© Alwin Poiana

The NarcoSexuals – Dries Verhoeven

Opzwepende eenzaamheid

Kijken en bekeken worden, dat zijn de basisingrediënten van ‘The NarcoSexuals’ van de Nederlandse kunstenaar Dries Verhoeven. Op een industrieterrein in Anderlecht staat een kijkdoos, de habitat van homoseksuele mannen die aan chemseks doen – seks onder invloed van (hard) drugs. Die beschrijving is echter veel te provocerend – een reductie voor de fijngevoeligheid waarmee Verhoeven verlangen en eenzaamheid met elkaar verweeft tot een beklijvend kunstwerk. 

In een container die is ingericht als afgeleefde vakantiewoning zitten zeven mannelijke performers opgesloten in een urenlange loop. Ze hangen loom rond, droogneuken meubilair en dansen korte stukjes clubby choreografie. Als een onderkoeld koor prevelen ze Engelse teksten over seks, drugs en andere verlangens. Het enige ‘kostuum’ dat ze dragen zijn lenzen die hun pupillen tot minuscule stipjes reduceren, voor de rest zijn ze naakt. Met een koptelefoon op de oren en stickertjes op de smartphonecamera’s cirkelen de toeschouwers rond het bouwwerk, dat via de ramen inkijken geeft in de leefwereld van deze NarcoSexuals. 

In de boekenkast in de woonkamer staan een aantal theoretische knipogen naar de thematiek van de voorstelling. Een daarvan is Testo Junkie, het meesterwerk van Paul B. Preciado uit 2008 waarin die beschrijft hoe gender, seksualiteit en identiteit door de farmaceutische industrie in het kapitalisme koopwaar zijn geworden. Wie zich bewust is van dat systeem, kan het ook hacken. Preciado zelf deed dat met testosteron. Niet om ‘man’ te worden, maar als politiek experiment. In het werk van Verhoeven zijn het drugs die bewust worden ingenomen om de banaliteit van het dagelijks leven te doorbreken en te overstijgen. De mannen die zich in het mistroostige huisje verschansen, doen aan chemseks, seks onder invloed van drugs, van ketamine tot GHB. Correctie: ze doen niet aan chemseks, ze illustreren de levensstijl die ermee gepaard gaat. Het is en blijft performance, geen pornografie: nooit worden hun handelingen echt expliciet seksueel.

“De mediatie tussen confronterende intimiteit en contemplatie genereert een unieke ervaring.”

Eerder dan over het suggereren van seks, gaat de performance over kijken en bekeken worden. Veruit de grootste ruimte is de leefruimte met keukenhoek. Deze heeft ramen langs drie kanten, waardoor je niet enkel de performers maar ook de andere toeschouwers ziet. Daardoor ben je je voortdurend bewust van je eigen kijken, zeker wanneer je jezelf in de reflectie van de vensters ziet. Door de contactlenzen die ze dragen is het het moeilijk te zien wat de performers precies kunnen zien, maar het voelt alsof ze zeer direct oogcontact met je maken. Door dat hun monden voortdurend meebewegen met de tekst die je via de koptelefoon hoort, in combinatie met de glazen barrière tussen hun naakte lichaam en dat van jou, ontstaat er een ontregelende situatie waarin binnen en buiten tegelijkertijd bestaan. 

Om een theaterterm te gebruiken: de vierde wand wordt tegelijkertijd doorbroken en geaccentueerd. Op slechts twee momenten opent de doos zich (spoiler alert!): wanneer een nieuwe performer nonchalant het huis binnengaat, zich ontkleedt en de anderen vervoegt in hun rituelen. De tweede brug die wordt geslagen tussen binnen en buiten is veel theatraler: een ambulance komt met loeiende sirenes het terrein opgereden. Drie paramedics gaan het huis binnen en leggen één van de performers op een brancard, laden die in en rijden er mee weg. Deze interventies laten de spelers niet alleen toe om elkaar af te wisselen, ze prikken ook gaatjes in het huis clos: dit is geen video installatie die zich in loop afspeelt, maar een performance door levende lijven in het hier en nu.

De andere ruimtes van het huisje – een slaapkamer met en suite badkamer, een hal en een toilet – zijn meer verdoken. Om in de toiletruimte te kunnen kijken, moet je zelfs laddertje op. In deze kleinere kamers die minder ramen hebben, zijn op strategische plaatsen spiegels in het beige interieur verwerkt. Zo ontstaat er onverwachte, picturale zichtlijnen. Het is moeilijk om dit werk in scènes op te delen, veeleer zijn het stillevens, of stills uit een videokunstwerk. Je ziet bijvoorbeeld een arm en een been uit het bad hangen. Het gezicht van de eigenaar van die ledematen kijkt je via een spiegel indringend aan. Op een ander moment zie je dan weer een minutenlange omhelzing van lichamen die versmelten tot een soort huidskleurige sculptuur.

