Troje, Lazarus voor beginners – Lazarus en studenten
Kilometers maken in het oude Griekenland
Simon Knaeps
Ensemble Piece, Khadija El Kharraz Alami © Studio Pramudiya
Recensenten helpen mensen om voorstellingen te lezen. Dat geloven ze zelf toch. Alleen worden er tegenwoordig steeds meer vragen gesteld bij hun eigen leesvaardigheid. Zijn ze als witte normbewakers nog wel uitgerust en zelfs gemachtigd om ook steeds meer werk van makers van kleur te duiden? Wouter Hillaert gaat met Bauke Lievens, Evelyne Coussens, Khadija El Kharraz Alami en Sachli Gholamalizad op zoek naar de nuances tussen alle open deuren. ‘Is de conclusie niet dat je niet elk werk op dezelfde manier kunt recenseren?’
Op de trein heeft theatermaker Sachli Gholamalizad nog eens de kritieken herlezen over haar laatste voorstelling Let us believe in the beginning of the cold season (2019) bij KVS in Brussel, waar ze toen een van de vaste gezichten was. ‘Bij één recensie ging mijn bloed spontaan weer koken. De auteur verweet mij een te Amerikaanse esthetiek voor mijn ‘Iraanse roots’ en droop van de misogynie. Bijna alles wat er stond was verkeerd, tot mijn naam toe. Tenenkrommend! De recensent vroeg zich zelfs af of het verhaal van The Conference of the Birds in de voorstelling ‘een echt Iraans sprookje was of een verzinsel van de actrice’. Dat kun je toch zo opzoeken!?
‘Tegelijk kreeg ik een kritiek van een Turkse literatuurwetenschapster die hier haar doctoraat schreef en wél al mijn referenties kende, ook de poëzie van Forough Farrokhzad. Zij vond mijn keuze voor The Conference of the Birds juist nogal evident en verweet me dat ik mijzelf zou oriëntaliseren op scène, maar zij wist me wel aan het denken te zetten. Soit, ik haal die twee uitersten aan omdat ze veelzeggend zijn voor onze dubbele positie als makers in de diaspora: je bent voor niemand echt goed genoeg. Niemand begrijpt de wortels vanwaaruit je creëert, omdat je het helemaal zelf hebt moeten ontwikkelen.’
Ook Khadija El Kharraz Alami, huisartiest bij De Singel in Antwerpen, toont zich ontgoocheld. ‘Eigenlijk neem ik recensies nog zelden serieus. Over mijn laatste voorstelling Ensemble piece / Exhume buried cries / Beauty love / Reanimate the dead stelde één onlinekritiek dat het een Gnawa-ritueel was, terwijl niemand dat ergens heeft gezegd of neergeschreven. Er stonden ook discriminerende en zelfs racistische termen in, zoals ‘berber’ in plaats van ‘Amazigh’. Ik heb dat laten corrigeren. Natuurlijk mag iedereen vinden dat mijn voorstelling bij clichés uitkomt, maar dat klinkt nogal ironisch als je alleen vertrekt van het kleine beetje dat je er zelf van kent, zonder extra research. Ik vind dat lui. Van al die jaren herinner ik me maar één kritiek waar ik echt blij mee was, over Nu ben ik Medea in 2018, van een prof die meerdere Medea-bewerkingen vergeleek. Hij snapte mijn werk gewoon, en wat het wilde bevragen. Dat gevoel krijg ik zelden bij recensies.’
Gholamalizad en El Kharraz Alami geven lucht aan een kritiek op de kritiek die veel dieper gaat dan de klassieke oprispingen over al te oppervlakkige recensies. Hun voorbeelden raken aan een sluimerende discussie over de essentiële bevoegdheid van (witte) critici, geschoold in de westerse kunsttraditie, om zich uit te spreken over werk van makers (van kleur) die creëren vanuit een biculturele inspiratie of andere minderheidspositie. Kan de leesbril van recensenten zo cultureel bepaald zijn dat hun ‘open’ blik niet langer legitiem is voor werk met heel andere achtergronden? ‘Het is een complexe kwestie, met ook heel wat paradoxen’, knikt Bauke Lievens, dramaturg en docent aan KASK. ‘Zo moet ik denken aan het werk van Amanda Piña. Zij thematiseert hoe je indigenous practices kunt vertalen naar performatieve vormen die ook een Europees publiek kunnen aanspreken. Maar als witte vrouw ervaar ik een voorstelling als The Jaguar and the Snake wel als exotiserend, terwijl zij wellicht precies het omgekeerde beoogt. Hoe ga je daarmee om?’
