#182
15.04.2026
—
14.09.2026
Charlotte De Somviele schrijft over podiumkunst voor De Standaard en is co-hoofdredacteur van Etcetera.
In Seppuku: The Funeral of Mishima, or the Pleasure of Dying, Spanish theater artist Angélica Liddell composes a requiem for her muse, the Japanese writer and suicide Yukio Mishima, with whom she shares an obsessive death drive. Perhaps Liddell is lucky, for romantic, self-mythologizing artists like her are gradually becoming a dying breed.
In Seppuku. De begrafenis van Mishima of het plezier van sterven houdt de Spaanse theatermaakster Angélica Liddell een requiem voor haar muze, de Japanse schrijver en zelfmoordenaar Yukio Mishima, met wie ze een obsessieve doodsdrift deelt. Misschien heeft Liddell geluk, want romantische, zelfmythologiserende kunstenaars als zij worden stilaan een uitstervend ras.
De waarheid is concreet, maar in het geval van de dood kunnen we daar maar moeilijk mee om. We lopen ervan weg, of zoeken onze heil in mooie filosofieën of sublieme kunst. In gesprek met een ongeneeslijk zieke vrouw toont de Iraans-Nederlandse theatermaakster Nastaran Razawi Khorasani wat er gebeurt als je de dood in al zijn onvolkomen alledaagsheid in de ogen kijkt.
Nu veel mensen LSD en plant teachers herontdekken als spiritueel redmiddel en alternatief voor de klassieke psychofarmaca, vinden tripverhalen ook hun weg naar het podium. Maar hoe puur je theater uit een psychedelische ervaring, die meestal zo overrompelend is dat ze alle woorden en zintuigen doet kortsluiten? In haar ‘LSD opera’ Mitosis toont de Amerikaanse performancekunstenares Brandy Butler alvast hoe het niét moet.
Naar goede gewoonte vroegen we Etcetera-auteurs en -redacteurs naar de voorstellingen die hen in 2025 zijn bijgebleven. Welke makers en spelers gingen over de tongen? Wie zorgde voor het mooiste lichtontwerp? En hoe blikken we vooruit naar 2026? Je leest het hier.
In 4 Women Getting Sick onderzoekt theatermaakster Renée Goethijn het vrouwenlichaam als landschap, en hoe het de sporen draagt van pijn, uitbuiting, monsterlijk moederschap en een patriarchale medische blik. Met haar surrealistische beeldtaal drijft ze mooi een dualiteit op de spits: zo begrensd als we eruitzien aan de buitenkant, zo onbegrensd voelen we ons vaak binnenin.
In zijn trefzekere, transparante stijl schetst theatermaker Louis Janssens een gevoelig portret van onze familie, en hoe die ons gevormd heeft. De familie die we kregen, en de familie die we onderweg vonden. De familie die voor altijd in ons zit, en de familie die bij leven naast ons staat. Het levert een intiem kleinood op over het universele verlangen om ergens bij te horen.
Een jaar dat afloopt, daar horen lijstjes bij. Net als vorig jaar vroegen we onze redacteurs en recensenten naar de voorstellingen die hen in 2024 het meest zijn bijgebleven. Welk kostuum- of geluidsontwerp maakte indruk? Wie veroverde het podium en de harten van het publiek? Je ontdekt hier de favorieten, tips en bedenkingen van de Etcetera-schrijvers en -redacteurs.
Sharing is caring. Or is it? Theatre is increasingly taking the form of therapy: a safe, transparent space where healing, softness, a sense of shared suffering and uberpersonal trauma take centre stage. But how do you write about performances that are so close to the skin of their creators that any critical distance seems virtually impossible? And is there a risk of confusing art with care? These questions were on Charlotte De Somviele’s mind after seeing Malinconico by Par Hasard, Alabama by Fien Leysen and (v) by De Nwe Tijd.
Sharing is caring? Steeds vaker neemt het theater de vorm aan van therapie: een transparante, veilige ruimte waarin heling, zachtheid, lotgenootschap en hyperpersoonlijke trauma’s centraal staan. Maar hoe schrijf je over voorstellingen die zo dicht op de huid van makers zitten dat er bijna geen kritische afstand meer mogelijk is? En zijn er risico’s aan kunst met zorg verwarren? Charlotte De Somviele dacht erover na, na het zien van Malinconico van Par Hasard, Alabama van Fien Leysen en (v) van De Nwe Tijd.
