Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
© Adel Setta
In Double Take gaan twee auteurs naar een voorstelling en schrijven ze elkaar in het zog ervan een brief. Nadia Nsayi en Pauline Malenga Mwanga, voormalige collega’s bij het AfricaMuseum, ontmoeten elkaar terug bij Je suis l’acteur de la poésie de ma mère van Michael Disanka, een krachtig statement tegen het Congopessimisme. Het stuk zette hen aan het denken over rouw en veerkracht, de offers die moeders voor hun kinderen brengen en de geschiedenis die een moedertaal met zich meedraagt.
Van: Nadia Nsayi
Aan: Pauline Malenga Mwanga
Dag Pauline, dag zuster, dag ndeko,
Hoe stel je het? Mag ik zeggen dat ik trots ben op de weg die je aflegt en hoe je daarin Congo en zijn diaspora een plaats geeft? We leerden elkaar kennen via de vereniging Congolese Kring, waarvan je vandaag voorzitter bent. Daarna kregen we de kans om samen te werken als collega’s in het AfricaMuseum. Nu werk je aan een doctoraat aan de Universiteit Antwerpen. Hoe verloopt jouw onderzoeksproject?
Pauline, toen je afscheid nam van het museum, hoopte ik dat we in contact zouden blijven, omdat ik weet dat we een gedeelde interesse, misschien zelfs een passie, hebben: ons verdiepen in de geschiedenis en cultuur van Congo, en onze pen én stem gebruiken om het land van onze Congolese (voor)ouders een betekenisvolle plaats te geven in België.
Het was dan ook bijzonder fijn om jou die vrijdagavond terug te zien bij de solovoorstelling Je suis l’acteur de la poésie de ma mère van de Congolese acteur, regisseur en tekstschrijver Michael Disanka tijdens het Kunstenfestivaldesarts.
Ik kom graag in de KVS. De eerste voorstelling die ik er ooit zag, was More more more… future van de Congolese choreograaf Faustin Linyekula, inmiddels meer dan vijftien jaar geleden. Ik was toen bijna betoverd door die prachtige voorstelling.
“Ik ga bijna altijd in op een uitnodiging voor een voorstelling van een Congolese artiest omdat ik die persoon spontaan als broeder of zuster beschouw. Mijn aanwezigheid is ook een daad van solidariteit. Ik vind het belangrijk dat de artiest in een overwegend wit publiek ook gezichten ziet uit de zwarte gemeenschap.”
De KVS is voor mij een van die zeldzame plekken in Brussel waar Congolese artiesten kunnen schitteren op een prominent theaterpodium. Een plek waar ik, als kind van migratie, opnieuw verbinding voel met verhalen over mijn geboorteland Congo, verhalen die herkenbaar zijn. Een plek ook waar ik tijdens een voorstelling kan herbronnen, om daarna met hernieuwde energie, moed en vertrouwen weer naar buiten te stappen. Dat gevoel had ik opnieuw na de voorstelling van Disanka. Kende jij deze artiest al?
Ik had nog niet eerder van hem gehoord. Toch ga ik bijna altijd in op een uitnodiging voor een voorstelling van een Congolese artiest omdat ik die persoon spontaan als broeder of zuster beschouw. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar wat er artistiek gebracht zal worden, maar mijn aanwezigheid is ook een daad van solidariteit. Ik vind het belangrijk dat de artiest in een overwegend wit publiek ook gezichten ziet uit de zwarte gemeenschap.
Tijdens de voorstelling viel het me opnieuw op hoe weinig mensen uit onze gemeenschap de weg vinden naar dit soort culturele activiteiten. Schort er iets aan de communicatie van theaterhuizen? Of is er te weinig interesse binnen de diaspora voor hun programmatie?
Ik ben geprivilegieerd omdat ik vandaag over een netwerk beschik dat mij op de hoogte houdt van dit soort mooie initiatieven.
De omschrijving van de voorstelling sprak me meteen aan, en mijn verwachtingen werden niet alleen ingelost, ik kreeg zelfs meer dan gehoopt. Wat een performance. Wat een artiest. Het is zonder twijfel een van de mooiste voorstellingen die ik ooit zag als eerbetoon aan een dierbare, in dit geval zijn moeder, Marguerite Disanka Ntumba.
Heb jij tijdens de voorstelling ook aan je eigen mama gedacht?
De hele avond waren er twee vrouwen aanwezig in mijn gedachten: mijn moeder Moseka en mijn zus Mimi. Hun aanwezigheid zweefde mee op Disanka’s poëtische woorden. Meer dan ooit koester ik de band met mijn mama. Ik ben dankbaar dat ze er nog is, zeker nu ze ouder wordt. Ik koester elk moment waarop ik haar nog kan zien, horen en voelen.
Disanka beloofde zijn mama haar verhaal te schrijven. Met deze voorstelling maakt hij op indrukwekkende wijze duidelijk hoe hij de acteur van de poëzie van zijn moeder is. Ik beloofde mijn moeder niets, maar met mijn boek Dochter van de dekolonisatie deed ik wel een poging om auteur te worden van haar verhaal.
De voorstelling gaat over het leven en de dood van mama Marguerite. Voor mij ging ze ook over de dood van mijn zus. Ook zij was moeder. Ook zij liet kinderen verweesd achter. Sinds haar dood weet ik hoe lijden na dodelijk verlies aanvoelt. Het rouwproces van Disanka was tegelijk een pijnlijke confrontatie en een troost, omdat ik mezelf erin herkende. Ik had gehoopt dat de pijn na twee of drie jaar zou verminderen. Maar zoals een vrouw uit het publiek tijdens het nagesprek zei: rouwen stopt niet. Je leeft ermee. Of je leert ermee leven.
Pauline, hoe voelde jij je na afloop?
“Deze voorstelling is bovendien een subliem artistiek antwoord op het hardnekkige Congopessimisme dat wereldwijd leeft. Wanneer Congo en Congolezen in België aandacht krijgen, is dat nog te vaak via beelden van armoede, miserie en oorlog. Die eenzijdige blik voedt wat Disanka treffend ‘Congofobie’ noemt.”
Ondanks het zware thema van dood en de schaduw van verdriet die over de voorstelling hing, voelde ik die vrijdagavond vooral hoop en voldoening. Ik had voor het eerst iets geleerd over een deel van de donkere geschiedenis van het Lubavolk, grandioos verteld vanuit het persoonlijke en familiale perspectief van een waardige zoon uit de Kasaïregio.
Ik stond stil bij rituelen die moeders doorgeven aan hun kinderen om identiteit te vormen en houvast te bieden. De aangrijpende videobeelden uit het dorp van Disanka’s moeder herinnerden me eraan welke weg zoveel Congolese mama’s hebben afgelegd om hun kinderen een betere toekomst te schenken.
Ik geloof niet dat we ooit kunnen teruggeven wat zij hebben opgeofferd. Het minste wat we kunnen doen, is luisteren naar het unieke verhaal van onze moeders, en dat verhaal opschrijven en doorvertellen als eerbetoon.
Deze voorstelling is bovendien een subliem artistiek antwoord op het hardnekkige Congopessimisme dat wereldwijd leeft. Wanneer Congo en Congolezen in België aandacht krijgen, is dat nog te vaak via beelden van armoede, miserie en oorlog. Die eenzijdige blik voedt wat Disanka treffend ‘Congofobie’ noemt.
Zijn voorstelling daarentegen toont de culturele rijkdom en artistieke creativiteit van Congo. Ze maakte me trots op mijn Congolese roots. Het is een ode aan de schoonheid van Congolese talen zoals Tshiluba en Lingala, die helaas nog te vaak overschaduwd worden door het Frans, een opgelegde koloniale taal. Speek jij een Afrikaanse taal?
Pauline, ik geef toe dat mijn recente ontslag bij het AfricaMuseum me in een periode van onzekerheid heeft gestort. Maar de solovoorstelling van Michael Disanka liet me opnieuw de kracht van kunst voelen. Kunst is durven. Kunst is verzet. Kunst is hoop.
Ik had deze voorstelling nodig om mijn veerkracht te versterken en naar huis te wandelen met één geruststellende gedachte: het komt goed.
Ndeko, ik wens je alle goeds en hoop je snel te lezen.
