© Karolina Maruszak

Leestijd 7 — 10 minuten

De vader – Floris Devooght / één zee

Een steriel ziektebeeld

Hoe voelt het om te leven met dementie? En hoe kies je tussen zorgen voor je zieke vader en je eigen levenspad bewandelen? Vanuit de perspectieven van een vader en zijn dochter probeert één zee die vragen in De vader te beantwoorden. Het resultaat is al te keurig repertoiretoneel met wisselende acteerprestaties en een te geromantiseerd beeld van dementie en onze ouderenzorg.

Het is opmerkelijk hoe snel één zee zich heeft opgewerkt tot onontkoombare speler in het podiumkunstenlandschap. Een spreidingsprobleem heeft Ann De Winnes en Frank Aernouts vrije productiehuis in ieder geval niet: dit seizoen tellen hun tournees elk een kleine vijftig speelbeurten. Die ellenlange speellijsten waar menig gezelschap jaloers op is, hebben wellicht te maken met de sterk afgenomen populariteit van repertoiretoneel binnen de gesubsidieerde sector, terwijl er vanuit (een segment van) het publiek wel grote vraag naar is. Aernout en De Winne zagen dat gat in de markt en vullen het nu al een kleine vier jaar op met klinkende titels, gespeeld door acteurs met klinkende namen in de hoofdrollen. De poëtica van één zee is helder: goeie teksten brengen met goeie spelers. 

Nu presenteert één zee dus De vader, een getrouwe vertaling van Le Père van de Franse auteur Florian Zeller uit 2012. De Britse krant The Times noemde de toneeltekst een van de beste van deze eeuw, en enkele jaren geleden bewerkte Zeller diezelfde voorstelling tot een bekroonde speelfilm, met Anthony Hopkins en Olivia Colman in de hoofdrollen. 

Die ellenlange speellijsten hebben wellicht te maken met de sterk afgenomen populariteit van repertoiretoneel binnen de gesubsidieerde sector, terwijl er vanuit (een segment van) het publiek wel grote vraag naar is.”

Het titelpersonage van De vader is André (rol van Lucas Van den Eynde), een charmante oude brombeer die geleidelijk aan tekenen van dementie begint te vertonen. We ontmoeten hem op het moment dat zijn vorige verzorgster ontslag heeft genomen, omdat hij haar had bedreigd met een gordijnstok. Met de handen in het haar probeert zijn dochter (Marieke Dilles) de situatie op te vangen: ze neemt haar vader in huis, gaat op zoek naar een nieuwe verzorgster en ontfermt zich zelf over de man die ooit nog zoveel ontzag inboezemde, maar voor wie ze nu slaapliedjes moet zingen. Dat gaat allemaal niet zonder slag of stoot, maar het lukt. Tot Andrés ziektebeeld zo ernstig wordt dat ze hem, op aandringen van haar nieuwe partner en met hun verhuis naar Londen in het vooruitzicht, laat opnemen in een speciale instelling.

De vader slaagt er dankzij een eenvoudige maar hyperefficiënte theaterale ingreep wonderwel in om de verwarring die André voelt ook bij het publiek te installeren: behalve de hoofdrol worden alle nevenpersonages door verschillende acteurs gespeeld. De verpleegster wordt de dochter, de verzorgster de verpleegster, de verpleger de schoonzoon… Net zoals André moeten ook wij de realiteit bijeen puzzelen uit een aaneenschakeling van elkaar tegensprekende impressies. Met dat verschil dat wij op het einde van de voorstelling een complete puzzel voor ons hebben, maar André niet.

Net zoals André moeten ook wij de realiteit bijeen puzzelen uit een aaneenschakeling van elkaar tegensprekende impressies.”

Daarnaast morrelt De vader aan de oude theaterwet van de eenheid van tijd en plaats. De eenvoudige scenografie van Yannic Duchateau bestaat bijvoorbeeld uit een blauwe wand met een witte deur. Hoewel dat decor nog een aantal geheimen zal blootgeven, blijft die basisstructuur de hele voorstelling lang intact. Toch representeert deze eenvoudige wand niet één, maar drie ruimtes: het appartement van de vader, het appartement van de dochter en de kamer van de vader in het verzorgingstehuis. “Dit is toch mijn appartement?” vraagt André radeloos als hij – zo besef je pas later – al een tijdlang bij zijn dochter inwoont. De ruimtes vloeien ongemerkt in elkaar over, zowel in zijn hoofd als voor onze ogen.

Ook de eenheid van tijd moet het ontgelden: scènes worden herhaald, in niet-chronologische volgorde gespeeld, in tweeën gesplitst… Zowel André als het publiek spelen de lineaire tijdsbeleving kwijt, en daardoor is het niet bepaald moeilijk om te begrijpen hoe André zijn werkelijkheidszin verliest. Het is dan ook geen toeval dat deze punctuele man obsessief met tijd bezig is. Steeds opnieuw wil hij weten hoe laat het is, maar herhaaldelijk raakt zijn horloge zoek. Aanvankelijk vindt hij het nog terug, maar wanneer hij (het) écht verloren is, is zijn tijdsbesef volledig verdwenen: terwijl hij denkt dat hij pas is opgestaan, zet zijn dochter het avondeten op tafel. Huilend valt hij haar in de armen, zoals hij dat later ook bij zijn verpleegster zal doen als zijn dochter al in Londen zit met haar nieuwe liefde. “Ik heb het gevoel dat ik al mijn bladeren verlies”, snikt André, terwijl in de achtergrond een kale boom boven hem uit torent.