In ‘Motherbaby’ fileren de getalenteerde jonge makers Sophia Bauer en Marieke Schraepen de beklemmende band tussen moeders en dochters. Kunnen we ooit echt van elkaar loskomen? Hun bevreemdende ‘fake musical’ speelt amusant met de codes van het genre, maar geraakt maar moeilijk voorbij zijn eigen concept.
Art knows no borders, but artists all the more so. Physical territories, nationalities, laws, rules: they are increasingly restraining the cultural mobility of non-European artists wishing to travel to the Schengen Area. Why is it that visa procedures have become so complex, burdensome and uncertain? And how does this undermine the much-needed international exchanges on our stages? Charlotte De Somviele raised these questions with Iranian-Belgian choreographer Ehsan Hemat and artistic director of laGeste Hildegard De Vuyst, who as a dramaturge has been working closely with theatre-makers from Congo and Palestine for twenty years.
Kunst kent geen grenzen, maar artiesten des te meer. Fysieke territoria, nationaliteiten, wetten, regels: ze leggen de culturele mobiliteit van niet-Europese kunstenaars die naar de Schengenzone willen reizen steeds vaker aan banden. Hoe komt het dat de visumprocedures zo complex, zwaar en onzeker zijn geworden? En hoe ondermijnt dat de broodnodige internationale uitwisseling op onze podia? Charlotte De Somviele spreekt erover met de Iraans-Belgische choreograaf Ehsan Hemat en artistiek leider van laGeste Hildegard De Vuyst, die als dramaturge al twintig jaar nauw samenwerkt met theatermakers uit Congo en Palestina.
Tijd voor een nieuwe traditie! We vroegen enkele van onze redacteurs en recensenten naar de voorstellingen die hen het afgelopen jaar het meest zijn bijgebleven. Welk kostuum- of lichtontwerp maakte indruk? Welke theaterteksten gingen recht naar het hart? Je ontdekt hier de favorieten, tips en bedenkingen van de Etcetera-schrijvers en -redacteurs.
‘Aging is a narrative and each of us tells her own story’, schrijft de Amerikaanse criticus Margaret Morganroth Gullette, een belangrijke stem in het debat rond ‘ageism’. Welke verhalen over ouderdom, aftakeling en verlies zien we op onze podia? En hoe herbevestigen of counteren bij uitstek vrouwelijke dansers en choreografen de idealen van (seksuele) jeugdigheid en ongerimpelde virtuositeit, die diep in de danskunst geworteld zijn? Charlotte De Somviele schetst een perspectief in vogelvlucht.
In Mike doorprikt choreografe Dana Michel de arbeidsmantra’s van onze 24/7-economie en de pseudo-protocollen van het kantoorleven. Ze doet dat met evenveel absurde slapstick, volbloed improvisatietalent als belichaamde empathie voor de schaduwfiguren in onze samenleving. Na Mercurial George en Yellow Towel hadden we al een artistiek verantwoorde girlcrush op Michel, maar ook nu weer moeten we vaststellen: wat een genot is het toch om naar deze vrouw te kijken.
Of hij samen een voorstelling wilde maken? Ja, maar nog liever een album. Zo verliep één van de eerste gesprekken tussen theatermaakster Lisa Verbelen (BOG.) en jazzmuzikant Hendrik Lasure (schntzl, Thunderblender, An Pierlé Quartet…). Het resultaat is ‘Two. is a not a solo’, een bijzonder muzikaal-theatraal concert dat je niet alleen live, maar ook op Spotify en zelfs oldskool op cd kan ontdekken. Op vraag van het Fonds Podiumkunsten, dat Lisa Verbelen de voorbije jaren ondersteunde via het Fast Forward-ontwikkelingsprogramma, ging Charlotte De Somviele met de makers en dramaturge Roos Euwe in gesprek over het verschil tussen muziektheater en concertperformance, schrijven als een taoist en het genie van Kanye West.
De Nederlander Dennis Vanderbroeck kennen we vooral als scenograaf en als het creatieve brein achter modeshows van Dior, Diesel en Calvin Klein. In zijn nieuwe solo A masterpiece: or at least a brave attempt gaat hij in dialoog met zijn vader die aan jongdementie lijdt en zijn helden uit de performancekunst. Het levert een voorstelling op die je esthetisch door een ringetje kan halen, maar ondanks het persoonlijke thema weinig beklijft.
