© Alexander Semenov

Elke Huybrechts

Leestijd 4 — 7 minuten

Move 37 – Thomas Ryckewaert

Unheimlich of kitsch?

Seoul, Zuid-Korea, maart 2016: AlphaGo maakt een onverwachte beweging in het van oorsprong Chinese gezelschapsspel Go, die de wereld (alleszins die van de techneuten en andere geeks) op zijn kop zet. Met deze zet slaat het door artificiële intelligentie gestuurde systeem AlphaGo iedereen aanwezig (en de miljoenen mensen die het schouwspel live volgen vanachter hun scherm) met verstomming. Niet in het minst de tegenstander in het spel: de Zuid-Koreaanse wereldkampioen Lee Sedol, van wie het systeem genadeloos wint. In Go zijn namelijk meer zetten mogelijk dan er atomen zijn in het universum. Via deep learning is deze computer er tegen alle verwachtingen in toe gekomen een ongeziene zet in de historie van Go te ontdekken. AlphaGo’s manoeuvre gaat de geschiedenis in als Move 37. Wetenschappers allerlande trekken zich aan de haren in totale verstandsverbijstering: hoe is dit kunnen gebeuren? Hoe is het zover kunnen komen dat machines de mens kunnen verslaan in een spel dat niet alleen tactisch inzicht, maar vooral enige vorm van intuïtie en verbeelding vergt?

Alpha Go’s historische zet vormt een van de uitgangspunten van theatermaker Thomas Ryckewaerts nieuwe lecture performance– toepasselijk Move 37 getiteld. Deze voorstelling opent met een mysterieuze, bijna mystieke, choreografie van lichtbundels die afstralen op zwarte glasachtige blokken die op de scène verspreid staan. Daarna verschijnt Ryckewaert ten tonele en heet iedereen hartelijk welkom bij de première van zijn stuk, waardoor hij ons meteen terugbrengt tot de concrete realiteit van de theaterzaal. Het is hij die het publiek inwijdt in wat er op die zekere dag, 16 maart 2016, op het spel stond. Ryckewaert doet dit op een zeer bevlogen manier; alsof hij de toeschouwers koste wat het kost wil overtuigen van Alpha Go’s ontegensprekelijke geniale inval. Dan introduceert hij de lector van de avond: kosmoloog Thomas Hertog. ‘Graag een applaus alstublieft.’

Voor het herfstnummer van Etcetera schreef Ryckewaert een bijdrage over het verbeelden van het onverbeeldbare, in het bijzonder over het somtijds opdoemen van het radicaal vreemde, waarin hij verwijst naar Move 37 als zijnde een voorbeeld van een moment in de geschiedenis dat de menselijke verbeelding te boven gaat. Nadat AlphaGo zijn winnende zet heeft gedaan, staat Sedol op van zijn stoel en verdwijnt uit het beeld. Enkele minuten later keert hij terug, bleek uitgeslagen, ‘alsof hij een spook gezien heeft’, en geeft zich vervolgens gewonnen. Het verschijnen van dat spook, ofwel van die verbeelding in een spelcomputer, noemt Ryckewaert in zijn essay een eerie situatie. In dit soort situaties worden we ons gewaar van de agency van iets dat een radicaal vreemde gewaarwording creëert en deze gewaarwording verandert onze conceptie van de realiteit. Unheimlich… Ryckewaert maakt – in navolging van Mark Fisher – nog een onderscheid tussen the eerie en the weird, beide hebben te maken met ‘the fascination for the outside, for that which lies beyond standard perception, cognition and experience’. The weird slaat op een aanwezigheid van iets dat schijnbaar niet aanwezig hoort te zijn, waar the eerie de vraagt oproept naar welke entiteit werkzaam is.

Deze aanwezigheid van het radicaal vreemde, the weirds en the eerie, is ook waar het betoog van Thomas Hertog zowel inhoudelijk als vormelijk op gestoeld is. Hij neemt ons op zijn beurt mee in een meanderende vertelling over allerhande kosmische verschijnselen en theorieën, zoals (over) zwarte gaten, relativiteit, ruimtetijd enzovoort. Tijdens zijn monoloog draagt Hertog zijn verrukking over de wetenschap over op het publiek en probeert ons om via wetenschappelijke inzichten en filosofische redeneringen en dus voornamelijk de taal een voorstelling te laten maken van wat het zou kunnen betekenen in de sfeer van het niet-verbeeldbare, van the weird en the eerie, te stappen. En ook vormelijk lijkt dat het doel te zijn: af en toe lijkt zijn lecture performance namelijk een aanwezigheid te herbergen van iets anders, iets van het radicaal vreemde of zelfs magische, zoals in de choreografie van lichtbundels. Plots blijkt bijvoorbeeld wat eerst een tweedimensionaal zwart vlak of een zwart gat leek, dat geprojecteerd werd op een scherm achteraan op scène, een wateroppervlak te zijn, dat transformeert tot een schone kolkende massa.

Move 37 is dus niet zomaar een klassieke lecture performance van Hertog, maar is tegelijk een soort David Lynch film waarin onverklaarbare dingen voorvallen. Voor je het weet, zit Hertog aan een bar en is Ryckewaert een barman en converseren zij gezapig over de inhoud van Hertogs lezing, badend in schaars licht. Door zulke ingrepen ontstaat er een permanente frictie tussen het ‘normale’ en het radicaal vreemde, die fascineert: als toeschouwers schipperen we tussen weten en niet-weten, begrijpen en niet-begrijpen. Alleen voelt dit alles op een theaterscène wat artificieel aan, wat té bedacht en niet magisch genoeg. Zeker naar het einde toe, wanneer Ryckewaert en Hertog bijvoorbeeld nog met elkaar in dialoog gaan, met een typische Q&A-stijl, en een kledingstuk uittrekken, loert het gevaar van kitsch zelfs wat om de hoek. Het is duidelijk een erg beredeneerde zet, hoogstens iemand die een truc toont. Het radicaal vreemde in Move 37 is soms te vervreemdend en schept daardoor een afstand van non-belief tussen scène en toeschouwer, waardoor het moeilijk wordt om mee te stappen in de verwondering over het wetenschappelijke, dan wel magische onverbeeldbare. Misschien deed Ryckewaert zichzelf wel al van in het begin van Move 37 de das om: door zijn voorstelling te kaderen met de mindblowende zet van AlphaGo, schept hij de verwachting dat hij zelf ook iets hersenverpulverends te berde zal brengen en daar is hij jammer genoeg en vooralsnog niet in geslaagd.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#155

14.12.2018

14.03.2018

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Ze is redacteur bij Kluger Hans, dramaturge van Cie DeSnor en lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie