Leestijd 3 — 6 minuten

Festivalimpressies

Avignon ’85

Het festival van Avignon biedt zo’n uitgebreid programma dat je onmogelijk alles kan meemaken. Als festivalganger selecteer je binnen je interessesfeer, teken je zelf de lijnen uit die je wil volgen. Dit jaar waren er twee ‘musts’ op de affiche: de indrukkende adaptatie van het Mahabharata-epos door Peter Brook en Jean-Claude Carrière, en daarnaast de ‘jongste’ Kantor, Qu’ils crèvent les artistes. La Nuit de Mahabharata meemaken in dat unieke natuurlijke decor van een steengroeve, is zondermeer een onvergetelijke theatergebeurtenis.

Met groot respect voor de Indische cultuur en traditie wordt er een voor westerse toeschouwers onmiddellijk toegankelijk en boeiend verhaal verteld. De vanzelfsprekendheid van de begeleidende beelden en de natuurlijkheid waarmee geacteerd wordt, creëren tien uur lang een zo evidente theaterwerkelijkheid dat je er probleemloos mee instapt. De innerlijke emotie die bij het slot losgemaakt wordt is ongewoon hevig: Krishna sterft en boven hem moet de sterrenhemel wijken voor die prachtige Provence-zon die opkomt. Wat een beeld, wat een gevoeligheid! Ondersteboven rij ik langs de Rhône terug richting Avignon. Thank you Peter Brook.

Twee dagen later even sterk aangegrepen worden door een andere produktie hou je niet voor mogelijk… en toch gebeurt het bij de nieuwe creatie van Tadeusz Kantor, Qu’ils crèvent les artistes. De kracht van Kantor ligt nog steeds in de sterke plasticiteit van de theaterbeelden, in de decadente sfeer die opgeroepen wordt door personages gereleveerd uit zijn onderbewuste kindertijd, in het verbinden van de meest contradictoire elementen in een uitgesproken visueel spektakel ondersteund door die meeslepende Poolsemuziek. ‘Ne crève jamais Kantor’, wens ik de bijna zeventigjarige artiest toe. Wie haalt de meest authentieke hedendaagse theatermaker nog eens naar hier?

Binnen het aanbod repertoiretoneel zag ik La Tragédie de MacBeth door de Comédie Française in het voor dit stuk toch wel gedroomde kader van de Cour d’Honneur du Palais des Papes. Regisseur Jean-Pierre Vincent steunde zijn regie op een subtiele tekstnuancering van de nieuwe (moderne) vertaling van Jean-Michel Déprats. Die nuancering werd echter onverbiddelijk weggewaaid door de mistral-wind van de Cour d’Honneur. Een wapperende Shakespeare. Vincent had dit moeten voorzien en deze enscenering beter gereserveerd voor de Salie Richelieu te Parijs.

Enthousiast ben ik wel voor een nieuwkomer: Le Théâtre de la Balance dat in een regie van Elisabeth Chailloux een interessante Tennessee Williams neerzette: Le Paradis sur Terre. Een zinvolle adaptatie naar Frankrijk vandaag van thema’s als racisme en seksisme, vooral geschraagd door sterke acteerprestaties (de bastaard Poulet wordt bijvoorbeeld gespeeld door een emigrant-acteur Adel Hakim). Dit nieuw gezelschap komt binnenkort naar België met hun vorige (eerste) produktie: Marivaux, La Surprise de l’Amour. Te volgen.

De (post)moderne dans was ook sterk aanwezig. Ik koos voor de meest klassieke choreograaf binnen die traditie: Merce Cunningham die Inlets 2 en Roarotorio, An lrish Circus on Finnigan’s Wake, twee choreografieën op muziek van John Cage, presenteerde op de Cour d’Honneur. Of hoe traditie en avant-garde in haast perfecte harmonie kunnen samenkomen. Daarnaast zag ik de nieuwste creatie van Karol Armitage, ex-Cunningham danseres, die op dit moment met haar energiek-agressieve choreografieën wellicht de meest radicaal vernieuwende choreografe is. Haar werk dat als uitgangspunt steeds teruggrijpt naar de klassieke beweging biedt een intrigerend onderzoek naar nieuwe mogelijkheden binnen de danstraditie: de muziek behoudt een grote autonomie tegenover de dans, de vormgeving krijgt een ruime plaats als geïntegreerd artistiek element, enzovoort. Een klapper op Klapstuk.

Avignon ’85 (of beter mijn deeltje ervan), in één goede week zoveel kwaliteit gezien als tijdens een heel seizoen hier. Grote festivals met grote namen hebben duidelijk nog een functie: die van catalysator van kwaliteit. Zeker als de ’theaterpausen’ Brook, Cunningham of Kantor heten. Met Chailloux en Armitage is er trouwens hoop op opvolging.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#12

15.10.1985

—

14.01.1986

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!