Onze kunstensector is afgestemd op wie weerbaar is. We verwachten dat podiumkunstenaars alle rollen kunnen spelen zonder bagage, sterk genoeg zijn om hun pijn te sublimeren in aangrijpende kunst en zich bovendien te conformeren aan een jachtig productieritme. Wat zich echt binnenskamers afspeelt, blijft taboe. Waarom is het voor de theaterwereld zo moeilijk om een waarlijk zachte — veilige, zorgzame — omgeving te creëren voor wie niet volgens de norm functioneert? En wat is de impact van artistieke neurodiversiteit op iemands creativiteit en poëtica? Dries Douibi en Charlotte De Somviele gingen erover in gesprek met theatermaker Gorges Ocloo.
In Een oprechte ode aan de ironie voert de Warme Winkel zichzelf op als de ware behoeder van de gelaagde en meerduidige kunst, met ironie, valse zelfspot en vier realitysterren als belangrijkste wapens. Maar op dat zelfbeeld zit stevig wat ruis.
Heel wat grote kunstinstellingen en kunstencentra zullen bij hun subsidieaanvraag in het najaar opnieuw de functie productie aankruisen. De praktijk wijst echter uit dat ze die belofte niet helemaal (kunnen) waarmaken en de individuele kunstenaar er onder het mom van ‘zelfredzaamheid’ vaak alleen voor staat. Waarom dragen de kleinste schouders de zwaarste lasten?
‘Zolang je niet voor de dood kiest, kies je voor het leven,’ stelt Jozefien Mombaerts in Een pleidooi voor zelfmoord vast. Is het werkelijk zo zwart-wit? In een persoonlijke monoloog probeert de Gentse theatermaakster haar ongrijpbare verlangen naar de dood onder woorden te brengen en zo het taboe rond zelfmoord te doorbreken. Het is een bijzonder moedige maar ook moeilijke missie.
De laatste weken krijgen wij, recensenten, de ene na de andere verontrustende mail: vanaf volgend seizoen hebben we geen recht meer op een gratis kaartje voor een voorstelling, tenzij we er iets over schrijven. Voor buitenstaanders lijkt dat misschien een onschuldige maatregel die komaf maakt met een onhoudbaar geworden privilege (‘als ze cultuur zo belangrijk vinden, dan kunnen ze er toch voor betalen?’). In de praktijk staat niets minder dan de bestaanszekerheid van de onafhankelijke kunstkritiek op het spel.
Deze zomer gaan onze redacteurs op bezoek bij een kunstenaar. En jij luistert mee! Samen met podcaster Luc de Groen maakt Etcetera de podcastreeks De Werkplek. Uit nieuwsgierigheid naar de plek waar makers werken en op ideeën broeden, bezoeken we een atelier, een thuis, een ruimte die inspireert.
Theater en fotografie lijken in alles elkaars tegendeel. Ze belichamen een spanning tussen leven en dood, stilstand en beweging, verleden en heden. In 11 seconds dicht Charlotte Bouckaert echter de kloof door een voorstelling te puren uit één snapshot.
Ruimte geven is macht verdelen, zo klinkt het adagium van Jozef Wouters. Met Something when it doesn’t rain maakte zijn Decoratelier deze zomer de natte droom van de kunstensector waar: de creatie van een radicaal inclusieve publieke ruimte zonder vaste agenda die diverse artistieke gemeenschappen en buurtbewoners zich konden toe-eigenen. Een inspirerend model voor de toekomst?
Kots in je bakkie. Elke recensent krijgt om de zoveel tijd te maken met een kwade mail van een misnoegde theatermaker of toeschouwer. Critici Charlotte De Somviele en Ciska Hoet stellen echter vast dat daarbij steeds vaker ook de kunstkritiek zelf in vraag wordt gesteld. Dat is niet alleen betreurenswaardig, de kunstensector schiet er mee in z’n eigen voet. Kunstenaars en critici voeren immers dezelfde strijd.
