© Peter van Heesen

Leestijd 8 — 11 minuten

HUNTER – Liesa Van der Aa / B O D I E S

Let’s play!

Als het leven een game is, wie beheerst dan de kunst van het spel? Met HUNTER creëerden componist Liesa Van der Aa en het Berlijnse BODIES Ensemble een gelaagde muziektheatervoorstelling die het verhitte prestatiedenken in leven en creëren op de korrel neemt. Een basketbalveld vormt het fysieke en mentale kader waarbinnen een utopische omslag plaatsvindt: van zielloze discipline naar collectieve, bezielde verandering. 

Meer ‘multi’ wordt het niet. Om te beginnen is er de multi van ‘multitalent’: Liesa Van der Aa is componist, regisseur, violist, actrice, zangeres. Wie herinnert zich nog de absurde jeugdreeks Zingaburia (2011), geschreven door Hugo Matthysen, waarin ze de rol speelt van de knotsgekke ‘Spacey’? Dezelfde Van der Aa werd in februari van dit jaar bekroond met een Ensor voor haar bloedserieuze rol als drugsverslaafde moeder in Putain (2024). Een vriend die zelden theater kijkt vertelde me lyrisch over Van der Aa’s nieuwe album Caramel (2025), dat hij ergens tussen pop, jazz, barok en hiphop situeerde. Diezelfde avond zie ik Van der Aa in de schouwburg performen voor de fine fleur, in het klassieke kader van het Gent Festival van Vlaanderen. Om maar te zeggen: Van der Aa vervelt moeiteloos van context naar context, van publiek naar publiek. En overal maakt ze indruk. 

De ‘multi’ is ook multidisciplinair. We noemen HUNTER voor het gemak ‘muziektheater’, een term die maar gedeeltelijk toepasbaar is, want de voorstelling bestaat uit een explosie aan disciplines, genres, stijlen en vormen. Basketbalwedstrijd meets polyfonie meets da club. Muzikaal gezien laat Van der Aa electronica, hiphop, barok, jazz groeien op een bedje van Björk – de plaat Homogenic (1997) van de IJslandse zangeres vormde de inspiratiebron voor HUNTER. Al deze invloeden en referenties lijken bovendien niet bedacht in elkaar geschoven, als een intellectualistische proeve van bekwaamheid, maar spontaan met elkaar te mergen, gewoon, omdat iemand goesting had om ze te combineren. Binnen een strakke vierdelige muzikale dramaturgie klinkt het zo alsof elke frase spontaan uit de voorgaande wordt geboren. Minutieus compositiewerk vermommen als vanzelfsprekend spel – il faut le faire. 

Op dezelfde organische manier evolueert het bewegingsmateriaal in HUNTER van beweging over choreografie naar dans, worden zangers gaandeweg performers en uiteindelijk acteurs, groeit Liesa zelf uit van dirigent tot personage tot persona. Misschien zit in die transformatieve processen de inhoudelijke en politieke pit van HUNTER: hier is iemand vrij geweest, hier heeft iemand zich de vrijheid toegeëigend om te spelen. Ook voor de toeschouwer is dat opwindend, ook die wordt bevrijd van de dwang binnen de kaders te denken of te interpreteren. Je kan HUNTER misschien nog het best beschouwen als een muzikaal essay; het zet lijnen uit, waarmee je als lezer zelf kunt verder denken – ook politiek. 

“Al deze invloeden en referenties lijken bovendien niet bedacht in elkaar geschoven, als een intellectualistische proeve van bekwaamheid, maar spontaan met elkaar te mergen, gewoon, omdat iemand goesting had om ze te combineren.”

Piepende gympen

Maar goed, let the game begin. We bevinden ons op een basketbalveld, er zijn lelijke oranje zitjes en een korf, het geluid van piepende gympen op een sportvloer. Er is een team van acht spelers (het Berlijnse vocale ensemble BODIES) en een coach (sopraan Naomi Beeldens), rechts achter de desk kijkt de scheids (Van der Aa) toe. De ploeg, aanvankelijk strak opgesteld, meer legioen dan basketbalteam, zingt bij wijze van prelude de belofte die voor elk wedstrijdonderdeel unisono terugkeert, die perverse belofte van liefde in ruil voor succes: “You’ll be given love / You’ll be taken care of / You have to trust it” (naar Björks All is Full of Love). 

Dit andante religioso boogt op klassieke harmonieën, waaruit individuele stemmen opborrelen als fonteintjes, maar af en toe verglijden de stemmen met een glissando van diepe keelklanken naar hoge uithalen, waardoor ze iets absurds krijgen. Het is Van der Aa’s muzikale manier om aanhalingstekens te plaatsen bij de heiligheid van het westerse mantra dat we collectief hebben geïnternaliseerd: presteer, en gij zult geliefd worden. Dan het geluid van een ingeworpen bal. Let’s play!

“Je kan HUNTER misschien nog het best beschouwen als een muzikaal essay; het zet lijnen uit, waarmee je als lezer zelf kunt verder denken – ook politiek.”

Cowards!

