© Harilay Rabenjamina

Soa Ratsifandrihana – Fampitaha, fampita, fampitàna (Kunstenfestivaldesarts)

Gestript van de westerse overheersing

In Fampitaha, fampita, fampitàna grijpen Soa Ratsifandrihana, Stanley Ollivier, Audrey Mérilus en Joël Rabesolo terug naar hun roots en herappropriëren ze hun culturele identiteit. Dat levert een virtuoze en bruisende, maar ook complexe performance op. De handvatten om die te begrijpen, vind je in de podcast Rouge cratère, het eerste deel van het tweeluik waartoe deze performance behoort.  

Laat het maar aan Soa Ratsifandrihana over om te bewijzen dat je niet veel middelen nodig hebt om een veelzeggende voorstelling te maken. In 2021 deed de choreografe dat al met haar soloperformance g r oo v e, waarin ze met behulp van een goeie soundtrack en futuristische outfit haar publiek overrompelde. Ook bij Fampitaha, fampita, fampitàna kenmerkt de scène zich door eenvoud.

Maar waar g r oo v e vooral rond dansplezier draaide, wil Ratsifandrihana nu heel wat vertellen. Ook deelt ze het podium ditmaal met dansers Audrey Mérilus en Stanley Ollivier en muzikant Joël Rabesolo. De performance is deel van een tweeluik. Voor deel één, de podcast Rouge cratère, trok Ratsifandrihana naar Madagaskar, het land van haar voorouders, om er de taal en geschiedenis te leren. In dit tweede deel brengt ze mensen met roots in de Franse kolonies samen op het podium.

‘Wij, kinderen van de diaspora, weten niet meer vanuit welke kant we onze geschiedenis moeten bekijken’, zegt Ratsifandrihana in Rouge cratère. In de les reproduceerde ze de koloniale verhalen en op dansscholen leerde ze klassieke westerse dansen, die daar ‘universeel’ werden genoemd. Mérilus en Ollivier, die voorouders hebben op Haïti en Guadeloupe/Martinique en net als Ratsifandrihana opgroeiden in Frankrijk, hebben gelijkaardige ervaringen. Toch hebben ze daar lang niet altijd dezelfde gevoelens bij. In Fampitaha, fampita, fampitàna – respectievelijk vergelijking, uitwisseling en rivaliteit in Malagasi – brengen ze hun perspectieven samen. 

“De trillende, uitbarstende lichamen die hier op de scène staan, willen meer dan alleen hun cultuur herappropriëren: dit is een aanzet tot de deconstructie en afbraak die nodig zijn voor een dekolonisatie van onze (cultuur)wereld.”

De rivaliteit uit de titel slaat vooral op die tussen de overheersende cultuur en de zogenaamde ‘subculturen’. Dat blijkt al meteen uit de openingsdans. De dansers treden in steeds wisselende duo’s naar voren in Franse ‘kolonistenmode’ met een twist: witte bloezen, pofmouwen, korte broeken, giletjes en een sjerp in de Franse driekleur. Ollivier draagt echter ook een geelwit gestreepte doek rond zijn heup. Ratsifandrihana’s felroze satijnen jurk doet dan weer denken aan de jurk waarmee de Malagassische koningin Ranavalona I (1778-1861) geportretteerd is. Dat portret is fake, blijkt in Rouge cratère. De koningin, die de geschiedenis ingegaan is als een vrouwelijke Caligula, wou absoluut niet afgebeeld worden. Omdat de Fransen in 1905 per se een portret wilden, maakte schilder Philippe-Auguste Ramanankirahina er een op basis van zijn verbeelding. Het doet je afvragen in hoeverre de bloederige verhalen over Ranavalona I, die vooral streed tegen Europese invloeden, verzonnen zijn door de latere overheersers.

Voor hun openingsdans trekken de drie dansers lange witte handschoenen aan, het soort dat westerse vrouwen van status in de 18de en 19de eeuw de hele dag door droegen. Meermaals tonen ze die handschoenen uitgebreid. Het lijkt een kritiek op de kolonisatoren die onder die symbolen van puurheid en eerbaarheid bloed aan hun handen hadden, én op de eis tot assimilatie in hun geboorteland. Ook doen ze denken aan de (kortere) handschoentjes die sommige tot slaaf gemaakten moesten dragen, zodat ze geen spullen aanraakten met hun blote handen. 