Critica Evelyne Coussens, nu vooral werkzaam voor De Morgen en Etcetera, observeert dat die twijfel ook binnengeslopen is bij recensenten zelf. ‘Ik zie ons nog altijd met vijf witte critici in een kringetje staan na Her(e) van Dalilla Hermans bij NTGent. Konden wij wel over zo’n voorstelling schrijven? En hoe dan? Her(e) bracht op scène een documentair verslag van een soort healing retreat van een groep zwarte vrouwen. Eén collega sprak uit dat ze zich niet in de positie voelde om daarover te reflecteren. Ze twijfelde niet over haar artistieke, wel over haar morele bevoegdheid: kun je wel iets zeggen over een werk dat duidelijk vertrekt vanuit een gemeenschap waar je zelf niet toe behoort, met vooral activistische intenties?’
Zelf heb je wel gekozen om (H)ere te recenseren?
Evelyne Coussens ‘Ja, ik probeer mij als recensent ver van zulke morele overwegingen te houden, ook al lukt dat niet altijd. Ik zie mijn bevoegdheid beperkt tot vragen als: wat is een kunstwerk, wat doet het, wat vertelt het mij? Maar niet: draagt het een juiste of foute boodschap uit? Ik kon over Her(e) schrijven omdat ik het gewoon als een kunstwerk zag: een machinerie van zichtbare keuzes die je ‘objectief’ kunt analyseren, om ze dan meer subjectief te bevragen op hun betekenis. Uiteraard staat elk werk in de wereld, met een morele context rond. Maar zover reikt mijn zeggenschap niet.’
Bauke Lievens ‘Die grens tussen een goed kunstwerk en een ethisch goed kunstwerk is toch heel poreus? Schoonheid, goedheid, waarheid: kun je die categorieën wel echt scheiden?’
Coussens ‘In elk geval vond ik het hier te ver gaan om niet over een kunstwerk te reflecteren omdat er te weinig gedeelde morele grond zou zijn. Dat vind ik een heel harde stap. Finaal leidt dat tot wat kunsthistoricus en criticus George Baker een ‘nulkritiek’ noemt: je cancelt een werk door er niet over te schrijven. Je kunt in je recensie zelf ook veel oplossen: je eigen positie expliciteren, je kader verduidelijken, je gebrek aan expertise aangeven. Je kunt schrijven: ‘Ik weet hier eigenlijk niets over, maar ik ben wel een mens en probeer er toch iets over te zeggen.’’
Khadjia El Kharraz Alami ‘Precies, benoem het gewoon, wees daar kwetsbaar in. Zo herinner ik me een recensie over Reclaiming Space, waarin de recensente gewoon oprecht haar zoekende reis en kijkervaring beschreef, om uiteindelijk te besluiten dat de voorstelling wankelde maar net niet omviel. Haar kritiek ontvouwde zich net zo eerlijk als onze poging op het toneel.’
Coussens ‘De essentie is vanuit welke houding je schrijft. Als ik Nederlandse recensies lees, krijg ik vaak de indruk dat die erg mikken op sluitende antwoorden en interpretaties. ‘Het was zo en zo en dus is het vier sterren.’ Je kunt ook meer open schrijven, vragen stellen, dingen aanreiken vanuit een zoektocht. Natuurlijk moet je je wel inlezen, maar je maakt je lezer deelgenoot van je niet-weten.’
Kan dat wel in de krant, vanuit een ‘ik’ schrijven en kwetsbaar in de spiegel kijken?
Lievens ‘Daar bestaat zeker nog schroom over, omdat er rond kritiek nog altijd een zweem van objectiviteit hangt. En als je dan jezelf als subject inschrijft, dreig je algauw jezelf centraal te stellen, in plaats van het kunstwerk.’
Coussens ‘Maar je kunt ook eerst je analyse maken en daar dan iets aan toevoegen vanuit een elementair mens-zijn, om tot de kern van je indruk te komen?’
El Kharraz Alami ‘Alleen zie ik dat in recensies maar weinig gebeuren. Vaak lees ik bedenkelijke aannames waarvan ik denk: waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat je eigenlijk niet weet waar je naar kijkt? Welke vragen roept dat op? En wat zegt dat over jou als kijker? Dat zelfonderzoek lees ik bijna nooit.’