HUNTER valt aanvankelijk uiteen in duidelijk onderscheiden onderdelen. Ik vergelijk ze bij gebrek aan een beter passend vocabularium met de indeling van de klassieke Griekse tragedie. Er zijn epeisodia, de onderdelen waarbinnen de actie zich ontwikkelt, waar het verhaal vooruitgaat; er zijn stasima, de lyrische gedeelten, waar reflectie en emotie een plaats krijgen. In de epeisodia wordt de wedstrijd gespeeld, het ritme van de stuiterende basketbal vormt de bastoon, de scheids pikt in met staccato lyrics (‘ground pass’, ‘chest pass’, ‘dribble’). Bij aanvang van de wedstrijd verplaatsen de acht spelers zich gespannen en beheerst langs rechte lijnen over het speelvlak, alles is uitgetekend, onder controle. Belangrijk is de ‘support’ waarbij er heftig wordt geklapt door het publiek want ja, we presteren vooral voor en in het oog van de ander. Geregeld wordt de wedstrijd onderbroken voor een break, waarin de sfeer (ook die van de muziek) abrupt wijzigt: in deze kleedkamer-stasima regeren lome beats en trip hop, terwijl de coach de nodige motivational speech loslaat op de spelers. “I’m strong”, “What do we hate?”, “Cowards!” (uit Björks 5 years). Zo wisselen voor- en achterkant, speelvlak en achterkamer, ratio en emotie zich af. 

“Het is Van der Aa’s muzikale manier om aanhalingstekens te plaatsen bij de heiligheid van het westerse mantra dat we collectief hebben geïnternaliseerd: presteer, en gij zult geliefd worden.”

Het moet op dit punt gezegd, opnieuw in het kader van ‘multi’: een van de grootste kwaliteiten van een kunstenaar bestaat er misschien wel uit de juiste kompanen rond zich te verzamelen en godallemachtig, wat heeft Van der Aa dat goed gedaan. Ik heb niet genoeg muzikale achtergrond om de vocale kwaliteiten van BODIES in te schatten, maar het is evident dat ook zij multitalenten zijn: naast zingen overtuigen ze in dansen, performen, interpreteren. BODIES-frontvrouw Kat Frankie kan rustig staan naast volbloed actrices, sopraan Naomi Beeldens maakt diepe indruk met haar krachtige vertolking van de all American coach, die beetje bij beetje tot rijpe inzichten komt. Een snelle gedachte: wil het muziektheater artistiek overleven, dan zullen dit soort profielen, geschoold in méér dan excellent zingen alleen, hoogst nodig zijn. 

Metatheater

Maar goed, die coach dus, die niet ziet hoe er barstjes ontstaan in diens team, hoe de strakke choreografie van lichamen en de even strakke regie van gedachten (“Be humble!”) steeds minder grond vinden, hoe het collectief wil gehoord worden, écht gehoord, en niet via een formeel “Thank you for being so honest with me”. Vlak voor de halftime komt het tot een crisis en een halve opstand. Frankie excelleert solo in een prachtige bewerking van Björks Unravel, waarin de vernietiging van liefde ten voordele van gewin (“the devil”) wordt bezongen: “The devil collects it / with a grin/ our love/ In a ball of yarn / He’ll never return it”. Coach Beeldens probeert de boel te beheersen, maar het ensemble negeert de pogingen en belaagt nu plots, interessant genoeg, de desk van de scheids. Hier wordt HUNTER metatheater. De personages keren zich tegen hun schepper, eisen hun eigen narratief op – want wie heeft hen eigenlijk in dit kut-neoliberale verhaal van winnen en presteren geplaatst? 

“De regels, de rituelen vangen aan als gewoonlijk, maar ze voelen anders: grimmiger, wilder, onbeheerster. De motivational speech van de coach verglijdt letterlijk naar onbegrijpelijk gekwaak, het bewegingsspel op het veld is geladen met onwil en frustratie, en worden fouten gemaakt, het eerst zo fel witte licht barst los in een veelkleurig disco-palet.”

Het doet denken aan de manier waarop regisseur Sarah Moeremans in veel van haar repertoirebewerkingen (zoals in de Ibsen-trilogie) de schrijver binnenvoert in het stuk om in discussie te gaan met de door hem (meestal is het een man) geschapen personages. De vraag naar het narratief, de schepper van het systeem (de onzichtbare hand!) is een metatheatraal spel, maar evengoed is ze existentieel voor de maatschappelijke en politieke lading die onder HUNTER schuilt: wie dwingt ons hier eigenlijk toe? Wie vertelt ons dat we moeten presteren, dat we sterk moeten zijn, dat we hard moeten worden? Zelfs binnen een creatief proces, binnen een kunstensector die zich moreel verheven en vrij waant van dit soort rechtse reflexen? “It’s all about managing expectations”, schuttert Van der Aa, en ze belooft beterschap – als componist en kunstenaar, niet als scheidsrechter. De rust keert terug. 

Tijdelijk. Want in de tweede helft, die aanvangt met een adagio motto espressivo, is het duidelijk dat de geest uit de fles is. De regels, de rituelen vangen aan als gewoonlijk, maar ze voelen anders: grimmiger, wilder, onbeheerster. De motivational speech van de coach verglijdt letterlijk naar onbegrijpelijk gekwaak, het bewegingsspel op het veld is geladen met onwil en frustratie, en worden fouten gemaakt, het eerst zo fel witte licht barst los in een veelkleurig disco-palet. De state of emergency (uit Björks hit Jóga) kan in het afsluitende allegro moderato alleen uitmonden in de inkeer van coach Beeldens, die in een machtige solo verwoordt wat Björk in openingssong HUNTER zo mooi zingt: “I thought I could organize freedom / How Scandinavian of me”. 

Als de scheidsrechter de figuur is die de regels maakt of kraakt dan is, in een toekomst die HUNTER vooropzet, diens solorol uitgespeeld. Jammer voor Van der Aa’s personage, maar gelukkig bewijst ze als componist van HUNTER overtuigend dat ze weet wat vrijheid is, en dat ze niet bang is om de regels te breken.


De voorstelling speelt in Antwerpen en Kortrijk in mei 2027.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#183

08.09.2026

—

14.01.2027

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!