NÔT – Marlene Monteiro Freitas
Doordouwen met de moed der wanhoop [NL]
Sébastien Hendrickx
‘There never was a box’, Tristan Lyuten & Femke Vandersteen © Faber Mahieu
Femke Van der Steen daagt het patriarchaat uit in There never was a box, haar tweede voorstelling die ze maakt binnen het ontwikkelingstraject EIGEN KWEEK. In een ambitieuze tekst verzet ze zich tegen de status quo en eenduidig denken. Maar slaagt ze erin die ambitie waar te maken op de scène?
In een voorstelling die zowel het concept mannelijkheid als het patriarchaat bevraagt, zet Femke Van der Steen maar liefst vijf mannen op het podium. Co-creator Tristan Feyten speelt een patserige koning. Als een alfamannetje neemt hij plaats bovenaan de grote constructie die de scène domineert: een stelling in de vorm van een halve cirkel, opgebouwd uit houten latten die vierkante rasters vormen. Je kan er een trap naar nergens in zien, een niet-lineaire structuur vol lege dozen, een organische vorm. Een paar treden onder de koning neemt zijn zoon plaats, de even patserige, verwende prins (Ramon Mahieu). Onderaan het bouwwerk verschijnt een nar met de neurotische energie van The Joker (Staf Bertheloot), even later komt een boodschapper op (Emil Leysen) met vervelend nieuws. Op de achtergrond staat een zwijgende, in het zwart gehulde figuur. Muzikant Jolan Decaestecker zorgt voor livemuziek en elektronische beats. We horen hem op de momenten waarop er iets op het spel lijkt te staan.
Aangezien de voorstelling een eco-feministische insteek heeft volgens de programmatekst, is het des te problematischer dat we geen enkele vrouw op de scène zien. Of toch…? Zo subtiel dat je het makkelijk kan missen, wordt de onhoorbare stem van de koningin geprojecteerd op de scène achteraan, naast de muzikant. In korte, descriptieve paragrafen lezen we over haar wanhoop, haar verdriet. Ze houdt zich zo stil mogelijk, ‘alsof ze met te huilen niet alleen geen geluid maakt, maar extra beetjes geluid uit de ruimte wegneemt, opzuigt, alles stiller maakt, zachter, minder, minder, minder, als een mantra in negatief.’ De luttele keren dat ze door haar vertwijfelde man of zoon wordt aangeroepen, reageert ze niet. Wanneer de nar haar uitvoerig adresseert, legt hij haar woorden in de mond. Hij suggereert dat haar tekst ‘niet meer’ in plaats van ‘minder’ is, dat ze niet huilt, maar zingt. ‘Niet meer’, verschijnt er op het scherm – de bevestiging dat de koningin monddood is gemaakt.
En dan is er nog de schrijfster zelf, waarnaar de spelers metatheatraal verwijzen. Wanneer de prins een opmerking van de nar flauw noemt, riposteert die met een ‘ah ja, wa hadde verwacht, ik ben geschreven door een vrouw’. Door vrouwen als stil en onzichtbaar voor te stellen, wordt het vrouwbeeld bevestigd dat ons binnen een patriarchale maatschappij wordt opgelegd. De status quo wordt, weliswaar op ironische wijze, versterkt. Het is teleurstellend dat een jonge maker zoals Van der Steen méér van hetzelfde serveert.
De problematische fysieke afwezigheid van de vrouwen staat in schril contrast met het luide bravoure van de koning, de prins en de nar. Ze brengen hun tekst aan een razend tempo, met grootse gebaren. De witte kostuums van deze witte mannen benadrukken hoezeer zij deel uitmaken van een patriarchaal, onderdrukkend systeem. De nar daagt hen uit: hij durft tegen het systeem schoppen van binnenuit. Met zijn speelse houding en uitdagende woorden is hij allerminst het toonbeeld van mannelijk machismo. Zijn ambiguïteit wordt onderstreept door zijn knappe kostuum (door Zazie Bakos en Marie Baudoncq) waaruit kleine, scherpe stekels van stof priemen, in contrast met grote, geborduurde bloemen. Ook de kostuums van de koning en de prins verraden meerduidigheid. De zilveren cape van de prins verleent hem een zekere potsierlijkheid, en doet hem er soms uitzien als een onzeker jongetje. En de koning draagt over zijn afgelikte, hemd-broek-sneakers-outfit een gewatteerd mouwloos vest met op de rug een reeks grote bulten en bobbels, alsof hij een parachute meetorst. Alsof hij weet dat hij voorbereid moet zijn op een val van de hoogte waarop hij troont. En vallen zal hij.
De godheid Odin heeft de boodschapper namelijk gestuurd met een boodschap: de koning zal sterven. Maar Odin wil een deal maken.
elk van uw zonen sta voor een extra leven
als ge t nog ff wilt rekken
kunde me daar in de plaats van da van u
om de zoveel tijd
t leven van één van uw zonen voor geven
kusjes en de ballen
Odin
De koning en de prins willen kost wat kost het eigen vel redden. Wanneer de boodschapper herhaaldelijk slecht nieuws brengt (het volk is aan het sterven, het water staat aan hun enkels), weigeren ze om stil te staan bij hun eigen verantwoordelijkheid hiervoor. Ze overschreeuwen hun onderliggende schuldgevoel om ter hardst: ‘Breng me een bijl!’, ‘Breng me een beul!’
