Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
© Bea Borgers
In zijn tweede column blikt theatermaker Michael Disanka terug op zijn voorstelling die vorige maand op het Kunstenfestivaldesarts in première ging, een hommage aan zijn overleden moeder. Daarvoor trok hij langs de ruïnes van de Congolese geschiedenis, bezaaid met vergeten massagraven en genocides. Maar veeleer dan theater dat het geweld van de koloniale overheersing opnieuw ensceneert om het te bekritiseren, gelooft Disanka in poëzie als verzet, met het lichaam als poort naar een andere, heilige wereld. Alleen zo kom je dichter tot de waarheid, niet de historische waarheid, maar die van de eeuwige ziel.
Iets meer dan in mijn eerdere projecten probeer ik van de waarheid een schrijfoefening op het podium te maken, waarbij ik terloops de geesten van de geschiedenis oprakel om de gaten in mijn geheugen op te vullen en zo de verhalen te achterhalen die ontbreken. In deze boeiende reis ga ik voorzichtig te werk, in het volle besef dat elk historisch verhaal een intellectuele of politieke constructie is, vaak verspreid door de overwinnaars, en dat het historische geheugen veelal een partijdige reconstructie is volgens een bepaalde gedeconstrueerde ideologie. Wat is dan de plaats van de waarheid in dit alles? Is het zinloos om objectief aanspraak te maken op een bepaalde historische waarheid? Ik zet archieven naast elkaar; mijn lichaam, mijn geheugen en dat van anderen, liedjes, muziek, documenten, foto’s en video’s… alles komt aan bod om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen.
“In 1960, in de periode voor en na de onafhankelijkheid van Congo, leidt het segregatiebeleid – dat erop gericht is te verdelen om beter te kunnen heersen – tot bloedige conflicten tussen broedervolken. In deze context werd mijn moeder Marguerite Disanka Ntumba geboren.”
1885, een zwart jaar voor de vreedzame volkeren in Centraal-Afrika. De Europese veroveringspogingen in Congo lopen op niets uit. In Berlijn slaagt de Belgische vorst Leopold II, de baardige, zoals ik hem zal noemen, erin zijn broers te bedriegen; zij kennen hem een stuk grond toe van ongeveer 2.345.410 km², met miljoenen zielen erin, dat hij de Onafhankelijke Staat Congo noemt. Hij gaat er volop de boel verpesten: dwangarbeid, afgehakte handen, moordpartijen en plunderingen, totdat hij het in 1908 aan België afstaat. Congo verliest zijn onafhankelijkheid en wordt een Belgische kolonie. 52 jaar later, in de periode voor en na de onafhankelijkheid, leidt het segregatiebeleid – dat erop gericht is te verdelen om beter te kunnen heersen, zoals in elke koloniale uitbuitingsonderneming – tot bloedige conflicten tussen broedervolken. In Kasaï zijn het de Baluba en de Lulua die elkaar bevechten. In deze context werd Marguerite Disanka Ntumba, mijn moeder, geboren. Vervolgens werd haar familie ontheemd en werd haar huis tijdens de afscheiding van Kasaï bezet door de milities van de afscheidingsleider Albert Kalonji.
Om deze periode via het theater in beeld te brengen, heb ik in Congo vaak voorstellingen gezien waarin scènes werden nagespeeld waarin kolonisten de gekoloniseerden mishandelden. Deze makers zijn zich bewust van de schadelijke impact op de geest; misschien zoeken ze een zekere catharsis, misschien willen ze gewoon herinneren aan de verachtelijke behandeling van sommige mensen door anderen in die periode, waarbij ze vergeten dat deze lichamen het zich beter herinneren. Ze willen veroordelen maar trappen in de val van de representatie en dat wordt vaak een ode aan de kolonisator, een dubbele straf voor die martelaarslichamen die we allemaal met ons meedragen, een doorhaling van onze herinneringen. Hebben ze niet onnodig energie verspild? Hebben ze niet bijgedragen aan het bestendigen van het beeld van een bepaalde koloniale overheersing? Dienen ze uiteindelijk niet de suprematie van de kolonisator over de geest van de voormalige gekoloniseerde volkeren? Wat is de plaats van het lichaam in het theater dat vandaag de dag in Congo wordt gemaakt?
“In Congo heb vaak voorstellingen gezien waarin scènes werden nagespeeld waarin kolonisten de gekoloniseerden mishandelden. Deze makers willen veroordelen maar trappen in de val van de representatie en dat wordt vaak een ode aan de kolonisator.”
Het theater zoals het vandaag in Congo wordt gemaakt, steunt op diverse wortels; het draagt in zijn kiemen zowel de essentie van de dionysische cultus als die van de Kasala, Mbongi, Lemba of Kinginzila. Poëzie en woorden zijn slechts de manifestatie van de harmonie tussen de ziel en het lichaam die het wezen vormen, de rede is slechts een hulpmiddel om genezing te bereiken.
Theater maken over dit historische onderwerp betekent schrijven over het verleden om een collectief bewustzijn te creëren voor toekomstige generaties. Putten uit de Kasala bijvoorbeeld, betekent je verankeren in de wortels van de volkeren van het zuiden, in dit geval het Muluba-volk, om de voorstelling te voeden met andere sappen en de essentie van een praktijk van spel, vertelling, voorstelling, poëzie…, die even oud is als het bestaan van deze volkeren, aan de wereld te tonen. Welke plaats wordt er toegekend aan het lichaam en hoe wordt het behandeld in recente creaties in Congo?
