Artiesteningang: Dries Verhoeven
Dries Verhoeven
© Wannes Cré
In ‘Motherbaby’ fileren de getalenteerde jonge makers Sophia Bauer en Marieke Schraepen de beklemmende band tussen moeders en dochters. Kunnen we ooit echt van elkaar loskomen? Hun bevreemdende ‘fake musical’ speelt amusant met de codes van het genre, maar geraakt maar moeilijk voorbij zijn eigen concept.
Wie bij Motherbaby gevoelig bekentenistheater verwacht, waarbij de makers hun eigen moedertrauma’s over het publiek uitstorten, is eraan voor de moeite. Het artificiële decor zet je meteen op een ander spoor. Ferre Marnef creëerde een soort filmset met zalmroze fluwelen gordijnen, een citroengeel bankje en een witte trap waarop je zo Cyd Charisse in haar wapperend tulekleedje ziet staan zwijmelen voor Gene Kelly in Singing in the rain.
Na een lange intro door pianist Alan Van Rompuy, die met zijn blinkende pak een personage op zich wordt in deze genreparodie, komt Kristien De Proost op. Ze drapeert zich languit over het bankje vooraan op het podium, met de haren voor haar gezicht. In mijn hoofd gaat een schuifje open: “anonieme, depressieve, mogelijk dronken/geïntoxiceerde vrouw op keukenvloer.” Bron: zoveel films en tv-series, van Mad Men tot Todd Haynes’ Safe.
Het is precies die maatschappelijke beeldvorming van vrouwen die Kask-alumni Sophia Bauer en Marieke Schraepen zo interesseert. Dat zagen we al in hun debuut Guilty of love, een soort theatrale Promising young woman die zich afvroeg: waarom kicken we zo op beelden van mooie, jonge vrouwen die het slachtoffer worden van seksueel geweld? Qua maturiteit was het ver voorbij het niveau van een masterproef waarmee de gemiddelde theaterstudent afstudeert. Het was dus uitkijken naar hun volgende worp.
Ook in Motherbaby is alles nadrukkelijk een constructie, elk woord en gebaar referentieel. In steeds wisselende constellaties en rollen spelen Schraepen, Bauer en De Proost elkaars moeder en dochter(s), al zijn het veeleer abstracte talking heads in plaats van personages. Hun Engelstalige dialogen – die ze deels zingen, deels onderkoeld spreken alsof het hun woorden niet zijn – hebben iets generisch en bevreemdend tegelijk. Je hoort echo’s uit Amerikaanse soaps, maar je kan ze nooit helemaal thuisbrengen. Vooral Schraepen is sterk in hoe ze subtiel de grens tussen citeren en spelen aftast. Ook in Giants en Guilty of love bewees ze al wat een straffe actrice ze is, met een loepzuivere tekstzegging en perfecte Engelse tongval.
“Won’t you come down now, mother?” zucht Schraepen tegen de uitgetelde De Proost. Met slechts een handvol zinnen legt het trio de beklemmende dynamiek en destructieve afhankelijkheid tussen moeders en dochters bloot. Die bespeelt het hele gamma tussen parentificatie en manipulatie, maar cirkelt vooral rond de onmogelijke worsteling om je los te maken uit de ouderlijke greep. Steeds opnieuw horen we De Moeder doorheen het stuk dezelfde vraag stellen: “Kom je aub terug naar huis?” Gevolgd door het loyaliteitsconflict van Het Kind: “Je maakt me ongelukkig maar ik kan je niet verlaten, jij bent de enige in mijn hart.” Het deed me denken aan wat de Duitse psychiater Franz Ruppert ooit het “symbiosetrauma” heeft genoemd: doordat een kind de onverwerkte trauma’s van zijn ouders internaliseert raakt het zijn eigen identiteit totaal kwijt.
Naast de psychologische machtsstrijd steken Bauer en co ook de draak met maatschappelijke stereotypen. Moeders worden met een dikke knipoog afgeschilderd als de eeuwige “managers van de orde” die hun kinderen laten verhongeren als ze voor hun carrière kiezen en die niet mogen huilen omdat tranen hun borstvoedingsmelk verzuren (haha). De parodie is nooit ver weg. Af en toe barst Schraepen in hysterisch gehuil uit, de immer schalkse Bauer provoceert onze blik terwijl ze geil de meubels berijdt. Perverser wordt het wanneer het trio zich overgeeft aan een “blowing the raspberry”-ritueel, waarbij ze fake fartend op elkaars meest ongewone lichaamsdelen – van nek tot voetzolen – beginnen te blazen. Het is intiem en kinderachtig tegelijk, alsof ze in hun seksuele ontwikkeling ergens zijn blijven steken tussen kindertijd en volwassenheid.

