves Klein joseph Beuys, James Lee Byars, de Wiener Aktionisten, Fluxus, Gordon Matta-Clark, Ulay en Marina Abramovic, Reindeer Werk. Net zoals hun voorbeelden beoefenden ze hun eigen versie van een nieuw genre: performance. Het waren fysieke optredens, vaak van korte duur, verwant aan wat eerder ‘acties’ (bij Beuys) of‘happenings’ (bij Allan Kaprow) heetten.
Twee recente VRT- reeksen, Het goddelijke monster naar de monstertrilogie van Tom Lanoye en De Ronde, werpen een blik op de recente geschiedenis van Vlaanderen. Maar welk beeld hangen zij op van onze realiteit? En wat vertelt ons het engeltje dat Fabian Cancellara op weg naar de eindmeet inde Ronde van Vlaanderen uit zyn achterzak haalde?
Groenten uit Balen, het theaterstuk van Walter van den Broeck, werd op 8 januari 1972, veertig jaar geleden, gecreëerd door het Brussels Kamertoneel in een regie van Johan Van der Bracht en Wim Meeuwissen. De acteurs waren Jos Simons, Arnold Willems, Joanna Geldhof, Annelies Vaes en Johan Van Lierde. Daarna is het stuk ontelbare keren opgevoerd in alle uithoeken van het land. Het staat nog geregeld op de affiche. Toen van den Broeck aan regisseur Frank Van Mechelen voorstelde om er een film van te maken, kon deze zonder probleem een amateurvoorstelling gaan bekijken in Lier.
Filmmaker Gust Van den Berghe (1985) draaide zijn tweede film Blue Bird in het Afrikaanse Togo. Van den Berghe liet zich inspireren door Maurice Maeterlincks toneelstuk L’oiseau bleu. Zijn visueel verbluffende en eigenzinnige versie twijfelt tussen een radicaal eigen weg en een bewerking van Maeterlinck, maar stelt tegelijk pertinente vragen over het maken van films.
Werken met niet-professionele acteurs is niets nieuws in de filmwereld. In de Vlaamse cinema blijft het wel hoogst ongebruikelijk: daar laat men liever eeuwig en altijd dezelfde bekende acteursgezichten opdraven. Bij sommige grote cineasten daarentegen, zoals bijvoorbeeld Robert Bresson, is het gebruik van amateurs een onontbeerlijk ingrediënt van hun esthetiek. Meesterwerken als Mouchette, Pickpocket, Un condamné à mort s’est échappé, of de kostuumfilm Lancelot du Lac zijn ondenkbaar zonder de ‘onbeschreven’ gezichten van de niet-professionele acteurs die erin optreden.
‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt’. Misschien had dat de danteske openingszin moeten wezen van de tele- visiereeks Monster! die Abattoir Fermé en Potemkino eind vorig jaar op de digitale zender Acht loslieten. Het was de aller- eerste eigen productie van deze digitale zender. Tijdens een Monster!-marathon in het Mechelse kc nOna februari dit jaar was de hele reeks van zes afleveringen te bekijken. Ten behoeve van de ‘sukkels’ die géén digitale tv hebben.
Een tafel met wat gereedschap: schroevendraaiers, een mes. Een bebrilde jongeman in T-shirt gaat vastberaden aan de tafel zitten en zet een langwerpig bruin pakket op tafel. Hij begint het open te maken. Binnenin zit een nieuwe, witte doos met daarop in grote letters: MacBook Pro. Ook die doos wordt opengemaakt. Een fraaie zilverkleurige laptop verschijnt. De computer wordt uit zijn cellofaanverpakking gehaald en opengeklapt. Het zijn vertrouwde gebaren. Wij kennen ze allemaal van het moment dat wij een nieuwe computer in gebruik nemen. Maar dan legt de jongeman de fraaie, gloednieuwe MacBook Pro op zijn rug en haalt een schroevendraaiertje boven. Het is een klein maar onheilspellend gebaar dat elke rechtgeaarde Applebezitter koude rillingen bezorgt: hier wordt een grens overschreden.
Eric de Kuyper (Brussel, 1942) is gefascineerd door de stille film. Voor Cinematek en Bozar in Brussel combineerde hij eerder stille films met klassieke muziek op verschillende locaties, zoals in negentiende-eeuwse kunstenaarsateliers of in het Brussels Legermuseum. Zo wilde hij de vergeten filmtaal van de film van voor de Eerste Wereldoorlog en de in onbruik geraakte manier van acteren van de stille film opnieuw bij een modern publiek introduceren.
