© Johan Pijpops

Leestijd 7 — 10 minuten

Camping Sunset – The Cruiseable

Work-in-progress: een ode aan het spelplezier

In The Cruiseable gaat theatercollectief Camping Sunset met een nieuwe lichting pas afgestudeerde spelers aan de slag met Arthur Millers toneelstuk The Crucible (1953). Millers herinterpretatie van de heksenprocessen van Salem, als allegorie voor de doorgedreven paranoia van het Mccarthyisme, wordt in een repetitieperiode van slechts twee weken getransformeerd tot een explosieve ode aan het speelplezier.

Met knallende popmuziek, kleurrijke spandex en strakke danspasjes lokken de spelers van The Cruiseable ons naar het strand van het Kapitein Zeppospark aan de Gentse Houtdokken, waar de acteurs elkaar alvast ijverig insmeren en aanmoedigen. De strandbar is geopend en de strandstoelen staan klaar. De zonsondergang, met op de achtergrond de grote havenkranen, vormt het decor vanavond. 

Gekleed in een weinig verhullend pakje met vlindervleugels dartelt een eerste speler het strand op. Uitdagend kijkt ze het publiek in de ogen terwijl ze haar dans in het mulle zand met dramatische poses onderbreekt. Wanneer de figuur uiteindelijk abrupt voorover valt in het zand, schiet haar vriendin Abby haar te hulp. Terwijl zij zich bezorgd over het bewusteloze lichaam buigt – ‘Betty? Kan je me horen?’ — verschijnt een man, overdadig uitgedost in blauwe bont. Met Betty in de armen verzekert Abby de man ervan dat zij slechts aan het dansen waren, maar het duurt niet lang voor het woord hekserij valt. Overstuur komt ook een dame in blitse rode tracksuit het strand op getippeld. ‘Het is een teken’, besluit zij, ‘Een aanraking van de duivel’ — zij is zo ook meerdere kinderen verloren. En dat het weleens Godelief haar schuld zou kunnen zijn! Zij zweept de man in bont op om de ‘strijd met de duivel’ aan te gaan: ‘Preach motherfucker!’ Betty lijkt uit haar roes te ontwaken en sprint als een bezetene over het strand. De menigte zet de achtervolging in en knevelt Betty in afwachting van de komst van de dominee, die in een kano vanop het water arriveert. De grote havenkraan op de achtergrond doet dienst als godheid, die doorheen het stuk niet zelden wordt aangeroepen om, onder het mom van geloofsgetuigenis, iemand anders als schuldig(er) aan te wijzen. Een klopjacht wordt ontketend en een vrouw aan een geïmproviseerd kruis gehijst terwijl lustig met de vinger wordt gewezen. 

“Wat The Cruiseable bij momenten minder sterk maakt als voorstelling, maakt het des te overtuigend als statement: de keuze om radicaal voor het speelplezier te gaan.”

Naarmate het spel verder ontwikkelt, wordt het kluwen van intriges steeds complexer en raakt het verhaal almaar verder verwijderd van wat daadwerkelijk plaatsvond. Steeds meer personages worden meegesleurd in het web van beschuldigingen. Een uit de hand gelopen affaire, misverstanden rond eigendomsrechten, zelfs een vrouw die toch wel erg veel plezier haalt uit lezen voor het slapengaan: alles lijkt een grond voor mistrouwen en accusatie. Met een fysiek spel dat niet zelden aan de komische sprongen in een action comic doet denken — de personages al even kleurrijk — wervelen de spelers in hoog tempo door het stuk. Dat de souffleur af en toe inspringt, doet daar geenszins afbreuk aan. De klopjacht culmineert in een schijnproces waarin rechter Dampoort en de slinkse dame in het tracksuit vanop een hoge redderstoel achteloos een vonnis vellen, aangemoedigd door de opgejutte menigte. De aarzeling van de dominee (‘Ik heb al 72 doodvonnissen getekend, zijn we zeker dat zij allemaal schuldig zijn?’ mag niet baten: spektakel en angst voeren uiteindelijk het laatste woord in de rechtszaal. Het volk klimt op de redderstoel en transformeert deze in een geïmproviseerde galg: ‘We gaan allemaal branden!’

Hoewel de energie en buigzaamheid van de spelers aanstekelijk werkt, heeft de onstuimigheid alleen onvoldoende draagkracht voor het volledige stuk, dat dramaturgisch meer om het lijf mocht hebben. Het spel knipoogt weliswaar naar geladen thematieken zoals de rol van religie, (seksuele) verlangens, economische belangen of ongelijke machtsverhoudingen in de uitkomst van de beschuldigingen, maar ontbreekt een zekere reflexiviteit die de vraagstukken in het originele werk verder uitdiept, bevraagt of vertaalt naar een hedendaagse context. De bijna twee uur durende wervelwind van aantijgingen dreigt zodoende monotoon te worden. Maar, wat The Cruiseable bij momenten minder sterk maakt als voorstelling, maakt het des te overtuigend als statement: de keuze om radicaal voor het speelplezier te gaan. Na de voorstelling krijgen we te horen dat dit het resultaat is van een repetitieproces van amper twee weken. Of beter: dat wat we net zagen niet het resultaat is van dat proces, maar het proces zélf, slechts één van de vele repetities. Het gaat om het speelplezier, klinkt het, ‘en onderzoek!’ vult een andere speler nog aan. Het publiek wordt vervolgens uitgenodigd om met hetzelfde kaartje nog enkele ‘repetities’ bij te wonen, om toeschouwer te zijn van het proces. En zo worden we tegelijk uitgenodigd om ons op een andere manier te verhouden tegenover (onze verwachtingen van) wat gewoonlijk op het podium wordt gebracht: wanneer is een voorstelling ‘af’? Waarom moeten we dat wensen? In hoeverre zijn we gewend (geraakt) aan een gepolijst product dat ons met een sierlijke strik eromheen wordt overhandigd? Welke rol vooronderstelt dit van de kijker en op welke manieren beïnvloedt dat ook onze kijk op en verwachtingen van de (podium)kunsten? 

Nadien kunnen we hen aan de bar vinden, benadrukken de spelers na het applaus: een volgende uitnodiging. Zo spreken zij ook de wens uit naar een bredere uitwisseling, naar het creëren van ruimte voor ontwikkeling en kritiek. Naar het tot deelgenoot maken van de toeschouwer. Dat de mythe van individueel makerschap en het geïsoleerd genie reeds lang aan het brokkelen is, wordt enkel bevestigd door de groeiende aandacht in het bredere kunstenveld voor collectieve maakpraktijken. De daaraan gerelateerde pogingen om ook de kloof tussen maker en toeschouwer te overbruggen door de collectivisatie van het proces, vormen zichtbaar inspiratie voor de spelers. Het bewuste ‘kijkje achter de schermen’ dat The Cruiseable ons biedt, kan zodoende vanuit eenzelfde verlangen worden begrepen: de behoefte aan meer ruimte(n) om ook het experiment in ontwikkeling te delen. 

Sinds kort herbergt het huis dat mijn zus en ik delen maandelijks een samenkomst rond onaf artistiek werk, onder de nadrukkelijke noemer Jagers & Verzamelaars. Of er überhaupt mensen zouden komen opdagen, was nog maar de vraag bij de eerste wankele stappen van ons project. Echter, de grote betrokkenheid en het kritisch engagement dat we al hebben mogen verwelkomen, getuigen van diezelfde nood aan input, uitwisseling en verbinding doorheen het maakproces. Maar, de verwoede pogingen van de spelers van The Cruiseable om een aarzelende tribune te doen zingen of zwaaien, demonstreren ook dat het verdomd moeilijk is om eenzelfde klimaat te creëren buiten een kleine woonkamer. En dat er in het (podium)kunstenlandschap veel meer voor nodig is dan een open voordeur en goedkoop gebak om de barrière tussen podium en publiek, proces en product te doorbreken, om ruimte te maken voor werk in ontwikkeling. Want hoewel het jong geweld van Camping Sunset duidelijk heel wat in haar mars heeft, niet in het minst het potentieel om die ruimte al spelend op te eisen, schemert in The Cruiseable toch nog een zekere voorzichtigheid door. Het stuk lijkt zodoende zelf nog enigszins te weifelen tussen het delen van een proces of het opvoeren ervan. Hoe zou The Cruiseable er kunnen uitzien wanneer de spelers nóg radicaler voor het speelplezier zouden kiezen; het beoogde resultaat (en de idee van een lineair proces ernaartoe) minder bepalend zouden maken? Wat als zij de bredere uitwisseling niet alleen na, maar ook tijdens de opvoering zouden verwelkomen, om zo ook anderen uit te nodigen met eenzelfde geestdrift mee te spelen?

In elk geval slagen de spelers erin om, vanuit hun lef voluit voor het proberen te gaan, de focus van het resultaat naar het spel te verleggen, de toeschouwer alvast uit te dagen anders te kijken. En in het zichtbaar maken van dat proberen, dagen zij ook de traditionele kaders van de kunstkritiek uit: hoe verhoudt kunstkritiek zich tegenover iets dat niet claimt af te zijn? Welke rol kan kunstkritiek spelen in een artistiek proces? Hoe kan kunstkritiek een proces voeden in plaats van een resultaat beoordelen of duiden? Hoe kan kunstkritiek zodoende ook haar eigen proces zichtbaarder maken? 

En zo nodigt het speelplezier van Camping Sunsets nieuwe lichting ook uit om zelf speelser aan de slag te gaan met heersende vormen en vragen. Om het proberen, het zoeken, het spel te delen, om radicaal voor een samenspel te kiezen. 

Nog tot en met 18 september te zien.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Margot De Grave Loyson

Margot De Grave Loyson heeft een achtergrond in de beeldende kunsten (KASK, Gent), culturele studies (KU Leuven) en gender studies (Universiteit Utrecht). Via taal en beeld onderzoekt ze het potentieel van (feministische) artistieke praktijken en alternatieve vormen van kennisproductie in het verbeelden van verdrukte verhalen en het uitdagen van een dominant cultureel geheugen.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!