De Staat van de Toneelschrijver
Uitgesproken op uitnodiging en ter gelegenheid van Shakespeare is Dead Leuven, 9 juni 2026
Annet Bremen
© Danny Willems
In Mimi’s Shebeen, het clandestiene café van de Zuid-Afrikaanse zangeres Miriam Makeba, vieren activisten leven en dood. Alesandra Seutins hybride danstheater bijt, verleidt en sust, en dat steeds opnieuw.
Alesandra Seutin loodst je binnen in een shebeen, een van de ondergrondse hutten waar zwarte activisten elkaar kracht en ideeën gaven tijdens het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Maar verwacht geen bedompte kelder: in de openingsscène zingt Tutu Puoane je toe vanop een bergtop — gevormd door een lange taupe rok die de ladder waarop ze staat omhult. Ze zingt over alle mensen die pas vrijheid vinden in de dood.
Aan de voet van deze berg, of aan de rokken van deze uitbaatster of shebeen queen, ontwaken de andere performers. Ze kruipen vanonder de bruine gekreukelde zeilen die hen toedekten. Wanneer die zeilen later één voor één omhoog worden gehesen, is dat met de andere, witte zijde naar het publiek. Zo blijven ze een tijdlang hangen, als een verweerd teken van overgave. Op de grond tekent zich de schaduw af van een ventilator die stilstaat. Dat beeld roept het ondergrondse, verdokene van de shebeens op.
Of misschien verbeeldt Seutin zo de verstikking van zwarte Zuid-Afrikanen? Want de hele voorstelling staat in het teken van een wrange cyclus. Van een geschiedenis waarin zwarte mensen steeds opnieuw ‘vliegen met gebonden handen, en vluchten zonder te weten dat ze ketenen dragen die hen verbinden met het thuisland’. Dit tekstfragment gaat zowel over het lot van alle vluchtelingen, als over de ballingschap van de Zuid-Afrikaanse zangeres en burgerrechtenactiviste Miriam Makeba, de Mimi uit de titel.
“Met uitbundige dans, met stevige (live!) drums en met snijdende teksten stampen de performers hun woede eruit. De witte overheerser krijgt een driedubbele draai om de oren.”
Want dit is niet zomaar een shebeen, maar Mimi’s shebeen. Puoane kruipt in de huid van de zwarte heldin. Seutin begint de voorstelling met Makeba’s dood, juist om te tonen dat ze nog doorleeft in de mensen die haar verhaal vertellen. Naar haar openingslied daalt Puoane af van de ‘bergtop’, en wikkelt ze zich in de plooien van haar rok, alsof ze zichzelf begraaft. Daarop wekken de andere performers haar tot leven, zodat ze haar eigen uitvaart mee kan vieren. Niet met stille tranen, maar door vol vreugde te dansen en te zingen.
Het is een prachtig eerbetoon aan Makeba, die vanwege haar ballingschap de begrafenis van haar moeder niet kon bijwonen. En subtiel accentueert deze scène Seutins ideeën over de cyclische aard van de geschiedenis.
Het zijn vooral vondsten als die begrafenisscène en de slimme scenografische ingrepen die ruimte laten voor artistieke interpretatie, want Seutins danstheater brengt zijn anti-koloniale boodschap op andere vlakken heel letterlijk. Met uitbundige dans, met stevige (live!) drums en met snijdende teksten stampen de performers hun woede eruit. De witte overheerser krijgt een driedubbele draai om de oren. Een aanlokkelijke oorvijg, dat wel, die je laat knikken op de beat, terwijl de performers krumpen en hun voorouders om hulp roepen in hun vrijheidsstrijd.
Interessant is de scène waarin Puoane zegt dat ze de witte overheerser moeten vergeven. Het is wanneer de performers die vergiffenis uitspreken, op een podium dat baadt in warm geel licht, dat ze berouw afdwingen. Met hun ‘ik vergeef u’ dwingen ze de ander om zich aangesproken te voelen, en te aanvaarden dat hij iets heeft gedaan dat vergeven moet worden, dat hij schuld heeft. Die kalme scène, waarin iedereen stilzit, breekt met de voorgaande onstuimigheid, en maakt het daardoor mogelijk om de geschiedenis pas echt te laten doordringen.
En die geschiedenis omvat meer dan de anti-apartheidsstrijd. Seutin navigeert moeiteloos tussen het Zuid-Afrika van de jaren 50, 60 en 70 van de vorige eeuw en de problemen waar de jeugd in de townships vandaag mee worstelt. Kopano Maroga vertolkt de stem van die jongeren en spuwt de slam poetry van Lisette Ma Neza en Lebo Mashile de zaal in. Het komt aan als een ranseling, ook voor de (opgeroepen) voorouders. ‘Jullie hebben gevochten voor onze vrijheid? Welke vrijheid?’
In deze shebeen krijgen ook Miriam Makeba’s gedachten over een Panafrikanisme een podium, een theorie die stelt dat Afrikaanse naties constructies zijn van de koloniale overheersers en dat het continent zich dus moet verenigen. Audiofragmenten van de speech die de activiste in 1964 hield voor de Verenigde Naties, met een opvallend zachte, meisjesachtige stem, worden afgewisseld met luide ritmische poëzie over landen die zijn ontstaan uit scheidingen en volken en stammen die moeten samenkomen. Op die momenten neigt Mimi’s Shebeen wel wat naar een lezing of preek, waardoor het als voorstelling wat vaart en kracht verliest.
Maar net als je een grootse gospeluitsmijter denkt te krijgen, zwiert Seutin het roer weer om en grijpt ze terug naar die verstilling van in het begin. Puoane fietst rond op de schaduw van de ventilator, die nu niet meer stilstaat, maar steeds sneller draait. Hij verbeeldt zowel de eeuwige cyclus, de wind als het vliegtuig waar mensen met dromen zich verschuilen in de laadruimte. Het is een briljant einde, dat het visueel sterke begin evenaart. Hoewel, kunnen we in een voorstelling die zo sterk inzet op een cyclische tijd, wel spreken van een begin en een einde?
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.