L’enclos bijvoorbeeld, het nieuwste stuk van William Sham Weteshe, een regisseur uit Goma (een gebied in de DRC dat bezet wordt door de rebellen van de M23), gaat over het lichaam van een weduwe dat tijdens ‘weduwschapsrituelen’ in bepaalde culturen en tradities in Congo aan extreme praktijken wordt blootgesteld. Actrice Cynthia Marifa heeft zich twee weken voor de première niet gewassen om zo dicht mogelijk bij de traditie te blijven die wordt beoefend op het eiland Idjwi in het oosten van de Democratische Republiek Congo, waar het team onderzoek heeft gedaan voor hun creatie.

Voor William is de zoektocht naar een theater dat bij hem past – als iemand die vanuit Goma wil spreken en zijn theatrale werk wil voortzetten in een periode die even cruciaal als onzeker is – een kwestie van leven of dood; dat was de drijfveer in zijn creatieve proces. Toen ik het team eind april 2026 tijdens de repetities ontmoette in het Institut Français in Kinshasa, voelde ik het gewicht van dit ritueel in het verslapte lichaam van de actrice, wat juist de kracht van haar spel vormde. William noemde dat de “theater-vulkaan”, het lichaam als een plek waar woorden en emoties, kokend als lava, uitbarsten op het podium, maar ook in de herinneringen van de toeschouwers.
In Je suis l’acteur de la poésie de ma mère, mijn nieuwste voorstelling die gepresenteerd werd tijdens het Kunstenfestivaldesarts vorige maand, fungeert mijn lichaam op het podium als een kanaal naar andere werelden, een lichaam in trance dat bezeten is door andere entiteiten en andere stemmen. Via en door dit lichaam breng ik de hele beweging van het woord in beeld, dat wil zeggen de poëtische beweging, door de beheersing van dit silhouet, op de grens van de onbeweeglijkheid, in beweging zonder zich te verplaatsen, op een bijna kaal podium waar een zwart blad hangt, waar de elementen verschijnen en verdwijnen als schaduwen, aanwezigheden, zinnen, beelden, geluiden, silhouetten, muziek en gezangen.
“Ik ben tegen de stroom in de sporen van mijn moeder gevolgd, tot aan het kruispunt waar haar persoonlijke verhaal de grote geschiedenis van Congo raakt. Ik hoop dat ik een voorstelling heb gecreëerd als een Kasala, zoals we dat bij ons noemen. Wat zoveel betekent als hommage in de vorm van een gedicht.”
Het is dus een driedimensionaal schrijven; het podium is het veld waaruit het historische schrijven opwelt, dat het lichaam doorkruist en er een archieflichaam van maakt, staand, erin verankerd. Het wordt de klankkast van de poëzie. En de fragmenten van de gedichten van mijn moeder verschijnen als woorden uit het hiernamaals, ze brengen de dimensie van het heilige binnen, die de wereld overstijgt en een poort opent naar een verheffende verticaliteit. Het is de verheerlijking van de schoonheid van het verdriet, van het gemis dat nieuw leven schenkt, van de leegte waaruit de dichteres, mijn moeder, herboren wordt door de poëzie van haar zoon; het goddelijke en het onzichtbare versmelten in mijn lichaam.
Ik ben tegen de stroom in de sporen van mijn moeder gevolgd, tot aan het kruispunt waar haar persoonlijke verhaal de grote geschiedenis van Congo raakt. Gedurende het hele proces voelde ik me als een spons in een oceaan van herinneringen, getuigenissen en emoties. Het was een zoektocht naar mijn theatrale identiteit, ingebed in een initiatieritueel en een historische dimensie, die een stroom op gang bracht die drie generaties van dezelfde familie doorkruist: mijn oom Norbert Mpoyi, mijn zoon Bwinja Disanka Mukuna en ik. Als een overbrenger van een verhaal dat ik ontdekte terwijl ik het tegelijkertijd aan mijn zoon doorgaf, ben ik dus door de ruïnes van de geschiedenis van Congo getrokken, bezaaid met vergeten massagraven en genocides. Daar ben ik de geesten tegengekomen van de verraders die de onafhankelijkheid hebben doen mislukken en ons land daarmee in een vorm van roofzuchtig bestuur hebben gestort. Ik hoop dat ik met deze historische achtergrond een voorstelling heb gecreëerd als eerbetoon aan mijn moeder, een Kasala, zoals we dat bij ons noemen, wat zoveel betekent als hommage in de vorm van een gedicht.
Op dit pad dat mijn vader me wees, en me bijna opdroeg het te volgen met opgeheven hoofd en vooruitgestoken borst maar met gebogen schouders, nader ik de veertig, terwijl ik de grijze haren tel die wijzen op ouderdom of wijsheid, ik weet het niet. Op dit hobbelige pad van het theatermaken in Congo, ga ik verder in de wetenschap dat de dood vele levens opslokt maar alleen onsterfelijke wezens aanvalt; het omhulsel valt weg maar de ziel blijft eeuwig.
Grenoble, 3 juni 2026, 21.18 uur.
Michael Disanka
Lisez cette chronique dans sa version originale en français.
Lees Michael Disankas eerste column, “In opstand durven komen”.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.