© Ontroerend Goed

Leestijd 7 — 10 minuten

Proficiat: U bent net als alle anderen!

Het Gentse gezelschap Ontroerend Goed waagt zich aan online theater.

Met T.M. richt Ontroerend Goed een geheim genootschap op waar je als toeschouwer lid van kan worden. Maar je moet er wel iets voor doen: via een heus intake-gesprek krijg je te horen of je al dan niet een goed mens bent. Voor de ploeg rond regisseur Alexander Devriendt, die op het gebied van interactief theater met T.M. niet aan zijn proefstuk toe is, lijkt dit digitale concept een logische stap. Maar waar kom je als toeschouwer van T.M. eigenlijk in terecht? Slaagt Ontroerend Goed erin iets te vertellen over de staat van de mens of reproduceren ze vooral de dingen waar we ons pijnlijk bewust van zijn?

Spoiler alert: wie T.M. zelf nog wil ervaren komt in deze recensie veel te weten over het verloop van de voorstelling.

Het is moeilijk om niet in de ik-vorm te schrijven over T.M. van Ontroerend Goed, want de voorstelling draait om de creatie  van een individuele ervaring. Of toch de suggestie daarvan: je zit in een digitale omgeving tegenover een acteur of actrice die een vragenlijst doorloopt waarop je netjes dient te antwoorden. Voor het zover is, kom je in een soort wachtkamer terecht. Ik zit thuis aan tafel met mijn laptop voor mij en een koptelefoon op, zoals de instructies voorschrijven die ik vooraf per e-mail kreeg. De omgeving en positie waarin ik me bevind, hebben verdacht veel gemeen met de digitale meetings waarin ik zo vaak zit om te werken. Door deze setting heb ik meteen het gevoel dat er iets van me verwacht wordt, dat ik moet presteren. 

In de wachtkamer maak ik kennis met mensen uit China, Singapore, Gent en Nieuw-Zeeland: kennelijk hebben zij ook een kaartje gekocht voor woensdagmiddag, 16:00 in mijn tijdzone. In een vak linksboven staat het oranje logo van T.M. met daaronder in een aantal talen (Deens, Russisch, Spaans,…) “We komen zometeen bij u.” Op die manier wordt gesuggereerd dat iedereen van over de hele wereld potentieel in het publiek zou kunnen zitten. Na een korte technische check-up krijgen we een introductiefilmpje te zien. Daarin zien we beelden van ‘gewone mensen’ die ‘gewone dingen’ doen. Mensen die op een bus zitten of een auto wassen, bijvoorbeeld. Opnieuw moeten we geloven dat T.M. voor iedereen toegankelijk is. Vervolgens zien we een aantal bekentenissen, de ene al wat overtuigender geacteerd dan de andere. Daarin vertellen een aantal mensen (waaronder tv-persoonlijkheid Ingeborg) in hoeverre T.M. hun leven heeft veranderd. Stuk voor stuk voelen ze zich meer deel van het globaal verhaal dan voorheen. Het is niet meteen gemakkelijk te lezen in hoeverre hier door de makers met ironie wordt gespeeld en in welk register ik zo meteen terecht kom. In hoeverre is deze digitale omgeving getheatraliseerd? En wat zegt dat over mijn statuut als toeschouwer?

Passing the Turing Test

Uiteindelijk verschijnt er een male-presenting persoon op mijn scherm die zichzelf voorstelt en me vraagt wie ik ben. Hij performt de voorstelling vanuit Rusland, zegt hij, en vraagt me om mijn mailprogramma en andere mogelijke afleidingen af te sluiten, wat ik braafjes doe. Vervolgens begint mijn intakegesprek: als ik hiervoor slaag, mag ik toetreden tot T.M. Wie dacht gewoon een kaartje voor een online voorstelling gekocht te hebben, heeft het duidelijk mis. Zoals wel vaker het geval is bij Ontroerend Goed, moet je als toeschouwer van T.M. bijna evenveel performen als de acteurs. Je geeft in ieder geval meer over jezelf prijs dan de acteur: terwijl die aan een stevig tempo door het script gaat, wordt me gevraagd waar ik mezelf plaats op een schaal van slecht tot goed, of ik wel eens iemand heb vermoord en of ik bang ben van rijke mensen. Ik stel me zo genereus op als ik kan: ik neem de tijd om na te denken over mijn antwoorden, stel zelf ook vragen en maak hier en daar een grapje. Dat wordt me niet in dank ontnomen. De acteur achter de camera maakt me ongeduldige oogbewegingen stilzwijgend duidelijk dat de tijd genadeloos wegtikt. Een enkele keer word ik zelfs midden in een zin onderbroken. “Great answer, thank you! Let’s move on to the next part.” 