Wat begint als een soort sarabande, ontaardt in een wervelende uiting van woede op de eerst jazzy, dan scheurende gitaartonen van Rabesolo. Ollivier en Merilus rapen poncho’s van de vloer, die eerst dienstdeden als picknickkleedjes, en draaien ermee rond Ratsifandrihana, een beeld dat doet denken aan dansende derwisjen. Een voor een trekken de dansers daarna de vele belemmerende lagen kleding uit, de handschoenen eerst. Alleen houdt Mérilus haar outfit langer aan dan de anderen – voelt ze zich meer verstikt?   

Als oplossing voor zulke verstikking, woede of verdriet, promoot Ratsifandrihana ironisch de happy pill Ignoral, geïnspireerd op het antidepressivum Ignorital uit de Simpsons-aflevering ‘The good, the sad, and the drugly’. Met haar fenomenale zangstem prijst ze een bokaal marshmallows aan, die selectief geheugenverlies zouden teweegbrengen en de meegaandheid moeten bevorderen. Mérilus en Ollivier zitten snoepend en trillend aan haar voeten. De reclametune is zo goed dat hij een tussentijds applaus ontlokt.

Hoe verleidelijk zo’n vergeetpil ook is, Ignoral is geen oplossing. Ratsifandrihana schuift de bokaal dus opzij en de drie dansers trekken een soort sci-fi soldatenlaarzen aan, waarmee ze over het podium marcheren. Terwijl Rabesolo moeiteloos tussen alle mogelijke genres navigeert op gitaar en drums, schudden ze samen met de laatste beperkende kledinglagen (daaronder dragen ze simpele sportoutfits) hun westerse dansopvoeding af. We zien virtuoze Afrikaanse en Caraïbische moves, hiphop, en vooral een heel intuïtieve manier van bewegen, waarbij de drie elkaar aanmoedigen, spiegelen en inspireren.

Hetzelfde ‘afschuddingsproces’ gebeurt met taal: wanneer Mérilus de drie anderen onderwerpt aan een strenge oefening in Franse en Engelse tongbrekers, declameert een opstandige Rabesolo er een in Malagasi, die Ratsifandrihana zich vervolgens eigen maakt. Het is een krachtige scène, zeker als je haar in Rouge cratère hebt horen vertellen hoe ze zich niet langer wil schamen voor haar gestotter in die taal. Nu gaat elk inferioriteitscomplex de prullenbak in.

Het zijn zulke ogenschijnlijk eenvoudige, maar geladen momenten die maken dat Fampitaha beklijft. Nog zo eentje is de beginscène, waarin Ollivier (helaas met onvaste stem) ‘Moin ka doute’ van de Martinikaanse zanger Eugène Mona zingt. Dat lied verhaalt over Saint-Pierre, ooit het petit Paris van Martinique, dat bedolven werd onder lava. De stad was vooral bekend om haar schouwburg: een iconisch cultuurpaleis, maar ook een waar de bezoekers werden opgedeeld op basis van hun huidskleur en sociale status. Ja, Saint-Pierre was mooi, klinkt het in ‘Moin ka doute’, maar niet goed, en daarom barstte de vulkaan uit. ‘Je tremble dans mon corps volcan’, zegt Ratsifandrihana in Rouge cratère. De trillende, uitbarstende lichamen die hier op de scène staan, willen meer dan alleen hun cultuur herappropriëren: dit is een aanzet tot de deconstructie en afbraak die nodig zijn voor een dekolonisatie van onze (cultuur)wereld.  

Fampitaha levert dus veel stof tot nadenken op, al moet gezegd dat ik er zonder Rouge cratère (te vinden op de site van de Waalse omroep RTBF) minder van had begrepen. Niet omdat de scènes op zich onduidelijk zijn. Soms ligt de betekenis er zelfs dik op: zo spelen Ratsifandrihana en Ollivier na hoe een standbeeld van de Franse gouverneur Gallieni van zijn sokkel wordt gehesen. Maar doordat lang niet alle tekst verstaanbaar en/of ondertiteld is, was het voor mij soms moeilijk om de betekenislagen te ontrafelen. Zeker het verhaal van Mérilus in het Haitiaans-Creools had ik graag ondertiteld gezien.

Het is, kortom, duidelijk dat er heel wat onderzoek en persoonlijke verhalen in Fampitaha zijn gestoken, en de performance bevat een hoop virtuoos voetenwerk en geweldige muziek. Maar wie net als ik graag wat meer (voor)kennis zou hebben om alles te begrijpen, luistert best naar Rouge cratère. Die podcast is gelukkig vanaf eind juni op de meeste platformen te vinden. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#175

15.03.2024

—

31.05.2024

Daphne de Roo

Daphne de Roo studeerde filosofie. Ze werkt als eindredacteur voor De Standaard en recenseert voor Etcetera en Pzazz.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Kunstenfestivaldesarts 2024

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!