Artists’ Entrance: Meg Stuart
Meg Stuart
© Martine Dewil
Waarom zou in de huid kruipen van een ander je in staat stellen om dichter te komen bij je eigen zere plekjes? In Thank You Very Much nodigt choreograaf Claire Cunningham ons uit naar ‘Disgraceland’ waar ze samen met drie artiesten reflecteert over hun ontmoeting met een groep Elvis Presley tribute artists. Deze markante leerschool resulteerde niet enkel in het perfectioneren van The Lassoo en The Pelvis, maar gaf de vrouwen ook stof tot nadenken over hun bestaan als disabled dansers in een wereld die niet voor hen gemaakt is, een denkproces dat ze met veel humor, gevoel en spitsvondigheid met ons delen.
Wanneer we de KVS Box betreden, wacht ons een open ruimte met daarrond tafeltjes bedekt met witte tafellakens en zachte, rode stoelen. Het hoofdgerecht: een mondmasker per toeschouwer. Plichtsbewust doen we ze, zoals aan de ingang gevraagd werd, aan. Het voelt als een rollenspel, waarbij we een nabij verleden vertolken waarin we niet meer thuishoren. Voor de vier spelers op scène, die zich allemaal identificeren als disabled dansers, is het virus echter wel nog een dagelijkse werkelijkheid.
Disabled lichamen en de persoonlijke wereldbeelden die ze voortbrengen staan ook centraal in de voorstelling. Thank You Very Much dient zich aan als een essaybundel die ingeleid wordt door choreografe Claire Cunningham: op haar zestiende zag ze Elvis Presley op tv dansen en herkende ze zich onverwachts in zijn bewegingen. De King of Rock ‘n Roll maakte allerlei opmerkelijke bochten en hoeken die als ongepast en opzichtig ervaren werden, iets waar Cunningham als krukkengebruiker zich maar al te goed in kon vinden. Aangezien Elvis zelf niet meer beschikbaar was om haar de kneepjes van het vak te leren, besloot ze in de leer te gaan bij the next best thing. Met de instructies van Elvis Herselvis, Darren ‘Graceland’ Jones, Elvis Desley en Colbert Hamilton (aka Black Elvis), die we als voice overs op de achtergrond horen, onderzoeken Cunningham en haar co-performers Vicky Malin, Tanja Erhart en Jo Bannon wat de praktijk van deze artiesten hen leert over hun relatie tot hun lichaam en disability.
“Elk onderdeel van Thank You Very Much voelt als de onvervalste mijmering van een levensechte persoon.”
Vicky ‘U.S.’ Malin werd ter voorbereiding van het stuk onder de vleugels genomen door Darren ‘Graceland’ Jones. In de voice-over vertelt Jones over zijn voorwaarden voor een goede tribute act: een zweem van een lach, een knik van de knie, het vermijden van het orkest (zelfs als er niemand anders op het podium staat),… Het zijn de details die voor hem een geloofwaardige Elvis maken. Dit oog voor detail relateert Malin aan haar handen, die ze ziet als een explicitering van haar disability. Vanop het podium in de hoek van de zaal (de lichtgevende tegels zijn een knipoog naar Michael Jacksons videoclip bij het nummer Billie Jean) draagt ze een innige versie van Always on My Mind op aan haar handen. De scène is zo intiem dat de zachte piano op de achtergrond haast onhoorbaar wordt. Alle focus gaat naar Malins handenballet en de groene flikkeringen van haar oogverblindende cape.
Tanja ‘Woody’ Erhart houdt zich, op advies van Black Elvis, daarentegen net niét bezig met de details. In haar uiteenzetting gaat het om verleiding, improvisatie en speelsheid. ‘It is all about the heart,’ vertelt ze ons met een vettige knipoog. Haar omarming van sensualiteit contrasteert ze met de schaamte die ze als tiener voelde wanneer ze, om met haar beenprothese Lucy neer te kunnen zitten, eerst haar achterwerk de lucht in moest duwen. Een move die ze ook het publiek aanleert. Door de jaren heen heeft ze zich niet enkel ontdaan van Lucy, maar ook van de gêne die ze toen voelde, iets wat ze ons met een exorbitante burlesque performance op de lichtbox toont.
Jo ‘Bossa Nova’ Malone gooit het over een geheel andere boeg. Elvis Desley raadde haar aan om vanuit het publiek het podium te betreden. Hierin herkent Malone de manier waarop ze als slechtziende haar omgeving steeds afschuimt op zoek naar een tastbaar referentiepunt. Het reiken naar houvast wordt onderbroken door het aantrekken van een paar flashy, witte botjes. Hiermee toont ze Desley’s tweede les: stappen alsof de wereld haar toebehoort.
Het is opvallend dat in Thank You Very Much de artiesten geen alternatieve identiteit aannemen. Hoewel ze elk een tribute-naam krijgen, vertolken ze steeds hun eigen verhaal. Zo krijgen we geen personages te zien, maar uitvergrote persona’s. Elk onderdeel voelt als de onvervalste mijmering van een levensechte persoon. Dit maakt onmiddellijk ook duidelijk aan wie de spelers in Thank You Very Much een tribute willen brengen: zichzelf.
Ondanks deze aandacht voor de individuele ervaringen van de artiesten, wordt elke monoloog ondersteund door de aanwezigheid van de andere spelers. Wanneer Cunningham à la Elvis het gebouw al zingend wil verlaten, kan ze de micro zelf niet vasthouden. Dat doen haar medespelers. Dit soort tedere interacties herinneren aan Cunninghams welkomstwoord aan het begin van de voorstelling: ‘We are not just taking care of business. We are in the business of taking care.’
Deze mooie momenten van zorgzaamheid zijn echter niet genoeg om de fragmentarische opbouw van Thank You Very Much te verhelpen. Wat bijblijft is een opeenstapeling van anekdotes en indrukken die, ondanks hun kracht, soms wat in het ijle blijven hangen en nergens naartoe lijken te gaan. Dit neemt niet weg dat Thank You Very Much een verrassende voorstelling is van begin tot einde. Net zo maf als je denkt dat het gaat zijn, maar ook minstens zo teder, meditatief en menselijk.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.