© Louka Van Roy

This resting, patience – Ewa Dziarnowska

Een choreografische verlangensmachine

This resting, patience, de drie uur durende dansinstallatie van de Poolse, in Berlijn werkende choreografe Ewa Dziarnowska, verveelt geen moment. De voorstelling neemt je mee in een voortdurend veranderend spel van fysieke aan- en afwezigheid, van nabijheid en afstandelijkheid tot de twee performers. Daardoor ontstaat tussen hen en het publiek een bijzondere intieme relatie, die de live gecreëerde soundscape verhevigt.

In 1965 scoorde Jackie DeShannon een hit met ‘What the World Needs Now Is Love’. Het nummer klinkt typisch Burt Bacharach: emotioneel en melodieus, maar nooit suikerig, en met een lichte melancholische ondertoon en jazzy toets. Dionne Warwick, wellicht de beste Bacharach-zangeres ooit, nam het een jaar later op en bracht de song ook vaak live. Warwick die Bacharach zingt, dat is de popgeest van de jaren zestig in een notendop: het samengaan van glamour en romantiek, die ‘What the World Needs Now’ niet beperkt tot koppel of gezin. De wereld behoeft liefde, maar “not just for some, but for everyone”, zegt het refrein.

Een live uitvoering van ‘What the World Needs Now’ door Warwick fungeert als muzikale kapstok in het eerste en laatste deel van This resting, patience. De performance start in een bekende opstelling: een grote open ruimte met een vloertapijt in knalblauw, à la Yves Klein, met errond een rij stoelen. Leah Marojević begint te bewegen terwijl Warwick de aanzet van de song zingt; Ewa Dziarnowska komt erbij, maar houdt afstand tot Marojević. De song breekt af maar blijft gedempt op de achtergrond aanwezig, weerklinkt opnieuw voluit, dan volgt volledige stilte, daarna horen we terug de stem van Warwick… – een aanhoudende muzikale lus die het bewegen omwikkelt, kleurt, betekenis geeft.

De slanke Marojević is gekleed in een doorschijnende blauwe avondjurk en danst opvallend elegant, koket ook: ze belichaamt het stereotype van de femme fatale, versie Hollywood of Vogue midden de jaren zestig. Haar armen gaan traag de hoogte in, haar lichaam verplaatst ze licht heupwiegend van de ene naar de andere voet, al dan niet in combinatie met kleine draaibewegingen. Dziarnowska heeft een krachtiger postuur, draagt een blauwe jeans, beweegt regelmatig hoekiger en zwaait af en toe met de armen. Ook haar gestiek zit in een sensueel register, waarin het verleiden van de ander en zelfgenot elkaar versterken. Is dit de liefde die de wereld behoeft?

Auratische lichamen

De performers beleven een intrinsiek plezier aan het spel van aantrekking en afstoting, van bekoorlijk glimlachen en onverschillig wegkijken. De herhaling bevestigt het: Marojević en Dziarnowska dansen omwille van de inzet van dit erotisch spel en simuleren telkens opnieuw dezelfde tekens van verlangen, omdat het op zichzelf bevredigend is. De gehanteerde codes zijn gedateerd, we kennen ze nog vooral uit oudere films en hun talrijke pastiches binnen onder meer de hedendaagse queercultuur. Hier wordt een retro ritueel van vrouwelijke zelfobjectivering binnen de mannelijke blik geciteerd, maar tegelijk verschoven door het in een uitsluitend vrouwelijke context te plaatsen.

Marojević en Dziarnowska schuren soms langs de parodie heen, maar ‘pomo’ of deconstructief wordt het nooit: daarvoor is het individuele bewegingsplezier te groot. Meermaals lijkt het zelfs alsof je een meditatieve huiskamerdans bijwoont, waarin elke individuele performer zich richt op een verwachte ander of, in de narcistische variant, op een imaginair spiegelbeeld. Je ziet dan een veronderstelde Ander, maar dat zijn niet wij, de toeschouwers. Ondanks de fysieke nabijheid van de performers ontstaat zo een opvallend vierde wand-effect.

