© Fred Debrock

Gilles Michiels

Leestijd 4 — 7 minuten

Orestes in Mosul – Milo Rau / NTGent

Oude pijn in nieuwe wrakken

Volgens zijn gekende recept kruist Milo Rau de Oresteia met het puin van een door IS geteisterd Irak. Orestes in Mosul trekt de tragedie niet zomaar een hedendaags jasje aan, maar vertaalt Aeschylus’ dilemma tussen dood en vergeving naar een urgent, hetzij systemisch werkstuk.

Weinig regisseurs zijn zo transparant voor een première als Milo Rau, en weinigen laten hun publiek zo perplex achter nadat ze de voorstelling hebben gezien. Op basis van de talrijke reportages uit Irak en de essays in zijn Golden Books-uitgave had je het verloop van Orestes in Mosul haast voorspeld, en toch kun je moeilijk niet overweldigd geraken door Raus mengvorm van journalistiek, activisme en kunst. Ook het nieuwste stuk van de Zwitser stoelt op een ingenieuze, gesloten dramaturgie, waarin alle gekende dada’s vakkundig worden tentoongespreid: de vervlechting van theater, film en docu, de re-enactment van geweld, de injectie van de levensverhalen van zijn (Belgische en Irakese) acteurs.

Met Aeschylus’ Oresteia grijpt Rau wel voor het eerst terug naar een klassieke tragedie. Tegen de achtergrond van de Trojaanse oorlog schetst de Griekse toneelschrijver een kringloop van bloedvergieten die pas ophoudt als het revanchisme plaatsmaakt voor verzoening en rechtspraak. Datzelfde dilemma beroert vandaag Mosul, één van de oudste steden ter wereld en de gewezen hoofdstad van het kalifaat van terreurgroep IS. Momenteel zitten duizenden vermoede IS-strijders er gevangen in afwachting van een rechtvaardig proces. In Bagdad werden honderden van hen al geëxecuteerd na schijnprocessen van luttele minuten.

Onmogelijk dilemma

Conform regel negen van zijn manifest (‘Minstens één productie per seizoen moet gerepeteerd of opgevoerd worden in een conflictzone of oorlogsgebied’) trokken Rau en zijn crew zelf naar de geruïneerde stad, waar ze de theatertekst met de actualiteit confronteerden. De regisseur voerde ter plaatse controversiële scènes op met Belgische en plaatselijke acteurs als de hedendaagse tegenvoeters van Agamemnon en co. Omdat de Irakezen niet naar België konden overkomen, pingpongt deze Orestes in Mosul vooral tussen stijlrijke filmbeelden uit Mosul en de theaterscènes op het Gentse podium, met de vervormde riedel van Tears for Fears’ Mad World als treurige constante.

De lijn tussen toen en nu kon zich moeilijk scherper aftekenen. Het startpunt, waarbij de Griekse koning Agamemnon (Johan Leysen) zijn dochter Iphigeneia offert om de oorlog te winnen, echoot in een gruwelijke scène waarin diezelfde Leysen als IS-strijder in Mosul een vrouw doet stikken. Op het dak van een warenhuis waar IS vrouwen en homoseksuelen naar beneden gooide, beramen de geliefden Orestes (een perfect gecaste Risto Kübar) en Pylades (Duraid Abbas Ghaieb) vervolgens het plan om de moord op Agamemnon door Klytaimnestra (Elsie de Brauw) te wreken. Ten slotte mag een groep Iraakse theaterstudenten zich naar analogie met Orestes’ proces over het onmogelijke dilemma buigen: vergeving of de dood voor de IS-strijders?

Weinig bewegingsruimte

Orestes in Mosul toont wederom Raus vernuftige inzicht in zowel het theatersysteem als de grote vraagstukken van vandaag, en behoort alleen al daarom tot het boeiendste podiumwerk dat je dit jaar zult zien. Rau spiegelt zijn parallelle verhalen in de heldere, ostentatieve stijl waarop hij een patent lijkt te hebben en waarbij hij de biografieën van zijn acteurs en personages inschakelt in een groter politiek narratief, dat via technieken als re-staging meteen ook over het medium theater reflecteert. Die ambitieuze formule leverde in het verleden enkele parels op, maar vertoont barstjes in Raus recente werk, waar een historische lijn erbij gesleurd lijkt (Five Easy Pieces), de link met het bronverhaal te vrijblijvend is (La Reprise) of het vraagstuk zelf scherpte mist (Lam Gods).

