‘Fase’ (Anne Teresa De Keersmaeker) Foto Cor Hageman

Katie Verstockt

Leestijd 6 — 9 minuten

Nieuwe dans in België

De dansante uitdaging

De nieuwe strekkingen in de dans komen de jongste jaren behoorlijk aan bod in België. Tal van buitenlandse groepen worden uitgenodigd door bij de tijdse theatercentra en boeken groot succes. Is er zoiets als een Belgisch antwoord op deze dansante uitdaging uit het buitenland?

België heeft geen echte danstraditie. Het Ballet Royal de Wallonië, het Koninklijk Ballet van Vlaanderen en natuurlijk het Ballet van de XXste Eeuw boekten destijds een drastische vooruitgang (met als gevolg het ontstaan van ettelijke dansschooltjes); de nieuwste ontwikkelingen in de dans leken echter onopgemerkt te blijven door de Belgische danswereld. Recent wagen jonge choreografen zich aan experiment en vernieuwing, veelal in het spoor van Amerikaanse, Franse of Westduitse voorbeelden, zij het dat sommigen er in slagen een persoonlijk karakter te geven aan hun werk. Een enkele uitzondering niet te na gesproken, pluist men nog het nieuwe vocabularium uit. Of men artistiek iets te vertellen heeft, moet nog blijken. Maurice Béjart (om in dit artikel binnen de landsgrenzen te blijven) verwekte destijds opschudding toen hij lichaamsdelen als de wervelkolom en het bekken uit hun fixering haalde en hun flexibiliteit gebruikte om de mogelijkheden van het lichaam als instrument uit te breiden. Ook op esthetisch vlak trad hij een aantal taboes met de voeten. Hij haalde het klassieke ballet uit haar steriele stereotypie. Dansers waren geen poppetjes meer, maar een bundeling van atletische, esthetische, erotische, artistieke, sensibele, … kortom alle menselijke hoedanigheden. Maar die hoedanigheden werden nog altijd opgehemeld, gemystificeerd, gedramatiseerd.

De nieuwe dansgeneratie zet zich daar grotendeels tegen af, maar zet anderzijds ook Béjarts vernieuwingsactiviteiten verder. Zij nemen bijvoorbeeld dagelijkse bewegingen op in hun choreografieën en stellen zich op dramatisch vlak veel dichter bij het dagelijks leven. Demystificatie van de dans interesseert hen vooral. Velen spelen in op nieuwe (of al niet meer zo nieuwe) tendensen in plastische kunsten en muziek (constructieve en geometrische kunst, repetitieve en elektronische muziek,…). Ze doen ook pogingen om de dans uit haar verband te halen door bijvoorbeeld niet meer op een klassiek podium op te treden, maar wel op pleinen, in pakhuizen, enz. of door de act door te trekken tot op het vlak van bijvoorbeeld theater en mime.

Anne Teresa De Keersmaeker

Op het vlak van de nieuwe dans in ons land, heeft Anne Teresa De Keersmaeker een weg gebaand. Pas afgestudeerd aan de Mudra-school van Béjart, bracht zij haar eerste choreografie uit, Asch (1980), die zowel door de pers als door het publiek zeer positief werd ontvangen. Kort daarop ging ze in New York aan de School of Arts studeren. Daar kwam, in samenwerking met de muzikanten van Steve Reich, een choreografisch vierluik tot stand, Fase, four movements on the music of Steve Reich (1982). Daarin volgt De Keersmaeker haar eigen choreografische logica, weliswaar inspelend op de intrinsieke complexiteit van de muziek: op het repetitieve plan worden ingewikkelde dansconstructies aangekoppeld waarin faseverschuivingen plaats vinden, zodat zowel ritme als melodie een nieuwe kleurschakering gaan ontwikkelen. De toegepaste bewegingen zijn ontdaan van alle dramatiek, ze hebben geen enkel narratief karakter, staan voor zichzelf, zijn abstract. Het vocabularium wordt tot een minimum herleid (‘dansminimalisme’, te vergelijken met Minimal Art), met tot doel de intrinsieke kracht van de beweging aan het oppervlak te brengen en volledig tot zijn recht te laten komen. Fase wordt gedanst door Anne Teresa De Keersmaeker en Michèle Anne De Mey, ook ex-Mudra studente, met danservaringen o.m. bij Serge Keuten in Parijs. Zij verzorgt in Fase een perfecte uitvoering (onontbeerlijk voor dit genre choreografie!). Anne Teresa De Keersmaeker heeft nu een eigen groep gevormd waarmee zij in het komende Kaaitheater (mei ’83) haar nieuwe choreografie Rosas zal uitbrengen.

