© Ilse Philips

Leestijd 8 — 11 minuten

You Never Walk Alone

Publiek maakt mee het circus

We zijn hier niet in de cirk!Als kind al worden we gewezen op het feit dat circusartiesten toch een ‘slag apart’ zijn. Zij, de artiesten: altijd onderweg verbazen of verblijden ze ons met hun kunstjes. Wij, het publiek: stilzittend kijken of klappen we braaf bij het juiste nummertje. Zo zijn de verhoudingen altijd al geweest en zullen ze altijd zijn.  Of toch niet?

Recensent Pieter T’Jonck reageerde verrast na het zien van 60 degrees of separation van Boegbeeld/Camille Paycha. ‘Circus zoals NIET te verwachten en te voorzien was,’ titelde hij op Pzazz met een knipoog naar de controversiële Fabrevoorstelling begin jaren tachtig die mee de Vlaamse Golf inluidde. Hoe iconisch deze voorstelling van Paycha zal worden, moet de tijd uitwijzen. Maar er is wel degelijk al enige tijd iets aan de hand in het circus. Steeds meer circusvoorstellingen heffen de barrière tussen performer en publiek op. Misschien is het gewoon een trend, maar meer nog lijkt het een filosofie. Een andere kijk op circus als artistieke uiting en als maatschappelijke beweging.

Die avond in De Grote Post voor de première van 60 degrees of separation lokken drumgeluiden het publiek al vooraf naar de zaal via de openstaande deuren. ‘Allez allez entrer’, lijkt het te resoneren. Alsof we de tent op de foor worden binnengelokt. Engel Peet geeft het ritme aan vanachter haar drumstel, performers Camille Paycha en Sofie Velghe verwelkomen er het publiek: oprechte glimlach, glinsterende oogjes, open gezicht. Geen pose. Geen tribune ook. Samen verzamelen we rond het midden en vormen zo een organische circuspiste.

‘Geen voorstelling zonder publiek’, luidt het cliché, maar hier is het een waarachtigheid. Paycha en Velghe hangen beurtelings aan de straps (stevige lint voor luchtacrobatie) en heffen elkaar zachtjes op. De 60 degrees of 60 graden verwijzen naar de hoek die gevormd wordt als twee mensen elkaars hand vasthouden en achterover leunend elkaar in evenwicht houden. Geleidelijk maken ze de toeschouwers deelachtig aan dat principe. Ze vragen een helpende hand om hen lichtjes van de grond te trekken of het beweegbare podiumpje met de drumster van plek te verplaatsen waardoor dolby surround plots wel een heel fysieke beleving wordt. De bankjes op wieltjes waar enkele toeschouwers op zitten worden deel van de choreografie.

“Heel lang is het succes in circus afgemeten aan de virtuositeit, het bovenmenselijke kunnen in de mens.”

Zonder het expliciet te benoemen, hanteert 60 degrees of separation enkele codes van de relaxed performance. Paycha was eerder als uitvoerder betrokken bij Permit, oh permit my soul to rebel van Side-Show, de eerste volledig relaxed performance in Vlaanderen waar ook een neurodivergent publiek kon aan deelnemen. Ook hier blijven de deuren de ganse tijd open, onverwachte licht- of geluidseffecten zijn er niet. Het publiek is vrij om zich in de ruimte te bewegen én om wel of niet een uitgestoken hand te aanvaarden. Alles komt met een zachtheid en ongedwongenheid, als in een aangenaam warm bad waarin je stapt. Meer dan dat gebeurt er eigenlijk niet in deze gedeelde tijd-ruimte beleving. Op een zeldzame buiteling na is er geen stunt, geen spektakel.

Het anti-spektakel: iedereen kan circus

Heel lang is het succes in circus afgemeten aan de virtuositeit, het bovenmenselijke kunnen in de mens. Letterlijk: de trapeziste die als een engel in de nok van de tent zweeft, de porteur die als Atlas het gewicht van drie mensen op zich draagt, de jongleur die zoveel mogelijk ballen in de lucht weet te houden en – in een nog verder Vlaams circusverleden – de dompteur die de wilde dieren temt. Skills die je alleen maar bereikt door jarenlang fysiek trainen én een gezonde dosis waanzin (in die zin is circus vergelijkbaar met competitiesport).

