Schweinerei – Lieselot Siddiki
Something is rotten in this age of hope
Kristof van Baarle
© Kurt Van der Elst
Hermann Hesses Siddhartha is zo’n boek dat veel mensen ergens hebben liggen op een boekenplank of op een nachtkastje, maar dat weinigen daadwerkelijk hebben gelezen. Lisaboa Houbrechts ging dit avontuur wel aan. Hesses boek bood Houbrechts de woorden die haar ervaring van haar reis door India tijdens de corona periode onderschrijven. Met deze voorstelling deelt Houbrechts haar persoonlijke Siddhartha-beleving met het grote publiek.
Herman Hesses Siddhartha vertelt het verhaal van het gelijknamige hoofdpersonage, zoon van een Brahmaan, van wie verwacht wordt dat hij zijn vader opvolgt. Alleen voelt Siddhartha er niets voor om hetzelfde pad te bewandelen als zijn vader. Het is een typische vertelling van een spirituele reis van iemand die enkel vervreemding voelt ten aanzien van zichzelf en anderen. Siddartha’s persoonlijke zoektocht naar de eeuwige verlossing brengt hem bij de Samana’s of de bedelmonniken waarvoor hij weken moet vasten. Hoewel de leer van Boeddha hem wel aanspreekt, kiest hij er wederom voor om tegen de stroom in te gaan, waar die hem ook leiden mag. Daarna komt hij in de stad terecht waar hij verliefd wordt op de beeldschone Kamala, met wie hij uiteindelijk ook een kind krijgt. Zijn zoon confronteert hem met zichzelf en zijn relatie met zijn eigen vader. Al deze belevenissen brengen hem uiteindelijk bij de rivier waar hij de veerman Vasudeva ontmoet. Door te leren luisteren naar de rivier vindt Siddartha de verlossing en de innerlijke rust waar hij al die tijd naar op zoek was.
“De manier waarop het koor wordt ingezet als een soort community waartoe Siddhartha zich moet verhouden is niet bijster origineel, maar wel ontzettend efficiënt.”
Ondanks dat Houbrechts Siddhartha onderhevig is aan gelijkaardige gebeurtenissen, is deze voorstelling wel degelijk een hervertelling. Siddhartha, gespeeld door Meskerem Mees, is non-binair en wordt steevast met de voornaamwoorden ‘zij/haar’ aangesproken. De sleutelfiguren in Siddhartha’s leven zijn allemaal vrouwelijk: haar moeder wordt gespeeld door sopraan Claron McFadden en Boeddha door soefi en bakhti-zangeres Ustad Ma Zila Khan. Wanneer Kamala, vertolkt door Milēna Miškēviča, een kind van Siddhartha verlangt, antwoordt Siddhartha dat dit nu net het enige is dat ze haar niet kan geven en is daar oprecht verdrietig over. Koopman Kamaswami die Siddhartha leert om handel te drijven komt hier niet aan bod. Ingenieus is ook danseres Shantala Shivalingappa, die doorheen de voorstelling regelmatig een dubbel of tegenpool van Siddhartha in de verte lijkt te belichamen en haar uiteindelijk tegemoet komt als de veervrouw op de rivier. De boodschap is daardoor niet zozeer “the future is female”, maar wel dat het gelijktijdige verleden, heden en toekomst altijd al female waren. Het vrouwelijke in de mens staat hier centraal.

© Kurt Van der Elst
De scenografie van Sammy Van Den Heuvel, herkenbaar door zijn strakke aanpak en scherpe lijnen, oogt symbolisch en komt in de kille hangar op de Kambalastraat volledig tot zijn recht. Côté jardin zien we een steile betonnen trap, côté cour een uitgestrekte glooiende helling: de weg van de meeste en de minste weerstand. Wanneer ik plaatsneem op de brede tribune zitten de koorleden van het Lets radiokoor al op de trap, gehuld in lange zwart witte kleding ontworpen door Oumar Dicko. Al snel vullen hun zoetgevooisde stemmen de ruimte. Caroline Shaw’s compositie ‘Partita for 8 Voices’ wordt hier niet concertant opgevoerd, maar komt telkens tot stand vanuit de stiltes die vallen tussen de menigte van het koor. Jammer is wel dat de dirigent die noodzakelijk is om alles in goede banen te leiden die illusie doorbreekt, omdat Siddhartha zelf ook de massa lijkt te dirigeren. De manier waarop het koor wordt ingezet als een soort community waartoe Siddhartha zich moet verhouden is niet bijster origineel, maar wel ontzettend efficiënt. Een koor is namelijk al een community op zichzelf, voorafgaand aan het repetitieproces. Zij hoeven dat niet te spelen. (Waarover later meer.)
“Heel bijzonder is de manier waarop de verschillende soorten van zang met elkaar zijn verweven tot één groot klanktapijt waarop de toeschouwer zich gedurende de hele voorstelling begeeft.”