© Wannes Cré
Het is opvallend hoe aanwezig ‘moeders’ de laatste tijd zijn op het theater. Eindelijk mag moederschap een onderdeel zijn van het vrouwelijke kunstenaarschap. Steeds meer makers doorprikken het taboe waarin ‘moeder zijn’ vooral een privérol is waar ze maar in stilte, achter de schermen, mee in het reine moeten komen en zoeken ze naar een nieuwe representatie van de moederfiguur. Zo portretteert Sophia Rodriguez zichzelf in Friction met veel humor als een oermoeder die poedelnaakt haar performers de borst geeft. In een solo voor Ne Mosquito Pas nam ze eerder ook al haar kinderen mee op scène.
Tegelijk past de aandacht voor moederschap ook in een groter bewustzijn rond intergenerationeel trauma, dat uit steeds meer psychologisch onderzoek een verregaande impact blijkt te hebben (de Nederlandse psychiater Patricia Dashorst toonde bijvoorbeeld aan dat kinderen van Holocaustoverlevers ook geplaagd kunnen worden door vijandige intrusies over de oorlogsgruwel, ook al hebben ze nooit in de kampen gezeten). Dat zagen we onder meer bij Sarah Vanhee (Mémé) en Stefanie Claes (Ravensbrück), die in hun voorstellingen allebei het hardvochtige leven van hun grootmoeders reconstrueren om hun familie en kinderen te bevrijden van de schaduw van het verleden.
“Let’s break the spell, goodbye and farewell.” Ook in Motherbaby willen de makers de cyclus van geweld breken. Zeker in de laatste – en beste – scènes van de voorstelling waarin de drie actrices hun onderdrukte frustraties uitdrijven in een pathetische serenade. De weelderige pianomuziek contrasteert met de diepe verwijten en woede in hun woorden. “Je kon jezelf niet uitstaan, dus heb je maar iemand anders gebaard,” zingt Bauer met een lieflijke glimlach. “Stop met me te kwellen met je littekens, ik ben niet langer een medeplichtige van je leugens.”
Een headbangende De Proost draait het perspectief dan weer om: zij richt zich tot het egoïstische kind aan wie ze altijd alles moet geven, zonder ooit iets terug te krijgen. “Shut up and get a life, ik wil je niet zien kleuren.” Het is bij uitstek het meest punky nummer van de hoop, omdat De Proost daar echt aan het taboe van de roze wolk raakt: wat een goede middelvinger naar de hele maatschappelijke trend van responsief ouderschap en het moederlijke perfectionisme dat zoveel vrouwen mentaal breekt.
Bauers en Schraepens keuze voor een lichte, luchtige metavorm is op zich verfrissend in tijden waarin iedereen de pijn van zijn “innerlijke kind” heeft ontdekt, de therapy speak welig tiert op sociale media en “hechtingsprofiel?” de eerste vraag is bij het online daten. Tegelijk lijkt de abstrahering wat te ver doorgeslagen. De conceptuele aanpak maakt dat je de hele voorstelling lang tegen de vorm zit aan te kijken. En die is helaas nogal stroef: de humor landt vaak maar moeilijk, het kunstmatige spel met genreconventies neemt zoveel aandacht in beslag dat de inhoud nooit helemaal binnenkomt of aanzet tot verdere reflectie, de bevreemdende afstand van het zingen deconstrueert weinig.
Nergens voel je hoe benauwend of toxisch de relatie tussen moeders en dochters echt kan zijn. Ik denk nu aan het intense Linoleum/Speed (2010) van Abke Haring bij Toneelhuis indertijd of de film News from home (1976) van Chantal Akerman, waarin de cineaste brieven voorleest van haar angstige moeder die haar op haar 27e nog steeds “my darling little girl” noemde. Zo misselijkmakend dwingend kan liefde zijn. Na Motherbaby kan ik alleen maar vaststellen dat ik nood had om over zo’n interessant en complex thema misschien toch een iets persoonlijker, of op zijn minst affectieve voorstelling te zien waarin de vorm wat minder met de inhoud aan de haal ging.
Speeldata: https://kwp.brussels/projects/motherbaby
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.