Op de negentigerscollectieven zoals tg STAN, de Roovers en de KOE na leek het spelerstheater in Vlaanderen een beetje dood. Geïnspireerd door het pleidooi van Sara De Roo dat je toneelspelen alleen maar leert door het samen zoveel mogelijk te doen, blaast een nieuwe generatie acteurs de traditie nieuw leven in. Als er geen speelkansen, geld voor ontwikkeling of ensembles meer zijn, dan creëren ze zelf wel de juiste omstandigheden. Dat zagen we vorige zomer tijdens Camping Sunset en Who’s Afraid of Virginia Woolf?, twee spannende initiatieven van enkele alumni en masterstudenten van het KASK. Enkelen onder hen vertellen over hun ervaringen als ‘spelende makers’.
Wat dreef het bejaarde koppel Demeester uit Calais om hun kinderen mee te nemen in een zelfgekozen dood? Milo Rau doet alsof hij in Familie naar antwoorden zoekt, maar hij maakt van een traumatisch overlijden iets ongezien betekenisloos. Als we in het theater niet dichter bij een menselijk en maatschappelijk begrip van dergelijke drama’s kunnen komen, waar dan wel nog?
Samen met vijf chronische pijnpatiënten en vier professionele acteurs onderneemt Lies Pauwels een moedige poging om lijden in woord en beeld te vatten. Na afloop blijf je echter met één vraag zitten: als niets reëler is dan pijn, waarom kunnen we er dan alleen in symbolen over spreken?
Het kunstenaarschap is een roeping, zegt men. Rust er daarom zo’n taboe op stoppen? Ouder worden is voor niemand een pretje, maar al zeker niet voor kunstenaars, die altijd relevant en innovatief moeten blijven. Hebben we behoefte aan andere loopbaanmodellen die ruimte laten voor vertraging aan het einde van een carrière? Hoe creëren we beweging in een gebetonneerd landschap waarin generaties financieel uit elkaar worden gespeeld? En wat is nog de plek van ervaring en repertoire? Een meerstemmig gesprek.
Na Balanchines Apollo neemt Florentina Holzinger met een feministische bril het romantische ballet op de schop. Haar sylphiden zijn niet langer esoterische nimfen maar berijden de hemel op een motor. Take that.
Zinnema maakte de voorbije vijf jaar een opmerkelijke evolutie door. Van Vlaams huis voor de amateurkunsten transformeerde het naar een levendige broedplaats voor jonge, meertalige kunstenaars die elders geen voet aan de grond krijgen. ‘Maar we zijn zeker geen pioniers’, nuanceert directeur Jan Wallyn. ‘Heel wat mensen timmeren al veel langer aan die weg dan wij. Alleen worden ze niet gehoord omdat ze niet wit zijn.’
Screws doet beseffen dat het merendeel van het Vlaamse theater veeleer dood dan levend is. Gepokt en gemazeld in het circus injecteert Alexander Vantournhout de podiumkunsten met een ongeziene suspense en fysicaliteit.
Softcore – a Hardcore Encounter houdt het midden tussen een poëtische dance lecture, een secure bewegingsstudie en een opzwepend tranceritueel, gewijd aan hardcore. Lisa Vereertbrugghen maakt de gabber in zichzelf (en in ons) wakker.
Zij zet in haar werk de clichés over vrouwelijke en mannelijke seksualiteit op hun kop. Hij laakt als criticus seksistische beeldvorming op de planken, maar vindt tegelijk dat een naakt lichaam nog steeds erg subversief kan zijn. Geen wonder dat Julie Cafmeyer en Marijn Lems elkaar vinden wanneer ze in gesprek gaan over #metoo, feminisme en een vermeend ‘nieuw’ moralisme in podiumland. Cafmeyer en Lems praten hier bovendien live over tijdens Tweespraak!, op 2 september tijdens het TheaterFestival.
Wat hebben dans en tekst met elkaar gemeen? Weinig, zou je intuïtief zeggen. Taal benoemt wat het lichaam niet gezegd krijgt, terwijl het lichaam een ervaring of fysieke kennis kan oproepen die de taal nooit helemaal kan bevatten. Toch, of misschien net daarom, hebben tekst en dans in de loop van de geschiedenis altijd al om elkaar heen gecirkeld.
Acclaimed director Milo Rau knows like no other how to deal with collective traumas. In La Reprise, however, he overplays his hand as he tries to combine the violent murder of Ihsane Jarfi with a meta-theatrical reflection about reality on stage.
Succesregisseur Milo Rau weet als geen ander aan de slag te gaan met collectieve trauma’s. In La Reprise vergaloppeert hij zich echter aan de koppeling tussen de gewelddadige moord op Ihsane Jarfi en een metatheatrale beschouwing over realiteit op het podium.
