© Nathalie & Aurélie Bay

Leestijd 5 — 8 minuten

Spongebabe in LA (4 Love and Anxiety) – Mercedes Dassy

Multitaskende melkmachine in SoundCloud-mix

Met het in mysterie gedrenkte Spongebabe in LA (4 Love and Anxiety) plaatst choreografe en performer Mercedes Dassy een showcase-achtige solo in de kijkdoos van het theater. De hoofdzakelijk atmosferische afsplijting van zichzelf als popzangeres die ze opzoekt is zowel begeesterend als verzengend in z’n onbestemdheid.

Een greep uit de ideeën die ik me voorstel die op de tafel kwamen tijdens de brainstorm voor Mercedes Dassy’s videoclips: een Lara Croft-achtig videogamepersonage dat doorheen de gladde virtuele omgeving van een Playstation 2 spel slingert; een cyborgiaanse Umm Kulthum, de Ster van het Oosten, die uit een gewaad verrijst tijdens een naar een uitbarsting toewerkende ballade; een tienermeisje dat zich in een gigantisch bed tussen lusteloos scrollen en dagboek mijmeringen wentelt; een moederende creatuur die verstrengelt met machinerie. Alleen is Dassy niet the next big thing in popmuziek, maar een choreografe-performer die naar eigen zeggen op de scène van Les Halles de Schaerbeek een dubbelganger van zichzelf vertolkt. Die dubbelganger brengt het muziekalbum getiteld 4 Love and Anxiety aan de vooravond van de release ervan. Met dit performanceconcept breit de artieste een vervolg op werken zoals i-Clit (2018), waarmee ze de hervonden vleselijkheid van nieuwe feministische golven liet vervellen, en de groepschoreografie RUUPTUUR (2023) die toxische relaties te lijf ging.

Het opzet van Spongebabe in LA (4 Love and Anxiety) is relatief rechttoe rechtaan. Het volgt het verloop van een strak gecureerde SoundCloud-mix. Dassy danst en zingt tableaus bijeen die in elkaar overvloeien op verschillende tracks van de hand van muzikant en producer Maxime Pichon. De volle aandacht op haar in zichzelf teruggetrokken verschijning op het verduisterde podium gezogen, poot de danseres een door muziek aangedreven choreografie neer. Het beperkte decor oogt minimaal ten opzichte van de weidsheid van de vlakke vloer van de Hallen van Schaarbeek. De gedrapeerde stof die het scènebeeld aankleedt houdt het midden tussen een bruidsjurk als een slagroomtaart en een wolkendek.

In één van de beginbeelden komt de performer schokkerig tot leven tussen het op de grond gedrapeerde textiel. Dassy brengt op zich geen baanbrekende bewegingstaal, maar de finesse van haar bewegingen doet me vergewissen – na meerdere keren knipperen – dat er geen stroboscoop in gebruik is. Die voortschrijdende verschuiving tussen effect en realiteit kleurt de algehele sfeer van de voorstelling.

De tableaus die Dassy doorheen haar gestileerde bewegingen en in een met kleurlenzen versterkt blikkenspel met het publiek aaneenrijgt, balanceren constant op het randje van een concert. Het slaat echter nooit volledig over in die modus. Dassy neemt pas vrij laat in de show de microfoon ter hand. Na de eerste sectie van de performance denk ik verkeerdelijk het principe reeds te hebben opgepikt, namelijk dat het louter die uitgepuurde bewegingstaal op een atmosferische soundtrack wordt waarmee Dassy een associatieve verbeeldingsruimte openklapt. De idee van de popzangeres manifesteert zich pas uitdrukkelijker wanneer de performer met de backing track begint mee te zingen. Tussen de lijnen van de onbestemdheid die gecultiveerd wordt, ontluikt voor mij dan toch een figuur die zich voordoet als een verzamelcontainer van de verschillende balletjes die de vrouwelijke popmuziekperformer in de lucht moeten houden.

In eerste oogopslag suggereert de doorgedreven Y2K-look van Dassy iets anders dan hoe het zich doorheen de performance ontwikkelt. Strassteentjes omlijsten haar gezicht, haar kostuum bestaat uit een geperforeerde bodysuit met daarover een gescheurde cargobroek, haar lange, dunne paardenstaart zwiept als een zweepje achter haar aan. Toch straalt ze geen geairbrushte, ongenaakbare girlpower uit; haar gehele figuur wasemt een sexiness die voortkomt uit een lamlendigheid, iets morsigs.

Dat laatste wordt vrij letterlijk zichtbaar in een sleutelscène waarbij haar lacterende borsten plots door haar topje heen lekken. De bovenmenselijke multitasking waar de Britneys en Beyoncés ooit mee pronkten wordt in Dassy’s versmelting met het afkolftoestel in een aards oervrouwbeeld geplugd. Wijdbeens bouncend op een zitbal kolft ze, begeleid door beats. Of misschien is het eerder omgekeerd: haar pulserend ‘moederen’, het leven dat ze pompt, produceert de beat. Hiermee lijkt de maker iets te willen zeggen over hoe popzangeressen eigenlijk triomferen ondanks én dankzij de vrouwelijke vervreemding die voortkomt uit hoe van hen verwacht wordt om alles tegelijkertijd bijeen te houden, om zowel the chill girlfriend, de sterke moederfiguur en de vakkundige artiest te zijn.

“Tussen de lijnen van de onbestemdheid die gecultiveerd wordt, ontluikt voor mij een figuur die zich voordoet als een verzamelcontainer van de verschillende balletjes die de vrouwelijke popmuziekperformer in de lucht moeten houden.”

Spongebabe in LA is een treffend voorbeeld van wat Simon Baetens eerder duidde als de associatieve montage van de setlist als dramaturgie. De performance is een selectie van frontale, videoclipachtige beelden die in elkaar haken en verschillende intensiteiten doorlopen. De totaalervaring voelt uiteindelijk verre van sequentieel, maar gestapeld. Wanneer ze alle lagen uitgespeeld heeft, deemstert Dassy op het eind als een iconische diva weg in het duister.

De vraag is alleen wat je ervaart wanneer je de programmatekst niet hebt geabsorbeerd op voorhand. Zonder bepaalde sleutels in de hand komt de introspectie van Spongebabe als blitse pop performer en LA als symbool voor het niemandsland van faam mogelijks niet voor ogen. Alles blijft dan een beetje een waas. Mogelijks is dat niet toevallig en zoekt de performance daarmee het digitale residu op dat ons maar al te vaak wat koortsig passeert. Zonder de anekdotiek van een Instagram profiel om alles ineen te passen (zoals het feit dat Dassy recent moeder werd) is het lastig interpreteren. Maar misschien is dat wel waarvoor Dassy haar dubbelganger, de popzangeres, het podium opstuurt, om dat begrijpend lezen van haar choreografie uit te schakelen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#177

05.09.2024

—

14.12.2024

Tessa Vannieuwenhuyze

Tessa Vannieuwenhuyze is als docent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit Gent (S:PAM) en Cultural Studies Leuven, en dramaturge voor oester. In haar doctoraatsonderzoek legde ze zich toe op een heronderhandeling van het concept ‘persona’ over hedendaagse podiumkunsten en populaire muziek heen. Momenteel bouwt ze deze onderzoekslijn verder uit en verkent ze, vanuit de notie ’trackmaturgie’, hoe popmuzikale (concert)praktijken hun weg vinden naar geïnstitutionaliseerde performancecontexten. Tessa maakt deel uit van de Grote Redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!