“Meermaals lijkt het zelfs alsof je een meditatieve huiskamerdans bijwoont, waarin elke individuele performer zich richt op een verwachte ander of, in de narcistische variant, op een imaginair spiegelbeeld.”

Walter Benjamin omschrijft aura als “de unieke verschijning van een verte, hoe nabij die ook mag zijn”. Meermaals transformeren Marojević en Dziarnowska in auratische lichamen. Die fascineren: ze zijn zowel hyperzichtbaar als raadselachtig, overduidelijk aanwezig en toch ongrijpbaar. Je kijkt en staart in de hoop dat het bewegen iets prijsgeeft, maar het dansen blijft besloten: je bent uitgesloten van zowel de gesimuleerde sociale verleiding als de auto-affectie.

Vloerchoreografie

Toeschouwers worden verzocht op te staan, stoelen verplaatst: de cirkel wordt doorbroken, een aantal kijkers wordt deel van de gecreëerde installatie. In hun nieuwe positie hebben ze geen overzicht meer, ze moeten zelf ook bewegen om te zien wat er zich achter hun rug afspeelt. Deze herpositionering wordt tijdens de voorstelling nog enkele keren herhaald. In This resting, patience – inderdaad een meerzinnige titel – verdwijnen vanaf het tweede deel de kijkzekerheden: visuele eenduidigheid maakt plaats voor een gestuurd perspectivisme dat de toeschouwer actief in de voorstelling trekt, maar zonder de kijker een andere rol aan te meten.

De twee performers veranderen ook van positie: eerst Dziarnowska, vervolgens Marojević begint liggend te bewegen. De vloer, bezaaid met stoelen, en de ruimtes ertussen bieden afwisselend weinig en veel bewegingsruimte. Er ontvouwt zich een trage vloerchoreografie. De twee lichamen kronkelen behoedzaam, komen af en toe even omhoog, en bewegen zonder zichtbare cue plots gelijktijdig. Het dansen – maar is dit dansen? – oogt afgemeten en geconcentreerd, auto-affecterend.

Soms vlijen Marojević en Dziarnowska zich wel degelijk tegen een been of de hand van een toeschouwer, of fungeert de poot van een stoel, quasi-antropomorf, als tegenlichaam. De dialectiek van nabijheid en afstand gaat verder: de lichamen behouden hun auratische kwaliteit, die tegelijk verandert. Het afgemeten, langoureuze gesticuleren doet nu meermaals denken aan het bewegen van een stripteaseuse; het aanraken van de eigen borsten of genitaliën bekrachtigt die indruk. Op geen enkel moment wordt de drempel van seksualisering overschreden. Zoiets als: ingehouden paaldansen in vloerversie.

De live gecomponeerde soundscape waaiert vaak een andere richting uit dan het traag geritmeerde bewegingsmateriaal. De muziek loopt van free jazz over noise naar alternatieve techno of pop. De transities tussen de afzonderlijke tracks zijn soms vloeiend, soms bruusk; meerdere nummers worden via herhaling aangedikt, andere blijven kort. De muziek onderhoudt voortdurend een wisselende spanningsverhouding met het slepende bewegen. Daardoor wordt de gedanste traagheid nergens gedragen of quasi-sacraal. Het klanklandschap dat Krzysztof Bagiński tijdens This resting, patience bij elkaar mixt, functioneert de hele voorstelling door als een autonome actor: een medeperformer die de ruimte eigenwijs bezet, markeert, opdeelt.

Leven als fysieke zelfvorming

This resting, patience is een onconventionele oefening in ‘zen worden’, waarin mentale kracht en fysieke beheersing de betoonde precisie van een formele kwaliteit omvormen tot een kritische waarde. Contra de hysterische aandachtseconomie demonstreert het secuur bewegen wat aandacht werkelijk is: zorg, inspanning, geconcentreerd zelfverlies, een naar binnen gekeerde bewustheid en niet louter een intentioneel bewustzijn-van.