Sachli Gholamalizad Dat is ook mijn beleving: de normen worden eerder bevestigd dan betwijfeld. Ook als vrouw viel me
dat erg op in die recensies over Let us believe: zodra je sensueel op een podium gaat staan, maakt dat je zwak. Je wordt meteen in de hoek geduwd van jezelf oriëntaliseren, terwijl niemand lijkt op te merken hoe belangrijk die stap is om jezelf toonbaar te wíllen maken. Waarom zien recensenten zulke nuances niet?’
“Het viel me bij mijn laatste voorstelling op dat ik vooral positieve reacties kreeg van mensen van kleur, terwijl witte monoculturele mensen het er eerder moeilijk mee hadden. Dat had ik nog nooit zo ervaren.”
— Sachli Gholamalizad
El Kharraz Alami ‘Dat wordt nu eenmaal onderschat, hoe een gemarginaliseerd lichaam of een lichaam met beperkingen de dingen anders verwerkt dan een lichaam dat wel evident zichtbaar is in deze maatschappij. Dat zit gewoon niet in de westerse manier van kijken, leven, bewegen. Alleen al het feit dat wij met deze lichamen op het toneel staan, maakt het exotisch. Je exotiseert jezelf niet, je wordt geëxotiseerd.’
Gholamalizad ‘Maar als dat wel zo wordt neergeschreven, verandert dat de perceptie van mensen op je werk. Dat vind ik problematisch.’

Let us believe in the beginning of the cold season, Sachli Gholamalizad © Danny Willems
Zijn er voor jullie nog andere specifieke kenmerken aan kritieken die getuigen van die ‘westerse manier van kijken’? Waar zit dat precies in?
El Kharraz Alami ‘Ik vind dat er vaak een verlangen naar een soort spektakel uit spreekt. Je wordt als maker of speler gereduceerd tot het verschil dat je interessant maakt. En dan staat Iran gelijk aan ‘vrouwenonderdrukking’ en wordt het voor een speler met een Marokkaanse achtergrond meteen ‘moedig om naakt op het toneel te staan’. Het is een manier van kijken die focust op de persoon in plaats van op het geheel of op de gebruikte codes. Dat verschilt echt van hoe er gekeken wordt naar het werk van witte collega’s. Daar gaat het meestal over hun ambacht en hun spel met codes en conventies. Waarom bij mij niet? Of neem producties die zich van alles toe-eigenen uit andere culturen – which is fine with me – maar die daar dan in recensies nooit op bevraagd worden en overal lof oogsten. Als wij vanuit onze culturele achtergrond iets doen wat minder vertrouwd voelt, krijgt dat juist wel alle focus. Dat spectaculaire, dat leest voor mij heel eurocentrisch. Maar ik weet ook niet beter, hè! Ik ben gewoon in Amsterdam geboren. Ik ben zelf ook Europees.’
Gholamalizad ‘Ja, precies. En dat westers-zijn bestaat eruit dat wij onze eigen culturen hebben moeten proberen samen te leggen, als een puzzel waarin er stukken ontbreken. Dat moet dan gebeuren met de tools die we hier hebben meegekregen, terwijl we die tegelijk aan het ontleren zijn. Daarom zou het helpen, denk ik, als ons werk gelezen zou worden door recensenten met een vergelijkbare diasporische kennis en achtergrond. Door blikken die kunnen voelen: dat heb ik ook meegemaakt.’
Coussens ‘Kan ik jullie voorstellingen dan niet voelen?’
Gholamalizad ‘Ik zeg niet dat dat niet kan. Uiteindelijk is iedereen een gevoelsmens. Maar er speelt toch een extra laag. Zo viel het me bij mijn laatste voorstelling op dat ik vooral positieve reacties kreeg van mensen van kleur, terwijl witte monoculturele mensen het er eerder moeilijk mee hadden. Dat had ik bij mijn vorige werk nog nooit zo ervaren. Was dat omdat ik nu bewust had gekozen om niet te pleasen, niet te over-explainen, niet iets te maken voor iedereen?’

Ensemble Piece, Khadija El Kharraz Alami © Studio Pramudiya
Toch lijkt de reactie van witte critici op minder leesbare voorstellingen niet eenduidig. Een deel stelt zich juist heel voorzichtig op, houdt zich meer op de vlakte.
Lievens ‘Ja, dat merk ik ook. En dat vind ik minstens zo zorgelijk. Want het is niet omdat je werk tot stand is gekomen op bepaalde intersecties van identiteit, dat er niet ook kritisch naar gekeken mag worden. Het is zelfs bijna beledigend als dat niet gebeurt, of niet meer kan gebeuren.’
