Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Françoise Robert
In Missa Utica trakteert Sammy Baloji het publiek op een muzikale tijdreis naar koninkrijk Kongo voor een ontmoeting met een vorst, een vrijheidsstrijder en een geestelijke. Het resultaat is historische fictie in een compact vertelformaat waar verleden en heden niet zo ver uit elkaar liggen, en God onvindbaar blijkt te zijn.
‘La royauté, ce n’est pas de la merde.’ waarschuwt Bwanga Pilipili in de intro van Missa Utica. Niet in het minst wanneer je de titel van zesde manikongo of heerser draagt en zeggenschap uitoefent over een gebied dat zich uitstrekt over delen van de hedendaagse Democratische Republiek Congo, Congo-Brazaville en Angola. In het volgende half uur introduceert Pilipili, in haar rol van narrator, Kongo-koning Alfonso I, en onthult ze de mijmeringen van deze pieuze vorst. Alfonso I is in tegenstelling tot zijn vader João I van Kongo helemaal overtuigd van het katholicisme en vastberaden om de blijde boodschap over zijn territorium te verspreiden.
In Missa Utica interesseert multidisciplinair kunstenaar Sammy Baloji zich voor de decennialange verleidingsdans tussen Portugal en het Kongo-koninkrijk. Baloji richt in dit stuk zijn pijlen op het katholicisme van de 15e en 16e eeuw. Een ijzersterk merk waar de heersers van Kongo bijzonder ontvankelijk voor zijn. De fundering van dit wankel huwelijk is een onverzadigbare hebzucht die, onder de noemers van diplomatieke betrekkingen, handelsakkoorden en onverzettelijke devotie, de baan vrijmaakt voor de ontwrichting van het Kongo-koninkrijk en Afrika in zijn geheel.
“De grootste verdienste van Baloji’s Missa Utica is de verwondering die het stuk aanwakkert over een complexe periode in de geschiedenis van Centraal Afrika.”
Met de titel van het stuk verwijst Baloji naar de Missa Luba, een zetting van Latijnse miszangen uit de Tridentijnse mis op een klankstijl die typerend is voor de Katanga- en Kasaïstreek. Voor de arrangementen gaat Baloji in zee met pianiste Barbara Drazkov en gitarist Pytshens Kambilo die het werk van kunstenaar en missionaris Guido Haazen herinterpreteren. Het resultaat is net zoals de Missa Luba een samensmelting tussen Europese en Congolese muzikale tradities. Drazkov tovert uit haar geprepareerde piano ongebruikelijke timbres die het ongemak van de verschillende personages benadrukken, terwijl Kambilo optreedt als ambassadeur van de Congolese rumba en het met momenten driftige spel van Drazkov doorspekt met warme seben-partijen.
In de drie aktes van Missa Utica verlegt Baloji telkens de aandacht naar een ander historisch figuur van het koninkrijk Kongo. Eerst is er het relaas van Alfonso I, die lange tijd een goede en constructieve band onderhoudt met Portugal en koning Manuel I. Na het overlijden van zijn vader en een overwinning in een successiestrijd waar de Portugezen Alfonso I bij te hulp schieten, ontwikkelt het bondgenootschap zich gestaag. Alfonso I krijgt toegang tot goederen uit Europa, militaire bijstand en onderwijsmogelijkheden voor zijn volk. Portugal stuurt missionarissen en ambachtslieden en ontvangt in ruil grondstoffen en slaven. Maar de expansiedrift van Portugal is zonder weerga. Na de kolonisatie van Sao Tomé groeit Portugal’s nood aan arbeidskrachten exponentieel, waardoor Alfonso I geleidelijk aan controle en invloed verliest over de lucratieve en aanvankelijk strak georchestreerde slavenhandel.
In een tweede, korter luik neemt Pilipili de toeschouwers mee naar het begin van de 18e eeuw voor een ontmoeting met Kimpa Mvita, de bezielster van een christelijke anti-slavernijbeweging die Kongolese geloofsovertuigingen met christelijke elementen samenbrengt. Mvita pleit voor een versie van het christendom dat beter aansluit bij de culturele en sociale context van Kongovolkeren. Ze predikt dat Jezus Christus en andere christelijke heiligen zwarte Afrikanen waren en bekritiseert de bestaande katholieke orde vanwege hun corruptie en omdat ze Portugese belangen verdedigen. Daarnaast pleit Mvita ook voor de hereniging van het Congo-koninkrijk dat geteisterd wordt door een lange reeks succesieoorlogen tussen verschillende facties.