Culturele centra zijn er om de banden tussen de lokale bevolking en cultuur te versterken. Maar daarnaast nemen ze ook steeds vaker taken over van kunstencentra of werkplaatsen en treden ze op als initiator, coproducent of werkplek. In ‘De zin en onzin van lokaal cultuurbeleid’ (Etcetera 151) oppert Evelyne Coussens dat de cc’s hierdoor de kunstencentra beconcurreren. Liv Laveyne, programmator bij cc De Grote Post in Oostende, een van de jongste in Vlaanderen, is het daar niet mee eens. Reden genoeg voor een gesprek over de rol van het culturele centrum.
Met KID. maakt BOG. onder de vleugels van Het Paleis twee voorstellingen voor de prijs van een: eentje voor volwassenen over kinderen, en eentje voor kinderen over volwassenen. Het collectief, dat zich met deze vijfde avondvullende productie officieus volwassen mag noemen, vindt zich door de ogen van een kind opnieuw uit.
De zeven Vlaamse Kunstinstellingen zijn volgens minister van Cultuur Sven Gatz de Vincent Kompany’s van het kunstenveld. Ze fungeren als artistiek en organisatorisch voorbeeld voor de hele sector en moeten alle vijf functies binnen het Kunstendecreet vervullen. In ruil kunnen ze rekenen op een apart beoordelingstraject, een mooie som uit de staatsruif en zijn ze zeker van hun voortbestaan. Vanuit de kunstensector, die gebukt gaat onder opeenvolgende besparingsrondes, klinkt echter steeds meer gemor over het statuut van deze instellingen. Hoog tijd voor een gesprek.
Urban dance is uitgegroeid van een streetwise subcultuur tot een vorm die alomtegenwoordig is op de televisie, in de muziekindustrie én in de hedendaagse danswereld. Het ‘genre’ heeft het dus mooi voor elkaar. Of niet? Er blijkt in Vlaanderen immers nog veel werk aan de winkel om de urban cultuur de structurele steun en artistieke erkenning te bieden die ze potentieel verdient. Drie pioniers vertellen met welke tegenslagen en vooroordelen zij worstelen, ondanks de huidige hype. ‘De kansen die we krijgen, mogen niet fake zijn.’
In het decembernummer van Etcetera schreef Evelyne Coussens over haar kopzorgen als commissielid bij het beoordelen van sociaal-artistiek werk binnen het nieuwe schottenloze kunstendecreet. Die worsteling concretiseerde ze in een recensie van Tutti Fratelli’s Addio Amore. Haar tekst ontlokte uitvoerige commentaar bij twee leden van de redactie van Etcetera. Lees hieronder de discussie die zich ontspon.
‘Het verhaal moet letterlijk zo begrepen worden als het beschreven is; ik ben trouwens nooit symbolisch.’ -Witold Gombrowicz
Al jaren zocht Sara De Roo naar een oversteek die haar in contact kon brengen met de diversiteit van haar stad. Met schrijver Fikry El Azzouzi vond ze er een. Hoe kan je jezelf herdenken zonder je eigen principes overboord te gooien? In Alleen probeert het duo De Roo-El Azzouzi dat ‘samen’ te denken, met inbegrip van botsende (esthetische) kaders en wereldvisies. ‘Het is hoog tijd dat mensen die naar het theater gaan een weerspiegeling zien van de wereld waarin ze rondlopen, geen luchtbel van een samenleving die niet meer bestaat.’
Met de eerste indienronde voor de projectsubsidies in september 2015 werd het nieuwe Kunstendecreet operationeel. Dat decreet, dat nog onder Joke Schauvliege werd goedgekeurd, is onmiskenbaar het resultaat van veel goede intenties. Een nieuw evaluatiesysteem moest de peer review-beoordeling kwalitatief verbeteren, de werkdruk voor de commissieleden en administratie (die instaan voor de artistieke en zakelijke beoordelingen) verlagen en meer afgestemd zijn op een kunsten-landschap in transitie. Maar houden die goede intenties ook stand in de praktijk? De voorbije maanden kwamen een aantal structurele pijnpunten en ongewenste neveneffecten van het nieuwe decreet aan het licht, die de commissieleden beduusd achterlieten. Een serieuze verzwaring van het evaluatieapparaat, als resultaat van een doorgeslagen objectivering van de adviesprocedure, en een gefragmenteerde, ongelijke en vaak ontransparante machtsverhouding tussen de betrokken spelers lijken de voornaamste boosdoeners. Kersvers commissielid Dries Douibi neemt het Kunstendecreet en het nieuwe beoordelingssysteem kritisch onder de loep en maakt een eerste evaluatie.