Coussens ‘Is die voorzichtigheid niet juist het beste bewijs van het door en door moraliserende gesprek waarin we beland zijn, terwijl theaterkritiek gewoon over de vorm zou moeten gaan, en wat die vertelt? Ik heb simpelweg geen uitspraken te doen over hoe moedig het is om naakt op scène te gaan staan. Het enige wat me interesseert, is wat dat naakt vertelt.’
“Er schuilt in de westerse kunstvisie een soort eis tot leesbaarheid. Maar die eis is vooral toepasbaar op witte lichamen, die al heel zichtbaar zijn. Niet-normatieve lichamen zijn anders. Zij verstoren die leesbaarheid juist.”
— Bauke Lievens
Lievens ‘Betekent een niet-wit naakt lichaam op scène voor jou dan hetzelfde als een wit naakt lichaam, in deze context in Europa?’
Coussens ‘Dat hangt volledig af van wat een voorstelling verder nog vertelt. Wordt dat wel of niet gethematiseerd?’
Gholamalizad ‘Maar stel nu dat ik pas op mijn 25ste in België was komen wonen. Dat zou toch een heel andere draagkracht en betekenislaag hebben dan de realiteit: dat ik niet vrij naar hier ben kunnen komen en mijn hele leven de blik van het Westen op mij heb gevoeld? Dat valt zelfs niet te vergelijken. Dat was ook wat ik miste bij die Turkse recensente: dat ze zich niet bewust toonde van het grote verschil tussen haar situatie en de mijne. Dat heeft heel andere consequenties voor hoe ik werk maak en hoe zij mijn werk bekijkt. Dat perspectief miste ik.’
Lievens ‘Kampen we hier niet met een paradox? Een werk krijgt een andere betekenis omdat je persoonlijke ervaring anders is, maar als de kritiek het werk begint terug te leiden tot die persoon, vinden we dat ook problematisch. Daar ligt iets waar we precies niet uit raken.’
El Kharraz Alami ‘De kritiek moet niet op de persoon liggen, maar de vraag stellen naar de afgelegde weg, waardoor deze vormen tot stand zijn gekomen. Alleen hebben veel recensies het over één geïsoleerde voorstelling, en niet de artistieke praktijk erachter. Een maker beweegt zich toch vanuit een concept, een zoektocht vanuit eerdere werken?’
Coussens ‘Zelf probeer ik een voorstelling niet apart te zien, maar als een brandpunt in een langere reis die je met iemands werk aflegt. Neem Benjamin Abel Meirhaeghe: als je die volgt van op school tot nu, zie je heel duidelijk hoe hij bepaalde vormen ontwikkelt. Maar daarvoor hoef ik hem niet te bevragen over hoe hij zijn identiteit beleeft. Als het goed zit, zie ik dat in al die keren dat hij zich openbaar presenteert. Het zijn geen unieke brandpunten, het is een lijn.’
El Kharraz Alami ‘De laatste recensies die ik kreeg, geven me niet het idee dat die lijn gevolgd is. Het is oké als iemand een voorstelling niet begrijpt, of als je een werk kut vindt. Maar ik werk als maker hard aan het dekoloniseren van mijn denken en doen, van mijn praktijk op zich. En dan lees je die recensies erover en is er van alles opgeplakt. Dat blijft jammer. Ik mis nieuwsgierigheid.’

The Waves, Khadija El Kharraz Alami © Nathan Ishar
Ligt die mismatch alleen aan de kritiek? Als voorstellingen moeilijk gelezen worden zoals je zou hopen, welke verantwoordelijkheid kunnen makers daarin opnemen?
Gholamalizad ‘Ik kan in elk geval geen voorstellingen maken die meer leesbaar zijn voor een overwegend wit publiek of meer voor een overwegend gekleurd publiek. Dan kan ik gewoon niet vertellen wat ik wil vertellen. Het gaat mij op scène juist om een spel met zichtbaar en onzichtbaar zijn. Alleen wordt mij dat weleens kwalijk genomen: ‘Je toont jezelf niet genoeg.’ Komaan, I’m not a fucking puppet! Er is iets in mij dat weigert zichzelf zo te presenteren.’
