Leestijd 5 — 8 minuten

Het Respectabel Trouwfeest – Antigone

Kroniek – Het jeugdpuistje van het cultureel proces

Het Westvlaams Theater Antigone zit klem tussen een door Poma geprezen management en de rode kaart van de R.A.T. Jo Gevers valt de onbenijdbare eer te beurt het gezelschap met zijn zwaargehypothekeerde middelen (structuur, repertoire, acteurs…) tot een kwalitatief verantwoord niveau op te krikken. Uit de lokale context gelicht zou je een zwenking van 180 graden adviseren, maar dat zou én zonder de waard én zonder de klant rekenen zijn.

Heeft het W.V.TA.K. niet de reputatie weten op te bouwen dat van een rijkgesubsidieerd B-gezelschap verwacht mag worden, het heeft (mede dank zij slechte infrastructuren, een extra-artistiek beleid van zelfbescherming en een discriminerende subsidiepolitiek) een zeker monopolie op het Westvlaamse theaterpubliek weten te verwerven. Maar dat laatste lijkt me nu voor het gezelschap meer een remmende dan een stimulerende factor te zijn. Een artistiek ambitieuzer beleid dient hier terdege rekening te houden met een (geografisch gespreide) massa, die van de interessantste theaterontwikkelingen van pakweg de laatste 25 jaar gespeend is gebleven en dit zowel wat het repertoire als de regie-aanpak betreft. Een analyse van de evolutie van zeg maar margarine, is voor de laatste kwarteeuw cultuurhistorisch relevanter dan het lauwe avondje-uit-theater dat Antigone bleef serveren. De aantrekkingskracht op vernieuwend talent is dan ook bijna nihil gebleven. Een radicale ingreep en een prompte actualisering zijn, gezien de complexiteit der omstandigheden, zowel onmogelijk als onrealistisch. Dat Gevers dit jaar Brecht, Genet en Dürrenmatt programmeert, kan op een pragmatische aanpak met voor hem aanvaardbare compromissen wijzen.

