Vier zusters – Luna, Winter, Toulouse en Jules De Cock
Zussen spelen
Catho De Cordt
© Stef Stessel
In een Oostendse havengeul, tussen stad en zee, brengen De Roovers bij zonsondergang een bewerking van een theatertekst van de Franse Marie Dilasser. Terwijl we wachten tot de spelers opkomen, kijken we naar de kalme, grijsblauwe Noordzee. Of vangt de voorstelling al aan in die tijdspanne tussen nog-niet-begonnen zijn en beginnen? Océanisé-e-s lijkt initieel wat braaf en in zichzelf gekeerd, maar daagt finaal binaire denkpatronen uit.
Ik ben vroeg aan De Halve Maan op de Oosteroever van Oostende, te vroeg om al plaats te nemen op de tribune waar acteurs Sara De Bosschere, Michael Vergauwen en muzikant Eric Schleichim op het beton van de kaai zullen spelen. Langs de havengeul wandel ik naast de met bunkers bezaaide duinen richting een grijs object dat vlakbij de zee uitsteekt. Het blijkt een stuk van de boeg van de H.M.S. Vindictive te zijn, een schip dat in 1918 zonk tijdens een militaire actie. Naast het herdenkingsmonument vermeldt een bordje “8 doden” en “10 vermisten”. Ze zijn simpelweg verdwenen, die tien ‘vermisten’. Want zo noemen we dat, wanneer iemand vermoedelijk is verdronken in de zee. Zonder lichaam is er nooit de absolute zekerheid dat iemand is gestorven.
De Nederlandse kunstenaar en ervaren zeiler Bas Jan Ader vertrok in juli 1975 met een piepklein bootje, de Ocean Wave, vanuit Cape Cod. Hij wou de Atlantische Oceaan oversteken naar Nederland als tweede deel van zijn artistieke drieluik In Search of the Miraculous. Maanden later werd het wrak teruggevonden voor de kust van Ierland. En Ader? Hij was verdwenen.
“Verdwijnen, dat wil ook het naamloze mannelijke personage in Océanisé-e-s. Vanop de tribune slaan we gade hoe hij met zijn vrouwelijke partner praat over de lange zeiltocht die ook hij zal maken. Ze discussiëren in haperende spreektaal over zijn verlangen om alles achter te laten. Daarbij passeren de nodige genderclichés.”
Verdwijnen, dat wil ook het naamloze mannelijke personage in Océanisé-e-s. Vanop de tribune slaan we gade hoe hij met zijn vrouwelijke partner praat over de lange zeiltocht die ook hij zal maken. Ze discussiëren in haperende spreektaal over zijn verlangen om alles achter te laten. Daarbij passeren de nodige genderclichés: zij verwijt hem weg te lopen van zijn verantwoordelijkheden, zij is bang voor de risico’s van de reis, hij zegt dat hem niets zal overkomen, hij zegt dat hij aan haar zal denken, zij betwijfelt dat, want “de oceaan doet alles vergeten”. Net als zijn partner, vraag je je af of hij wel echt wil terugkomen:
Hij: “Het ding is, met de zee, dat als je verdwijnt dat je dan verdwijnt zonder een spoor. (…) Ge kunt niet gevonden worden. Het is een echte verdwijning.”
Hij vertrekt dus, de zee op. Ondertussen blijven de personages zich allebei afvragen waarom dat zo nodig moet. En of hij al dan niet terugkomt, als hij dat zou willen. Vaak is die discussie op de grens tussen leven, kunst en filosofie boeiend, maar soms voelt het navelstaarderig in tijden waarin zoveel mensen geen andere optie hebben dan vertrekken, geen waterdichte jas voor op zee hebben, en niet eens een deftige boot, waardoor ze in grote getalen “verdwijnen”.
Wie beslist of iemand terugkomt?
In Christopher Nolans verfilming van de Odyssee kan je momenteel op IMAX-formaat zien hoe de Griekse goden en hun fameuze noodlot Odysseus’ boot doen kapseizen tijdens een storm om u tegen te zeggen. Het lot ligt niet in mensenhanden, dachten ze in de tijd van Homeros.
Een sprong in de tijd naar de romantici in de negentiende eeuw. Schilders zoals Caspar David Friedrich en William Turner zochten hun heil niet bij onwrikbare goden, maar in de ontembare grootsheid van de natuur. Ze gingen op zoek naar vrijheid, naar emotie en naar extase. En uiteraard naar zichzelf, want de natuur bleek de perfecte spiegel voor hun wildste dromen.
Océanisé-e-s verwijst niet toevallig naar het werk van William Turner. Zij beschrijft hoe Turner zich, volgens een twijfelachtige legende, aan een scheepsmast liet vastbinden tijdens een storm om de natuurkrachten ten volle te kunnen ervaren ter inspiratie van zijn schilderij Snow Storm – Steam-boat off a Harbour’s Mouth. Ook wie het schilderij niet kent, kan zich daar de draaikolk van golven, sneeuw en wind bij voorstellen. Bovendien roepen de acteurs regelmatig het beroemde De wandelaar boven de nevelen van Caspar David Friedrich op. Net zoals de man op het schilderij staan ze met hun rug naar het publiek en elkaar, uitkijkend op de zee.
En dan was er Bas Jan Ader (die trouwens zijn eigen versie van Friedrichs iconische schilderij maakte met de fotoreeks Study for Farewell to Faraway Friends). Ader wordt pas in de tweede helft van de voorstelling vermeld, maar zijn werk en leven vormen duidelijk een cruciale inspiratievorm. Het mannelijke personage blijkt een alter ego van Ader. “Als ik aan Bas Jan Ader denk, dan zie ik dat laatste beeld van hem op zijn bootje”, zegt zij. Ik dacht dat ze het over Ader zelf had, maar naarmate de voorstelling vordert, begrijp je hoe het mannelijke personage en Ader meer en meer samenvallen, en het vrouwelijke personage met diens weduwe.
