Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
‘Kid’ © Prime Time
Enkele sleutelfilms uit de Vlaamse filmgeschiedenis hebben een jeugdige bengel als hoofdfiguur. De Witte ( 1934) van Jan Vanderheyden, natuurlijk – de eerste Vlaamse speelfilm die naam waardig. Of De Witte van Sichem (1980) van Robbe De Hert, het begin van de nieuwe Vlaamse cinema. Misschien moeten wij Kid (2012) van Fien Troch bij dat selecte lijstje voegen. Want in Kid klinkt eindelijk op een overtuigende manier een andere stem dan die van de al te conventionele, al te brave Vlaamse cinema van vandaag.
De setting heeft Kid alvast gemeen met de bovengenoemde twee verfilmingen van Ernest Claes: een boerderij, deze keer in de Kempen, die als een droomwereld fungeert vooreen rebels en afzijdig kind. Maar het verhaal van Kid is toch anders, minder geruststellend en nostalgisch dan dat van De Witte. En ondanks enkele hilarische scènes en wat relativerende humor, is het ook veel melancholischer. Een moeder (Gabriela Carrizo) leeft op een boerderij met haar twee kinderen, Kid en Billy (niet toevallig samen de naam van de beruchte outlaw Billy the Kid), vertolkt door Bent Simons en Maarten Meeusen. Ze heeft schulden en wordt door haar schuldenaars belaagd en zelfs vermoord. De kinderen verhuizen naar de villa van haar zus (Rit Ghoos). Wanneer hun vader uiteindelijk opduikt, is dat niet naar de zin van Kid, die een drastische manier vindt om zijn moeder terug te zien op hun favoriete plek in het bos.
Het is niet het verhaal dat deze film opmerkelijk maakt (nogal wat Vlaamse cineasten hadden er een ‘teaijerker’ van gemaakt), wel de prachtige manier waarop het door Troch verteld wordt. Nog meer dan haar vorige films, Een ander zijn geluk en Unspoken, blinkt Kid uit door soberheid en een elliptische manier van vertellen, met een minimum aan dialogen. Maar er is meer dan dat: Troch en haar cameraman Frank van den Eeden vonden als het ware de cinema terug uit in functie van hun onderwerp.
Kid wordt sober verteld, in statische beelden en enkele zeldzame travellings. Meestal vertelt één opname de hele scène. De opnames worden eerder aan elkaar geregen dan gemonteerd: slechts zelden hebben ze rechtstreeks betrekking op elkaar. Die grote soberheid zagen we al eerder in Trochs films. Het grote geheim van deze film is de plaatsing van de camera.
Volgens de filmschoolregeltjes dient een camera zo ongeveer op ooghoogte te staan (1,68 meter leest men wel eens). Er zijn cineasten die zich daar niet aan houden en op een ladder kruipen om alles van bovenaf te bekijken (Fellini deed dat soms). En er is een cineast – de Japanner Ozu – die het omgekeerde deed en een put groef om zijn camera op tatamihoog-te te krijgen, de ooghoogte van iemand die neerknielt op zo’n Japanse mat.
Ook in Kid staat de camera van Frank van den Eeden consequent heel laag-zo ongeveer ter hoogte van de navel van het jonge hoofdpersonage. De camera kijkt gewoon horizontaal voor zich uit (dit is geen kikvorsperspektief, want dan kijkje van beneden naar boven).
Het gevolg is dat de kinderen normaal gekadreerd zijn, maar de hoofden van de volwassenen soms tegen de bovenkant van het kader plakken (een doodzonde volgens dezelfde filmschoolregeltjes!). Door de camera zo laag te plaatsen wordt de toeschouwer zelf een kind. Hij kijkt mee als een soort kleiner broertje van Kid, het hoofdpersonage uit de film – magnifiek geïncarneerd door de jonge Bent Simons.