“In het beste geval is deze anti-virtuoze beweging ook een inclusieve beweging. Als de grens tussen performer en publiek vervaagt, dan gaat het niet meer over wat niet iedereen kan in circus, maar wat we samen wél kunnen.”

Zoals dat vaker gaat in de slag om slinger is daar een anti-beweging op ontstaan. Het circus wil loskomen van het spektakel als entertainment, van het applausje na elk kunstje zoals dat ook in de comedy gebeurt na een geslaagde grap. Misschien is die reactie ingegeven door een verlangen om serieus genomen te worden als ‘kunstvorm’ in plaats van ‘kunstjesvorm’. Het gevaar schuilt erin om in die high brow-benadering ook een deel van het vroegere circuspubliek af te stoten, maar in het beste geval is deze anti-virtuoze beweging ook een inclusieve beweging. Als de grens tussen performer en publiek vervaagt, dan gaat het niet meer over wat niet iedereen kan in circus, maar wat we samen wél kunnen. Het is iets wat ook choreograaf Seppe Baeyens al eerder en met succes onderzocht in zijn dansvoorstellingen Invited en Birds.

Je zou 60 degrees of separation participatief circus kunnen noemen, maar de insteek is anders. De hand wordt gereikt en het staat het publiek vrij om die aan te pakken. Het is een uitnodiging, geen verplichting. Velghe spreekt dan ook liever over een ‘geëngageerde performance’ dan over een ‘participatief’ project. De ironie is dat hoe anti-virtuoos 60 degrees of separation ook is, het tegelijkertijd ook weer virtuoos is. In de strijd tegen de zwaartekracht dwingt de straps-discipline de performers doorgaans tot verticaliteit, terwijl hier juist de horizontaliteit wordt opgezocht, waarvoor het publiek nodig is. En al even contrair: hoe zacht en zorgzaam iedereen in de voorstelling ook met elkaar omgaat, je kan niet ontsnappen aan de associatie van geweld die opgeroepen wordt door het beeld van het gevierendeelde lichaam. Of zoals Paycha uitlegt in het internationale magazine Circostrada: ‘The technique used in this piece is violent insofar as it is about being pulled away from the hanging point by someone else if you have one hand in the strap. The performers are thus literally quartered.’

De kracht van het collectief: de touwtjes samen in handen nemen

De reden dat Paycha deze voorstelling maakte, stelde ze in haar bedanking achteraf aan het publiek, is dat ze zich erg alleen voelde in haar eigen discipline – die vooral solo wordt uitgevoerd en waar ze dag in dag uit op traint. ‘Straps is een erg eenzame discipline en ik had medestanders nodig.’ Joren De Cooman, die vooral opgeleid is als bascule-artiest, vertrok dan weer vanuit een meer ‘asociale’ hoek. Als je de bascule, de wip, als discipline beoefent, heb je altijd een andere circusartiest nodig als tegengewicht. Hij wou net nagaan of het mogelijk was om geen andere performer nodig te hebben. Circusartiest Luuk Brantjes slaagde daarin door zelf een mechanisme te ontwerpen in LONE. De Cooman keek naar het publiek als Chinese vrijwilliger.

Met ALLEEN gaf De Cooman de touwtjes in handen aan het publiek om de plank als wip te dragen. In zijn volgende voorstelling WEB ging hij nog een stapje verder, door het publiek samen het circusobject te laten maken. Als een soort moderne Hermes met een grote steekpen laat hij met het publiek touwen weven in een choreografisch patroon van voortdurend samen cirkelen en onder en boven elkaar kruipen. Het doet denken aan het kinderspel op de speelplaats weleer waarbij je op en onder de elastiek moest, alleen komt dat spel hier op het eind met een collectieve verantwoordelijkheid en reëel gevaar. Want eenmaal één groot web is ontstaan gebruikt De Cooman het middelpunt als trampoline om een salto te maken. Hij wordt veerkrachtig gedragen door vele handen. Het collectief als vangnet. Qua symboliek kan dat tellen.

