© Beniamin Boar

Maria Hassabi – On Stage (Kunstenfestivaldesarts)

Een slijpsteen voor je aandacht

Met de typerende extreem trage choreografieën situeert het oeuvre van Maria Hassabi zich op het spectrum tussen beeldhouwkunst en dans. Het wordt zowel getoond in theaterruimtes als in musea en kunstgalerijen verspreid over verschillende continenten. On Stage geeft met de titel alleen al weg in welk soort ruimte het werk dit keer plaatsvindt. De danssolo thematiseert de frontale verhouding tussen publiek en performer, kenmerkend voor het theater of de concertzaal. Dit soort van doorgedreven performatief onderzoek klinkt behoorlijk droog, en ervaringen met eerder werk van Hassabi kunnen dat vooroordeel nog versterken. Toch is On Stage een ronduit indrukwekkende voorstelling.

Een deel van de hypnotiserende kracht ervan vloeit voort uit de keuze om het onderzoek vooral toe te spitsen op massaculturele ‘sterperformers’. Hassabi komt als een grijze, spookachtige schim tevoorschijn op een verder inktzwarte scène. Ze treedt naar voren en blijft dan iets minder dan een uur lang op dezelfde plek op het schaars verlichte voortoneel staan. Langzaam, gradueel transformeert ze daar van de ene pose in de andere – poses die ik nu eens associeer met de meeslepende pathetiek van een Jacques Brel, dan weer met Madonna als cowgirl ten tijde van het Music-album uit 2000, of met een fotomodel dat aan het eind van de catwalk heel even blijft stilstaan, met de handen in de heupen, de kin vooruit en een glamoureus uitdrukkingsloze uitdrukking op het gezicht.

Wat constitueert het aura van dergelijke sterren? Als we ze live zien optreden lijken ze vaak zowel dichtbij als ver weg, aanwezig als afwezig. De gelijktijdigheid van een concreet lichaam van vlees en bloed en de virtualiteit van een beeld kan op een verslavende manier fascinerend zijn. De spanning tussen presence en representatie karakteriseert in principe gelijk welke performer op of naast het theaterpodium, maar bij sterperformers manifesteert die spanning zich op een verhevigde, transparante manier. Hun eindeloos gereproduceerde lichaamsbeelden staan immers prominent uitgestald in de etalages van de spektakelmaatschappij.

In eerder werk van Hassabi kon de radicale soberheid van middelen al eens tot tekenarmoede leiden. Ongetwijfeld was dat confronterend bedoeld, en het wás ook confronterend, want waarnaar moest je in godsnaam blijven kijken als er over een ellenlange tijdsspanne zo goed als niks gebeurde? Zelf geraakte ik tijdens zo’n performance nauwelijks voorbij een staat van doffe verveling, zelfs al verveel ik me doorgaans niet gauw. On Stage heeft daarentegen een hoge tekendichtheid; het spartaanse gebruik van theatrale middelen zorgt er dit keer net voor dat je die tekens als toeschouwer überhaupt kan opmerken. Dat de scène een voorstelling lang grotendeels in pikzwart duister gedoopt blijft, we al die tijd enkel Hassabi’s lichaam zien bewegen in een subtiel veranderend licht met op de achtergrond een stille, raadselachtige soundscape – die theatrale soberheid werkt als een slijpsteen voor je aandacht. Ze creëert de mogelijkheidsvoorwaarden voor de waarneming van Hassabi’s microbewegingen.

© Beniamin Boar

In dat lichaam gebeurt bijzonder veel. De performer plaatst de benen uitdagend wijd uit elkaar, verplaatst het gewicht van het linker- naar het rechterbeen, draait het lichaam langzaam zijwaarts; de handen bewegen uit de broekzakken en migreren naar de heupen; het hoofd dat op de schouder rust komt los en richt zich op. Extreme traagte en quasi-stilstand vormen de ritmische grondtoon, al ontbreekt gelukkig de monotonie die ander werk van Hassabi soms zo controversieel maakte. On Stage is gecomponeerd met een adembenemend fijnzinnig tijdsreliëf: sommige gebaren ontvouwen zich net iets sneller en abrupter dan andere, en niet zelden zien we verschillende tempi tegelijkertijd uitspelen in dat ene lichaam. Hassabi is geen standbeeldperformer die op een stadsplein kortstondig bevriest voor wat stuivers van omstanders. Haar lichaam leeft. Het ademt, het knippert met de ogen zoals het dat ook naast de scène zou doen. En het trilt – soms lijkt dat trillen deel van de act, zoals die trillende hand die aan Brel doet denken; op andere momenten is het trillen misschien de reflexmatige reactie van een ouder wordend danserslichaam op de traagte van de bewegingen die het uitvoert.

“On Stage is gecomponeerd met een adembenemend fijnzinnig tijdsreliëf: sommige gebaren ontvouwen zich net iets sneller en abrupter dan andere, en niet zelden zien we verschillende tempi tegelijkertijd uitspelen in dat ene lichaam.”

Ook Hassabi’s gelaatsuitdrukkingen morphen voortdurend van de ene emotionele kwaliteit in de andere. Op een bepaald moment houdt ze haar ogen gesloten op een manier die aan de gepijnigde intensiteit van de Britse zangeres Beth Gibbons herinnert. Dan priemt haar blik de zaal in – geleidelijk aan en onverwacht verschijnt de attitude van een rapper. Alles lijkt wel fluïde in dit lichaam. Hassabi oscilleert tussen jong en oud, krachtig en zwak; haar broekpak van afgebleekte blauwe jeans, het strak achterovergekamde haar én de specifieke poses die ze uitkiest doen je in real time ervaren dat biologisch geslacht en gender niet onlosmakelijk aan elkaar vastgeklonken zijn, hoe drammerig-moraliserend de antiwokehysterici ons ook van het tegendeel proberen te overtuigen.

De soundscape van On Stage is vooral opgetrokken uit ‘gemompelde’ geluiden: ze zijn herkenbaar zonder helemaal verstaanbaar te zijn. We horen geneurie, ademhaling, gefluister, gedempte orkestrale muziek, het heen en weer golven van de zee en andere moeilijker thuis te brengen buitengeluiden, die je niet direct verwacht te horen in een theater- of concertzaal. Deze voortdurende variaties van een gesuggereerd ‘elders’ roepen gevoelens van desolaatheid en eenzaamheid op.

Dat is nóg een reden waarom sterperformers ons zo mateloos kunnen fascineren: niet zelden betalen ze voor de idolatrie van de massa’s de prijs van eenzaamheid en isolement. Wanneer aan het eind van On Stage plots het ganse podium verlicht wordt, valt op hoe groot en leeg de ruimte rond het lichaam van Hassabi eigenlijk is. Met een gouden schijnsel wordt de performer nog wat extra uitgelicht, waardoor zweetparels zichtbaar worden, en daarmee de concrete lijfelijkheid die achter het lichaamsbeeld schuilgaat. Als een christusfiguur opent Hassabi haar armen, ze reikt uit naar het publiek, en zakt langzaam door haar knieën. De overgave waarmee sterren ‘live’ op een podium kunnen staan, geeft hun performance soms het karakter van een offer. Maar waarvoor offeren deze schijnbaar bovenmenselijke iconen zich eigenlijk op? Welke van onze persoonlijke of maatschappelijke noden dienen ze te lenigen?

 

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#175

15.03.2024

31.05.2024

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx was van 2014 tot 2022 kernlid van de redactie van Etcetera. Hij schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Kunstenfestivaldesarts 2024

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!