Er wordt nog meer tegendraads gekadreerd in deze film. In veel opnames uit de film zit of staat Kid centraal in het beeld. Soms gebeurt dat zelfs als het volgens de conventies niet ‘mag’. Een heel mooi voorbeeld daarvan zitbij het begin van de film. Wij zien Kid thuis, in de hoeve. Wij zien hem in profiel, terwijl hij naar rechts kijkt. Hij zit midden in het beeld. Volgens de conventies hoort zijn hoofd dan niet centraal in beeld te staan, maar wat meer naar links – zodat voor hem een ruimte ontstaat waarnaar hij kijkt. Hem centraal zetten is een ‘fout’ die zelfs een amateur-fotograaf niet zou maken. Maar het is ook een ‘fout* die veel zegt over het personage. Want Kid kijkt niet écht voor zich uit. Fien Troch benadrukt zo dat het kind vooral met zichzelf bezig is, dat het aan het dromen is. En aan het einde vanhetshot roept de moeder (off screen) naar het kind, dat zijn hoofd omdraait – zodat hetshot uiteindelijk toch perfect in balans is. Het zijn kleine maar ingrijpende beslissingen van een regisseur en cameraman die zo op eensubtiele manier dingen vertellen over het personage en ons binnenloodsen in zijn wereld.
Fien Troch en cameraman Frank van den Eeden deden in hun vorige films al mooie dingen met hun camera – af en toe lag het er een beetje te dik bovenop, was het allemaal wat te gezocht en artistiekerig. Dat is in Kid niet het geval: hier zijn het cameragebruik en trouwens ook alle andere aspecten van de film perfect aangepast aan hetgeen Troch wil vertellen. Troch en haar ploeg zijn zo consequent mogelijk in de wereld van een kind gekropen. Hier en daar is dat een tikje minder gelukt of had het wat meer uitgepuurd gemogen, en op andere momenten komt hun consequentie de duidelijkheid van het verhaal niet ten goede – maar dat zijn slechts randbemerkingen bij deze mooie film. Kid is een van de weinige hedendaagse films die ook op het vlak van filmtaal consequent zijn eigen weg zoekt. Zonder toegevingen, noch aan de grondstroom van de Vlaamse film, noch aan de een of andere mode in het internationale festivalcircuit. De beeldtaal van Kid is ter plaatse uitgevonden, in functie van het onderwerp, en dat merkje.
De soberheid van Kid zal ongetwijfeld nogal wat toeschouwers afschrikken. Maar dat ligt dan deze keer ondubbelzinnig aan hen, en niet aan de film: om ten volle van Kid te genieten moetje de dwaze conventies en filmschoolwijsheden van de Vlaamse film achter je laten (wat mij betreft verbranden) en opnieuw leren kijken. Moeilijk is het niet, maar je moet het durven: gewoon kijken naar deze statische beelden.
Odilon Redon zei eens over de schilderijen van Edouard Manet dat het allemaal stillevens waren, met alles wat dat inhoudt aan verstilling en vergankelijkheid. Redon doelde op beroemde schilderij en als Le balcon, maar bijvoorbeeld ook op het portret van zijn bellen blazende zoon Léon uit 1867. Hetzelfde kan je over deze film zeggen: het is een anderhalf uur durend stilleven. Maar een stilleven met zoveel facetten datje er eindeloos wilt naar blijven kijken. De fotografie van Frank van den Eeden is niet alleen onconventioneel en gedurfd, maar ook bovennatuurlijk mooi. Hij verandert banale Kempense interieurs en zelfs de lege parkeerplaats van een Carrefour in magische plekken. In enkele nachtscènes (het feestelijk verlichte monster van een vrachtwagen die plots opdoemt of een vliegtuig dat een spoor trekt door de avondlucht) tovert hij taferelen tevoorschijn die je met kinderlijke verwondering naar het scherm doen staren.
Kid van Fien Troch met Bent Simons, Maarten Meeuwsen, Gabriela Carrizo, Rit Ghoos, René Jacobs, Lorenza Ghoos. België , 2012
www.kid-film.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.