 

Anders dan in het werk van makers als F.C. Bergman, die ook graag realistische decors bouwen en de blik van de toeschouwer via camera’s en schermen dwingen te kijken naar de details die zij willen uitlichten, mag je in deze installatie voortdurend zelf kiezen naar waar je kijkt. Je speelt dus een zeer actieve rol in je eigen beleving van het kunstwerk – al ben je daarin ook afhankelijk van de keuzes van de rest van het publiek. Zo kies ik er met momenten voor om afstand te nemen en te kijken naar hoe het publiek zich rond de kijkdoos beweegt, om dan weer oog in oog te staan met één van de mannen. 

Deze mediatie tussen confronterende intimiteit en contemplatie genereert een unieke ervaring. Niet alleen tussen je eigen lichaam en dat van de spelers heerst die spanning. Door de koptelefoons ben je ook heel erg afgesloten van de andere toeschouwers, hoewel je vaak zeer dicht bij hen staat. Deze keuzes maken van The NarcoSexuals een ervaring die collectief is, maar toch individueel beleefd wordt. Na verloop van tijd vind ik het zelfs een eenzame ervaring. 

Het is vooral in de schijnbaar onbewaakte tussenmomenten waarop de performers even tot zichzelf lijken te komen tussen alle heftigheid heen, dat ik bevangen word door een ontroerende kwetsbaarheid en eenzaamheid. Alle teksten over samenzijn ten spijt, zijn deze mannen intens geïsoleerd van elkaar, zichzelf en de buitenwereld. In een stuk tekst hoor je hoe ieder van hen doordeweeks een goede job heeft en een normaal sociaal leven. In het weekend zonderen ze zich af, naar eigen zeggen om samen intens seksueel contact te maken. Hoe sprekend hun beschrijvingen ook zijn, het blijft bij beschrijven: wat ze doen houdt het midden tussen tederheid en tristesse. In een begeleidend essay schrijft Verhoeven: “De seksuele speeltuin die ik aantrof op chemseks feestjes was indrukwekkend. Ik trof jongens aan die met een uitbundig plezier de erotische mogelijkheden van elkaars lichamen onderzochten en elkaar zorg en aandacht gaven. Bij het woord ‘orgie’ denk misschien aan urenlang wilde seks, op deze feesten ging het net zo goed om het schillen van een appeltje voor een ander”. En inderdaad, in zijn performatieve vertaling van zijn eigen ervaring met en onderzoek naar chemseks, zien we evengoed zorgzaamheid als pure geilheid.

Die mix van mistroostigheid, nabijheid en pure opwinding werkt in deze installatie performance bijzonder goed. Hoewel het werk op het eerste gezicht misschien afstoot door de directheid van de teksten en de voortdurende, bijna exhibitionistische naaktheid van de performers, is het eigenlijk een zeer uitgekiende en gedetailleerde constructie Door de opzwepende technomuziek die in- en uitfadet en het synchroon spreken, kom je na verloop van tijd in een haast hypnotiserende cadans. Net daarom is het ergens jammer dat de loop van de voorstelling exact een uur lang is, de tijd die de gemiddelde bezoeker rond de installatie doorbrengt.

Dat laatste wordt je verteld bij het binnengaan. Het is bedoeld als leidraad, maar bij mij installeerde het een soort timer in mijn bewustzijn. Doordat ik dat tijdsbestek van 60 minuten als kader had, werd de overgang van een cyclus naar de volgende vrij onorganisch en werd ik heel erg uit het werk gehaald toen het ‘opnieuw begon’. Dat lag vooral aan het tekstmateriaal: doordat de stukken tekst vaak lang zijn en nogal nadrukkelijk over hetzelfde gaan, wist ik bij de eerste herhaling meteen: dit heb ik al gehoord. Dat zorgde voor een onverwachts abrupt einde aan deze verder bijzondere ervaring. Niettemin is dit een uiterst origineel werk, dat een fenomeen tot onderwerp neemt wat zich heel snel tot moralisme of zelfs exotisme zou kunnen leiden. Daar blijft Verhoeven ver van weg. Hij laat net de menselijkheid en het verlangen achter de extremen zien, en weet te confronteren en te ontroeren, zonder té expliciet te zijn.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#171

15.03.2023

—

31.05.2023

Simon Baetens

Simon Baetens werkt als theatermaker, dramaturg, performer en recensent. Hij werkte samen met o.a. Lisa Vereertbrugghen, Thomas Verstraeten, Micha Goldberg & Rosie Sommers en Pablo Lilienfeld & Federico Vladimir. In 2024 maakte hij de voorstelling I’m Not Done.

Dit artikel maakt deel uit van: Dossier: Het TheaterFestival 2023

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!