In 1950 ontwierp Alan Turing een test die moest bepalen of machines menselijke intelligentie kunnen vertonen. Via een reeks vragen probeer je erachter te komen of je gesprekspartner aan de andere kant van de teletypemachine (een soort voorloper van de chat room) een mens is of een machine – vandaag heet dat artificial intelligence. Wetende dat een computer geprogrammeerd is en dus een aantal scripts bevat die het kan volgen, zoekt de test de grenzen van die scripts op. Emotionele intelligentie, onvoorspelbaarheid; dat zijn zowat de zaken waardoor de gemiddelde chatbot door de mand valt.

“Als toeschouwer heb ik me blijkbaar evenzeer aan het script te houden, al krijg ik het niet in handen. ”

De acteur die op mijn scherm verschijnt, moet zich ook aan een script houden. Dat maakt het heel verleidelijk om de grenzen van mijn bewegingsvrijheid als toeschouwer af te tasten. In een performance die ontworpen is rond een een-op-een ontmoeting, zou daar toch ruimte voor moeten zijn? Maar dat is duidelijk niet het geval. Hoewel ik een half uur lang inhoud zit te produceren voor de acteur – en wie weet wie er nog allemaal meekijkt – heeft die acteur klaarblijkelijk geen zin in mijn engagement. 

Op een gegeven moment krijg ik een animatie van geometrische figuurtjes te zien die ik vervolgens op die eerder genoemde schaal van goed naar slecht moet plaatsen. Als ik aangeef dat ik dat een heel abstracte oefening vind en geen emotionele waarde aan een driehoek had gekoppeld, lijkt de jongen zelfs even te glitchen. Ik zie paniek in zijn ogen, hij komt niet meer uit zijn woorden. “Stel het systeem nu maar niet in vraag”, communiceert zijn lichaamstaal, “hoe sneller we hier samen doorgaan, hoe sneller het voorbij is.” Als toeschouwer heb ik me blijkbaar evenzeer aan het script te houden, al krijg ik het niet in handen. Daarmee word ik in een kwetsbaardere positie gezet dan de performer. Als de acteur de touwtjes in handen heeft en me bijna regisseert, ben ik dan niet evengoed aan het performen? Ben ik tijdens mijn deelname aan het werk voor Ontroerend Goed, hoewel ik betaald heb voor mijn kaartje?

Übermaterial labor 

Het wordt me duidelijk dat deze constructie helemaal niet over een ontmoeting gaat. Integendeel, het gaat erom zo veel mogelijk toeschouwers in de chatrooms van zo’n zeventig acteurs te laten verschijnen. In alles wordt duidelijk dat ik de zoveelste persoon van de dag, week, maand ben die deze vragenlijst doorloopt. Daar krijg ik niet het gevoel van verbonden te zijn met de rest van de wereld dat T.M. belooft – de slagzin luidt ‘We are many, we are global’ – integendeel. Het geeft me het gevoel een arbeider te zijn voor het bedrijf Devriendt & Co. Ik klok in, doe mijn shift, en klok weer uit. Hoe minder mijn persoonlijkheid de efficiëntie van het gebeuren in de weg staat, hoe beter.

Als ik me al zo voel, hoe moet het dan zijn voor de acteurs? Allemaal gekleed in hetzelfde uniform zitten ze in hun woonkamer, washok of slaapkamer voor een grijze achtergrond. Daar verrichten ze wat Paul B. Preciado in zijn boek Testo Junkie ‘übermaterial labor’ noemt1. Met deze term weerlegt hij de idee dat digitaal werk per definitie ‘immaterieel’ is. Het werk van een pornoacteur, zo zegt Preciado kan gemeten worden in het aantal views en de hoeveelheid lichaamssappen die zijn/haar werk genereert. In deze laat-kapitalistische wereld waarin ons voortdurend de belofte van een ervaring wordt verkocht, zijn we net uiterst materieel. We produceren data door online te consumeren, we vergieten liters zweet door andere mensen onze pakketjes te laten inpakken en bezorgen, we hebben bloed aan onze handen door goedkope kledij te dragen die in bedenkelijke omstandigheden werd gemaakt. In plaats van hierover te reflecteren, schrijft Ontroerend Goed zich vlotjes in deze marktlogica in. Hoeveel vragenlijsten werkt de gemiddelde performer af op een dag? In welke omstandigheden leveren ze die arbeid en wat staat hier voor hen tegenover? Als toeschouwer heb ik daar het raden naar, maar ik kan niet anders dan het me af te vragen. 

“Ik was het afgelopen halfuur blijkbaar al geen goede toeschouwer, laat staan een goed mens.”

Onder het mom dat de “meeste mensen deugen” (met een vette knipoog naar het gelijknamige boek van Rutger Bregman2) reproduceert Ontroerend Goed met T.M. alles wat we al kennen en weten. Aan het einde van de vragenlijst wordt uit de doeken gedaan wat T.M. nu eigenlijk betekent. Het blijkt voor ‘The Majority’ te staan, de meerderheid van mensen die ‘goed’ zijn en dat uitdragen. Maar hoe goed ben ik? Ik was het afgelopen halfuur blijkbaar al geen goede toeschouwer, laat staan een goed mens. En hoe ‘goed’ is Ontroerend Goed eigenlijk? Naar hun echte intenties blijft het gissen. Voor mijn shift krijg ik weinig terug, behalve de ervaring die ik ‘rijker’ ben. 

Het gevoel bekruipt me dat T.M. vooral staat voor ‘The Mediocre’, de middelmatigen, die zich gelukkig prijzen met een tof concept en dan terugkeren naar het ‘echte leven’. Als toeschouwer staat het je vrij dat te doen, maar als maker hoor je een bewustzijn te hebben over wat je uitdraagt en een inschattingsvermogen om te bepalen of wat je pretendeert te willen aanklagen, dat niet vooral onderstreept en reproduceert.

Exit through the giftshop 

Na afloop van de ondervraging kom je weer in de wachtkamer terecht. Nog voor daar een gesprek op gang komt, heb ik al geklikt op de ‘shop’ van T.M. Echte fans van Ontroerend Goed kunnen laten zien voor welke ploeg ze supporteren door een met T.M.-branding bezaaide sjaal of mok te kopen. Een deel van de inkomsten van de shop gaat naar een goed doel. Na de culturele sector gesteund te hebben, krijg ik nog de kans om het onrecht in de wereld te bestrijden en aan mijn medemens te communiceren dat ik “erbij was”. Bij het scrollen door deze shop is het me totaal niet meer duidelijk of het hier om commentaar of realiteit gaat. Op een scène kan je iets theatraliseren, iets framen als theater. In een online omgeving is dat duidelijk veel moeilijker: hoe maak je een ironische webshop? Waarin verschilt die van de ontelbare webshops die al bestaan? 

Dezelfde vraag geldt voor de performance zelf: waarin verschilt die van een Zoom-vergadering en hoe kan een performer elke ontmoeting uniek maken? Als T.M. wil vertellen dat net dat laatste onmogelijk is, als een commentaar op de eenheidsworst en de illusie van individuele ervaringen, hadden ze dit veel slimmer kunnen aanpakken. Nu heb ik bij het krijgen van de boodschap dat ik bij ‘de goeden’ hoor, vooral het gevoel te horen bij degenen die erin zijn getrapt. Ik klap mijn computer dicht en ga boodschappen doen. Dat ik me niet schuldig voel over hoe snel ik schakel naar de realiteit, zegt iets over hoe weinig Ontroerend Goed me uit die realiteit heeft weten te halen. Maar wat maakt het uit: de volgende groep zit ongetwijfeld al klaar in de wachtzaal. 

1 Preciado, Paul B., Testo Junkie: Sex, drugs and biopolitics in the pharmacopornographic era, blz. 292-296, Feminist Press, New York, 2013 2 Bregman, R, De meeste mensen deugen, De Correspondent, 2019

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Simon Baetens

Simon Baetens behaalde een master Drama op KASK School Of Arts en is lid van de kleine redactie van Etcetera. Hij werkt als dramaturg voor o.a. workspacebrussels en Desnor, als journalist en recensent en als performer.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!