De vierde wand blijft op één droomsequentie na altijd intact. Het maakt van De vader een statige, nogal stroeve voorstelling, die bijna bezwijkt onder het slepende tempo dat ontstaat door op elke scène een lange black-out te laten volgen.”

Lucas Van den Eynde weet vakkundig raad met die kwetsbare momenten. Met minimale middelen toont hij een breed emotioneel pallet: trots, geestig, ijdel, angstig, levenslustig, kwaad, verward, verteerd door heimwee en gebroken door gemis… Het komt allemaal samen in zijn gelaagde en bijzonder charmante vertolking. Vlakker in haar spel is Marieke Dilles als zijn dochter: zij moet schipperen tussen de liefde voor haar vader en de pijn die ze voelt bij hoe hij haar door de vingers glipt, maar die emoties krijgt ze maar moeilijk tot in de zaal. Ze krijgt het nochtans hard te verduren: herhaaldelijk laat haar vader haar weten dat zijn andere dochter – een engeltje – zijn favoriete kind is. Wat hij zich niet herinnert, is dat zij al overleden is. 

In de bijrollen missen vooral Ann De Winne (‘een vrouw’) en Mathias Vergels (‘een man’) de naturel om binnen de realistische speelstijl te kunnen gedijen. Alleen David Cantens (echtgenoot Peter) en Lotte Stevens (verzorgster Laura) slagen erin hun personages toch enigszins body te geven. Het helpt niet dat regisseur Floris Devooght ervoor koos om van De vader kijkkasttoneel te maken. De vierde wand blijft op één droomsequentie na altijd intact. Alles speelt zich dáár af, in een gesloten hok, en als publiek zijn we een vlieg op de muur. Zo krijgen we maar weinig kansen om echt emotioneel betrokken te raken. Het maakt van De vader een statige, nogal stroeve voorstelling, die bijna bezwijkt onder het slepende tempo dat ontstaat door op elke scène een lange black-out te laten volgen. 

Het is jammer dat Zeller en Devooght in De vader kiezen voor een uiterst veilige, ‘schattige’ en makkelijk verteerbare representatie van dementie, gebaseerd op drie symptomen: verwarring, (nogal milde) kwaadheid en uiteindelijk ook kinderlijk gedrag.”

Het is jammer dat Zeller en Devooght in De vader kiezen voor een uiterst veilige, ‘schattige’ en makkelijk verteerbare representatie van dementie, gebaseerd op drie symptomen: verwarring, (nogal milde) kwaadheid en uiteindelijk ook kinderlijk gedrag. Als kleinzoon van een grootmoeder met vergevorderde dementie ken ik echter ook een minder fraaie werkelijkheid: de fysieke en verbale agressie, de wartaal, het onderbemande zorgsysteem dat maar weinig ruimte laat voor persoonlijke verbinding, de saaiheid van de oeverloze herhalingen en de eenzaamheid wanneer de mogelijkheid tot connectie met anderen geheel verdwenen is. En uiteraard is alles op het toneel altijd een mogelijke verbeelding, maar het ziektebeeld dat De vader ons toont is wel bijzonder kuis. Het is, zo besef ik achteraf, precies die steriliteit die ervoor zorgt dat deze voorstelling mij niet raakt. 

Ik kan niet anders dan de ondernemingszin van één zee bewonderen: zonder overheidssteun slagen ze erin om lange tournees voor goed gevulde zalen te spelen. Ze zijn daarbij ook een belangrijke nieuwe werkgever voor veel freelance toneelspelers, zowel uit het commerciële als het gesubsidieerde circuit (binnenkort sluiten bijvoorbeeld spelers als Robby Cleiren, Evelien Bosmans en Michael Vergauwen aan). 

één zee heeft opnieuw een plek gecreëerd voor het repertoiretoneel, en mijn hoop is dat De Winne en Aernout binnenkort ook wat buiten de lijntjes durven te kleuren. Op veilig spelen is óók spelen, maar is dat de moeite waard?”

In een precair podiumkunstenveld dat alle moeite heeft om niet ten prooi te vallen aan neoliberale tendensen en waarin cultuurcentra vaak minder theatervoorstellingen programmeren, nemen ze (net zoals een aantal andere vrije productiehuizen) echter ook plaats in die naar makers kan gaan die gemakkelijker artistieke risico’s durven nemen – juist omdat ze beschermd worden door het vangnet dat subsidie heet. Het is geen verwijt – een vrije productie opzetten is (zakelijk gezien) ook risicovol – maar een uitnodiging: één zee heeft opnieuw een plek gecreëerd voor het repertoiretoneel, en mijn hoop is dat De Winne en Aernout binnenkort ook wat buiten de lijntjes durven te kleuren. Op veilig spelen is óók spelen, maar is dat de moeite waard? Is het toneel dan niet net als André ook zijn bladeren aan het verliezen?


De speeldata van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#183

08.09.2026

14.01.2027

Jens Dewulf

Jens Dewulf is theater- en filmwetenschapper en neerlandicus van opleiding. Hij werkt momenteel als verantwoordelijke communicatie, planning en productie voor theatergezelschap DE HOE.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!