Ondertussen braakt de nar tekst uit als een losgeslagen orakel. Dat alles in een taal die flirt met de klassieke, rijmende jamben van theaterauteurs zoals Tom Lanoye, doorspekt met slang, Engels, vloekwoorden. Net zoals Lanoye wil Van der Steen kritisch zijn en de heersende machtsstructuren bevragen. Ze kiest daarbij niet à la Lanoye voor een kritische, meerlagige theatertekst met woorden als mitrailleurvuur, maar voor de strategie van de onvatbaarheid – belichaamd door de nar. ‘Ik kan u wel goe horen, maar da heb ik nie verstaan’, vat de koning perfect samen hoe de lange monologen van de nar bij mij binnenkwamen. ‘Ah nee, da zou nie leuk zijn, want dan was het stuk gedaan’, kraait de nar, vooraleer hij de zoveelste platitude declameert: ‘the line between delusion and prophecy is very thin and I walk it every day’. Zijn breedsprakerige monologen werken al gauw op de zenuwen omdat ze weinig effect sorteren, behalve een vermoeiend soort verwarring.
“Het weren van eenduidige betekenis kan een mooie strategie vormen, maar ze werkt hier niet.”
‘Okeetjes’, denk ik wanneer de nar voor de zoveelste keer staat te filosoferen over Het. Wat is Het? Een greep uit betekenissen die de nar eraan geeft: Het zijn maar woorden, het is nooit iets geweest, het is zo schoon, het zit in de zon, het is het publiek, het is een koning, het is het allemaal. En dat is nu net Het probleem van deze voorstelling. Het weren van eenduidige betekenis kan een mooie strategie vormen, maar ze werkt hier niet. De binaire voornaamwoorden worden weliswaar vervangen door het non-binair klinkende ‘het’. Dat blijkt echter een vuilnisbakterm voor een resem onbestemde, steeds wisselende interpretaties.
There never was a box verwijst naar een citaat van schrijver, filosoof, en ‘com-post-activist’ Bayo Akomolafe, waarin hij zich afzet tegen de strakke ‘boxy’ vormen van een doos, en pleit voor het warrige, het onkenbare: ‘the invitation to get lost’. Dat is een betekenisvolle uitnodiging, maar in deze voorstelling resulteert Het in een verwarrende woordenstroom – waarin zowel de spelers als het publiek lijken te verdrinken. De gedaante van de muzikant lijkt wel een alternatief te willen presenteren, al bevindt hij zich vooral op de achtergrond. Zijn donkere aanwezigheid verwijst naar de dood en het verderf die de koning gezaaid heeft en probeert weg te moffelen of overstemmen. De elektronische muziek brengt een ander soort zintuigelijke logica binnen waarvoor in deze voorstelling geen woorden gevonden worden. Maar daar blijft het bij.
“Tegenover de gevestigde orde plaatst Van der Steen een confuse tekst die om zichzelf heen cirkelt in verwarring.”
Er zijn de laatste jaren ontelbare voorstellingen gemaakt die spelen met het interessante gedachtegoed van mensen zoals Octavia Butler, Ursula le Guin en Donna Haraway, en die nadenken over hoe activisme en kunst zich (al dan niet) met elkaar kunnen verzoenen. Ik denk aan The Good Life, waarin Sébastien Hendrickx het idee van een ‘affe’ voorstelling met een lineair verloop uitdaagt en een alternatief toekomstverhaal schrijft. Of aan Folks & Fools waarin Lobke Leirens en Maxim Storms eveneens de figuur van de nar en de koning opvoeren en de gevestigde orde uitdagen.
We leven in een tijd waarin er meer dan ooit nood lijkt te zijn aan nieuwe, niet-lineaire, niet-patriarchale verhalen. Aan nieuwe vormen van betekenisgeving. Maar terwijl makers zoals Leirens en Storms daarover speculeren in een poëtische, fantasierijke vormtaal, blijft Van der Steen helaas vastzitten in de weerstand tegenover eenduidige betekenis. Tegenover de gevestigde orde plaatst zij een confuse tekst die om zichzelf heen cirkelt in verwarring. Dat zorgt ervoor dat ik schouderophalend de theaterzaal uitloop.
Aan de uitgang krijgt het publiek nog een brief in de handen gedrukt, ondertekend: ‘De schrijfster’. In de brief legt Van der Steen uit ze haar theatertekst schreef vanuit een activistische ingesteldheid. Ze dacht het beter te weten, maar nu besluit ze: ‘ik ga het niet weten’. Tijdens de voorstelling laat ze de nar uitroepen dat het schip aan het zinken is, en dat hij het zal verlaten: ‘hoe kan ik leren zwemmen als ik nooit in het water ga?’ Zwemmen wordt zo een metafoor voor het verlaten van de gevestigde orde. En dat is wat Van der Steen aangeeft te willen doen in haar brief: ‘Ik ga zwemmen.’ Dat leest echter als ter plekke watertrappelen, als meer van dezelfde. ‘Woorden, woorden, woorden’, staat er elders in de brief. En dat is het probleem met deze voorstelling: te veel onbestemde woorden en ideeën. Het niet (beter) weten getuigt van een integere ingesteldheid, maar daarmee maakte Van der Steen helaas een vage voorstelling.
There never was a box gaat op tournee in februari en maart 2024. De speeldata vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.