Lievens ‘Daar raak je aan iets cruciaals, denk ik. Er schuilt in de westerse kunstvisie een soort eis tot leesbaarheid of transparantie – denk aan de schijnbaar evidente overtuiging dat ‘een werk voor zich moet spreken’. Maar die eis is vooral toepasbaar op witte lichamen, die al heel zichtbaar zijn. Niet-normatieve lichamen zijn anders. Zij verstoren die leesbaarheid juist. Dus als een afropessimistische stem als Frank B. Wilderson die eis tot transparantie bewust afwijst, is dat ook een politieke kwestie. De Frans-Antilliaanse schrijver Édouard Glissant van zijn kant verdedigt ‘opaciteit’ of ‘ondoorzichtigheid’ als een strategie om te ontsnappen aan de normatieve blik die iets wil ‘vangen’. Ook als criticus kun je dus niet zomaar van elk lichaam eisen dat het leesbaar is.’
Coussens ‘Wat versta je precies onder ‘leesbaarheid’? Voor mij betekent dat niet: alle codes begrijpen en zo ‘vatten’ wat een voorstelling te vertellen heeft. Dat is de intellectuele benadering, maar die kan je interpretatie ook weer heel gesloten maken. Daarnaast is ook een meer gevoelsmatige kijk: hoe komt de voorstelling binnen in mijn lichaam?’
Lievens ‘We zouden het beter over ‘ervaarbaarheid’ hebben, zeg je?’
Coussens ‘Of gewoon over communicatie tout court. En dan denk ik wel dat ik, zowel intellectueel als ervaringsgericht, perfect in staat ben om naar lichamen te kijken op scène die anders zijn dan de mijne, daar iets bij te voelen, en dat gevoel vervolgens te proberen verwoorden of openbaar te maken. Dat is iets heel anders dan of je de voorstelling ‘begrepen’ hebt.’
Lievens ‘Dat volg ik, maar de keuze om op scène niet transparant te zijn, zegt ook iets. Het is niet omdat het niet transparant is, dat het niet communiceert. Alleen merk ik als dramaturg wel continu dat ik getraind ben om theater te bevragen vanuit vragen als ‘wat betekent dit?’, ‘waar zit de coherentie?’, ‘het moet duidelijk zijn!’. En als je dan met die heel specifieke criteria rond betekenisvorming naar praktijken kijkt die vorm krijgen vanuit heel andere perspectieven, kom je in de problemen. Neem Mimi’s Shebeen van Alesandra Seutin bij KVS. Daar leek iets te gebeuren waar mijn kaders rond leesbaarheid en transparantie maar weinig mee konden, terwijl er toch heel veel betekenisoverdracht plaatsvond.’
“We zijn erg bezig in ons hoofd om het te willen begrijpen, maar we hebben ook allemaal een buik. Wat als we meer zouden schrijven vanuit die gemeenschappelijkheid, en niet vanuit ieders identity markers?”
— Evelyne Coussens
Hoe schrijf je daar dan over, als de klassieke semiotiek niet meer voldoet?
Lievens ‘Ik zou dat heel moeilijk vinden. Ook in de recensies over Mimi’s Shebeen werd er niet toevallig teruggegrepen naar vooral technische en ambachtelijke bewoordingen als ‘virtuositeit’ en ‘krachtige podiumprésence’. Alsof dat het enige is waar we dan nog samen over kunnen spreken. Zolang transparantie de eis blijft, kan dat werk alleen maar falen.’
Gholamalizad ‘Kom je dan toch niet weer uit op de juiste critici voor de juiste voorstellingen?’
Lievens ‘Wel, dat weet ik dus niet. Want dat zou dan ook betekenen dat je voor een specifiek soort publiek werk zou moeten gaan creëren, toch? Waar het over moet gaan, is dat dingen iets anders betekenen doordat je anders gevormd bent. Als mij ’s nachts op straat een Arabische man passeert, voel ik dat anders aan dan bij een witte passant. Niet door die Arabische man, maar door de kaders die mij aangeleerd zijn.’
El Kharraz Alami ‘Gewoon dat bewustzijn is al interessant. Je kunt inderdaad niet anders kijken, maar wel in je schrijven meenemen dát je niet anders kunt kijken.’
Coussens ‘Of misschien ligt de uitweg in een meer sensitieve kritiek, zoals Susan Sontag schreef in Against Interpretation? We zijn erg bezig in ons hoofd om het te willen begrijpen, maar we hebben ook allemaal een buik. Wat als we meer zouden schrijven vanuit die gemeenschappelijkheid, en niet vanuit de verdeeldheid van ieders identity markers? Als we zouden streven naar een kritiek die eerder invoelbaar maakt dan te beoordelen, vanuit je directe fysieke en zintuiglijke ervaring?’