Onze leefwereld heeft steeds meer weg van een museum. Intieme zaken worden van ons gescheiden en vervolgens uitgestald als koopwaar: onze slaapkamer wordt eigendom van Airbnb, onze glimlach van Facebook, en ook de steden waarin we wonen volgen niet langer de norm van leefbaarheid, maar van citymarketing. Door zichzelf te ‘musealiseren’ kan het theater zowel een kritiek formuleren op die vervreemdende conditie als de ervaring van verlies ombuigen tot iets positief, menen Kristof van Baarle en Charlotte De Somviele. Drie keer bleven ze aan dezelfde theatrale museumbeelden haperen, drie keer werden ze erdoor in beweging gebracht.
Op vraag van 0090, het internationaal kunstplatform dat de samenwerking tussen Turkse en Europese kunstenaars versterkt, gaf choreograaf Marc Vanrunxt een workshop in Istanbul. Zijn oeuvre, dat intussen meer dan dertig jaar overspant, vormde het uitgangspunt voor een ontmoeting met de lokale dansscene. Charlotte De Somviele reisde mee en zocht tegen de achtergrond van een stad in politieke transitie naar verbintenissen tussen Vanrunxt’ ‘kunst van het choreograferen’ en het verlangen van de jonge kunstenaars naar professionalisering.
Wie naar hedendaagse dans gaat kijken, verwacht meestal lichamen met een weergaloze techniek en elastiekjes in hun ledematen in plaats van spieren. Niet verwonderlijk ook, want dansers met een fysieke of mentale beperking blijven een taboe op onze Vlaamse podia. Daarmee is de missie van Platform-K in één zin samengevat.
The Dialogue Series: IV Moya is de laatste van een reeks dialogen die de Congolese choreograaf Faustin Linyekula vanaf 2006 voerde met historische en hedendaagse kunstenaars. De solo voor de Zuid-Afrikaanse danseres Moya Michael suggereert een nauw samenwerkingsproces, maar blijft als voorstelling wat aan de oppervlakte.
It is becoming increasingly easy to cross borders, both geographically and culturally. In the big cities various cultures, traditions and fantasies are contaminating each other with the resulting clash continuously creating new hypes, trends and self-images. This hybrid and flexible approach to identity in urban culture has inspired choreographers such as Ula Sickle, Trajal Harrell, Cecilia Bengolea and François Chaignaud.
Het wordt steeds makkelijker om grenzen over te steken, zowel geografisch als cultureel. In de grote steden besmetten verschillende culturen, tradities en fantasieën elkaar en zorgt deze clash voortdurend voor nieuwe hypes, trends en zelfbeelden. De hybride en flexibele omgang met identiteit in de urban culture is een inspiratiebron voor choreografen als Ula Sickle, Trajal Harrell, Cecilia Bengolea en François Chaignaud.
Klassiek ballet meets de rauwe energie van de Sex Pistols? De Schotse choreograaf Michael Clark trapt graag heilige huisjes in. Eerder werkte de man al samen met het kruim van de internationale kunstwereld, waaronder cineast Peter Greenaway, het invloedrijke Britse modelabel BodyMap en levende legendes als David Bowie en Brian Eno. In de triple bill animal/vegetable/mineral krijgt de muziek van Scritti Politti, Sex Pistols en Relaxed Muscle – het schaduwproject van PULP-frontman Jarvis Cocker – een dragende rol. Clarks voorstellingen kan je dan ook niet zomaar onder het label ‘dans’ categoriseren. Het is totaalkunst waarin muziek, licht, beweging, scenografie en kostuums gelijke spelers zijn. Of zoals iemand ooit schreef: Clarks oeuvre is de haute couture van de dans.
‘Als theater al zin heeft/ zo stelde auteur en regisseur Peter Verhelst in zijn theatermanifest Minuscule tongvormige droom over goddelijk theater, ‘dan als extase van de werkelijkheid.’ Charlotte De Somviele legt uit wat dit zoal inhoudt.