Filmmaakster Sarah Vanagt (1976) staat vooral bekend om haar films en installaties rond Congolese kinderen en kindsoldaten. In haar nieuwe film Boulevard d’Ypres/Ieperlaan buigt ze zich echter over de Brusselse straat waarin ze woont.
Hans Herbots is de regisseur van meerdere tv-series en van de films Verlengd Weekend en Windkracht 10. Met Bo, gebaseerd op de bestseller Het Engelenhuis van jeugdauteur Dirk Bracke, draaide hij een film die inzoomt op jonge personages en hun emoties. Het meest opmerkelijk aan de film is zeker de casting van de zestienjarige Ella-June Henrard in de titelrol als Bo/Deborah. Ze werd door Hans Herbots ontdekt toen ze in februari vorig jaar speelde in een kortfilmpje van het RITS, geregisseerd door een voormalig student van Herbots. Ella-June Henrard draagt de film en is zelfs de belangrijkste reden om de film te gaan bekijken.
My Queen Karo is de tweede langspeelfilm van Dorothée van den Berghe, die eerder Meisje draaide. Ook in haar nieuwe film kruipt ze in de huid van een jong meisje, de tienjarige Karo. Die wordt verbluffend vertolkt door Anna Franziska Jäger, de dochter van Anne Teresa De Keersmaeker.
‘De beste Vlaamse film aller tijden’, het is maar een van de epitheta waarmee de marketingmachine Felix van Groeningens De helaasheid der dingen – naar de roman van Dimitri Verhulst – aan de man brengt. Merkwaardig genoeg functioneert de film op dezelfde manier als het oudste kassucces van de Vlaamse cinema: De Witte.
Twee regisseurs (Frank Van Passel en Jan Matthys), driehonderd medewerkers en een schare uitgelezen acteurs werk- ten vier jaar lang aan tien afleveringen van elk vijftig minuten. Het resultaat is de prestigieuze VRT-reeks De Smaak van De Keyser. Ze werd druk bekeken, is veelvuldig bekroond in het buitenland, heeft een resem trouwe fans en werd zelfs het toeristisch uithangbord voor Hasselt als ‘hoofdstad van de smaak’.
De mooiste scène uit Unspoken, de nieuwe film van Fien Troch, speelt zich af op een feestje. Dat is vreemd, want verder is de film eerder schaars bevolkt met niet veel meer dan de hoofdpersonages Grace en Bruno en af en toe wat tegenspelers. Het feestje lijkt een breuk, een plotse schaalvergroting in een film die rond de relatie tussen twee personages draait. Maar al snel verdwijnt dat feestje naar de achtergrond: de camera focust op de gezichten van Grace en Bruno, de achtergrond wordt wazig en onscherp en de camera pant van haar gezicht naar het zijne en omgekeerd. Het lijkt alsof de context, ja de wereld verdwenen is, alsof alleen hun relatie er nog toe doet.
Quasi uniek feit in de Vlaamse filmgeschiedenis: cineast Pieter Van Hees heeft – zij het na een stilte van acht jaar sinds zijn laatste kortfilm – twee langspeelfilms tegelijk gemaakt, die met een paar maanden verschil na elkaar in de zalen komen: het fel gesmaakte Linkeroever, een liefdesgeschiedenis met horroreinde, en Dirty Mind, een Wim Helsen-vehikel met – eveneens – een horrorkantje. En ook die film wordt, niet in de laatste plaats door de fans van Helsen, goed ontvangen.
(N)iemand is de tweede film van cineaste Patrice Toye. De film kreeg heel wat waardering in het buitenland, maar werd zo onhandig in de Belgische bioscopen uitgebracht dat te weinig mensen ernaar zijn gaan kijken. Hopelijk wacht hem een beter lot op dvd en televisie, want het is een mooie film.
Intelligent populisme, daar pleit schrijver David Van Reybrouck voor in zijn recent verschenen pamflet Pleidooi voor populisme. Voorbeelden van deze paradoxale combinatie zijn, zacht gezegd, niet erg voor de hand liggend. De film Los van Jan Verheyen is misschien toch een goed voorbeeld.
De Britse cineast Peter Greenaway heeft zich de laatste twintig jaar een reputatie opgebouwd met films als The Draughtman’s Contract, The Belly of an Architect, Drowning by Numbers, The Pillow Book, of 81/2 Women.
‘Het werk van Jan Fabre lijkt op een laatmodernistische manier geobsedeerd door het spel met kleren die de keizer maken maar de inhoud niet dekken.’ Een essay van Marc Holthof.
Interesting Bodies, de choreografie/installatie van choreograaf Marc Van Runxt in het MUseum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (MUHKA), speelt op een interessante manier in op de vreemde manier waarop men in onze cultuur omgaat met lichamen.