Pierre Droulers

Pierre Droulers studeerde eveneens bij Mudra, en maakte deel uit van de groep Chandra, uit Mudra ontstaan, o.l.v. Micha Van Hoecke. Toch is ook hij vervolmaking gaan zoeken in het buitenland, o.m. in het Theaterlaboratorium van Jerzy Grotowski in Polen. Eens zelf aan creëren toe, stelde hij vast dat de vrij academische opleiding van Mudra hem niet toeliet te dansen zoals hij dans zag. Pas na zijn eerste contacten met ‘loft-art-experimenten’ (performances in oude pakhuizen) in New York, zag hij een weg om aan die academische back-ground te ontsnappen. Hij werkte samen met Andy de Groat en de groep van Robert Wilson, prominente choreografen in de ‘Post-Modern’-stijl. Het resultaat was een haast minimalistische stijl in zijn creaties, wel in tegenstelling tot de Amerikanen, met ironie en zin voor relativering gebracht. In 1976 richtte hij de groep ‘Triangles’ op, maar tussendoor nam hij ook deel aan allerlei andere dansen theateractiviteiten en aan festivals in binnen- en buitenland. In de werken van Droulers staan muziek, beweging, decor en belichting ieder autonoom in voor hun eigen spel. Ze spelen alle een even belangrijke rol. Hij gaat uit van de biologische noodzaak te bewegen en van het “plaisir de l’acte” dat in ieder mens leeft. Zo wil hij dichter bij het ‘leven’ komen. Niet het dagelijkse leven, wel het biologische, sensuele; een betrachting die we in vele Oosterse disciplines terugvinden. De muziek wordt ‘live’ uitgevoerd. Steve Lacy, vermaard free jazz saxofonist, nam vaak deel aan zijn werken. Na Everlone, Desert, Hedges, Alba, enz. is Pieces for Nothing Droulers’ recentste ons bekende creatie. Hij wil er het thema ‘afwezigheid van enige basis, van enige steun’ in verwerken. Geen vertelling, wel discontinue bewegingen, bewegingsstoten, afwisselend met de zeer continue dierlijke bewegingen van mede-danseres Caroline Camus. De new wave-groep Minimal Compact speelt daarbij een soort psychedelic music, geïnspireerd op zowel etnische muziek als op de beatnikgedichten van Bob Kaufman, op rock en elektronische muziek.

Pierre Droulers

Jean-Luc Breuer

Van Jean-Luc Breuer ging onlangs het dans-theaterstuk Zone in première. Breuer is daarmee niet aan zijn proefstuk toe: in 1980 werkte hij mee aan Asch van Anne Teresa De Keersmaeker. Zone is geen dans maar ook geen theater of mime. Meer en meer produkties treden buiten de grenzen van hun eigen discipline door het absorberen van andere technieken, ideeën en concepten. In Zone zoeken twee onhandige, wereldvreemde wezens een doorbraak in het menselijk bestaan om hun eigen plaats te vinden. Een spinachtig wezen komt de met wit zand bestrooide ruimte ingerold. Alle ‘armen’ zijn voorzien van lichtjes, die voorlopig alles zijn wat het bewegen van het wezen in het donker verraadt. Later blijkt dat ene wezen uit de twee dansers te bestaan (Breuer zelf en Kate Kinstier, die o.m. studeerde bij Merce Cunningham), maar het duurt lang voor je ontwaart wie wat is. Het stuk loopt verder door beurtelings dadaïstische, expressionistische, agressief-wanhopige en sprookjesachtige scènes. Kostuums, belichting en decor (voor een deel diaprojecties) spelen een integrerende rol in de totaliteit van de act.

Marc Vanrunct

Marc Vanrunct volgde danslessen bij Ann Slootmaekers. Zijn eerste choreografieën bracht hij in een leegstaand huis, waar hij beurtelings de benedenruimte en de tuin als scène gebruikte, zonder pretenties maar met nog veel zwakheden. Zijn volgende produktie, zowat een jaar later, was sterker. De Dans voor Vrouw in Water b.v., gebracht in een constructie met zwart plastic, is aangrijpend, door de agressiviteit en de wanhoop die ervan uitgaan. Zijn laatste opzet, een solo, gaf blijk van nog meer karakter en assertiviteit. Deze jonge danser zal nog van zich laten horen.

