Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
Moe Satt, Nothing But Fingers © Giusy Cartechini
Van synchrone swipechoreografieën tot vingermaskers in pauwvorm: Kunstenfestivaldesarts presenteert een double bill met performances van Begüm Erciyas en Moe Satt waarbij de hand centraal staat. Welk verhaal vertellen onze handen?
‘My life held precariously in the seeing/hands of others’.
Deze dichtregel van Frank O’Hara is een van de motto’s die Olivia Laing hanteert in Everybody, haar onderzoek naar de intieme, politieke en historische betekenissen die in een lichaam vervat zitten. Niet toevallig verwijst ze daarbij naar onze handen. We kunnen er enthousiast zwaaiend mee groeten of hen in protest tot een vuist ballen. Handen verraden onze bezigheden (aarde onder nagels van tuinierwerk, kloven op vingers van handenarbeid of de gladde handen van een kantoorbediende) en onze leeftijd (rimpels, gezwollen aders of vlekjes). Ze geven intieme details prijs (een trouwring, een brandwonde). We kunnen de wereld met onze handen al tastend verkennen zonder ogen. Bovendien bezitten ze een theatrale kracht: we kunnen ermee spreken zonder woorden. In De Kriekelaar woon ik maar liefst twee performances bij waarin de theatrale kracht van handen wordt onderzocht.
Choreografe Begüm Erciyas bracht met Voicing Pieces, Pillow Talk en Letters from Attica al Kunstenfestivaldesarts-voorstellingen die dialogerend en participatief waren. De stem stond daarbij centraal. In Hands Made worden de spotlights letterlijk op de handen van het publiek gericht. Tijdens het wachten voor de zaaldeuren ben ik me heel erg bewust van de handen die zo meteen bekeken zullen worden door iemand anders. Zijn mijn nagels schoon genoeg? Waarom heb ik enkel mijn teennagels gelakt? Had ik de rode striem van een spelende kattenklauw met een pleister moeten bedekken?
Een suppoost voorziet iedereen van een hoofdtelefoon en voert ons langs een zaallange gang die wordt gevormd door zwarte gordijnen. Achter het gordijn bevinden zich rijen individuele hokjes met stoelen. Ik zet mijn hoofdtelefoon op, en neem plaats. Voor mij zie ik duisternis. In mijn oren weerklinkt muziek, of preciezer: handen die een snaarinstrument bespelen. Links van me zweeft een klein tafeltje, waarop een spot feller en feller begint te schijnen. Zware gordijnstof scheidt mij van de persoon die naast me zit en het tafeltje met me deelt. Wanneer ik vooroverbuig, zie ik sporadisch de onderbenen in jeans en bruine schoenen van mijn buur.
Hands Made is een choreografie voor handen én toch ook opnieuw een geluidswerk. Klanken, muziek en stemmen leiden ons doorheen de voorstelling. De stem in mijn hoofdtelefoon nodigt me uit om een hand op de tafel te leggen. Ik gehoorzaam braaf. Onder de felle spot ziet mijn hand er bruiner uit dan ik dacht – het resultaat van een zonnig weekend aan zee en lezen in het park. Ik weet niet of ik ze lelijk of mooi moet vinden, mijn hand. Op het tafeltje lijkt ze haast een vreemd object, afgesneden van mijn in het donker gehulde lichaam. De stem nodigt de hand van mijn buur uit op de tafel. Veel groter en zachter ogend dan de mijne, roziger, met lichte blonde haartjes. Ik moet mezelf bedwingen om mijn hand weg te trekken, want de confrontatie met de andere hand zorgt voor een zekere gêne voor de blik van mijn buur. Mijn hand lijkt zoveel rimpeliger, beniger, harder, kleiner, stugger. Zou de persoon naast mij dat ook zo zien?
“Hoewel Hands Made zich op een lichaamsdeel focust, lijkt de voorstelling zich vooral in mijn hoofd af te spelen.”
We worden uitgenodigd om elkaars handen te bestuderen en eventueel aan te raken onder het felle licht. Uit beleefdheid til ik mijn hand een eindje op en wuif ik even. De buurhand wuift terug. Ik glimlach. Aanraken? Alles in mij roept ‘nee’. Met onze pinken schuiven we welwillend een eindje naar elkaar toe en tikken elkaar uiteindelijk kort aan. Het felle licht van de spot transformeert de tafel in een soort anatomisch theater en intensiveert een bevreemdend ongemak. In tegenstelling tot Erciyas’ vorige performances die ik bijwoonde, zorgt dat niet voor een intimiteit die zich zintuigelijk manifesteert. Hoewel de voorstelling zich op een lichaamsdeel focust, lijkt ze zich vooral in mijn hoofd af te spelen.
Op een intellectueel niveau brengt Erciyas een aantal interessante thema’s aan, zoals de geschiedenis die onze handen vertellen. Terwijl ik de handen op de tafel bestudeer, denk ik aan het beklijvende boek My Grandmother’s Hands waarin de Afro-Amerikaanse psychotherapeut Resmaa Menakem de relatie tussen intergenerationeel trauma, racisme en lichamelijkheid bespreekt.
