© Stine Sampers

Alexander Vantournhout

Leestijd 6 — 9 minuten

Artiesteningang: Alexander Vantournhout

Alexander Vantournhout is choreograaf en circograaf van de compagnie not standing. Hij studeerde hedendaagse dans aan P.A.R.T.S. en enkel rad, jongleren en dansacrobatiek aan ESAC (Ecole Supérieure des Arts du Cirque in Brussel). Twee constanten in zijn artistieke werk zijn de zoektocht naar het creatief en kinetisch potentieel van het lichaam en een onderzoek naar de relatie tussen performer en object.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Op de Louizalaan in Brussel, terwijl mijn familie aan het winkelen was… Ik was aan het oefenen met mijn diabolo toen plots een voorbijganger wat munten in mijn tweede diabolo gooide, die rechtop op de stoep stond. Mijn eerste ‘optreden’ was een feit. Vanaf dat moment probeerde ik iets meer naar het publiek te spelen, en werd de straat een leerschool. 

Wat wou je als kind worden? 

Voetballer, in combinatie met osteopatie. Iets later boomchirurg, ingenieur, architect of filosoof.

Wanneer wist je dat je het theater in wilde?

Na zes jaar op het Klein Seminarie in Roeselare, waarbij ik van 8u10 tot 18u op de schoolbanken moest zitten. Of na een hele dag in de auto zitten op zaterdag of zondag om één voetbalmatch te spelen. Wat ik wilde, was een job met veel diversiteit…. 

Van welke voorstelling heb je recent wakker gelegen en waarom? 

Lag ik maar nog eens wakker van een voorstelling…  De laatste straffe voorstelling die ik zag, was Maison Mère van Phia Ménard. Niet omwille van het originele concept – karton dat verwelkt door water zag ik al eerder bij de Roovers en Meg Stuart – maar wel door de spitsvondigheid waarmee ze een zeer grote, zware structuur als een acropolis opbouwt, transformeert en manipuleert. Net als bij haar andere voorstellingen P.P.P en Vortex vindt Phia steeds weer een interessante manier om transformerende materie te koppelen aan een specifieke situatie en ruimte.

En welke voorstelling is onvergetelijk?

Of Ivory and Flesh van Marlène Freitas. Ik ging ongeïnformeerd binnen in de Brigitinneskapel en was echt onder de indruk van de fysicaliteit en expressiviteit van het werk. Redelijk eclectisch ook qua stijl. Moeilijk te doorgronden dramaturgie. Foute muzieknummers en dansjes die plots terug geniaal worden.

Wat is jouw favoriete plek? 

De Lofoten in Noorwegen. Te vergelijken met IJsland, maar nog mooier en extremer. Door de wisselende weersomstandigheden heeft de plek meerdere gezichten. Ik heb de Lofoten indertijd dankzij mijn job als acteur in het Noorse Mo i Rana Stadstheater kunnen bezoeken. Zelfs voor de Noren is het enorm duur om daar op reis te gaan. We speelden voor zeven toeschouwers met een crew van vijftien. Het waren idyllische dagen. Toevallig was er net ook een Sami-bijeenkomst. Dit nomadische volk dat met rendieren samenleeft, zingt onbeschrijfelijk mooi en speciaal. We speelden ook tikkertje met de Sami-kinderen. In plaats van je te tikken werpen ze een lasso.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen en waarom?

Op het Festival van Avignon, omdat ik er als tiener veel dans -en circusvoorstellingen zag in het off-circuit. Ik probeerde er ook te spelen als straatartiest en wachtte geduldig met mijn hoed mijn beurt af op de Place d’Horloge…

In 2018 speelde ik in Avignon La Rose en céramique, een voorstelling die voortkwam uit een blind date met de Franse acteur Scali Delpeyrat Bij de technische opbouw was ik sterk onder de indruk van de professionaliteit van het festival. Zo adviseerde men ons om onze platenspeler 60cm upstage te schuiven omdat de zon er anders een half uur later op zou schijnen… Het is fantastisch om met zo’n gepassioneerde techniekers te kunnen werken.

Van wie heb je het meest geleerd?