Het gefocuste bewegen is de hele tijd door dubbelzinnig: waar eindigt het script en begint de improvisatie? De performers bewonen een tussenzone waarin het uitvoeren van voorgeschreven bewegingen en het ter plekke verzinnen van gestes een onontwarbare knoop vormen. Ook deze ambivalentie fascineert. Je wil het punt zien waar gemaaktheid omslaat in spontaneïteit, en omgekeerd.

This resting, patience is een onconventionele oefening in ‘zen worden’. Contra de hysterische aandachtseconomie demonstreert het secuur bewegen wat aandacht werkelijk is: zorg, inspanning, geconcentreerd zelfverlies, een naar binnen gekeerde bewustheid.”

Alle dansen toont dat leven zich, fysiek en mentaal, vormt in en door beweging, zich met meer of minder vrijheidsgraden een figuur aanmeet, hoe kortstondig ook. This resting, patience thematiseert die inzet door het bewegen ofwel te vertragen tot aan het punt van stilstand (leven slaat om in dood), ofwel zichtbaar te laten imploderen in een herkenbaar stereotype (leven verdwijnt in een cliché van leven). In beide gevallen kristalliseert zich momentaan een levensvorm uit waarin een lichaam zich even kan nestelen, zonder identiteitspapieren, als een anonieme meervoudigheid van singuliere handelingen.

‘Laat dit niet stoppen’

Op het trage deel volgen enkele lossere scenes. Dziarnowska soleert uitbundig op een discosong, tot ze erbij neervalt. Marojević gaat voluit voor de rol van Hollywooddiva: ze wandelt over stoelen alsof ze zich op een catwalk bevindt, neemt de trap naar een klein balkon en schakelt daar enthousiast van pose naar pose.

Een nieuwe stoelenwisseling kondigt de finale aan: er worden twee cirkels gevormd. Het zaallicht dooft, de twee kringen worden uitgelicht; de stem van Warwick weerklinkt, elke performer stapt, in blauw avondkleed, in een cirkel. Het einde herneemt het begin, met opnieuw de muziek in loop – maar hetzelfde is anders. Dziarnowska en Marojević zwaaien krachtig met de armen, ze lijken vervuld, ze kruisen blikken waaruit medeplichtigheid spreekt. Ik weet dat we aan het einde van de voorstelling zitten, maar ik hoop op uitstel.

‘Laat dit niet stoppen’ – ‘dit’: de fascinatie, het niet-begrijpen waarin de wil om te begrijpen is losgelaten. This resting, patience is een mystieke machine.

‘Laat dit niet stoppen’ – ‘dit’: de fascinatie, het niet-begrijpen waarin de wil om te begrijpen is losgelaten. This resting, patience is een mystieke machine.

‘Laat dit niet stoppen’ – ‘dit’: een nu dat eeuwig aanvoelt door de concentratie op herhaalde bewegingen die immer nieuw lijken. This resting, patience is een boeddhistische machine.

‘Laat dit niet stoppen’ – ‘dit’: deze ruimte van copresentie die fysieke nabijheid en afstand omsmeedt tot een sociabiliteit van het ‘bijna’: een bijna-intimiteit tussen de performers, en tussen hen en het publiek. In dit samenzijn houdt zich iets op dat nooit kan worden geënsceneerd, enkel geproduceerd: een tegelijk reëel en abstract verlangen. This resting, patience is een choreografische verlangensmachine.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog en auteur, en tevens werkzaam als vertaler en dramaturg. Hij was hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en gastdocent theorie aan meerdere kunsthogescholen, een rol die hij blijft opnemen binnen P.A.R.T.S. in Brussel. Recent publiceerde hij de boekessays Gedeelde angsten (2021) en Democratie zonder politiek? (2024). Als vertaler werkte hij o.a. mee aan Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis (2023) van Oskar Negt & Alexander Kluge en Verlies (2025) van Andreas Reckwitz. Hij is al geruime tijd dramaturg bij Not Standing, het gezelschap van Alexander Vantournhout, en gaf ook dramaturgische input bij voorstellingen van o.m. Aïda Gabriëls.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Kunstenfestivaldesarts 2026

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!