© Pieter Dumoulin

Leestijd 7 — 10 minuten

De Vogels – Lieselotte De Keyzer / de polen

Minder geeft meer

Lieselotte De Keyzer en de polen brengen met De Vogels een klassieke Griekse komedie. De Keyzer lijkt, samen met de scenografie en de kostumering, zo veel mogelijk uit het oorspronkelijk script te schrappen. Maar hoeveel kan je schrappen voor een verhaal verloren gaat? De Vogels lijkt net het omgekeerde waar te maken: door zo weinig mogelijk te tonen, zo veel mogelijk te vertellen. Al blijft de vraag of de adaptatie tot veel meer dan een boeiende stijloefening leidt.

Louise Bergez staat alleen op het podium.  Ze draagt een zwartleren broek, een los hemd en witte leren mocassins. Ze kijkt het publiek aan, grijnst en danst uitdagend, wiebelt met haar heupen. Kobe Chielens en Lieselotte De Keyzer komen mee op. Elk hebben ze een eigen kleur mocassins. Met drie dansen ze synchroon hoekige passen en houden ze hun handen aan hun schouders met de handpalmen weg van hen. Het lijkt op een hofdans, en moet het springen van vogels voorstellen, besef je meteen. 

Wanneer dit vrolijke trio de scène is afgedanst, neemt Hans Mortelmans als eerste het woord. Hij heet als verteller en dienaar van Hop het publiek welkom en geeft zo het startschot voor de komedie van de oud-Griekse toneelschrijver Aristophanes. Net als in zijn stuk De Vogels uit 414 voor Christus vertellen de twee Atheners Euelpides (gespeeld door Lieselotte De Keyzer) en Pisthetairos (Louise Bergez) hoe ze de drukte van de stad, de corruptie van een politiek systeem en de roddelcultuur van de gemeenschap beu zijn. Ondanks hun archaïsche woorden doen de acteurs denken aan twee oude, zeurende omaatjes uit een of andere sketch van Monty Python. Listig overtuigt Pisthetairos de vogels om een nieuw rijk te stichten in de hemel, tussen de mensen en de goden in. Menselijke burger-kandidaten worden uit de nieuwe stad geweerd, en de goden uitgehongerd tot ze hun oppermacht afstaan aan het nieuwe vogelrijk.

Schrappen, schrappen, schrappen

Een van mijn lievelingsboekjes is ongetwijfeld Exercices de style van de Franse poëet Raymond Queneau. Hij vertelt er altijd hetzelfde simpele verhaaltje, maar past er telkens een nieuwe stijlfiguur op toe. Het ene moment probeert hij zo veel mogelijk woorden te gebruiken, het andere schrijft hij als een officiële brief of in telegramstijl. In de ludiekste hoofdstukken beschrijft hij enkel de geuren of smaken uit het verhaal. 

Lieselotte De Keyzer en de polen verrassen met hun adaptatie van De Vogels, niet zozeer door hun spitsvondige adaptatie van de tekst: die blijft het hele stuk lang klinken als een klassieke schoolvertaling. Ook naar de onmogelijkheid van utopieën, het gevaar van machthebbers of andere meer actuele thema’s lijkt het stuk niet meteen te verwijzen – al vervingen ze wel de mannelijke Atheners door twee vrouwelijke actrices. Het duurt zelfs eigenlijk een tijdje tot je beseft waarom deze adaptatie van De Vogels wel degelijk van bij zijn aanvang fascineert. Het voelt alsof De Keyzer een hoofdstuk toevoegde in de stijl van Queneau. Wat als we het verhaal vertelden met zo weinig mogelijk middelen?

“Elk stuk tekst, elk element wordt uitgepuurd tot het met bijna niets het oorspronkelijke verhaal kan vertellen. Telkens lijkt het een evenwichtsoefening tussen te veel schrappen, en dreigen de draad te verliezen, en net door het schrappen het verhaal scherper en vinniger te brengen.”

En zo lijkt het hele stuk opgebouwd. Elk stuk tekst, elk element wordt uitgepuurd tot het met bijna niets het oorspronkelijke verhaal kan vertellen. Telkens lijkt het een evenwichtsoefening tussen te veel schrappen, en dreigen de draad te verliezen, en net door het schrappen het verhaal scherper en vinniger te brengen. 

De oorspronkelijke dialogen tussen twee vogels konden ze bijvoorbeeld schrappen. Als Hop en zijn dienaar samen huppelend dansen, weet je als toeschouwer door het verhaal voordien wel wat er tussen die twee besproken wordt: de dienaar vraagt een audiëntie aan voor de mensen. Het koor, dat wat details verduidelijkt in het oorspronkelijke stuk, verdwijnt in de adaptatie ook, net als enkele passages tussen mensen die later de stad willen vervoegen. Ook in de kostuums en de rekwisieten lijken de polen zoveel mogelijk geschrapt te hebben. Ze staan met vijf op het podium, maar vertolken een hele rist aan personages. Het verschil zit hem telkens in details: Hop draagt een kroon, de landmeter een stok of de dichter een stoffen boek. En soms hebben ze net minder rekwisieten. Wanneer De Keyzer een god speelt, volstaat het om haar mocassins uit te doen om een heel ander personage voor te stellen. Meteen is ook het statuut van deze goden duidelijk: zij komen bedelen voor wat eten.