Waarom vertrok Ader? Zij speculeert: “Hij vertrekt dus niet om wég te gaan van iets maar om iets te zoeken.” Hij analyseert Aders bekende foto’s en video’s waarin die een val van een dak of een stoel ensceneert, en gokt dat het over de beweging zelf gaat, over het loslaten tussen niet-vallen en vallen.
Océanisé-e-s luidt de titel van de voorstelling. Je kan dat ruwweg vertalen als geoceaniseerd worden, veranderd zijn in een oceaan, onder invloed zijn van een oceaan. Het is een passieve werkwoordsvorm, iets dat je overkomt — wanneer je loslaat?
Tijdens het kijken naar het stuk, haast omringd door de Noordzee waarvan het water langzaam rood kleurde door de ondergaande zon, moest ik denken aan het boek Intertidal van de Indische bioloog en activist Yuvan Aves. Hij schrijft daarin over zijn kuststad Chennai, waar het onderscheid tussen zee en land relatief is. “The mind mirrors the ocean”, aldus Aves. Hij ziet de kust als een krachtige metafoor voor onze geest, waarbij het land ons bewustzijn vertegenwoordigt, en de oceaan het onderbewustzijn. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo bekeken onderzoekt Océanisé-e-s wat er gebeurt wanneer je loslaat en je overgeeft aan de oceaan van je diepste en onbekendste verlangens, zonder die volledig te begrijpen. In die zone, tussen land en zee, wordt het binaire opgeheven, schrijft Aves. Hij somt op welke tweedelingen wegvallen, alsof hij het heeft over de voorstelling van de Roovers: “mind-body, male-female, land-water, good-bad, joy-grief, pain-pleasure, living-non-living, inner-outer, I-other.” De passage van Aves resoneert diepgaand met het queer, non-binaire gedachtengoed van deze voorstelling en van Marie Dilasser, wiens titel zowel naar een mannelijke als naar een vrouwelijke vorm verwijst.
“Zo bekeken onderzoekt Océanisé-e-s wat er gebeurt wanneer je loslaat en je overgeeft aan de oceaan van je diepste en onbekendste verlangens, zonder die volledig te begrijpen.”
In Océanisé-e-s vervloeit uiteindelijk alles: kunst vervloeit met het leven (de personages verbeelden de kunstwerken waarover ze praten, ze tranformeren in Ader en zijn weduwe), de tijd vervloeit (de personages spreken elkaar afwisselend rechtstreeks aan in de tegenwoordige tijd, dan weer spreken ze over elkaar in de verleden tijd alsof alles al gebeurd is, “deze reis is een heel lange dag”, zegt hij over zijn zeiltocht). Zowel de acteurs als de techniek spelen met de vervloeiing van afstand en nabijheid (een intieme dialoog wordt op meters afstand gevoerd terwijl het geluid uit de boxen klinkt alsof ze zich centimeters van elkaar bevinden, de zee klinkt uit de speakers terwijl de golven van de Noordzee verderop ruisen), de saxofoon van Sleichim weerklinkt als een meeuw, als een scheepshoorn, als het verdriet van een rouwende weduwe. En dan is er nog de rolvervaging tussen de personages onderling: zij praat over zijn zeereis alsof ze erbij is, de acteurs bevinden zich samen op een zeil dat de boot voorstelt terwijl zij thuis is. In een prachtige scène op zee verwoordt hij die vervloeiing:
“De oceaan is overal ingestroomd. Tot in mijn beenderen. (…) Welke dag is het vandaag? Alles loopt door elkaar.” De ogenschijnlijke genderclichés lossen op wanneer de tekst cyclisch blijkt, en op het einde weer vanaf het begin start. Ditmaal bereidt het vrouwelijke personage zich voor om weg te gaan.
“Het is wanneer alles vervloeit dat Océanisé-e-s op zijn best werkt. Dan vergeet je de soms nog stroeve tekstzegging van de spelers (zo gaat dat al eens op premières). Dan vergeet en vergeef je de pogingen van de Roovers om genoeg ‘actie’ op te willen voeren.”
Het is wanneer alles vervloeit dat Océanisé-e-s op zijn best werkt. Dan vergeet je de soms nog stroeve tekstzegging van de spelers (zo gaat dat al eens op premières). Dan vergeet en vergeef je de pogingen van de Roovers om genoeg ‘actie’ op te willen voeren. Ik weet niet of de voorstelling nog speelt na Theater Aan Zee, maar ik stelde me de vraag of het gezelschap zich afvroeg of er wel voldoende te zien was, of de voorstelling overeind zou blijven zonder Noordzeesetting en live zonsondergang.
Tijdens de enscenering van een storm op zee loeit een windmachine, flitsen bliksemschichten en wapperen de zeilen in het kwadraat. Voor mij had het niet gehoeven (en ik moest stiekem denken aan de larger than life stormscènes uit The Odyssey die ik eerder lachwekkend dan indrukwekkend vond). Je zou er een eerbetoon aan Bas Jan Ader in kunnen zien: het hypertheatrale idee van de enscenering, een vette knipoog dat zoveel effecten uiteraard niet echt zijn. Wat de intentie ook is, voor mij volstaan de zeilen op de grond als evocatie van een boottocht, de zeggingskracht van de tekst, het speltalent van De Bosschere en Vergauwen, en de ingetogen muzikale intermezzo’s door Schleichim. En de zee uiteraard!
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.