Orestes in Mosul doet in zijn metatheatrale ambities vooral zijn documentaire kant oneer aan. Dat valt op bij de benadering van de plaatselijke acteurs, die hoofdzakelijk inwisselbare bijrollen vertolken: muzikanten of de furiën, die behalve rechtspreken vooral hun collectieve woede tonen om de tongzoen van Orestes en Pylades. Alleen een oorlogsfotograaf is de uitzondering: hij mag zijn verhaal verknopen met de rol van de wachter die Agamemnons thuiskomst aankondigt. Meer ruimte voor deze stemmen had de journalistieke diepgang bevorderd, want die lijkt nu uitbesteed aan de artikels die rond de voorstelling verschenen.

In een interview met zijn dramaturg Stefan Bläske over Orestes in Mosul distantieert Rau zich van het documentaire theater, waarin levensverhalen in dienst zouden staan van een ‘informatiemozaïek’. Daarentegen bepleit de regisseur een collectief auteurschap, maar de vraag is of hij dat hier volledig waarmaakt.

Staan de Irakese acteurs niet ten dienste van net zo’n grote mozaïek: dat van Raus metatheater? Hoe collectief is auteurschap als de bewegingsruimte van de kijker berekend en gedetermineerd is? Orestes in Mosul bevat talrijke perspectieven en vragen – er is altijd één bewustzijn dat daarboven staat, dat bepaalt wat je ziet en hoe je kijkt: dat van de regisseur. Raus geniale compositie oogt bijgevolg als een didactische demonstratie, waarbij de nagespeelde gruwel zoals recensenten opmerkten wel échter aanvoelt dan de realiteit die via de televisie binnensijpelt, maar deze kunst gek genoeg ook minder de verbeelding prikkelt dan een documentaire zou doen.

Documentaire vs. didactiek

De meest beklijvende scène situeert de spanning dan ook onderhuids, tijdens een live gefilmd tafelgesprek waarin koning Agamemnon en zijn Trojaanse slavin Kassandra (de Duits-Iraakse Susana AbdulMajid) de vernederingen van diens overspelige vrouw Klytaemnestra en haar minnaar Aegisthos (Bert Luppes) moeten verduren. Wat je wegblaast, is niet de camera die naar het raam uitwijkt en het duo toont in een nagespeelde IS-executie – wel de gelijkenis die tijdens het gesprek wordt gesuggereerd tussen AbdulMajids rol van de tot slaaf gemaakte Kassandra en een hedendaagse Irakese vrouw. Zij ondergaat zwijgend het steekspel dat drie machtshebbers in een vreemde taal voeren.

Orestes in Mosul verdient applaus en bewondering om zijn originele omgang met theaterrepertoire – doorgaans een carrousel van routineuze actualiseringen – en zijn gewaagde clash van disciplines en perspectieven, die eindeloos tot reflectie blijft dwingen. Toch vraag je je af of de voorstelling niet krachtiger zou zijn in een vorm die Raus ideaal van een collectief auteurschap meer zichtbaar zou maken, zodat de snijdende dilemma’s van de acteurs en personages verdieping zouden krijgen in een documentair groepswerk, meer dan in metatheatrale didactiek. Hoewel Orestes in Mosul weliswaar nog steeds een zeldzaamheid is in zijn durf, daadkracht en ideeënrijkdom, blijven het theater en de journalistiek wringen.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#156

15.03.2019

14.05.2019

Gilles Michiels

Gilles Michiels is schrijver en cultuurjournalist. Hij publiceerde onder meer in Rekto:verso, DW B en Dans.Magazine en is momenteel theaterrecensent bij De Standaard.

recensie