Goh, ik zou een A4 vol moeten schrijven om al mijn leerkrachten te vermelden. De kwaliteit van mijn onderwijs was erg hoog, daar ben ik België zeer dankbaar voor. Misschien enkele sleutelfiguren: In ESAC was er Sven Demey, kinesist van opleiding, waar ik drie jaar lang, iedere dag anderhalf uur privé-les van kreeg in mijn specialiteit enkel rad. Maar ook de balletlessen van Libby Far en Janet Panetta en de vakken sociologie en filosofie van Rudi Laermans aan P.A.R.T.S  zal ik niet snel vergeten. Met Rudi werk ik nu ook professioneel samen en dat is enorm leerrijk. Ook de lessen van Steve Paxton en Lisa Nelson in Vermont (VS) waren eyeopeners. De bewegingstechniek Fighting Monkey, ontwikkeld door Jozef Frucek & Linda Kapetinea, heeft me veel bijgebracht in termen van atletische ontwikkeling. Ook van Martin Kilvady (Les Slovaks) en Alexis Simon. (Iyengar Yoga) leerde ik veel. Tot slot zijn kinderen, dieren en de natuur oneindige bronnen van (bewegings-)inspiratie.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Mijn studio in Roeselare, de Wood Cube, is zoals de naam suggereert volledig uit hout en natuurlijke materialen opgetrokken. Er is veel daglicht. Ik heb veel nood aan interactie met andere dansers en objecten, want als ik te veel alleen ben houd ik mezelf soms voor – en ik wellicht niet alleen – dat ik de beste ben in wat ik doe :)….

Er zijn altijd veel objecten in de studio aanwezig zoals dragon pearls (zware houten ballen), bulgarian bags, kettlebells, zware hamers, matten, straps, touwen, yogatools zoals een backarcher en tressler… Aan een stelling zijn er ringen en barren bevestigd om aan te hangen. Brachiatie (armzwaaien) en hangen zijn eigenlijk ontzettend belangrijk om het schoudergewricht soepel te houden. Het helpt niet alleen om een frozen shoulder te vermijden, maar ook om gelukkiger te worden omdat je je ribben vrijer kan bewegen.

Visuele feedback is essentieel voor mijn werk, maar in de Wood Cube schuilt de spiegelwand achter houten panelen. Een spiegel is belangrijk maar kan tegelijkertijd ook duivels worden, omdat je te zelfbewust wordt.  We hebben ook losstaande spiegels, waardoor je jezelf twéé keer kunt spiegelen en ook je zij- en achterkant kan zien, net zoals in een pashokje.  In de Wood Cube kan ik de muziek zo luid zetten als ik wil en is er ook geen inkijk. Dat vind ik heel aangenaam.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat of voor een première? 

Bij de meeste producties warm ik graag anderhalf uur op. Voor elke voorstelling heb ik een bijpassende playlist en die opzwepende nummers veranderen nagenoeg niet over de tourjaren heen, tot grote frustratie van de techniekers en medeperformers. (Ik kan echt gemakkelijk een uur luisteren naar één liedje op repeat 🙂 )

Ik eet geen melkproducten noch groenten uit de nachtschadefamilie en sta op voorstellingsdagen zoveel mogelijk op een paleodieet.

Wat is het mooiste aan je werk? 

Mijn zoektocht naar interessant bewegingsmateriaal, dat een eigen DNA, terminologie, predispositie (term uit de genetica voor ‘voorbeschiktheid’, red.) en dynamiek in zich draagt, is eeuwigdurend. Het is niet de bedoeling om ooit een eindpunt te bereiken.

Zijn jouw ouders fan? 

Jazeker, ze zijn fans van het eerste uur maar ze blijven ook kritisch. Ze deden al ontzettend veel voor mijn artistieke carrière: mijn moeder naaide de kostuums voor een vijftal producties en was roady. Mijn vader denkt graag mee na over de dramaturgie van een voorstelling.