El Kharraz Alami ‘Ik weet alleen niet of onze buik wel zo gemeenschappelijk is als het lijkt. Wat mij opvalt, is dat ik met mijn vriendengroep, die vooral niet-wit is, heel anders over kunst praat dan in gesprekken met collega’s. Niet alleen de vocabulaire verschilt, maar ook hoe kunst ervaren wordt en waarover er precies gereflecteerd wordt. Het ene is niet beter dan het andere. Maar het bepaalt wel mee hoe je naar werk kijkt. Tegelijk geloof ik dat de ervaring van mijn Marokkaanse grootmoeder, die niet kan lezen of schrijven, minstens zo interessant is als de visie van wij die bell hooks gelezen hebben. Hoe kun je ook die kijk of beleving uitnodigen, om tot een soort wederkerigheid te komen?’
“We moeten naar een meer dialogische kritiek. Niet biased willen zijn werkt nu even niet. Zo’n breder gesprek kan ook ten dienste staan van de grotere dialogen die we moeten voeren.” — Khadija El Kharraz Alami
Moeten we naar een meer dialogische kritiek, voorbij de eenstemmigheid van de individuele recensent
en het ideaal van diens ‘onbevlekte ontvangenis’?
El Kharraz Alami ‘Dat denk ik wel, in deze tijd vol vooroordelen en steeds meer cross-disciplinair werk op onze podia. Niet biased willen zijn werkt nu even niet. Zo’n breder gesprek kan ook ten dienste staan van de grotere dialogen die we moeten voeren.’
Coussens ‘Ik ben wel bang dat we dan net een soort eenheidsworst krijgen waarin iedereen elkaar naschrijft. Als we tussen kijken en schrijven allemaal eerst gesprekken zullen gaan voeren of andere interpretaties tot ons nemen, dan sluit je het gesprek uiteindelijk veeleer dan het te openen.’
Lievens ‘Maar dan ga je ervan uit dat de posities van critici nu zo individueel zijn. Daar liggen toch ook allemaal biases aan ten grondslag die heel gemeenschappelijk zijn?’
Coussens ‘Natuurlijk zijn er kruispunten: we zijn allemaal wit en westers, maar er zijn ook grote verschillen. Kijken pakweg Pieter T’Jonck en ik echt hetzelfde? Ik denk gewoon: stay true to yourself, informeer jezelf zoveel je kunt en probeer dan bescheiden handvatten te bieden over die voorstelling. Recenseren is gewoon een individuele praktijk.’
Lievens ‘Dat vind ik te makkelijk. Natuurlijk zijn er individuele verschillen, maar er zijn ook culturele kijkkaders aan het werk die die praktijk wel collectiviseren.’
Gaat de kern van deze discussie niet nog dieper, naar het wezen van kritiek als ‘kritiek op’?
Lievens ‘Ja, er vallen duizenden vormen te bedenken, maar de vraag is toch vooral of je kunt raken aan de centrale insteek van een recensie: laten weten of iets nu goed of slecht is. Zelfs als de kritiek geen waarheid wil uitdragen, wordt ze wel zo gepercipieerd. Kun je met een werk in gesprek gaan vanuit een andere intentie dan die beoordeling?’
Coussens ‘Zeker wel. Wat jij zegt, geldt voor de kapitalistische opvatting van de recensie: duimpje omhoog of naar beneden. Maar voor mij is het nooit een consumentenadvies.’
Lievens ‘Toch zit er iets in de kritiek dat van nature oordelend of evaluerend is. En als die kritische positie bekleed wordt door mensen die ook in de samenleving al de norm uitmaken, krijg je echt een reproductie van iets wat op zich al gewelddadig is. Je kunt dat verbreden en diversifiëren, maar die normatieve verhouding blijft wel bestaan. Ze zit ingebakken in wat kritiek al zolang is geweest.’

The Waves, Khadija El Kharraz Alami © Nathan Ishar
Ook als die kritiek geschreven zou worden door stemmen die niet de norm uitmaken?
Lievens ‘Dan ben ik erg benieuwd wat er zou gebeuren. Critici op meerdere intersecties die pakweg naar Van Hove gaan kijken: dat wordt interessant. Alleen moet het wel veel radicaler dan gewoon enkele andere stemmen toelaten, precies omdat het genre van kritiek zo normerend is.’
Coussens ‘Eigenlijk moeten er twee slagen gebeuren: niet alleen de vaste pool critici verbreden, maar ook het klassieke denken over artistieke kwaliteit openbreken. Onze criteria stammen nog altijd uit de jaren 1980. Alleen kan die verbreding niet exclusief gebeuren door mensen die niet tot de norm behoren. Dat is een werk van iedereen, ook van wie er wel toe behoort.’