De meest eenvoudige ingreep is echter de gekleurde driehoek die de vogels moeten vasthouden. Of hij een vleugel, snavel of staart moet voorstellen is niet duidelijk, maar het geeft ruimte voor kleine, subtiele spelletjes. Iedere vogel heeft zijn eigen kleur, en zo is die van de dienaar/verteller grijs als hij op zijn oude dag terugblikt en felrood als hij nog een jonge snuiter is. Een andere fijne kleinigheid is dat de kleur van de driehoeken overeen lijkt te komen met de kleur van de schoenen van de vogels.

 

Ook de scenografie van Sibran Sampers, die zelf ook enkele rollen vertolkt in het stuk, doet veel met weinig middelen. Vooraan het podium vormen drie stroken linnen stof een proscenium, een blauw en een wit doek de achterwand. Met deze drie elementen vormt Sampers een reeks aan speelruimtes. 

Als de bode het publiek aanspreekt van voor het proscenium, klinkt dat intiem, dichtbij. Maar het proscenium kan ook net een hiërarchie brengen: wanneer Bergez als Pisthetairos verschillende kandidaat-burgers interviewt, staan haar gezanten aan de ene kolom, zij statig in het midden en de geïnterviewden voor de andere kolom. De leegte tussen beide kolommen suggereert een afstand en een machtsverhouding tussen de drie partijen.

De achterwand bestaat uit twee facetten. Het ene linnen doek is blauw en hangt parallel met de rand van het podium, maar het andere is wit en hangt schuin – wie de zaal van de Monty kent vermoedt dat deze parallel staat met de achterwand. De hoek tussen beiden geeft een onverwachte diepte aan het spel. De acteurs komen het toneel op via de opening tussen deze twee wanden, maar gebruiken ook de vreemde hoeken om een richting uit hun dans te halen, de ruimte is niet meer orthogonaal.

Nog een voordeel van deze twee schuine vlakken, is dat de acteurs nooit loodrecht de speelruimte opkomen, maar telkens vanuit een hoek. Wanneer de goden opkomen om te onderhandelen, haalt dat hun statig binnentreden helemaal onderuit, hun intrede doet minder aan goden denken, en meer aan die van onderdanen. Wat een contrast met de vorstelijke audiëntie met Pisthetairos enkele scènes geleden… Des te meer omdat de weelderige koets van de onderhandelaars hier gerepresenteerd wordt door een simpele plank met wielen en een verticale staaf.

Totalitaire regimes

De insteek van het uitpuren levert dus een boeiende scenografie en kostumering op, en zorgt voor, zoals het programmablad aankondigde, een vrolijk spel van de acteurs. Ze staan met vijf fier op het podium en spelen vrolijk op elkaar in. Het einde bewijst dan ook dat ze in dat opzet zeker geslaagd zijn. Na wat onderhandelingen met de woordvoerders van de goden, stemmen ze met tegenzin in om de staf, en dus de oppermacht van Zeus over te dragen. Hier eindigt De Keyzers stuk. De verteller komt opnieuw op en vertelt dat hij zelf niet weet hoe het verhaal eindigt, maar dat hij en Pisthetairos nog leven. Het einde is zo abrupt dat je als toeschouwer meteen nieuwsgierig bent naar het vervolg van het verhaal, want zo kan een stuk toch niet echt eindigen? 

Aristophanes stuk stopt maar een hartslag later, bij het vertrekken van een stoet met Pisthetairos aan het hoofd. Hoewel het stuk een komedie heet, waarschuwt het einde als een tragedie voor enge, totalitaire regimes en machtsmisbruiken, maar laat het de uitkomst van die machtspellen nog open. Door ook de stoet te schrappen, benadrukt De Keyzer net de absurditeit van het verhaal. Zelfs de personages lijken het niet helemaal te snappen: van het abrupte einde blijft enkel een essentie over.

Wat de adaptatie van De Vogels in die essentie meer wil vertellen blijft even duidelijk als wat er in datzelfde programmablad staat: het brengt een tekst met een sombere boodschap. Maar door de – misschien té geslaagde – telegrafische stijloefening en de vrolijke speelstijlen, wisten de polen ook het dystopisch karakter van de oorspronkelijke tekst uit. Wat overblijft is een verhaal dat werkt, maar waar per ongeluk ook de broodnodige waarschuwingen uit geschrapt werden. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#174

15.12.2023

14.03.2024

Elie Agniel

Elie Agniel groeide op in en rond het Kaaitheater. Hij studeerde in 2019 af als ingenieur-architect aan een universiteit in Gent, waar hij ook hoofdredacteur was van het blad van zijn studentenvereniging De Loeiende Koe. Daarnaast werkte hij onder andere als postbode, bij de kuisploeg van het Forensisch Psychiatrisch Centrum en als architect, altijd op zoek naar onbekende werelden. Sinds 2023 bestudeert hij films en theaterstukken, ditmaal aan de universiteit in Antwerpen.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Theater Aan Zee 2024

RECENT VERSCHENEN

recensie

RECENT VERSCHENEN

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!