Heeft theater invloed

Ik ben zeker van wel, daarom is het ook zo frustrerend dat we niet kunnen optreden. De maatschappelijke impact van cultuur wordt chronisch onderschat, dat heeft deze crisis weer maar eens bewezen. Hoe is het anders mogelijk dat volle vliegtuigen wel weer mogen opstijgen, terwijl wij al meer dan 60 annuleringen binnen kregen, en in het najaar voor minimaal gevulde zalen moeten spelen? Dat tijdens de persconferenties van Wilmès cultuur ook (bijna) niet vermeld werd, deed me beseffen hoe precair onze sector wel is, en hoe we misschien iets te gehoorzaam zijn geweest?

Met welke kunstenaar(s) voel je je verwant?

William Forsythe. Ik vind het geniaal hoe hij verschillende stadia heeft doorlopen in zijn artistieke parcours. Voor mij is hij één van de weinigen die zijn danstaal radicaal veranderd heeft: van ballet naar dans-dans, via politieker werk naar choreographic objects. Ik hoop zelf ook ooit te kunnen terugkijken op zo’n divers artistiek parcours.

Wie zou je graag eens zien samenwerken?

Och, hele eenvoudige (niet echt artistieke) zaken: De burger, afvalbeheer, gemeentes, … voor een aangenamer straatbeeld (ik woon in Anderlecht :)).

De NMBS en de cultuursector om latere treinen (ook nachttreinen!) te voorzien, net zoals grotere bagagecompartimenten (met mijn grote sets werd ik al enkele keren uit de trein gezet). Dat zou mijn leven een stuk comfortabeler maken.

Alle partijen samen om bedrijfswagens (of ten minste al tankkaarten) af te schaffen…

Heb je ooit een bijzondere ontmoeting gehad met een toeschouwer? 

Twee jaar geleden kwam er in Thessaloniki een toeschouwer op het podium tijdens het valse einde van ANECKXANDER. Toen zij vervolgens rustig haar kleren uitdeed en naakt mee begon te dansen wist ik toch even niet zo goed hoe te reageren.

Kunnen recensies je iets schelen? 

Ik had graag ‘neen’ geantwoord, maar ik ben eigenlijk wel altijd benieuwd naar wat de recensenten van mijn werk vinden (net zoals de meeste kunstenaars, vermoed ik). Zelf apprecieer ik het als iemand het werk beter kan articuleren dan mezelf en ik zo tot nieuwe inzichten kom.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

 “In skillfulness, one does not expect a good or bad result, just dealing well with a given situation.”

Is kunst jouw leven? 

Niet echt, beweging wel. Of dans, maar dan eerder dans als krijgsdans, ritme, taal, contact, prehabilitatie (manieren om je mentale en fysieke conditie te verbeteren en om je lichaam voor te bereiden op stressvolle situaties) en rehabilitatie (zoals een ijsbeer die begint te beven na narcose).

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

Als ik voetbaltrainer zou kunnen worden van een topclub in de Premier League zou ik geen seconde twijfelen, daarvoor neem ik met veel plezier een sabbatjaar.

Vlak na mijn afstuderen gaf ik les in dans-, theater- en circushogescholen en dat was heel uitdagend. Ik zou ooit graag een school oprichten, waar beweging gedoceerd wordt (naast theater, dans, circus, acrobatie, gevechtsport, ritme,…). Het zou een plek zijn waar geen esthetisch dogma heerst, met als doel het opleiden van hoogstaande generalisten die zich snel kunnen aanpassen aan alle bewegingsdisciplines (net zoals atleten vroeger bij de Olympische Spelen aan alle sporten deelnamen), en waar echt kan gefocust worden op bildung.

Denk je dat het theater in de toekomst zal blijven bestaan?

Ja, maar in een andere vorm. Corona dwingt ons om artistieke proposities te onderzoeken in de buitenlucht en in circulaire opstellingen. Grotowski was bijvoorbeeld een grote voorstander van het bifrontaal dispositief en dat vergt een totaal andere performativiteit, waarin de fysicaliteit centraler komt te staan. Dat vind ik interessant. Ook de noodgedwongen stop en bezinning voor de sector is heel spannend omdat het kan leiden tot nieuwe straffe voorstellingen, en hopelijk niet alleen duo’s en solo’s.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

interview
Leestijd 6 — 9 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Alexander Vantournhout