© Eva Würdinger

Charlotte De Somviele

Leestijd 3 — 6 minuten

Tanz – Florentina Holzinger

Het geweld van de pointes

Na Balanchines Apollo neemt Florentina Holzinger met een feministische bril het romantische ballet op de schop. Haar sylphiden zijn niet langer esoterische nimfen maar berijden de hemel op een motor. Take that.

Tanz, tweede act. Een naakte Florentina Holzinger en vier sisters in crime spelen een persiflage op Het Zwanenmeer. Tussen hen in: body artist Lydia Darling, haar rug doorpiecet met haken. Roerloos wordt ze in de lucht gehesen, als een zak dood vlees. Bloed sijpelt in dunne straaltjes naar beneden. Ondertussen trippelen de dansers sierlijk rond op Tsjaikovski’s muziek, hun pointes even rood als het nepbloed op hun huid. ‘Having thick skin’ leest het adagium op het scherm naast het podium. Welkom in de horrorversie van La Sylphide.

Een vrouw bengelend aan een vleeshaak: het is Holzingers take op de spirituele wensdroom van het romantische ballet waarmee de 19e-eeuwse postrevolutionaire generatie de wereld wilde hertoveren. Aristocratische personages werden er ingeruild voor buitenaardse wezens met een fatale aantrekkingskracht: een elf in La Sylphide, het spook van een boerenmeisje in Giselle of een watergeest in Ondine. Het is de tijd dat mannen van het toneel werden geweerd, de witte tutu en pointes het balletbeeld gingen bepalen. De vrouw moest en zou zweven voor ze finaal te pletter stortte.

Gefundenes fressen voor een feministische lezing dus, bij uitstek voor het tienkoppige collectief van stuntvrouwen, circus- en burleskeartiesten waarmee Holzinger opnieuw samenwerkt voor het sluitstuk van haar Körpertrilogie. Samen keren ze het romantische motief van de gewichtloze vrouw binnenstebuiten, tonen het geweld waarmee het klassieke ballet het lichaam disciplineert en zoeken in het hart ervan naar een nieuwe autonomie.

Feminien en feministisch

 

Zo blijft de stoere Lydia Darling niet als een willoze zwaan aan haar haak hangen maar ontpopt ze tot een vuilbekkende heks die op een veegborstel door de lucht zwiept. Holzinger zorgt samen met Netti Nüganen dan weer voor het magistraalste beeld van de avond: aan een touw hijsen ze zich omhoog op twee felgekleurde motoren die in de nok van het dak hangen. Bedwelmend traag vlijen ze zich acrobatisch over het stuur en scheuren er als een moderne bokkenrijder vandoor. Giselle heeft zichzelf eindelijk geëmancipeerd. Even voordien zagen we ook hoe het tweetal zich via een kabel aan hun haren optrokken. Zelf het marteltuig bedienen dat je tot een esthetisch object maakt, het toont treffend de gespletenheid waarmee vrouwen moeten dealen: ‘They are expected to perform femininity and feminism at once.’

In eerdere voorstellingen slaagde Holzinger er lang niet altijd in om haar fysieke transgressies nog kritisch te maken. Apollon Musagète leek wel een postmoderne variant van body art. Het kakken op scène, het kotsen en de zelfpijniging overschreed geen enkele grens meer maar toonde het lichaam vooral als een leeg omhulsel dat tot niets provoceerde. Dit keer is Holzingers aanpak een stuk subtieler, gelaagder, oprechter, althans het eerste uur. Ze lijkt zelfs een vorm van anti-spectacularisering te verkennen.

Dat heeft veel te maken met hoe de choreografe, bij monde van de 76-jarige ex-prima ballerina Beatrice Cordua, onze blik op het vrouwelijk lichaam ‘reset’. Als voorbereiding op de tweede helft, waarin de dansers een wat redundante slasherversie opvoeren van iconische scènes uit La Sylphide en Het Zwanenmeer, geeft Cordua een opwarmingles waarin ze alle tips en tricks uit haar decennialange carrière deelt. Poedelnaakt – faut le faire – leidt ze de vrouwen door een reeks basisoefeningen aan de barre. ‘I will show you how to govern your body.’

Op vraag van Cordua – wat een actrice! – trekken ze elke keer een kledingstuk uit, maar in een ongewone volgorde. Sommigen zijn onderaan naakt maar dragen boven nog een T-shirt of vice versa. Het nadrukkelijk accentueren van de oppositie naakt/gekleed maakt dat elke spanning is opgelost wanneer alle strakke sportoutfitjes eenmaal zijn uitgetrokken. Wat overblijft na het voyeuristische proces van maskeren en onthullen is een bloot lichaam dat geen gêne noch seksuele opwinding meer oproept, maar op één andere manier gewoon zichzelf is, een instrument waarvan deze stoere vrouwen de grenzen verkennen.

Dat creëert een enorme vrijheid in het kijken. Holzingers collectief eist hun naakte lichaam terug op en trotseert elke objectiverende blik. Precies omdat hun lijf niet langer een blank canvas is waarop we allerhande verlangens projecteren, kan je beter observeren hoe het balletidioom op hen inwerkt en onderdanig maakt. De manier waarop Holzinger het vrouwelijke lichaam hier ‘normaliseert’, beïnvloedt ook hoe je kijkt naar haar gezelschap van superwomen. Het gaat in hun trucs – van contorsie tot filmische vliegwerkstunts – niet zozeer om het wow-effect. Je ziet ze telkens minutieus voorbereiden op hun act en als dusdanig in een bepaald ‘beeld’ stappen: Veronica Thompson maakt sprookjesgewijs haar lange haar nat zodat de ring beter blijft zitten, Josefin Arnell filmt in close-up hoe Suzn Pasyon de vleeshaken door Darlings huid prikt.

Anders dan in Apollon Musagète hebben deze beelden wél een fysiek effect, precies omdat het kwetsbare lijf eronder voelbaar blijft. Waar de transgressie in Apollon Musagète nog erg demonstratief was, exploreert Holzinger hier veeleer de spanning tussen conditionering en materiële lichamelijkheid. Dat maakt de titel van deze voorstelling best een kritisch statement: dans niet zozeer als expressie van absolute vrijheid, maar als een apparaat dat het lichaam verregaand controleert.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele is als onderwijsassistente verbonden aan de vakgroep Visual Poetics (UAntwerpen). Ze schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is lid van de kleine redactie van Etcetera. 

recensie