Niet alleen weven, maar ook breien brengt de mensen bijeen. Het duo If Circus maakt met Melic een voorstelling waarbij de strap gebreid is. Voorafgaand deden ze sessies met lokale mensen die samen breien en over hun passie daarvoor vertellen. Die audio-opnames worden in de voorstelling gebruikt en ook hier wordt het publiek gevraagd om op een bepaald moment de touwtjes in handen te nemen. Bij Set-up van Be Flat zijn het geen touwtjes maar houten driehoeken. Ward Mortier en Thomas Decaesstecker zijn getraind als parcoursrunners. Hun eerdere voorstellingen waren al erg participatief: in Follow me namen ze de mensen mee op sleeptouw doorheen de stad en in Living bespeelden ze huiskamers en woonzorgcentra. Met de jeugdvoorstelling Set-up (in samenwerking met Kopergietery en MiraMiro) gaan ze nog een stapje verder: het publiek maakt niet alleen de scenografie van de voorstelling, maar wordt ook ingezet in een oefening rond groepsdynamiek en machtsmanipulatie. Circus als politiek steekspel.

De nabijheid koesteren: knuffels en een handdruk

Het is altijd een beetje gissen waarom op een bepaald moment zoveel gelijkaardige voorstellingen gelijktijdig ontstaan. Het is een samenspel van bewegingen en antibewegingen (zoals de kritiek op virtuositeit nu ook alweer wordt gecounterd met nieuwe virtuositeit zoals in Tickled Pink, de nieuwste voorstelling van Detail Company). Het is een aanvoelen van een maatschappelijke-politieke realiteit die al langer aan de gang is (eenzaamheid en versplintering versus een hang naar collectiviteit). Maar het is zéker is ook een plotse crisis die (met enige vertraging na verbijstering) impact heeft. Na de coronaperiode met haar anderhalve meter afstand, koesteren we meer dan ooit de nabijheid.

“Na het collectieve trauma waarin de zalen gesloten bleven en waar elke knuffel of handdruk een mogelijk letaal gezondheidsrisico inhield, wordt de huidhonger nu gestild.”

Na het collectieve trauma waarin de zalen gesloten bleven en waar elke knuffel of handdruk een mogelijk letaal gezondheidsrisico inhield, wordt de huidhonger nu gestild. In het geval van There There Company wordt het zelfs de titel én de inzet van de nieuwe voorstelling Hugs and handshakes. Voorafgaand aan de voorstelling wordt een drie uur durende workshop georganiseerd voor iedereen ouder dan zestien die – zonder enige voorkennis van acrobatie – wil meedoen. Je leert er de basisprincipes van partneracrobatie en krijgt een rol voor de voorstelling die enkele uren daarna doorgaat. Tijdens die voorstelling mengt zo het ‘vooraf opgeleide’ – There There spreekt over het ‘geïnformeerde’ – publiek en het gewone publiek zich. Elke beweging start hier met de handdruk: het meest uitnodigende gebaar, van ontmoeten en terug begroeten.

De titel van Paycha’s voorstelling 60 degrees of separation verwijst (naast de romcom Six degrees of separation uit 1993 met Will Smith) ook naar de theorie uit de sociale psychologie dat elk individu maar zes handdrukken verwijderd is van elk ander – zelfs van de meest beroemde persoon in de wereld. Dus, grapt Paycha in haar artikel: ‘So even if we (I) do not shake hands with Rihanna, we do carry magic by being in connection with each other, with objects and with our environment.’

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Liv Laveyne

Liv Laveyne werkt rond kennis en reflectie voor Circuscentrum en is lid van de Grote Redactie van Etcetera. Ze is ook actief als journalist voor De Standaard.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!