Met deze bevangenheid was het dus niet de grote verwachting, maar nieuwsgierigheid die me naar Brechts Het Respectabel Trouwfeest dreef. Los van een persoonlijke appreciatie van het stuk zelf, heb ik voornamelijk gespeurd naar zowel aanzetten die mogelijks perspectieven kunnen openen als naar hardnekkig gebleven woekers, zonder daarbij de verantwoordelijkheid van Gevers’ aanpak buiten beschouwing te laten. Laatstgenoemde moet zelf wel beseffen, dat hij in de eerste plaats naar middelen moet zoeken om het enigszins defecte spelersmateriaal weer op gang te krijgen en het opnieuw zijn eigen mogelijkheden te laten onderzoeken. Het stuk dat evolueert tussen drang naar idealisering, zin voor harmonie en orde / hang naar banaliteit en destructie, laat ruimte voor het opentrekken van vele registers. De regie is bijna volledig op de ontwikkeling binnen deze tegenstellingen opgevat. Een ceremoniemeester (gecreëerd uit de functies van personages die normaliter de inleiding bevolken) beweegt als een automatische pop tussen twee tafeltjes waarop zwarte sluiers respectievelijk gereedschap en het feestmaal bedekken. Achter een doorzichtig gordijn worden de spelers (in pose plastique en vóór hun opmaak) aangekondigd. Even later maken ze via een zaaldeur hun entree. Alles wordt strak, uniform en officieel gehouden, zodat differentie van de personages uitblijft. Tot na de maaltijd wordt deze vormeenheid volgehouden. Zelfs de anekdotische interventies van de vader (Dré Vandaele) blijven amechtig in het gelid. Gevers laat de teugels wat losser, wanneer de eerste wijnslokken bij de bloedkoers aansluiten. Tot daar is het feest voor het fotoalbum gered, maar het publiek is dringend aan meefeesten toe. Ik wacht op de deblokkering, de barstjes in de vernislaag, de dramatische afbrokkeling waar de dialoog-stof op aanstuurt. Maar van dit alles komt heel weinig terecht. Het fijne steekspel dringt niet door de onpersoonlijke sfeer. Aria Theys die de rol toebedeeld kreeg van de boze fee die in alle ogen en harten het vuur van de ondergang pookt, lijkt me nog steeds te veel voor spiegels te spelen. Zo verliest ze de subtiliteit van haar personage uit het oog die in de gevoelens der gasten het feest ondergraaft. Jammer, want aldus mist de voorstelling m.i. een krachtige dramatische lijn, waarlangs andere acteurs hun personage meer hadden kunnen nuanceren en het tegelijk als actief onderdeel in de ontwikkeling hadden kunnen inpassen. Werd aan dit psychologisch aspect te weinig aandacht besteed? Complementair werktuig in de ontluistering is de jonkman (Kristiaan Lagast) die in onderbroek een obsceen lied debiteert dat een stroomversnelling naar de complete ravage moet sorteren. Maar de woorden verpulpen in een klef recitatief, zodat de functionaliteit van het lied totaal verloren gaat. Werther Van der Sarren weet zich (zij het niet zonder enige stereotypjes) wel duidelijk in het gezelschap te profileren. Maar Van der Sarren is gastacteur. Martine Werbrouck maakt zich in haar kleine rolletje waar. Ze speelt ongecomplexeerd, fris en heeft natuurlijke présence. Hier vonkt even hoop voor de toekomst. Didier Delmotte grijpt krampachtig naar de hengsels in de regie, maar is in dat opzicht geen alleenstaand geval. Telkens als de greep van de regie verslapt, dreigt het klunzen of de matte routine. Ik verlies even mijn aandacht en zie een band rollen waaraan mensen gedoemd zijn zoveel stuks theater te produceren. De grote visie van Noël Poblome (dramaturg en p.r. bij Antigone) “Wij verkopen theater, meneer” keert andermaal mijn maag. Even de oprisping, dat de theaterbus beter ware besteed aan trips naar plekken waar theater gemaakt wordt. Ondertussen zijn de stoelen al op een hoopje gegooid, is de feesttafel gehalveerd en strompelen de gasten weg. De bruid heeft haar gelaat in een van de zwarte sluiers gehuld, een symbolisch gebaar met een voor mij supplementaire dimensie.

Ik had nog een en ander over het bouwen van Het Respectabel Trouwfeest willen zeggen (het consequent en op geestige wijze uitspelen van tegenstellingen, de decrescendo-tendens in de beelding, de analogieën met kerkelijke rituelen, de ironische bijtonen) maar van ondergeschikt belang als mijn notities in dit verband hier gaandeweg blijken, spaar ik ze beter voor een andere gelegenheid. Wat ik in de eerste plaats zeggen wou: Antigone moet zijn spoken kwijt en voorlopig de grootste zorg besteden aan zijn acteurs, wat laatstgenoemden geenszins van een ernstige zelfbezinning ontslaat. De verrassende prestatie van Piet Balfoort in Hess (1983) lijkt me nog steeds in meerdere opzichten leerzaam voor een nieuwe benadering van de spelers, voor het aanboren van onvermoed, potentieel talent en de zo noodzakelijke hermotivering. De expressionistische leest waarop Jo Gevers de voorstelling geschoeid heeft, levert een allicht noodzakelijk vertragingseffect op, maar demonstreert vooral heel duidelijk wat Antigone voorlopig niét kan. Hopelijks de aanzet van een bewustwordingsproces. Er is nog een heel eind weg waaraande hele équipe hard zal moeten meetimmeren.

HET RESPECTABEL TROUWFEEST

auteur: Bertolt Brecht; regie: Jo Gevers; spelers: Johan Bral, Katrien Delbaere, Didier Delmotte, Kristiaan Lagast, Patrick Roze, Lien Smolders, Aria Theys, Dré Vandaele, Werther Van der Sarren, Martine Werbrouck.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#13

15.04.1986

—

14.07.1986

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!