Let us believe in the beginning of the cold season, Sachli Gholamalizad © Danny Willems
Hoeveel ruimte kunnen recensenten dan krijgen om fouten te maken en bij te leren?
Coussens ‘Ik vind dat er nu soms te snel en te scherp afgerekend wordt met mensen die eens uit de bocht gaan. En dan heb ik het niet over racistische termen gebruiken of andere klinkklare fouten. Wel over pogingen in kijken. Ook al zijn er in twintig of dertig jaar nauwelijks stappen vooruit gezet, ik zie vandaag toch veel pogingen bij veel mensen om breder te kijken, zich bij te scholen, gesprekken aan te gaan, om anders te kijken. En ja, soms zit het er naast, maar het is wel een leerproces.’
Lievens ‘Ik zie wat je bedoelt met die pogingen, maar je moet ook kijken naar de positie vanwaaruit zo’n poging ondernomen wordt. En dan lijkt het alsof we allen gelijk starten, maar dat is niet zo.’
Gholamalizad ‘Een negatieve recensie of een goedbedoelde fout van een recensent heeft veel meer impact voor de kunstenaar dan voor de auteur zelf. Voor mezelf weet ik bijvoorbeeld zeker dat die laatste recensies er mee voor gezorgd hebben dat die voorstelling minder heeft kunnen toeren.’
Coussens ‘Over de impact van recensies worden nog altijd heel tegenstrijdige dingen gezegd. Voor elke stem die zegt dat critici veel te veel macht hebben, is er ook iemand die zegt: nobody cares.’
Lievens ‘Maar bij programmatoren of voor subsidiedossiers blijven ze toch noodzakelijk?’
El Kharraz Alami ‘Ja, we moeten echt niet geloven dat onze sector vrij is van kapitalistische mechanismen. Het werkt echt zo. En een recensent die de plank misslaat, kan daarna gewoon een volgende poging doen, maar voor de kunstenaar die daardoor verkeerd gerecenseerd is, ligt dat echt anders. Zelf heb ik als maker ook geen tijd en ruimte gekregen voor veel mislukkingen. En ook vandaag kan ik me geen onzorgvuldigheden of racistische termen van recensenten veroorloven. Zij moeten gewoon tien keer harder werken, zoals ik ook heb moeten doen. Dát is gelijkwaardigheid.’
Gholamalizad ‘En intussen reizen collega-kunstenaars mede dankzij onkritische enthousiaste recensies het hele land af, krijgen ze buitenlandse tournees… Terwijl jij moet blijven knokken.’
Coussens ‘Dat ligt toch ook aan de marketingsystemen in het veld, niet alleen aan de kritiek? Dat is ook juist waar bijvoorbeeld Etcetera zich aan probeert te onttrekken, met essayistische kritiek die echt in de diepte gaat. En als je daarvoor niet telkens dezelfde vaste vijf stemmen aan het woord wil laten, dan hoort daar de trial-and-error van jongere critici bij. Je moest eens weten wat ik twintig jaar geleden allemaal geschreven heb. Als ik dat nu herlees, kruip ik onder tafel.’
Ligt de spanning echt bij de nieuwe stemmen, of eerder bij de critici met de langste staat van dienst?
Coussens ‘Jong of oud, voor alle critici geldt: je kunt niet alles weten. Volgens mij is dat de essentie. Zelfs als die kern van recensenten minder wit en westers wordt, en breder opgeleid zou zijn dan met een specifiek idee over wat kunst is en wat niet, zal het voor critici niet mogelijk zijn om alles te weten en te kennen. Alles is zo hybride geworden. Er is niet alleen het werk van makers van kleur, er zijn ook relaxed performances en voorstellingen van mensen met een beperking: ook daar opent zich een hele waaier aan gesprek dat je je eigen moet maken. Op zoveel vlakken kun je zeggen: onze kennis en onze blik schieten tekort. Witte recensenten zullen ook nooit recensenten van kleur worden. En dus blijft ook schrijven een zoektocht, net als creëren zelf. Je kunt die blik hoogstens zover mogelijk openzetten en je eigen positie goed blijven expliciteren.’
Lievens ‘Maar als je dat werk echt aangaat, kom je sowieso tot een punt waarop je denkt: nu moet ik even niets meer zeggen. Anders is er in dat hele proces iets misgegaan.’