Marc Vanrunct Foto K. Verstockt

Diane Batens

Diane Batens was de vrouw in het water in de choreografie van Marc Vanrunct. Ook zij danste jaren bij Ann Slootmaekers, gaf er zelf ook les en bekwaamde zich in scholen en workshops in binnen- en buitenland. Voor haar performance in de immense ruimte van de Montevideo, een oude opslagplaats in de Antwerpse haven, die nu voor culturele doeleinden ter beschikking wordt gesteld, haalde ze zowat twintig medespelers bij elkaar, van wie sommigen geen dansscholing hadden. Dat bleek ook niet de bedoeling te zijn, aangezien het geheel opgezet was als een experiment, waarbij de ruimte en wat er zich in bevindt, als speelruimte werd aangewend.

De coördinatie (door de Nederlander Toon Ory ter harte genomen), wilde vanuit enkele bewegingen en figuren, vooropgezet door Diane Batens en een viertal medewerkers, bij de andere performers persoonlijke interpretaties en reacties loswerken. In grote lijnen werden vooraf bepaalde structuren gevolgd, maar er werd veel ruimte gelaten voor improvisatie, wat met mensen die geen ervaring hebben, noch met dans, noch met improvisatie, maar zelden lukt. Toch zaten er een aantal interessante elementen in dit opzet, die nieuwsgierigheid wekken naar een volgend werk.

Piramide op de Punt

Zoals dansers een andere discipline in hun werk gaan betrekken, zijn er ook andere disciplines die zich tot de dans aangetrokken voelen. Mime ligt al tussen theater en dans in, maar zelfs al gaat het zijn act al zo sterk abstraheren en wordt de beweging op zich een belangrijk element, toch wordt het nooit zuiver dans. Dat is duidelijk bij de groep Piramide op de Punt in zijn eerste stuk Het Zuilenveld, een zeer lichamelijk, dramatisch mimespel, waarin naast het visuele aspect de abstrahering van menselijke gevoelens en gevoeligheden belangrijk is. Er wordt geen echt verhaal verteld, alles zweeft in een symbolisch geladen surrealistische sfeer. Mensachtige wezens breken uit hun beschermhulzen – prachtig zilver-glimmende zuilen – en ontdekken zichzelf en elkaar.

Ze ondervinden dat hun lichaam een prachtig instrument is, waar je veel boeiende en leuke dingen mee aankan. Met z’n tweeën breid je de mogelijkheden uit, maar conflicten blijven dan ook niet uit. Een prachtige creatie van Jan Ruts, oprichter van en lesgever aan de Antwerpse Mimestudio.

Piramide op de Punt

Bewegingstheater en Altar Danstheater

Er staan in België nog een aantal dansvernieuwende projecten op stapel. Zo richtte Aimé de Lignière, choreograaf bij het Ballet van Vlaanderen, in augustus ’82 het Bewegingstheater op. In het Ballet van Vlaanderen moest hij zich, omwille van het repertorium en omwille van het publiek, binnen bepaalde perken houden. Hij voelde er zich alleszins gelimiteerd in zijn creatieve mogelijkheden en wilde wat nieuws. In het stuk dat hij nu op touw zet, Beautiform, treden vijf dansers (gerecruteerd uit het Ballet van Vlaanderen) en vier acteurs op. De tekst werd geschreven door Ingrid van der Veken en de muziek gaat van klassiek tot punk. Het feit met professionelen te werken is voor de Lignière wèl belangrijk.

Suzane Visser en Brigitte Trossaert uit Gent volgden Min Tanaka tot in Japan om zich in zijn leer, uitgewerkt in zijn ‘Body Weather Laboratory’, te laten inwijden. Zij geven nu her en der in Vlaanderen initiatiecursussen, maar op eigen werk moeten we nog wel even wachten. Rond de Lege Ruimte in Brugge werd Altar Danstheater opgericht en een eerste werk staat op til. De groep wil een expressieve, ietwat ruwe stijl opbouwen.

De dansante uitdaging uit het buitenland, is nog niet beantwoord, maar het is wel met spanning uitkijken of er een antwoord komt en hoe het dan zal klinken.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#1

15.01.1983

14.04.1983

Katie Verstockt