Betoverd werd ik pas echt toen de zang van Boeddha Zila Khan plotseling de ruimte vulde. De virtuositeit en souplesse waarmee haar stem door lage en hoge registers manoeuvreert, is niet alleen bewonderenswaardig, maar tilde de hele scène naar een ander niveau, wat natuurlijk erg passend is voor een ontmoeting met Boeddha. Muzikaal of vocaal valt overigens niemand hier uit de toon, ook Caspar Clausen en Samuel Mariño die twee bedelmonniken spelen, sluiten met hun vocale kwaliteiten en interpretatie van de muziek naadloos aan bij de rest.
Ook heel bijzonder is de manier waarop de verschillende soorten van zang met elkaar zijn verweven tot één groot klanktapijt waarop de toeschouwer zich gedurende de hele voorstelling begeeft. Naast de koor en soefi-zang klinkt er ook elektronica door de zaal die soms dient als soundtrack voor dialogen en dan weer de scène overneemt en zware beats door de zaal klinken. Siddhartha zingt hier en daar soms ook een stukje tekst en last but not least is er nog de verstilde bewerking van ABBA’s ‘Lay All Your Love On Me’ door Caroline Shaw, waarbij het koor Kamala begeleidt. Elke stem en instrument komt op zijn of haar eigen manier tot zijn recht binnen een groter geheel. De muzikale dramaturgie van deze voorstelling is in één woord flawless. Hesses lectuur heeft vaak een transcendente dimensie omdat je als lezer de innerlijke groei van het hoofdpersonage mee beleeft. Deze reis wordt vaak weergegeven aan de hand van symbolen en dromen (denk bijvoorbeeld aan de roman Demian) en in deze voorstelling wordt deze transcendente dimensie bewerkstelligd door de muziek.
“De muzikale dramaturgie van deze voorstelling is in één woord flawless.”
Het schoentje knelt echter bij de tekst en spel die haast samenvallen: wat er wordt gezegd wordt ook – zij het sober – uitgebeeld. Daarom wordt er weinig aan de verbeelding overgelaten en er is geen verschil tussen wat er gezegd wordt en hoe het gezegd wordt. Zinnen als: “What is the use of all that knowledge if the most significant cannot be unravelled” of “The world needs to become Siddhartha” zijn mooie zinnen op zichzelf, maar leggen de toeschouwer uit wat die van de situatie moet denken. Is het schrijven van een verhaal niet meer dan het aanschakelen van elegante, maar uitleggerige zinnen? Waar zit de vraag? Of hoe zit het met meerlagigheid? Dit kan een keuze zijn, maar in functie waarvan? De betutteling van het publiek?
“Omdat je als toeschouwer niet hoeft te werken om het verhaal te volgen, zakt de voorstelling naar het einde toe in, zodra het verrassingseffect van de prachtige muziek is geweken.”
Omdat je als toeschouwer niet hoeft te werken om het verhaal te volgen, zakt de voorstelling naar het einde toe in, zodra het verrassingseffect van de prachtige muziek is geweken. De manier waarop er ruimte is voor de stilte, twijfel en gedachten van de personages is in se erg mooi, maar het blijft niet boeien. De toeschouwer werd hierdoor niet actief betrokken bij de materie en de muzikale onderdompeling van het publiek volstaat niet om deel te nemen aan het heilige spektakel waar de verlichting en de openbaring in aantocht zijn en het water het antwoord is.
Siddhartha en haar moeder komen hier nog het meest mee weg, omdat Mees immer oprecht klinkt in deze strak georchestreerde scènes en het lijkt alsof alles haar werkelijk overkomt. Ik geloof het. Het acteerspel van Boeddha staat hiermee in schril contrast: wanneer Boeddha spreekt, lijkt ze plotseling een karikatuur. Hoewel de lichtheid en humor waarmee Boeddha zich tot Siddhartha wendt in deze toch wel heilige voorstelling welgekomen is, wringt er iets. Is het een clash tussen speelstijlen waarmee ik als toeschouwer niet vertrouwd genoeg ben? Of is dit het klassieke probleem van muzikanten die weinig ervaring hebben met het spelen van rollen en zo al snel vervallen in stereotypen?
“Als alles zo heilig en oprecht wordt gebracht, is er weinig ruimte voor het het schuren van inhouden of media ten aanzien van elkaar. En is dat net niet het potentieel van het muziektheater? Deze frictieloze voorstelling is muzikaal een hoogstandje, maar tekstueel echt een gemiste kans.”
Muzikanten regisseren is een lastige zaak, maar makers moeten dit vooral blijven doen. Alleen stelt het wel het genre van het muziektheater aan de kaak. Het is nu eenmaal een hele opgave om tekst, muziek en beeld zodanig te integreren dat ze één taal vormen, maar niet allemaal hetzelfde te laten vertellen. Als alles zo heilig en oprecht wordt gebracht, is er weinig ruimte voor het het schuren van inhouden of media ten aanzien van elkaar. En is dat net niet het potentieel van het muziektheater? Deze frictieloze voorstelling is muzikaal een hoogstandje, maar tekstueel echt een gemiste kans.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.