Nadia
Van: Pauline Malenga Mwanga
Aan: Nadia Nsayi
Mbote ya Nadia, ndeko, grote zus,
Hoe gaat het met jou? Ik begin daarmee, ook al zegt jouw brief al veel. In jouw woorden zit tegelijk de lichtheid van iemand die door iets moois is geraakt, en het gewicht van iemand die door een moeilijke periode is gegaan. Ik wil je laten weten dat ik aan je denk. Ik weet hoeveel jij jezelf in jouw werk in het AfricaMuseum hebt gegeven, met energie, met liefde, met passie en met een zeldzame overtuiging. Zo’n breuk beleef je niet half als je zoveel van jezelf in dat werk hebt gestopt.
En toch schrijf je me met die kracht die je altijd al had om van wat pijn doet iets te maken dat opent. Dat is wat ik in jou bewonder, al van in het begin.
Maar laat me je ook iets anders zeggen. Jij bent de reden dat ik in dat museum ben terechtgekomen.
Ik zeg dat niet zomaar. Voor mij was het AfricaMuseum lange tijd een instelling die ik van een afstand bekeek, met een gevoel dat ik moeilijk kon benoemen maar dat ergens tussen wantrouwen en pijn zat. Het was de plek waar de geschiedenis van mijn (voor)ouders werd bewaard door mensen die hen niet hadden gevraagd of dat mocht. En toch ben ik er gaan werken. Dat is door jou. Omdat ik jou zag: een sterke vrouw, bewust van wat die plek betekende, en toch aanwezig. Dat gaf mij iets. Toestemming, misschien. Of moed.
Wat ik daar heb gevonden, had ik niet verwacht. En op mijn allereerste werkdag al. Beelden van mijn overgrootvader, een chef coutumier, een koning, om niet te vervallen in de denigrerende term die door de koloniale administratie werd opgelegd. Zijn naam kenden we, Penelowa Molamba, net zoals mijn papa, maar verder wisten we niets. Zijn gezicht was onbekend. Plots stond het voor me. Dat moment maakte duidelijk dat ik daar moest zijn, ook al was het niet altijd gemakkelijk om te werken in een omgeving die nog zoveel sporen draagt van wat het ooit was.
En het is dan dat mijn weg die van Michael Disanka kruiste. Twee jaar geleden, in Kinshasa, zag ik hem optreden. Ik zag een reflectie van mezelf in zijn kunst en gaf iemand mijn museumkaartje, hopend dat het hem zou bereiken. Even later nam hij contact op en sindsdien maakt hij deel uit van de mensen die mijn werk inspireren. Vrijdagavond, toen ik hem opnieuw zag optreden, voelde ik hoe al die lijnen samenkwamen: jij, het museum, Michael, een verleden en toekomst die ons verbindt. Het had iets van een cirkel die zichzelf sluit. Ik ben dankbaar dat jij mij duidelijk maakte dat er meer op mij wachtte en zo sloot ik mijn hoofdstuk af in het AfricaMuseum, voor een nieuw hoofdstuk aan de Universiteit van Antwerpen.
Mijn onderzoek gaat over de erfenissen van het koloniale verleden bij jongvolwassenen van de Congolese diaspora in België en over hoe die erfenis zich vandaag nog manifesteert in de relatie die wij hebben met onze Congolese talen. Vrijdagavond, alsof het voorbestemd was, kwam het rechtstreeks in gesprek met de voorstelling van Michael.
Hij heeft woorden gegeven aan dingen die ik voel maar tot dan toe niet altijd scherp kon formuleren. Die zoektocht naar menselijkheid doorheen de geschiedenis, het familiale als historisch archief, de manier waarop zijn moeder hem liedjes en gedichten meegaf die eigenlijk historische documenten zijn, en waarvan de zoektocht naar de betekenis pas begon op de dag van haar begrafenis. Die zoektocht was mogelijk omdat zijn moeder hem ook haar moedertaal heeft meegegeven.
Dat is precies wat ik bedoel als ik zeg dat taal niet neutraal is. Taal is geheugen. En als je die taal niet spreekt, raak je dat geheugen kwijt.
“Taal draagt een wereld in zich die je niet kunt overzetten zonder iets essentieels te verliezen. Dat is ook de reden waarom Michael de passages in het Lingala en het Tshiluba niet vertaalde.”