Coussens ‘Zeker, ik heb bij alle hedendaagse discussies weleens het gevoel dat het allemaal zo onbevattelijk geworden is dat ik me even niet meer moet mengen. Alleen denk ik niet dat je dan per se moet zwijgen. Je kunt ook vanuit een voelen spreken.’
Gholamalizad ‘Ik ervaar dat zelf wél als maker: ik heb bewust even niets te melden. Dat helpt om beter te leren luisteren en andere verbanden te zien, terwijl je ook nadenkt over je eigen positie. Ik ben nu dus eventjes stil. Maar dat doen veel mensen echt niet.’
Wat zou er concreet kunnen gebeuren?
El Kharraz Alami ‘Ik weet niet of het aan mij is om oplossingen te bedenken voor personen in geprivilegieerde posities die perfect toegang hebben tot educatie, boeken, therapie en workshops om bij te leren, hun kaders af te breken en weer op te bouwen. Maar als je toch één snel ideetje wil horen: misschien moeten we voor critici gewoon stages aanbieden bij makers van kleur, zodat ze meer inzage krijgen in de discussies die daar gevoerd worden? Bij mij zijn ze alvast welkom!’
Gholamalizad ‘En die stagiairs-recensenten schrijven dan daarna over de voorstelling?’
El Kharraz Alami ‘Nee, dat hoeft niet. Ik geloof dat ze er gewoon veel inspiratie uit zouden kunnen halen. Anders kom je nooit voorbij het gegeven van ‘jij bent gewoon een witte recensent, dus wat kun jij nu weten van…’ En dat vind ik uiteindelijk toch een beetje een armzalig argument. Het gaat echt om referentiekaders openbreken.’
Coussens ‘Akkoord, maar ik weet niet of ik echt in embedded criticism geloof, want dat is ergens toch wat ik hier hoor: naderbij komen om expertise, kennis en inleving te krijgen. Zelf denk ik juist dat er afstand moet zijn om te kunnen reflecteren. Niet omdat ik niet wil bijleren over wat ik niet ken, maar omdat je niet kunt schrijven vanuit directe identificatie. Identificatie vind ik vandaag echt een groot probleem: je kunt alleen spelen wat je bent, alleen maar schrijven over iets wat je ook zelf bent… Dat vind ik de dood van de reflectie op zich.’
El Kharraz Alami ‘Huh? Als Fatima-Zohra Ait El Maâti van Kaaitheater over mijn voorstelling een beschouwing schrijft voor in de persmap, met kennis van alle culturele referenties én van de talen die in de voorstelling gesproken worden, dan levert dat – ondanks die ontbrekende afstand – juist reflecties op die me dingen kunnen laten zien die ik zelf nog nooit zo zag.’
Coussens ‘Met ‘afstand’ bedoel ik vooral: niet zelf mee in het werk zitten als speler of dramaturg of regisseur. Dat is nog iets anders dan een gedeeld referentiekader.’
Lievens ‘Toch valt er evenveel te zeggen voor de visie dat je pas echt kritisch kunt zijn als je embedded bent, en die betrokkenheid kunt meenemen in wat je bekritiseert. En tegelijk geldt ook voor makers en dramaturgen dat ze alleen maar hun werk kunnen doen als ze af en toe afstand nemen. Je hebt natuurlijk gelijk: het klopt niet dat je er alleen iets zinnigs over kunt zeggen als je er deel van uitmaakt. Er kan ook een meerwaarde liggen in het feit dat je juist géén informatie hebt: wat doet het werk dan? Maar moet dat dan per definitie de positie zijn van de criticus, of altijd zijn positie, of zijn enige positie? Dat geloof ik niet.’
El Kharraz Alami ‘Ik wil die recensie over mijn eigen voorstelling gerust schrijven, hoor. Ze zou wel nogal nerdy zijn, vol theorieën die ik in de praktijk probeer te brengen, zoals disidentification van José Esteban Muñoz. Tegelijk zou ik graag experimenteren met nieuwe vormen. Want dat vind ik echt gek: hoe de vormen in het theater erg veranderd zijn, terwijl de vorm van de kritiek altijd hetzelfde is gebleven: ik heb dit en dat gezien en dit vind ik ervan. Is de conclusie van onze discussie niet dat je niet elk werk op dezelfde manier kunt recenseren? Als er nu zoveel niches en genres te zien zijn, en er zoveel meer mensen van kleur en queer mensen werk maken, dan kan er toch niet één norm zijn waartegen je alles afpast, niet één mal waarin je alles recenseert? Whatever. We moeten gewoon eens met z’n allen op kamp, geloof ik. In de zon.’
Beluister hier dit artikel.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.