In de finale akte beklaagt Henrique, zoon van Alfonso I, zich over zijn positie als bisschop zonder eigen bisdom en droomt hij ervan om Utica (Tunesië) te bereiken. Zoals andere leden van de Kongolese elite, werd Henrique door zijn vader naar Portugal gestuurd om er kennis op te doen met het doel om het Kongo-koninkrijk te christianiseren en te moderniseren. In 1518 ontvangt Henrique de titel van bisschop van Utica, maar omdat Utica onder de islamitische invloedsfeer valt, is het onmogelijk om zich er te vestigen. Henrique zal zijn beloofde land nooit bereiken. ‘Utique, Utique, Utique, Utique,’ herhaalt Pilipili als troosteloze Henrique. De actrice wisselt in deze dialoog tussen hem en een pessimistische narrator die al weet dat Utica een onbereikbare droom is.
Baloji kiest voor een compact format met twee muzikanten en een narrator die de tekst van Fiston Mwanza Mujila voorziet van spanning en urgentie. Pilipili is een bevlogen en overtuigende verteller die doorheen haar optreden de innerlijke werelden van de historische figuren omzet naar krachtige en poëtische beeldspraak. De enige belemmering van haar performance is de lessenaar waar ze de tekst van afleest en die haar ontneemt van bewegingsvrijheid in een ruimte die zich daar net tot toe leent. Hierdoor heeft de voorstelling een nogal statisch karakter en bemoeilijkt het soms de verbinding tussen Pilipili en het publiek. De ietwat onhandige keuze lijkt intentioneel en net als de titel een referentie aan de rituelen uit de klassieke misviering. Dat verband wordt vooral duidelijk wanneer Pilipili op een bepaald moment plechtig door de ruimte wandelt en de de lessenaar hoog en stevig vasthoudt met beide handen waardoor het object de allure van een processiekruis krijgt.

© Françoise Robert
‘La vie de Kimpa MVita n’est pas un fleuve tranquille. La vie de Kimpa Mvita n’est pas un soleil romantique. La vie de Kimpa Mvita n’est pas une oasis. C’est un ouragan,’ oreert Pilipili in het tweede bedrijf. Haar woorden zouden ook van toepassing kunnen zijn op de allesverslindende geschiedenis. Baloji lijkt met deze voorstelling niet bepaald geïnteresseerd te zijn in het narratief van winnaars en verliezers, of zelfs een schuldvraag. Wat we geschiedenis noemen, begint in de eerste plaats bij het brede spectrum aan menselijke driften, waar dan een veelheid aan uitwisselingen, allianties en manoeuvres uit voortkomen die door elkaar lopen.
Zoals de misviering bestaat de geschiedenis uit motieven die zich telkens opnieuw herhalen. In een segment naar het einde van het stuk toe spreekt Pilipili hierover expliciet wanneer ze zich rechtstreeks tot het publiek richt en andere Afrikaanse koninkrijken opsomt, zoals Ashanti en Dahomey, waar ze het vanavond niet over gaat vertellen. Onmogelijk in het tijdsbestek van een voorstelling als deze, maar ook onnodig. Evengoed zou de huidige geopolitieke verhouding tussen het Westen en Afrika een reflectie kunnen zijn van wat al geweest is. Een spiegel die Pilipili rond haar nek draagt tijdens de voorstelling insinueert iets in die trant.
De grootste verdienste van Baloji’s Missa Utica is de verwondering die het stuk aanwakkert over een complexe periode in de geschiedenis van Centraal Afrika. Het gebrek aan dynamiek in de presentatie neemt niet weg dat het een veelheid aan prikkelende inzichten en vragen stimuleert over bijvoorbeeld de constructie van de slavenhandel, de veranderende machtsverhoudingen en de instrumentalisatie van geloofsovertuigingen. Het volume aan informatie overweldigt met momenten en vereist oplettendheid van de aanhoorder, maar beloont tegelijkertijd de toeschouwer die zich waagt aan deze verkenningsreis en hierdoor zijn eigen wereld beter gaat begrijpen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.