En ja Nadia, ik dacht aan mijn mama. Mijn moeder is ook Muluba, uit de Kasaïregio, net als zijn moeder. Maar zij was nog niet geboren tijdens de oorlog tussen de Baluba en de Balulua, en veel van wat er toen is gebeurd is nooit aan haar verteld. Vandaag ben ik die geschiedenis aan het leren, zodat ik ze aan haar kan doorgeven. Er zit iets ontroerends in dat omkeren. Het kind, dat de moeder terugbrengt naar waar ze vandaan komt. Ik draag de naam van haar moeder, mijn oma, Pauline Tshiabu Malenga Mwanga. Voor mijn mama voelde het alsof haar moeder, via mij, eindelijk begon te spreken. Over de geschiedenis die ze nooit had kunnen vertellen, over de stiltes die er altijd waren maar waar woorden voor ontbraken, misschien omdat het trauma te groot was om te dragen, laat staan door te geven.
Jij vraagt of ik een Afrikaanse taal spreek. Ik spreek Lingala. Maar Tshiluba, de moedertaal van mijn moeder, heb ik nooit geleerd. Michael vertelde me dat onze voorouders namen niet zomaar doorgeven, dat er een betekenis achter zit, een intentie, een continuïteit die verder reikt dan wij kunnen zien. Die namen zijn archieven. De kasala, het lofdicht uit de Kasaï-cultuur dat de ruggengraat van Michaels voorstelling voorstelling vormt, is dat ook. Maar het zijn archieven die ik nooit rechtstreeks zal kunnen ontmantelen, omdat het Tshiluba mij niet is meegegeven. Ook dat is een erfenis van de kolonisatie, heel succesvol in het vervreemden van mensen van precies datgene wat hen definieerde. Taal draagt een wereld in zich die je niet kunt overzetten zonder iets essentieels te verliezen. Dat is ook de reden waarom Michael de passages in het Lingala en het Tshiluba niet vertaalde.
En dan was er zijn moeder. De manier waarop hij haar in het middelpunt plaatste van alles, van de geschiedenis, de identiteit, het voortbestaan. Ik heb mijn grootouders nooit bewust gekend. Op het moment dat ik oud genoeg werd om te begrijpen in welke wereld ik sta en waarom, toen ik aan de zoektocht naar mijn roots begon, waren ze er helaas niet meer. Op die manier heb ik rouw ervaren: rouw om iets dat er had kunnen zijn maar niet werd doorgegeven. Rouw om de vragen en gesprekken die ik had willen hebben om hen, en daardoor ook mezelf, beter te begrijpen. Er is veel familiegeschiedenis die me niet is doorgegeven, niet omdat ze er niet was, maar omdat de verbinding ergens is verbroken. Maar ik geloof dat ik dat werk nu aan het doen ben. Niet alleen voor mezelf. Voor wat na ons komt.
“Dat ik vandaag van mijn passie kan leven, is omdat mijn mama achter mij stond. In die zin ben ik ook de acteur van de poëzie van mijn moeder.”
Jij schrijft dat je geprivilegieerd bent omdat je een netwerk hebt dat je bereikt. Dat herken ik. En tegelijk vraag ik me af wat er verloren gaat bij wie dat netwerk niet heeft, niet alleen de uitnodiging, maar ook het gevoel dat die zaal voor hen bedoeld is. De drempel naar een theaterhuis als de KVS zit ook in het gevoel van toebehoren. Wie heeft je ooit verteld dat jouw verhaal daar verteld wordt? Dat is ook een erfenis van de kolonisatie. Het gevoel dat cultuur, zelfs Congolese cultuur op een Brussels podium, voor anderen is.
Dat ik vandaag van mijn passie kan leven, is omdat mijn mama achter mij stond. In die zin ben ik ook de acteur van de poëzie van mijn moeder. Het werk dat ik doe voor de gemeenschap, samen met de gemeenschap, is een voortzetting van wat zij heeft gedragen en van wat mijn voorouders hebben doorstaan. Maar jij bent dat ook, Nadia. Met elk woord dat je schrijft, voor Congo, voor de gemeenschap, voor Mimi. Via jou leeft zij voort. En mede via jou vond ik mijn weg.
Vrijdagavond heeft mij herinnerd aan waarom ik dit doe. En ik ben blij dat we dat samen hebben meegemaakt, jij, ik en Michael, in die zaal. Het komt goed, ndeko. Voor ons allebei.
Ik hoop je snel te zien. Pas goed op jezelf.
Pauline
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.