Machinegeluiden en de uitnodiging om onze duimen op een mechanisch ritme te swipen, leggen dan weer een boeiende link tussen de onzichtbare handen die ver weg voor ons aan het werk zijn binnen een systeem van onderdrukking en slavernij, en onze verslaafdheid aan smartphones. Ik voel een zekere vermoeidheid terwijl ik mijn duim ritmisch heen en weer dwing, synchroon met de duim van mijn buur, maar dat resulteert eerder in een rationele analyse van de beweging dan in een doorvoelde, belichaamde ervaring. Wat aanvankelijk wel heel goed werkt op zintuigelijk niveau: de tafel begint te trillen als een speaker in een nachtclub en creëert een synesthetische ervaring. De krachtige vibraties resoneren in mijn hele lichaam, en transformeren mijn hand tot een oor. Toch voelt de ervaring na een tijd te gechoreografeerd: via de hoofdtelefoon, het licht en de trillingen stuurt Erciyas mijn fysieke ervaringen. In tegenstelling tot in haar andere performances, laat dat weinig ruimte voor zintuigelijke poëzie, verbeelding en verwondering – zeker wanneer de stem in mijn oren suggereert hoe ik me de zachte aanraking van de andere hand kan inbeelden. Dat maakt van Hands Made helaas een nogal bloedeloze voorstelling.

Begüm Erciyas, Hands Made © Bea Borgers
De korte performance van beeldend kunstenaar/performer Moe Satt werkt veel beter op het niveau waar Hands Made voor mij tekortschiet: ze activeert mijn lichaam op een zintuigelijk en communicatief niveau. Nochtans begint Nothing But Fingers allerminst participatief. Buiten, in de regen, staan we op een kluitje in de binnentuin van Gemeenschapscentrum De Kriekelaar. Voor ons staan Moe Satt en danseres Liah Frank op een verhoogd groenperk tussen gras, wingerd en struiken, de laaghangende takken van een boom. Ik hoor het gedruppel van regen op de bladeren, en ruik de geur van een bloeiende vlier. Ook al is de opstelling klassiek frontaal, de buitensetting prikkelt mijn zintuigen.
De sober geklede Satt en Frank dragen objecten van spiegelend materiaal in de vorm van handen. Die van Satt vormen een opengesperde muil, die van Frank lijken op de kop van een kip – of is het een hond? Door de spiegelhanden aan weerszijden van hun schouders te houden, lijken ze tegelijkertijd op vleugels. De performers manifesteren zich zo als hybride, haast mythische wezens tussen mens en dier in.
“Performers Moe Satt en Liah Frank manifesteren zich als hybride, haast mythische wezens tussen mens en dier in.”
Ze leggen hun vleugels af, tussen de struiken, en voeren beurtelings een trage choreografie uit. Ze fluiten om aan te kondigen wanneer hun solo stopt of start. Satt zit aanvankelijk gehurkt en focust zich hoofdzakelijk op zijn handen die hij voor, naast of boven zich uitstrekt en kunstig rond zijn hoofd plooit met hoekige armbewegingen. Frank brengt minimale dansante bewegingen in haar solo’s, waarbij ze vloeiender beweegt, op een been balanceert en ronddraait. De performance is volgens de programmatekst een exploratie van de relatie tussen mens en dier (Satt studeerde zoölogie in Yangon), maar ik zie vooral een dialoog tussen twee verschillende lichamen en bewegingen die hun eigen variant brengen op een gedeelde taal. Hun vocabularium bestaat uit een interculturele cross-over van handbewegingen die Satt aan het begin van zijn carrière ontwikkelde op basis van een boek over de jacht in Afrika en over handgebaren in de traditionele Myanmarese dans. Hun gebaren hebben iets bevreemdends, humoristisch en hypnotiserend. Ik zie oortjes, klauwen, ogen, kammen, vleugels, bekken. Ik zie een hert, een uil en de dans van de pauwspin.
Na een tijd stappen de performers van het verhoogde perk en bewegen ze op dezelfde hoogte als het publiek, een tweetal meter verder. De afstand tussen publiek en performer verkleint, maar ook de performers zelf komen dichterbij elkaar. Hun solo’s versmelten tot een duet. Door hun handen achter elkaars romp te kruisen of rond elkaars hoofd te bewegen vormen ze één origineel, nieuw lichaam tussen mens en dier in. Uiteindelijk heffen ze de barrière op tussen publiek en performer: hun handen maken van mijn gezicht een vogel, en van de vrouw naast mij een antilope, van iemand anders een wolf. De spiegelvleugels worden voorzichtig tegen onze schouders gevleid. En vanuit de struiken toveren ze latex handsculpturen op een stokje, die van hand tot hand worden doorgegeven. Tot slot worden we uitgenodigd om met onze handen de dierenfiguren van de performers te imiteren.
Politiek is zo mogelijk nog subtieler aanwezig dan in Erciyas’ Hands Made. Ook al baadt Nothing But Fingers in een lichte sfeer, Satts werk is naar eigen zeggen altijd doordrongen van politiek als gevolg van de militaire dictatuur die zijn thuisland overheerst. Wie weet dat drie uitgestoken vingers een wijdverspreid protestgebaar vormt in Myanmar, legt al snel een link met deze performance.
Wat in Nothing But Fingers zo goed werkt, is de belichaamde overdracht van een zintuigelijk thema. Terwijl ik naar de handbewegingen van de performers kijk, vermengt het gefluit van een merel in de stadstuin zich met het gefluit van Satt en Frank. Ik voel me intuïtief verbonden met deze performance, maar kan pas veel later rationeel benoemen waar deze verbinding vandaan komt. Het werk van Olivia Laing vormt de sleutel. In Everybody legt ze uit hoe lichamen politiek kunnen ageren door samen te komen en door fysieke of binaire grenzen uit te dagen. En dat is ook wat er in de performance van Satt gebeurt. Door de binaire tegenstelling tussen mens/dier en performer/publiek op te heffen, krijgt het pretentieloze, fantasierijke Nothing But Fingers een waardevolle, politieke subtekst.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.