© Michiel Hendryckx

Gilles Michiels

Leestijd 3 — 6 minuten

The Big Drop-Out – Hof van Eede

Rondjes draaien rond de toverberg

Op retraite in een wereld die om actie schreeuwt: kan dat nog? Hof van Eede vertimmert die vraag op het podium tot een prikkelende denkoefening – al blijven zowel de personages als de makers wat ter plaatse trappelen. The Big Drop-Out legt de grote kracht én beperkingen bloot van wat stilaan een formule lijkt.

The middle of nowhere, dat zijn de godverlaten plaatsen, de schaarser wordende stukjes ongerepte natuur, de groene vlaktes waarop we ons heel even alleen wanen. De term suggereert dat menselijke aanwezigheid bepaalt of een plaats somewhere genoemd mag worden. Nowhere, dat betekent niemand anders. De toerist mijdt toeristen, de wandelaar mijdt wandelaars – als andere mensen erbij komen, begint de miserie.

In The Big Drop-Out bevragen auteurs Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck de idylle van zo’n herbronning in afzondering. Twee personages trekken zich terug in een schildersatelier op een berg. De eerste (Van den Eede) is gebaseerd op de teruggetrokken kunstenares Agnes Martin (1912-2004), de tweede (Greg Timmermans) op milieuactivist en schrijver Paul Kingsnorth, die het idee dat de mens de wereld kan redden liet varen en zich terugtrok op het platteland. Ongedwongen meedeinen op de maat van de natuur: het is hun antwoord op een wereld die van stress een statussymbool heeft gemaakt.

Drama van het hyperbewustzijn

Het duo krijgt het gezelschap van drie jonge creatievelingen, die hun grote vlucht inwaarts meer imiteren dan interioriseren. Een activist (Anna Vercammen) vindt dat de stilte op z’n minst moet dienen als stilte voor de storm. Een ondernemer (Bas Vanderschoot) ging aan de wandel met Walden, maar hij kan geen natuuroord zien of hij vermarkt het in alweer een hip format (u denkt de pop-upbars, vakantieparken en podcasts er zelf maar bij). Een dichter (Mitch Van Landeghem) wil tijdens zijn retraite zó graag poëzie schrijven dat hij er alleen nog over praat.

De gemene deler van deze drie personages zou je het drama van het hyperbewustzijn kunnen noemen, die spagaat tussen verlangen en zijn, tussen kennis en daadkracht. Stilstand is onrust. Rust is een maatregel met een functie. De ironie van de hedendaagse westerling is dat de harmonie die hij zichzelf als doel stelt, faalt omdát ze een doel is, geen levenshouding.

Formule

In The Big Drop-Out herken je iets wat je stilaan een Hof van Eede-formule zou kunnen noemen: de setting in isolement, de intellectuelen die elkaar onderhouden met discussies over kunst en engagement, hun parade vol ter plaatse trappelende praatjes die niet lijkt te eindigen … In Salon secret (2018) voerde het gezelschap een weggestoken salon op waar denkers het vuur aan de revolutionaire lont probeerden te steken. In Vanish Beach (2017) vonden gestrande Europese intellectuelen elkaar terug in een overzees vluchtoord.

Ook in deze voorstelling levert dat opzet een doordachte en doorleefde praatbarak op waarin verschillende visies op deze tijd met elkaar in de clinch gaan – in die zin zou je The Big Drop-Out een geslaagder kindje van Thomas Manns De Toverberg kunnen noemen dan dat van Desnor. Is nietsdoen onverantwoordelijk escapisme of net een krachtig gebaar in een wereld die ‘doen!’ tot imperatief verheft? En in hoeverre is afzondering een publieke daad?

Van den Eede en Gyselinck verstaan niet alleen de kunst om botsende perspectieven in aanstekelijke dialogen te vatten, ze creëren er zoals steeds ook een slim meta-theatraal kader rond, waarin de personages het publiek als publiek aanspreken, stagiairs Vanderschoot en Van Landeghem ook écht stagiairs spelen en het daglicht en het vogelgetjilp rechtstreeks uit de theatertrukendoos komen.

Conflict tussen ideeën

Dat theater-in-het-theater – misschien wel hét sluitstuk van de formule – leidt naar de opperste ironie. De authenticiteit waarmee Paul en Agnes dwepen is nooit echt. De vermeende afzondering blijkt een publiek evenement. Zelfs op het applaus aan het eind wordt geanticipeerd: ‘Applaus is ontstaan omdat mensen bang waren voor de storm’, onderwijst Agnes. ‘We imiteren wat we vrezen.’

Die kunstgrepen verplaatsen het hyperbewustzijn van de personages naar het niveau van de voorstelling zelf, en dat is zowel de sterkte als zwakte bij Hof van Eede. Als bevestigende techniek herhaalt ironie toch vooral de wereld die het wil becommentariëren – het zet er geen verbeelding, maar een bewustzijn tegenover.

Daarnaast zorgt het ervoor dat The Big Drop-Out in de eerste plaats een conflict tussen ideeën blijft, meer dan tussen personages, wat de dramatische climax aan het einde onvoldoende rechtvaardigt. Maar die ideeën, dat moet gezegd, zijn hier wel rijker, talrijker en meer doorwrocht dan in het gros van ons theater: je kunt misschien zeggen dat Hof van Eede eenzijdig op het hoofd mikt, maar nooit dat het daar niet is blijven hangen.

Lees hier de reactie van Hof van Eede-lid Wannes Gyselinck, en het antwoord van recensent Gilles Michiels.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Gilles Michiels

Gilles Michiels recenseert theater voor De Standaard en Etcetera, is lid van kunstkritiekcollectief De Zendelingen, redacteur bij rekto:verso en hoofdredacteur van OPENDOEK-magazine.

recensie